...

Een tractor als vervanger van een werkpaard of een jeep als aanvulling op een tractor, daar zat een logica achter. Maar hoe leg je uit dat een SUV de betere personenauto is? Want een SUV is duurder in aankoop en onderhoud dan een stationwagen, verbruikt bovendien meer en is minder gebruiksvriendelijk. De geschiedenis van de Sports Utility Vehicles (SUV) gaat terug tot de Tweede Wereldoorlog en de Willys, rudimentair, wendbaar en niet kapot te krijgen. Legendarisch geworden door zijn heldhaftige optreden in ontelbare Amerikaanse oorlogsfilms. Het verhaal is waar dat bekende sterrengeneraals meer genegenheid toonden voor hun Willys dan voor hun moedige soldaten. De Willys ging, de Defender kwam. In zijn spoor volgden de Range Rover, Mercedes G, Nissan Patrol, Toyota Landcruiser, Mitsubishi Pajero en noem maar op. Stuk voor stuk stevige bakken die in principe elke helling en hindernis aankunnen en die zelfs voor een ondiepe beek niet halthouden. Betrouwbare partners die je nooit in de steek laten, geschikt voor alle werk in alle omstandigheden. En daarom geliefd bij kasteelheren en jachtopzieners, tuinaanleggers en fruittelers. Volgens marktstudies worden terreinwagens echter zelden gebruikt om off road te rijden. In feite dienen ze om de kinderen naar school te brengen, om inkopen te doen of naar kantoor te rijden. De symboolwaarde, daar gaat het om. Een BMW X5, Mercedes GLE of Range Rover op de oprit straalt succes en macht uit, én streelt de eigenliefde. Vanaf midden de jaren negentig werd de markt van de terreinwagens in Europa overspoeld door goedkope afgeleiden, met beperkte off road kwaliteiten. Nieuwkomer Toyota RAV4 forceerde de doorbraak en dat was het sein voor andere Aziatische merken om de Europese consument in het vizier te nemen. Dat resulteerde in een brede waaier van modellen die er weliswaar robuust uitzien maar onderhuids meer verwantschap vertonen met een gewone personenauto dan met een echte terreinwagen. In het beste geval beschikken ze over een eenvoudig systeem van vierwielaandrijving, in driekwart van de gevallen worden enkel de voorwielen aangedreven. Maar de instap op zithoogte en goed overzicht over het verkeer beantwoorden aan de wensen van een snel verouderende bevolking. Het stoere uitzicht en de hoge zit bezorgen de inzittenden bovendien het geruststellende gevoel... 'ik zit veilig, mij kan niks gebeuren'. De Europese constructeurs keken lijdzaam toe hoe eerst Toyota en nadien ook, Hyundai/Kia, Mitsubishi Nissan en Suzuki dit marktsegment uitbouwden. De Sports Utility Vehicles (SUV) waren niet langer een nicheproduct. In de Verenigde Staten waren zij goed voor de helft van de markt, Europa klokten zij af op 6 procent met een verwacht groeipotentieel tot 10 procent. BMW reageerde als eerste. Onder het motto 'wij willen niet de goedkoopste maar de beste zijn' creëerde BMW met de X-reeks het begrip Sports Activity Vehicles (SAV), een duurdere variante van de SUV - met nog meer en nog duurdere comfort- en veiligheidsextra's. BMW omzeilde op die manier een prijzenslag met de Aziatische merken en verdiende gedurende enkele jaren veel geld in een zelf geënsceneerde niche. Op uitzondering van Volvo hadden immers alle Duitse, Franse en Italiaanse merken de technologische evolutie van de 4x4 markt totaal verkeerd ingeschat. Audi, Mercedes en VW startten een inhaalrace die zou uitmonden in een reeks aantrekkelijke modellen zoals de Audi Q5 en Q3, de Mercedes-Benz ML en GLK en de VW Touareg en Tiguan. De Franse en Italiaanse merken toonden zich minder creatief en kozen voor een gemakkelijkheidsoplossing. Peugeot-Citroën, Renault en Fiat kochten een kant-en-klaar model bij respectievelijk Mitsubishi, Samsung en Suzuki terwijl Opel leentjebuur speelde bij Daewoo. We zijn intussen enkele jaren verder en de situatie is grondig veranderd. De Europese merken hebben hun modellenaanbod fors uitgebreid en eisen hun deel van de koek op. Dat heeft geleid tot een bitsige prijzenoorlog waar in de eerste plaats de consument van profiteert. Die kan nu kiezen uit een ruim aanbod van kwaliteitsvolle en betaalbare SUV's, die qua uitzicht refereren naar de echte terreinwagens à la Range Rover, Mercedes ML, Toyota Land Cruiser of VW Touareg. Onderhuids zijn de verschillen met een gewone personenauto echter gering. Door de felle concurrentiestrijd zijn de prijsverschillen tussen de Aziatische en Duitse merken een stuk kleiner geworden, wat maakt dat een prijs-kwaliteitvergelijking nu ook geregeld in het voordeel van Duits modellen uitvalt. Omdat die minder verbruiken en meer rijplezier bieden. Nieuw is dat exclusieve sportwagen- en luxemerken zoals Bentley, Jaguar, Maserati, Porsche en straks ook Lamborghini en Rolls-Royce een of meerdere SUV-modellen aanbieden, om een graantje mee te pikken van de SUV-boom. Almaar meer modellen zijn bovendien met hybride-aandrijving leverbaar. Bij sommige merken loopt het aandeel van plug-in hybrideversies zelfs op tot 90 procent. Het implementeren van milieuvriendelijke aandrijfsystemen kost behoorlijk veel geld maar de meerprijs valt in verhouding gunstiger uit voor een grote dan voor een kleine SUV. Bovendien zorgen fiscale gunsttarieven ervoor dat de meerprijs op het einde van de rit wordt omgebogen in een financieel voordeel. Of hoe een goed bedoelde maatregel in de praktijk zijn doel voorbijschiet. Volgend jaar komt met de Jaguar I-Pace de eerste 100 procent elektrisch aangedreven SUV op de markt - voor 120 procent fiscaal aftrekbaar. Een voltreffer voor Jaguar en kaakslag voor de Duitse premiummerken die eens temeer in snelheid worden genomen door een outsider die vorig jaar zijn omzet verdubbelde met één model, de F-Pace. Een nieuwkomer in het SUV-segment en meteen het beste bewijs van de slagkracht van dit marktsegment.