Hoewel het de bedoeling was om dieselbrandstof even duur te maken als benzine, zien we vandaag dat dieselen andermaal goedkoper is aan de pomp. Vooral de benzineprijs is de afgelopen weken en maanden gestaag gestegen. Een liter E10 kost bijna evenveel als de recordprijs van 1,61 euro uit 2014.

Eén en ander is een gevolg van de aantrekkende economie na de coronadip - en de vraag naar brandstof die wegviel door de opeenvolgende lockdowns - die we in 2020 zagen.

Uiteraard speel de internationale marktprijs van ruwe olie een cruciale rol, maar er is meer aan de hand. In Nederland swingen de prijzen nog meer de pan uit, want daar flirt de E5 met de magische kaap van twee euro per liter.

Naast de prijs van de ruwe olie is de brandstofprijs opgebouwd uit accijnzen en taksen die meestijgen naarmate de basisprijs verhoogt.

Los van die klassieke elementen die de prijs bepalen, speelt ook de raffinage een cruciale rol en dan vooral de verhouding tussen de verschillende types brandstof die men uit de ruwe olie raffineert. Uit één liter ruwe olie produceert men onder meer kerosine, diesel, benzine en LPG. Om het chemische proces efficiënt te laten verlopen, zijn er bepaalde verhoudingen nodig en precies die balans komen niet langer overeen met de marktvraag.

Dat komt omdat steeds meer automobilisten hun dieselwagen vervangen door benzinevoertuigen die (in absolute cijfers) ook meer verbruiken. Hierdoor raakt het productie-evenwicht verstoord, want er wordt niet alleen minder diesel verkocht, ook de vraag naar benzine stijgt.

Daarbij komt dat de luchtvaartsector allerminst op volle toeren draait, waardoor de vraag naar kerosine eveneens lager is. Al deze elementen zijn nefast voor het evenwicht in de raffinage, wat vooral de benzineprijs opdrijft.

Hoewel het de bedoeling was om dieselbrandstof even duur te maken als benzine, zien we vandaag dat dieselen andermaal goedkoper is aan de pomp. Vooral de benzineprijs is de afgelopen weken en maanden gestaag gestegen. Een liter E10 kost bijna evenveel als de recordprijs van 1,61 euro uit 2014. Eén en ander is een gevolg van de aantrekkende economie na de coronadip - en de vraag naar brandstof die wegviel door de opeenvolgende lockdowns - die we in 2020 zagen. Uiteraard speel de internationale marktprijs van ruwe olie een cruciale rol, maar er is meer aan de hand. In Nederland swingen de prijzen nog meer de pan uit, want daar flirt de E5 met de magische kaap van twee euro per liter. Naast de prijs van de ruwe olie is de brandstofprijs opgebouwd uit accijnzen en taksen die meestijgen naarmate de basisprijs verhoogt. Los van die klassieke elementen die de prijs bepalen, speelt ook de raffinage een cruciale rol en dan vooral de verhouding tussen de verschillende types brandstof die men uit de ruwe olie raffineert. Uit één liter ruwe olie produceert men onder meer kerosine, diesel, benzine en LPG. Om het chemische proces efficiënt te laten verlopen, zijn er bepaalde verhoudingen nodig en precies die balans komen niet langer overeen met de marktvraag. Dat komt omdat steeds meer automobilisten hun dieselwagen vervangen door benzinevoertuigen die (in absolute cijfers) ook meer verbruiken. Hierdoor raakt het productie-evenwicht verstoord, want er wordt niet alleen minder diesel verkocht, ook de vraag naar benzine stijgt. Daarbij komt dat de luchtvaartsector allerminst op volle toeren draait, waardoor de vraag naar kerosine eveneens lager is. Al deze elementen zijn nefast voor het evenwicht in de raffinage, wat vooral de benzineprijs opdrijft.