Het staat overheden vrij om technologieën die verantwoordelijk zijn voor een hoge CO2-uitstoot tegen een bepaalde horizon te verbieden. Maar het is de vraag of autoconstructeurs tegen die tijd nog wel de middelen of zin hebben om verbrandingsmotoren te blijven ontwikkelen.

Vanaf 2025 komt immers de zeer strenge Euro 7 emissienorm waaraan voertuigen moeten voldoen. Om motoren conform deze regelgeving te bouwen, moeten de uitstootwaarden drastisch dalen en daarvoor zijn gigantische investeringen nodig. De wetenschap dat verbrandingsmotoren tegen 2030 of uiterlijk 2035 finaal weg moeten, maakt dat deze korte afschrijfperiode zo'n investering financieel oninteressant maakt.

Zware bestelwagens

Steeds meer merken geven officieus aan dat ze hun investeringen in verbrandingsmotoren dan ook bevriezen of stopzetten. Concreet wil dat ook zeggen dat de motoren die aan de huidige Euro 6-norm voldoen, in vele gevallen de laatste generatie verbrandingsmotoren zal zijn. Dat betekent niet dat hun productie meteen stopt, maar de kans dat er per 1 januari 2026 een vervangende euro 7 verbrandingsmotor is, wordt bij heel wat merken klein.

De meeste constructeurs hebben tegen die tijd een 100% elektrisch alternatief in hun aanbod, maar het is minder zeker dat een dergelijke aandrijving bij elk gebruiksprofiel past. Vooral op de bedrijfswagen- en de bestelwagenmarkt gaapt wat dat betreft een grote kloof tussen wat een elektrisch bestelwagentje kan en wat een professional ervan verwacht. Denk hierbij aan zwaarbeladen bestelwagens, zware aanhangers , veel kilometers maken en niet-geplande interventies. Kortom scenario's die niet verzoenbaar zijn met de wereld van een vooraf geplande (elektro)mobiliteit.

Nog minder zeker is dat de laadinfrastructuur en bij uitbreiding de (inmiddels heikele) stroombevoorrading begin 2026 (binnen 4 jaar) de maturiteit heeft om veel meer elektrische voertuigen op te laden. Het is niet denkbeeldig dat we in een scenario terechtkomen dat veel gelijkenissen vertoont met het energievraagstuk dat we vandaag kennen.

Prioritaire diensten

Het is zelfs mogelijk dat automerken - bij gebrek aan perspectief - de spreekwoordelijke stekker al vroeger uit verbrandingsmotoren trekken, hoewel overheden ervan uitgaan dat er nog steeds verbrandingsmotoren beschikbaar zullen zijn zo lang zij die niet expliciet verbieden. Het is zelfs niet uitgesloten dat bepaalde modellen met verbrandingsmotoren van de markt verdwijnen voor het EV-verhaal voor iedereen op kruissnelheid loopt. Vooral voor bestelwagens die worden ingezet voor prioritaire diensten zou dit wel eens problematisch kunnen worden.

Het staat overheden vrij om technologieën die verantwoordelijk zijn voor een hoge CO2-uitstoot tegen een bepaalde horizon te verbieden. Maar het is de vraag of autoconstructeurs tegen die tijd nog wel de middelen of zin hebben om verbrandingsmotoren te blijven ontwikkelen. Vanaf 2025 komt immers de zeer strenge Euro 7 emissienorm waaraan voertuigen moeten voldoen. Om motoren conform deze regelgeving te bouwen, moeten de uitstootwaarden drastisch dalen en daarvoor zijn gigantische investeringen nodig. De wetenschap dat verbrandingsmotoren tegen 2030 of uiterlijk 2035 finaal weg moeten, maakt dat deze korte afschrijfperiode zo'n investering financieel oninteressant maakt.Steeds meer merken geven officieus aan dat ze hun investeringen in verbrandingsmotoren dan ook bevriezen of stopzetten. Concreet wil dat ook zeggen dat de motoren die aan de huidige Euro 6-norm voldoen, in vele gevallen de laatste generatie verbrandingsmotoren zal zijn. Dat betekent niet dat hun productie meteen stopt, maar de kans dat er per 1 januari 2026 een vervangende euro 7 verbrandingsmotor is, wordt bij heel wat merken klein. De meeste constructeurs hebben tegen die tijd een 100% elektrisch alternatief in hun aanbod, maar het is minder zeker dat een dergelijke aandrijving bij elk gebruiksprofiel past. Vooral op de bedrijfswagen- en de bestelwagenmarkt gaapt wat dat betreft een grote kloof tussen wat een elektrisch bestelwagentje kan en wat een professional ervan verwacht. Denk hierbij aan zwaarbeladen bestelwagens, zware aanhangers , veel kilometers maken en niet-geplande interventies. Kortom scenario's die niet verzoenbaar zijn met de wereld van een vooraf geplande (elektro)mobiliteit. Nog minder zeker is dat de laadinfrastructuur en bij uitbreiding de (inmiddels heikele) stroombevoorrading begin 2026 (binnen 4 jaar) de maturiteit heeft om veel meer elektrische voertuigen op te laden. Het is niet denkbeeldig dat we in een scenario terechtkomen dat veel gelijkenissen vertoont met het energievraagstuk dat we vandaag kennen. Het is zelfs mogelijk dat automerken - bij gebrek aan perspectief - de spreekwoordelijke stekker al vroeger uit verbrandingsmotoren trekken, hoewel overheden ervan uitgaan dat er nog steeds verbrandingsmotoren beschikbaar zullen zijn zo lang zij die niet expliciet verbieden. Het is zelfs niet uitgesloten dat bepaalde modellen met verbrandingsmotoren van de markt verdwijnen voor het EV-verhaal voor iedereen op kruissnelheid loopt. Vooral voor bestelwagens die worden ingezet voor prioritaire diensten zou dit wel eens problematisch kunnen worden.