Het is onwaarschijnlijk dat de consument in een periode waarin zowel de fiscaliteit als de klimatologische realiteit ons richting schonere mobiliteit stuurt vooral auto's koopt met een hogere uitstoot van koolstofdioxide. Deze evolutie heeft diverse oorzaken.

Om te beginnen hebben meer en meer merken te kampen met leveringsproblemen door het wereldwijde tekort aan microchips en halfgeleiders waardoor veel consumenten uitwijken naar een gebruikte wagen. "Deze crisis treft zowel de markt van personenwagens als die van lichte vrachtwagens en sinds kort ook die van de motorfietsen", bevestigt Filip Rylant, woordvoerder van sectorfederatie Traxio.

Een tweede katalysator voor de tweedehandsverkoop is de gestegen kostprijs van nieuwe voertuigen. Constructeurs moeten voldoen aan de Europese norm om een gemiddelde CO2-uitstoot van 95 g/km te halen, gemeten over hun volledige vloot verkochte voertuigen. Daarom verkopen ze liever elektrische, hybride en plug-in hybride modellen met een lage CO2-uitstoot. Door die bijkomende technologie zijn dergelijke modellen duurder en vaak financieel onhaalbaar voor de particuliere koper. Die vervangt zijn huidige dieselwagen liever door een eenvoudige benzinemotor omdat dit de goedkoopste oplossing is waarmee hij bovendien nog enkele jaren kan blijven rijden.

Dieselwagens zijn door de komst van de Lage Emissie Zones (LEZ) beperkt houdbaar in de tijd, waardoor hun verkoop is gekelderd. Dat zorgt ervoor dat nieuwe auto's (met benzinemotor) vaak een hogere CO2-uitstoot hebben dan de (oude) dieselwagens die ze vervangen. De massale interesse voor tweedehandsvoertuigen jaagt de globale CO2-uitstoot van ons wagenpark dus de hoogte in.

In die zin heeft de komst van de LEZ voor een perverse nevenwerking gezorgd. Door een LEZ in te voeren verbetert lokaal de luchtkwaliteit maar langs de andere kant zorgen deze milieuzones ervoor dat het aandeel benzinewagens in onze autovloot stijgt en ook de netto CO2-uitstoot van ons wagenpark.

Het is onwaarschijnlijk dat de consument in een periode waarin zowel de fiscaliteit als de klimatologische realiteit ons richting schonere mobiliteit stuurt vooral auto's koopt met een hogere uitstoot van koolstofdioxide. Deze evolutie heeft diverse oorzaken. Om te beginnen hebben meer en meer merken te kampen met leveringsproblemen door het wereldwijde tekort aan microchips en halfgeleiders waardoor veel consumenten uitwijken naar een gebruikte wagen. "Deze crisis treft zowel de markt van personenwagens als die van lichte vrachtwagens en sinds kort ook die van de motorfietsen", bevestigt Filip Rylant, woordvoerder van sectorfederatie Traxio. Een tweede katalysator voor de tweedehandsverkoop is de gestegen kostprijs van nieuwe voertuigen. Constructeurs moeten voldoen aan de Europese norm om een gemiddelde CO2-uitstoot van 95 g/km te halen, gemeten over hun volledige vloot verkochte voertuigen. Daarom verkopen ze liever elektrische, hybride en plug-in hybride modellen met een lage CO2-uitstoot. Door die bijkomende technologie zijn dergelijke modellen duurder en vaak financieel onhaalbaar voor de particuliere koper. Die vervangt zijn huidige dieselwagen liever door een eenvoudige benzinemotor omdat dit de goedkoopste oplossing is waarmee hij bovendien nog enkele jaren kan blijven rijden. Dieselwagens zijn door de komst van de Lage Emissie Zones (LEZ) beperkt houdbaar in de tijd, waardoor hun verkoop is gekelderd. Dat zorgt ervoor dat nieuwe auto's (met benzinemotor) vaak een hogere CO2-uitstoot hebben dan de (oude) dieselwagens die ze vervangen. De massale interesse voor tweedehandsvoertuigen jaagt de globale CO2-uitstoot van ons wagenpark dus de hoogte in. In die zin heeft de komst van de LEZ voor een perverse nevenwerking gezorgd. Door een LEZ in te voeren verbetert lokaal de luchtkwaliteit maar langs de andere kant zorgen deze milieuzones ervoor dat het aandeel benzinewagens in onze autovloot stijgt en ook de netto CO2-uitstoot van ons wagenpark.