In het interieur hoor je wanneer ze gebruikt worden en hoewel ze over de volledige levensduur van een auto zowat 220.000 keer worden ingeschakeld, worden richtingaanwijzers al te vaak niet gebruikt. Volgens een onderzoek van het Albertis Global Observatory in verschillende landen maakt 44% van de bestuurders geen gebruik van de richtingaanwijzers bij het inhalen of het wisselen van rijstrook. Magnolia Paredes, die bij Seat aan het hoofd staat van elektronische ontwikkeling, verlichting en testwerk, geeft aan dat "richtingaanwijzers essentieel zijn omdat ze andere weggebruiker duidelijk maken wat onze intenties zijn."

Dit zijn vijf tips om je richtingaanwijzers correct te gebruiken:

1. Altijd richtingaanwijzer eerst. Voor je een manoeuvre start, dien je in je spiegels te checken of je het manoeuvre op een veilige manier kan uitvoeren. Is dat het geval, dan moet je voldoende tijdig aangeven wat je bedoelingen zijn, zodat andere weggebruikers hierop kunnen anticiperen. Vermijd om veel te lang op voorhand al je richtingaanwijzer te gebruiken want dat zorgt voor verwarring.

2. Met je richtingaanwijzer dwing je geen voorrang af. Bij het wisselen van rijstrook of het afslaan, geeft je richtingaanwijzer aan wat je van plan bent, maar hij verleent je in geen enkel geval voorrang. Integendeel, overeenkomstig de wegcode moet de bestuurder die een manoeuvre wil uitvoeren, voorrang verlenen aan de andere weggebruikers.

3. Gebruik je richtingaanwijzer niet tijdens het volledige manoeuvre. Je wijziging van richting aangeven is één zaak, maar de richtingaanwijzers dienen uitgezet te worden van zodra die richtingsverandering is uitgevoerd.

4. De rotonde: een bijzonder geval. Volgens de wegcode is het oprijden van een rotonde een richtingsverandering die niet hoeft worden aangegeven. Bij het verlaten van een rotonde is het gebruik van de richtingaanwijzers wel verplicht.

5. Waarschuwingslichten (vier richtingaanwijzers). Het gelijktijdig gebruik van de vier richtingaanwijzers is enkel toegelaten om andere weggebruikers te wijzen op een dreigend gevaar voor een ongeval. Bijvoorbeeld als je achteraan een file terechtkomt. Ook bij een voertuig in panne of verlies van lading op de openbare weg is het gebruik toegelaten. (Belga)

In het interieur hoor je wanneer ze gebruikt worden en hoewel ze over de volledige levensduur van een auto zowat 220.000 keer worden ingeschakeld, worden richtingaanwijzers al te vaak niet gebruikt. Volgens een onderzoek van het Albertis Global Observatory in verschillende landen maakt 44% van de bestuurders geen gebruik van de richtingaanwijzers bij het inhalen of het wisselen van rijstrook. Magnolia Paredes, die bij Seat aan het hoofd staat van elektronische ontwikkeling, verlichting en testwerk, geeft aan dat "richtingaanwijzers essentieel zijn omdat ze andere weggebruiker duidelijk maken wat onze intenties zijn."Dit zijn vijf tips om je richtingaanwijzers correct te gebruiken:1. Altijd richtingaanwijzer eerst. Voor je een manoeuvre start, dien je in je spiegels te checken of je het manoeuvre op een veilige manier kan uitvoeren. Is dat het geval, dan moet je voldoende tijdig aangeven wat je bedoelingen zijn, zodat andere weggebruikers hierop kunnen anticiperen. Vermijd om veel te lang op voorhand al je richtingaanwijzer te gebruiken want dat zorgt voor verwarring.2. Met je richtingaanwijzer dwing je geen voorrang af. Bij het wisselen van rijstrook of het afslaan, geeft je richtingaanwijzer aan wat je van plan bent, maar hij verleent je in geen enkel geval voorrang. Integendeel, overeenkomstig de wegcode moet de bestuurder die een manoeuvre wil uitvoeren, voorrang verlenen aan de andere weggebruikers.3. Gebruik je richtingaanwijzer niet tijdens het volledige manoeuvre. Je wijziging van richting aangeven is één zaak, maar de richtingaanwijzers dienen uitgezet te worden van zodra die richtingsverandering is uitgevoerd.4. De rotonde: een bijzonder geval. Volgens de wegcode is het oprijden van een rotonde een richtingsverandering die niet hoeft worden aangegeven. Bij het verlaten van een rotonde is het gebruik van de richtingaanwijzers wel verplicht.5. Waarschuwingslichten (vier richtingaanwijzers). Het gelijktijdig gebruik van de vier richtingaanwijzers is enkel toegelaten om andere weggebruikers te wijzen op een dreigend gevaar voor een ongeval. Bijvoorbeeld als je achteraan een file terechtkomt. Ook bij een voertuig in panne of verlies van lading op de openbare weg is het gebruik toegelaten. (Belga)