Renault debuteerde met Jean-Pierre Jabouille en zijn RS01 en dat was de eerste F1-bolide met een turbomotor. De eerste race was de Grote Prijs van Groot-Brittannië in 1977. Op 26 mei werden piloot en bolide herenigd op het circuit van Monaco. Ook viervoudig wereldkampioen F1 Alain Prost was van de partij. Hij is niet alleen ambassadeur voor Renault maar hij is tevens adviseur bij Renault Sport Racing. Hij stapt in zijn RE 40 waarmee hij vier overwinningen haalde (Paul Ricard, Spa, Siverstone en Österreichring). Het was de eerste bolide die Renault bouwde met een carbon chassis;

In 198 kwam hij slechts twee punten tekort om wereldkampioen te worden. Op de foto vn 1977 herkennen we Jabouille Jean-Pierre Jabouille (vierde van rechts), naast François Castaing (met trui), technisch directeur van Renault-Sport, Viry-Châtillon, verantwoordelijke voor chassisontwikkeling van de éénzitter en Gérard Larrousse (in maatpak) en destijds grote baas bij Renault-Sport. De RS01 werd aangedreven door een Renault-Gordini V6 turbomotor met een cilinderinhoud van 1.500 cc. Deze motor leverde meer vermogen dan de atmosferische V8 Cosworth-motor die in de meeste andere F1-bolides werd gebruikt. Aanvankelijk kampte de motor met betrouwbaarheidsproblemen en ook de reactietijd van de turbo was problematisch. (Belga)

Renault debuteerde met Jean-Pierre Jabouille en zijn RS01 en dat was de eerste F1-bolide met een turbomotor. De eerste race was de Grote Prijs van Groot-Brittannië in 1977. Op 26 mei werden piloot en bolide herenigd op het circuit van Monaco. Ook viervoudig wereldkampioen F1 Alain Prost was van de partij. Hij is niet alleen ambassadeur voor Renault maar hij is tevens adviseur bij Renault Sport Racing. Hij stapt in zijn RE 40 waarmee hij vier overwinningen haalde (Paul Ricard, Spa, Siverstone en Österreichring). Het was de eerste bolide die Renault bouwde met een carbon chassis; In 198 kwam hij slechts twee punten tekort om wereldkampioen te worden. Op de foto vn 1977 herkennen we Jabouille Jean-Pierre Jabouille (vierde van rechts), naast François Castaing (met trui), technisch directeur van Renault-Sport, Viry-Châtillon, verantwoordelijke voor chassisontwikkeling van de éénzitter en Gérard Larrousse (in maatpak) en destijds grote baas bij Renault-Sport. De RS01 werd aangedreven door een Renault-Gordini V6 turbomotor met een cilinderinhoud van 1.500 cc. Deze motor leverde meer vermogen dan de atmosferische V8 Cosworth-motor die in de meeste andere F1-bolides werd gebruikt. Aanvankelijk kampte de motor met betrouwbaarheidsproblemen en ook de reactietijd van de turbo was problematisch. (Belga)