Kan ‘autorenovatie’ het verbruik drukken?

Om brandstofverbruik te drukken, bestaan er technische ingrepen voor bestaande auto's. © GF
Gert Verhoeven journalist

Huizen horen gerenoveerd te worden om minder energie te verbruiken, maar voor onze auto’s kiezen we bij vervanging ‘default’ voor een nieuwe wagen.

Een nieuwe wagen voldoet aan de strengste euronorm, is welkom in elke lage-emissiezone en zal minder verbruiken dan een bestaand exemplaar. Men kan zich echter afvragen wat de CO2-impact is van het verwerken van een bestaande auto – die het einde van zijn levenscyclus nog niet heeft bereikt – en het bouwen van een vervanger.

Voor heel wat voertuigen die vandaag in ons wagenpark zitten, geldt dat de helft van hun CO2-voetafdruk (van fabricage tot recyclage) wordt gerealiseerd nog voor de wagen één kilometer heeft gereden. Met dat in het achterhoofd, lijkt het niet onverstandig om voertuigen hun volledige levenscyclus te laten afwerken. Deze denkpiste wordt nog versterkt door enerzijds de schaarste en anderzijds de aanzienlijke prijsstijgingen op de nieuwmarkt.

Eerder dit jaar startte autosupermarkt Cardoen overigens met het ‘refurbishen’ van tweedehandswagens waarbij belangrijke voor slijtage vatbare onderdelen van iets oudere occasiewagens worden vervangen zodat deze voertuigen mogelijk tot tien jaar garantie genieten. In dit soort circulair model zou men ook de energieprestaties van bestaande voertuigen kunnen optimaliseren naar analogie met ons vastgoedpatrimonium.

Rolweerstand

Rijstijl en correct onderhoud zijn bepalend voor het brandstofverbruik van een auto, maar er bestaan ook technische ingrepen om het verbruik te drukken. Eentje daarvan is chiptuning, een techniek die vandaag vaak wordt toegepast voor bedrijfsvoertuigen (bestelwagens). Door het motorbeheer softwarematig te sturen, wordt de laaddruk van de turbo vaak direct of indirect beïnvloed. Dat resulteert in meer vermogen maar vooral extra motorkoppel (Nm) bij lagere toerentallen waardoor bij dezelfde rijstijl het verbruik en de CO2-emissie gaan dalen.

Verder kan men het verbruik van een wagen optimaliseren door ecobanden te monteren met een lagere rolweerstand. De voorbije jaren boekten bandenproducenten belangrijke vooruitgang op dit vlak. Soms kan een smallere bandenmaat eveneens verbruikswinst opleveren.

Tot slot zien we in de autosector – net als in onze woonkamer – een vervangmarkt voor ledverlichting ontstaan met lampen die tot 80 % minder energie verbruiken dan klassieke gloeilampen. Voor dergelijke ecomodificaties bestaat vaak nog geen wettelijk kader, maar een energiecrisis zoals we die nu beleven zou een katalysator kunnen zijn voor dit administratieve proces. Het besparingspotentieel op korte termijn voor het bestaande wagenpark is immers aanzienlijk.

Partner Content