Waar oorlogen goed voor zijn. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verdient de Italiaanse pompenfabrikant Nicola Romeo grof geld aan opdrachten voor het leger waarmee hij de overname kan financieren van de failliete Anonima Lombarda Fabbrica Automobili (Alfa). Die is in 1910 opgericht door de Franse autoconstructeur Alexandre Darracq maar verkeert al snel in geldnood. Alfa is de eerste letter van het Italiaanse alfabet maar verwijst in dit specifiek geval naar de regio Lombardije waar de fabriek is gehuisvest.
...

Waar oorlogen goed voor zijn. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verdient de Italiaanse pompenfabrikant Nicola Romeo grof geld aan opdrachten voor het leger waarmee hij de overname kan financieren van de failliete Anonima Lombarda Fabbrica Automobili (Alfa). Die is in 1910 opgericht door de Franse autoconstructeur Alexandre Darracq maar verkeert al snel in geldnood. Alfa is de eerste letter van het Italiaanse alfabet maar verwijst in dit specifiek geval naar de regio Lombardije waar de fabriek is gehuisvest. Vanaf 1918 verandert Nicola Romeo het geweer van schouder en gaat voor eigen rekening exclusieve sportwagens bouwen. Dat verklaart de aanwezigheid van zijn familienaam in de merknaam. Om Alfa Romeo snel naambekendheid te bezorgen, laat hij het merk deelnemen aan autoraces met de jonge piloot Enzo Ferrari aan het stuur. Die toont zich zowel op als naast het circuit een crack en werkt zich snel op tot sportief directeur van de autosportafdeling van Alfa Romeo die zijn naam draagt. Bij de Scuderia Ferrari omringt hij zich met bekwame vakmensen zoals Vittorio Jano, de ontwerper van de legendarische Alfa-modellen P2 en Tipo B. Die winnen in de jaren twintig en dertig de ene race na de andere en zijn nu een fortuin waard. In de nasleep van de beurscrash van 1929 raakt Alfa Romeo toenemend in financiële moeilijkheden. Wanneer in 1933 de banken ermee dreigen de geldkraan toe te draaien, schiet de Italiaanse regering ter hulp. Alfa Romeo wordt genationaliseerd en ondergebracht bij IRI, het Instituut voor Industriële Wederopbouw. Van de nieuwe bazen moet het automerk zich meer toeleggen op de serieproductie van sportieve straatauto's. Enzo Ferrari voelt de bui hangen en keert in 1939 Alfa Romeo de rug toe om werk te maken van een eigen automerk dat tot op vandaag tot de verbeelding spreekt.Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden de autoproductie alsook alle autosportactiviteiten on hold gezet. Nadat het oorlogspuin is geruimd neemt Alfa Romeo een vliegende herstart. In 1950 wint Alfa-piloot Giuseppe Farina in Silverstone de eerste officiële Formule 1 Grote Prijs én in datzelfde jaar loopt de Alfa 1900 van de band, de voorloper van een lange reeks sportieve en sierlijke coupés, cabrio's en sedans met welluidende namen als Spider Duetto, 33 Stradale, Montreal en Alfasud. Die dragen de signatuur van bekende Italiaanse designers zoals Bertone, Pininfarina en Zagato. In 1960 wordt in Arese een nieuwe fabriek in gebruik genomen voor de productie van de nieuwe Giulia. Vanaf de jaren 80 wordt duidelijk dat Alfa Romeo niet kan overleven als zelfstandig automerk, te klein het aanbod aan modellen en te groot de schuldenberg. In 1986 gaat de regering op zoek naar een kandidaat-koper. Ford toont appetijt maar stuit op een veto van de schatrijke ondernemersfamilie Agnelli. Die is eigenaar van Fiat en wil kost wat kost voorkomen dat Alfa Romeo in handen komt van een buitenlandse concurrent. De Agnelli's halen hun slag thuis, de reddingsoperatie zorgt ervoor dat Alfa Romeo blijft bestaan maar heeft verregaande consequenties op technologisch en strategisch vlak. Belangrijke beslissingen worden niet langer in Milaan genomen maar in Turijn, de thuisstad van Fiat. De modellen- en motorenpolitiek van Alfa wordt ondergeschikt gemaakt aan die van Fiat. Dat houdt in dat de nieuwe Alfa-modellen niet langer op de achterwielen worden aangedreven, wat ten koste gaat van hun agile rijgedrag. Alfa verliest zijn aureool van sportiviteit en originaliteit.Eén keer flakkert de hoop op dat alles goed komt. In 1998 wordt de Alfa 156 van de hand van Walter de Silva verkozen tot Auto van het Jaar, een terechte bekroning omwille van de originaliteit van het model. De sierlijke vierdeurs ziet uit als een coupé. Zijn succes overtreft de stoutste verwachtingen, de wederopstanding van Alfa Romeo lijkt enkel een kwestie van tijd. Lees verder onder de fotoSpijtig genoeg blijft het bij die ene heropflakkering. Fiat blijft vasthouden aan zijn stiefmoederlijke behandeling van Alfa wat ertoe leidt dat heel wat managers, ingenieurs en designers de Italiaanse autogroep de rug toekeren en aan de slag gaan bij Duitse merken. Zij kunnen zich niet terugvinden in de strategische keuzes van de nieuwe Fiat-topman Sergio Marchionne, een Canadese bankier met Italiaanse roots die carte blanche heeft gekregen van de Agnelli's om de verlieslatende autodivisie te saneren, een opdracht die hem op het lijf is geschreven. Hij sluit fabrieken en beknot op de ontwikkeling van nieuwe modellen en innovatieve technologie. Een beslissing met verregaande gevolgen voor de Italiaanse autogroep die in 2009 fusioneert met het noodlijdende Chrysler. Omdat FCA (Fiat Chrysler Automobiles) in de daaropvolgende jaren te weinig nieuwe modellen uitbrengt, kan het niet profiteren van de SUV-boom én mist het de elektrische trein waardoor het niet langer kan concurreren met de Franse, Duitse en Aziatische volumemerken. Om te kunnen overleven, moet FCA op zoek naar een kapitaalkrachtige partner. Marchionne knoopt onderhandelingen aan met meerdere merken maar zijn hautain gedrag zet telkens opnieuw kwaad bloed aan de andere kant van de tafel. Wanneer Marchionne in 2018 plots komt te overlijden, neemt FCA-voorzitter John Elkann de touwtjes in handen. De kleinzoon van Gianni Agnelli vertegenwoordigt de belangen van de familie binnen FCA en onderhoudt vriendschappelijke relaties met de familie Peugeot, mede-eigenaar van de Franse autogroep PSA (Citroën-DS-Peugeot-Opel). De twee ondernemersfamilies zien opportuniteiten in een alliantie en komen snel tot een akkoord, ook over de verdeling van de postjes. John Elkmann wordt voorzitter van Stellantis - de naam van de nieuwe alliantie die begin volgend jaar operationeel wordt - terwijl de dagelijkse leiding in handen komt van PSA-topman Carlos Tavares. Die heeft de zwaar verlieslatende Franse autogroep in enkele jaren tijd gerevitaliseerd en heeft en passant ook Opel van de ondergang heeft gered. De Portugese manager, ex-Renault, staat voor de zware opdracht de verschillende bedrijfsculturen met elkaar te verzoenen en alle neuzen in dezelfde richting te krijgen.Lees verder onder de fotoDat veronderstelt dat de merken een stuk van hun eigenheid opofferen. Zo'n alliantie heeft inderdaad maar zin én kans op slagen als verregaande synergiën ertoe leiden dat de kosten drastisch zinken. Concreet houdt dat in dat alle merken van de nieuwe groep gebruikmaken van dezelfde technologieën, platformen en onderdelen. Vermits PSA technologisch veel verder staat dan FCA houdt dat in dat de toekomstige modellen van Alfa, Fiat en Maserati op een compleet nieuwe leest worden geschoeid en dat opnieuw een stuk Italiaanse merkidentiteit verloren gaat. Dat geldt ook voor de modellen van Chrysler en Jeep, de Amerikaanse poot van FCA. Die heeft de voorbije jaren veel geld in het laatje gebracht. Van Amerikanen is echter geweten dat zij gehecht zijn aan hun eigenheid en van nature uit niet geneigd zijn om in de pas te lopen van Europeanen. Herinner u het fiasco dat Mercedes heeft beleefd met de fusie met Chrysler. Er is dus werk aan de winkel voor Tavares.In eerste instantie zal hij alle geplande nieuwe modellen tegen het licht houden en nagaan of die passen binnen de strategie van Stellantis. Dat geldt tot op zekere hoogte ook voor de merken zelf. Voor Alfa herhaalt de geschiedenis zich. De toekomst van de 110-jarige hangt af van de richting die Tavares inslaat. Kiest hij ervoor de verschillende merken in hun oude glorie te herstellen, naar het voorbeeld van wat de Duitse autogroep Volkswagen met Audi, Seat en Skoda heeft gedaan? Of streeft hij naar de hoogst mogelijke rentabiliteit, ook al gaat die ten koste van de eigenheid van de merken? Van Tavares is geweten dat hij een petrol head is die geregeld zelf achter het stuur van een racewagen kruipt. Zijn voorliefde voor de autosport laat veronderstellen dat hij één of meerdere sportieve merken zal behouden, als een soort uithangbord van Stellantis. Maar dat is niet meer dan een persoonlijke inschatting. Waarbij de vraag rijst welk gewicht het roemrijke verleden en de iconische modellen van Alfa Romeo in dit geval in de weegschaal kunnen/zullen werpen. Vooralsnog laat Tavares niet in zijn kaarten kijken en houdt hij naar eigen zeggen alle opties open. Feit is dat geen enkel ander satellietmerk van FCA of PSA over een vergelijkbare heritage beschikt. Maar volstaat dat om te kunnen overleven in een autowereld in volle transitie? Roem is vergankelijk. Tot nu toe heeft Alfa Romeo wereldoorlogen, economische recessies en paleisrevoluties overleefd, het is mijn hoop dat de geschiedenis zich ook in dit opzicht herhaalt en dat de 110-jarige nog een lang en voorspoedig leven tegemoet gaat.