Midden jaren 90 besloot de uiterst charismatische baas van Volkswagen, Ferdinand Piëch, de prestigemerken te tonen dat ook Volkswagen in staat was topklasseproducten te vervaardigen. Dit was de start van het project dat zou leiden tot de Phaeton berline en de W12 coupé. De "superkrachtbron" van deze laatste bestond uit twee samengevoegde VR6-blokken die dezelfde krukas deelden. Dit zeer compacte blok, waarvan de serieproductie was voorzien, zou de W12 Syncro supercar aandrijven, die op het Salon van Tokio 1997 werd onthuld.

Toen ontwikkelde de 5,6 liter-motor 420 pk, terwijl de door Ital Design getekende wagen was uitgerust met een vierwielaandrijving die de naam Syncro 4WD kreeg. Het volgende jaar stelde Volkswagen een roadsterversie van de W12 voor, met dit keer achterwielaandrijving. In 2001 dook dan de ultieme variant op: de Nardo. De tot 6 liter opgeboorde motor produceerde nu 600 pk en liet de 1.200 kg wegende bolide toe een topsnelheid van 357 km/u te bereiken. Om de kwaliteiten van deze wagen en zijn buitengewone motor aan te tonen besloot Ferdinand Piëch de Nardo te laten rijden op het gelijknamige circuit.

Deze cirkelvormige piste met banking was het ideale testterrein om een snelheidsrecord te vestigen. In 2001 losten vijf piloten, waaronder de Belgen Marc Duez en Jean-François Hemroulle, elkaar af gedurende 24 uur om tegen snelheden tussen 350 en 360 km/u te rijden. De opdracht was reeds geslaagd met een gemiddelde snelheid van 295,24 km/u. Maar in februari 2002 zakte het team nogmaals af naar dezelfde plaats om nog beter te doen, met dit keer 322,891 km/u gemiddeld op het scorebord. Op 24 uur tijd legde de wagen een afstand van 7.740,576 km af en verpulverde daarbij tal van records, waarvan sommige nog steeds stand houden in de statistieken van de FIA.(Belga)

Midden jaren 90 besloot de uiterst charismatische baas van Volkswagen, Ferdinand Piëch, de prestigemerken te tonen dat ook Volkswagen in staat was topklasseproducten te vervaardigen. Dit was de start van het project dat zou leiden tot de Phaeton berline en de W12 coupé. De "superkrachtbron" van deze laatste bestond uit twee samengevoegde VR6-blokken die dezelfde krukas deelden. Dit zeer compacte blok, waarvan de serieproductie was voorzien, zou de W12 Syncro supercar aandrijven, die op het Salon van Tokio 1997 werd onthuld.Toen ontwikkelde de 5,6 liter-motor 420 pk, terwijl de door Ital Design getekende wagen was uitgerust met een vierwielaandrijving die de naam Syncro 4WD kreeg. Het volgende jaar stelde Volkswagen een roadsterversie van de W12 voor, met dit keer achterwielaandrijving. In 2001 dook dan de ultieme variant op: de Nardo. De tot 6 liter opgeboorde motor produceerde nu 600 pk en liet de 1.200 kg wegende bolide toe een topsnelheid van 357 km/u te bereiken. Om de kwaliteiten van deze wagen en zijn buitengewone motor aan te tonen besloot Ferdinand Piëch de Nardo te laten rijden op het gelijknamige circuit.Deze cirkelvormige piste met banking was het ideale testterrein om een snelheidsrecord te vestigen. In 2001 losten vijf piloten, waaronder de Belgen Marc Duez en Jean-François Hemroulle, elkaar af gedurende 24 uur om tegen snelheden tussen 350 en 360 km/u te rijden. De opdracht was reeds geslaagd met een gemiddelde snelheid van 295,24 km/u. Maar in februari 2002 zakte het team nogmaals af naar dezelfde plaats om nog beter te doen, met dit keer 322,891 km/u gemiddeld op het scorebord. Op 24 uur tijd legde de wagen een afstand van 7.740,576 km af en verpulverde daarbij tal van records, waarvan sommige nog steeds stand houden in de statistieken van de FIA.(Belga)