Ben ik een milieuactiviste, neen. Eten wij gezond en doen we thuis aan selectieve afvalsortering, ja. Past binnen mijn denk- en leefwereld een elektrische auto? Ja, waarom niet. De afstand tussen mijn woon- en werkplaats bedraagt nauwelijks enkele kilometers, de bakker, slager en het grootwarenhuis liggen nog korter bij.

Over de actieradius van zo'n elektrische flitser hoeft ik mij in principe dus geen zorgen te maken, maar toch. Hoewel we voor de langere verplaatsingen - lees: vakanties of begrafenissen van verre familieleden - de grote auto van mijn man gebruiken, zegt mijn buikgevoel dat een actieradius van 150 km niet volstaat. Spontaan denk ik aan een autonomie van zo'n 200 km, vraag me niet waarom.

Op de stand van Renault stoot ik op de nieuwe ZOE Z.E.40, mét een krachtigere batterij, zegt de vriendelijke verkoper. Daardoor kan de compacte en futuristisch ogende gezinswagen nu 300 km aan één stuk rijden. De Opel Ampera E doet met 400 km nog een flink stuk beter, hij lijkt mij ook flink wat groter te zijn, of heeft dat te maken met het feit dat-ie op een verhoog staat?

Of ik een woordje uitleg wil? Ja, graag. Word ik daar wijzer van? Ja. Wist ik veel dat een Vlaming die een elektrische auto koopt een financiële tegemoetkoming van 4.000 euro krijgt terwijl een Waal dat niet krijgt. Vreemd land toch waarin wij leven. Alsof de Walen geen recht hebben op gezonde lucht. Koop ik een elektrische auto moet ik ook geen BIV en verkeersbelasting betalen. Voorlopig is stroom ook nog goedkoper dan diesel of benzine.

Elektrisch rijden is dus beter voor mijn portemonnee en het milieu. Van dat laatste is mijn man niet overtuigd. Telkens opnieuw probeert hij mij uit te leggen dat het de ecologische voetafdruk is die telt. Met andere woorden, waar komt onze stroom vandaan, hoe wordt die opgewekt? En wat als iedereen een elektrische auto koopt en die in de stekker steekt? Nu al is er sprake van een stroomtekort, na één dag vrieskou.

Toch besluit ik een testrit te reserveren met de ZOE Z.E.40, bij een Renault-dealer in de buurt. Wie niet waagt, niet wint. Op de terugweg erger ik mij aan het lawaai dat mijn MINI maakt en moet ik een tankstop maken. Thuis opladen zou een stuk gemakkelijker zijn. Op voorwaarde dat niet alle buurtbewoners mijn voorbeeld volgen, want dan komen we zonder stroom te zitten. Dat zou mijn man niet leuk vinden. Ik moet er niet aan denken dat hij door mijn fout een halve minuut offline zou zijn.

Ben ik een milieuactiviste, neen. Eten wij gezond en doen we thuis aan selectieve afvalsortering, ja. Past binnen mijn denk- en leefwereld een elektrische auto? Ja, waarom niet. De afstand tussen mijn woon- en werkplaats bedraagt nauwelijks enkele kilometers, de bakker, slager en het grootwarenhuis liggen nog korter bij. Over de actieradius van zo'n elektrische flitser hoeft ik mij in principe dus geen zorgen te maken, maar toch. Hoewel we voor de langere verplaatsingen - lees: vakanties of begrafenissen van verre familieleden - de grote auto van mijn man gebruiken, zegt mijn buikgevoel dat een actieradius van 150 km niet volstaat. Spontaan denk ik aan een autonomie van zo'n 200 km, vraag me niet waarom. Op de stand van Renault stoot ik op de nieuwe ZOE Z.E.40, mét een krachtigere batterij, zegt de vriendelijke verkoper. Daardoor kan de compacte en futuristisch ogende gezinswagen nu 300 km aan één stuk rijden. De Opel Ampera E doet met 400 km nog een flink stuk beter, hij lijkt mij ook flink wat groter te zijn, of heeft dat te maken met het feit dat-ie op een verhoog staat? Of ik een woordje uitleg wil? Ja, graag. Word ik daar wijzer van? Ja. Wist ik veel dat een Vlaming die een elektrische auto koopt een financiële tegemoetkoming van 4.000 euro krijgt terwijl een Waal dat niet krijgt. Vreemd land toch waarin wij leven. Alsof de Walen geen recht hebben op gezonde lucht. Koop ik een elektrische auto moet ik ook geen BIV en verkeersbelasting betalen. Voorlopig is stroom ook nog goedkoper dan diesel of benzine. Elektrisch rijden is dus beter voor mijn portemonnee en het milieu. Van dat laatste is mijn man niet overtuigd. Telkens opnieuw probeert hij mij uit te leggen dat het de ecologische voetafdruk is die telt. Met andere woorden, waar komt onze stroom vandaan, hoe wordt die opgewekt? En wat als iedereen een elektrische auto koopt en die in de stekker steekt? Nu al is er sprake van een stroomtekort, na één dag vrieskou. Toch besluit ik een testrit te reserveren met de ZOE Z.E.40, bij een Renault-dealer in de buurt. Wie niet waagt, niet wint. Op de terugweg erger ik mij aan het lawaai dat mijn MINI maakt en moet ik een tankstop maken. Thuis opladen zou een stuk gemakkelijker zijn. Op voorwaarde dat niet alle buurtbewoners mijn voorbeeld volgen, want dan komen we zonder stroom te zitten. Dat zou mijn man niet leuk vinden. Ik moet er niet aan denken dat hij door mijn fout een halve minuut offline zou zijn.