De opvallende revival van supersportwagens: voor alledaags gebruik maar allesbehalve alledaags

McLaren © /
Urbain Vandormael
Urbain Vandormael Expert autosector. Schrijft op Knack.be wekelijks over nieuwigheden in autoland.

Op uitzondering van Duitsland gelden in de meeste landen ter wereld strenge snelheidsbeperkingen. Desondanks worden auto’s almaar krachtiger én sneller; supersportwagens met topsnelheden van boven de 300 km/u beleven een opvallende revival. Op zoek naar een verklaring kropen we achter het stuur van een McLaren 570S, Audi R8 V10 Plus en AMG GT.

Piloot en teameigenaar in één persoon

De Nieuw-Zeelander Bruce McLaren was een geval apart. Op 21-jarige leeftijd debuteerde hij in 1958 in de Formule 1, tien jaar later vierde hij op de omloop van Francorchamps de eerste zege van zijn eigen team. Piloot én teameigenaar in één persoon, het blijft op dit niveau een zeldzame combinatie. Zoals zo vaak in de racerij was de gedreven selfmade man geen lang leven beschoren, op 2 juni 1970 verongelukte hij aan het stuur van een Can-Am op het circuit van Goodwood (GB).

Ook na zijn dood bleef het McLaren-team actief in de Formule 1 en behaalde in 1974 de wereldtitel bij zowel de rijders als constructeurs. Twee jaar later behaalde wildebras James Hunt met een McLaren zijn eerste en enige wereldtitel in de koningsklasse van de autosport. Er volgden weliswaar nog drie overwinningen voor voornoemde combinatie maar het verval van het team had zich ingezet.

Lewis Hamilton, intussen bij Mercedes
Lewis Hamilton, intussen bij Mercedes© Reuters

De kentering ten gunste kwam er in 1981 door toedoen van de nobele onbekende Ron Dennis – van beroep automekanieker bij het Cooper Formula One Racing Team van de betreurde Jochen Rindt. Op zijn 34ste hield Ron Dennis de job als automonteur voor bekeken en verwierf op een listige manier de meerderheid van de aandelen van het zieltogende McLaren-team. In geen tijd zette hij orde op zaken, maakte van McLaren hét toonaangevende team in de Formule 1 van de voorbije drie decennia en kroonde achtereenvolgens Prost, Lauda, Hakkinen, Senna, Button en Hamilton tot wereldkampioen. Hij slaagde erin om naast de beste rijders ook de beste motorenleveranciers en ingenieurs rond zich te verzamelen en toch baas in eigen huis te blijven.

Na 2008 ging het plots bergaf met McLaren; het team werd veroordeeld tot een boete van 100 miljoen dollar voor het ontvreemden van vertrouwelijke Ferrari-gegevens en Ron Dennis werd door de F 1-instanties tot persona non grata verklaard. Een slag in het gezicht van de hardvochtige manager die van niemand tegenspraak duldt en zichzelf geniale eigenschappen toedicht.

Ultieme sportwagen voor bemiddelde burgers

Vooruitziend is hij zonder twijfel. Lang voordat hij met zachte hand naar de uitgang van de Formule 1 werd geleid, had hij zijn bedrijf in Woking immers uitgebreid met een afdeling die supersportauto’s voor de openbare weg bouwde. Dat zat zo. In 1987 gaf hij de opdracht aan Gordon Murray een ‘ultieme sportwagen voor bemiddelde burgers’ te ontwerpen – kostprijs niet belangrijk. De Australiër die bekendheid had verworven als designer van het McLaren F 1-team ontwierp in geen tijd de McLaren F1, een futuristisch gevaarte met een topsnelheid van 391 km/u én een prijskaartje van 1 miljoen dollar. De McLaren F1 was meteen de snelste straatauto ter wereld. Dat je daarmee ook op tijd moet kunnen remmen, dat ondervond Rowan Atkinson, alias mister Bean. Die overleefde als bij wonder een zware crash met zijn duur speelgoedje, te vergelijken met wat McLaren-piloot Alfonso Alonso afgelopen zondag in Melbourne overkwam.

Racewagen voor alledag ?

Later, van 2003 tot 2007, zou McLaren Cars in samenwerking met Mercedes ook nog de imposante SLR bouwen. Ondertussen bestaat het gamma uit drie reeksen: Sport Series (540 C, 570 S en 570 GT), Super Series (650S, 650S Spider, 675LT en 675LT Spider) en tenslotte de Ultimate Series (P1 en P1 GTR). De cijferwoorden verwijzen naar het aantal pk’s van de V8 Twinturbomotoren.

De opvallende revival van supersportwagens: voor alledaags gebruik maar allesbehalve alledaags
© /

De nieuwe modellen – elk jaar eentje – worden in eigen regie ontwikkeld en gebouwd in de gloednieuwe fabriek in het Engelse Woking, inclusief alle onderdelen. Bekijk – of bewonder je – een McLaren van kortbij, dan zie je dat die de signatuur draagt van designers en ingenieurs die hun strepen in de F 1 hebben verdiend. Elk onderdeel, elk detail staat in het teken van efficiëntie en gewichtsbesparing. De wagens zijn opgebouwd uit composietmaterialen en carbon, ultralicht én peperduur. McLaren introduceerde in de jaren tachtig als eerste carbon in de Formule 1 en gebruikt koolstofvezels nu dus ook voor zijn straatversies.

Voor een testrit over meerdere dagen stelde McLaren-invoerder Group Ginion de 570S Coupé ter beschikking, met een basisprijs van 184.750 euro de op één na goedkoopste McLaren. De lichtgewicht (1.313 kg) is afgeleid van de 650S uit 2014 die exact 100 pk extra puurt uit de 3.8 liter V8 Twinturbomotor en 50.000 euro duurder is. Bespaar je die meeruitgave want de verschillen in optrek- en topsnelheid zijn echt minimaal: de 570S trekt op in 3,2 seconden van 0 tot 100 km/u en in 9,5 seconden van 0 tot 200 km/u. De topsnelheid bedraagt 328 km/u. Dat zijn duizelingwekkende cijfers die tot op een tiende van een seconde vergelijkbaar zijn met die van een paar Italiaanse en Duitse supersportwagens. Het verschil met zijn directe concurrenten zit hem in de beleving. De ontplooiing van de trekkracht voelt minder brutaal aan, de 570S blijft in alle omstandigheden perfect beheersbaar. Ondanks dat hij op de achterwielen wordt aangedreven, kleeft hij aan de weg en accelereert hij als een pijl uit een boog. Zonder de minste vertraging of hapering. Bij de ontwikkeling is gebruikgemaakt van de technologie en ervaring uit de Formule 1. Op een nat wegdek is het echter oppassen geblazen en geef ik de voorkeur aan vierwielaandrijving. Maar die zorgt er bij de Audi R8 V10 Plus dan weer voor dat het gewicht en verbruik de hoogte ingaan. Het gemiddeld verbruik van de 570S bedraagt overigens ‘maar’ 11,3 l/100 km. Maar geef je de McLaren de sporen, dan loopt dat snel op tot 16 à 18 l/100 km.

De opvallende revival van supersportwagens: voor alledaags gebruik maar allesbehalve alledaags
© /

Het valt op hoe efficiënt de elektronische hulpsystemen bijdragen aan een veilig rijgedrag. Via twee draaiknoppen op de middenconsole kunnen voor de handling (H) en powertrain (P) drie verschillende standen (N, S, T) worden geselecteerd, die het karakter en gedrag van de auto meteen compleet veranderen. Van een comfortabele coupé transformeert de 570S zich in een racewagen die bliksemsnel maar precies op elk commando reageert, en daarom enkel met een geoefende hand in toom kan gehouden worden. Vanaf dit moment hoort de 570S in feite niet meer thuis op de openbare weg maar op een racecircuit en gaat hij ook voorbij aan het initieel opzet. Volgens Stéphane Sertang (CEO Group Ginion) is de 570S Coupé immers bedoeld als een gebruiksvriendelijke sportwagen voor alledaags gebruik, vandaar de extra comfortvoorzieningen, zonder afbreuk te doen aan het pure rijplezier en sportieve prestaties. Schakelen kan trouwens zowel manueel als automatisch (7-traps SST met dubbele koppeling), het opschakelen geschiedt bliksemsnel en in één ruk. De zitpositie en ergonomie binnenin zijn gewoon perfect, het uitzicht naar voor en achter uitstekend. Het in- en uitstappen vergt enige gewenning, maar verloopt makkelijker dan bijvoorbeeld bij de 650S die hier vorig jaar de revue passeerde.

Perfectie tot in het kleinste detail

Wie koopt nu zo’n auto? Stéphane Sertang (CEO Group Ginion): “De bekendheid en interesse voor het merk McLaren en de verschillende modellen zijn sterk toegenomen. Wie zijn onze klanten? Dat zijn mensen die gedreven zijn door passie maar zich terzelfdertijd zeer rationeel gedragen in hun denken en handelen, die de perfectie nastreven in alles wat ze doen en oog hebben voor elk detail. In feite komt hun ingesteldheid overeen met de McLaren-filosofie. Daar komt bij dat de 570S tegen een zeer competitieve prijs wordt aangeboden, per slot van rekening hebben we hier te maken met een technologisch hoogstaand product wiens DNA refereert naar de Formule 1 en garant staat voor innovatie, kwaliteit én betrouwbaarheid.”

Een 570S bestempelen als een racewagen voor alledag lijkt mij overdreven. De kofferruimte bijvoorbeeld is klein, de kanteldeuren ogen spectaculair maar zijn bijzonder onpraktisch, het is ook onmogelijk om vanuit de wagen met je hand de betaalpaal van de parkeergarage te toucheren. En hoe moet dat aan de betaalterminal op de Franse of Italiaanse autowegen? Ook de bediening van de elektrische zetelverstelling is voor verbetering vatbaar. Inderdaad, niks is zo goed dat het niet kan verbeterd worden. Of dat ook geldt voor de Audi R8 V10 Plus lees je hier volgende week.

Partner Content