Na de lancering van de SM, toonde Citroën in 1970 ook de GS op het salon van Parijs als één van de belangrijke nieuwigheden. Het model werd een jaar later zelfs Europees Car of the Year. Tussen 1970 en 1987 zouden er ruim 2,5 miljoen exemplaren van (GS en GSA) worden gebouwd. De GS was een middenklasse auto (4,12 m lang, 1,60 m breed, 1,34 m hoog, 900 kg leeggewicht) met vijf zitplaatsen die werd aangedreven door een 1.015 cc (later 1.220 cc) viercilinder die voor de vooras werd gemonteerd. Deze lay-out zou 2 jaar later door Alfa Romeo worden overgenomen voor de Alfasud.

De GS werd gebouwd in de fabriek van Rennes-la-Janais in Bretagne (Frankrijk) en werd uitgerust met een hydropneumatische ophanging die hij van de DS had geërfd, wat hem een opmerkelijk comfort en een al even uitzonderlijke wegligging opleverde. Andere kenmerken maakten hem tot een model dat zijn tijd ver vooruit was zoal het remsysteem met 4 schijfremmen of de 465-liter bagageruimte (710 voor de breakversie). De GS had ook enkele originele kenmerken: de handrem centraal op het dashboard en een snelheidsmeter die in een soort vergrootglas draait. Door de lange productieperiode, kennen we diverse koetswerkvormen (break, grote restyling naar de GSA met de komst van een achterklep) en tal van mechanische oplossingen zoals de 5-versnellingsbak, de semi-automatische C-Matic transmissie met 3 versnellingen en er werd gedurende korte tijd zelfs tijdelijk een "birotor" wankelmotor aangeboden. Daarvan werden slechts 847 exemplaren gebouwd tussen 1973 en 1975.

De GS en GSA waren vooral comfortabel en aerodynamisch, want krachtige motorisaties werden nooit voorzien. De GS bood nooit meer dan 65 pk, maar de wegligging was zeer efficiënt. Anderzijds voelde je nooit aan waar de grens van de wagen lag. Monteurs uit die periode waren niet te spreken over de complexiteit van de gebruikte technologieën.(Belga)

Na de lancering van de SM, toonde Citroën in 1970 ook de GS op het salon van Parijs als één van de belangrijke nieuwigheden. Het model werd een jaar later zelfs Europees Car of the Year. Tussen 1970 en 1987 zouden er ruim 2,5 miljoen exemplaren van (GS en GSA) worden gebouwd. De GS was een middenklasse auto (4,12 m lang, 1,60 m breed, 1,34 m hoog, 900 kg leeggewicht) met vijf zitplaatsen die werd aangedreven door een 1.015 cc (later 1.220 cc) viercilinder die voor de vooras werd gemonteerd. Deze lay-out zou 2 jaar later door Alfa Romeo worden overgenomen voor de Alfasud.De GS werd gebouwd in de fabriek van Rennes-la-Janais in Bretagne (Frankrijk) en werd uitgerust met een hydropneumatische ophanging die hij van de DS had geërfd, wat hem een opmerkelijk comfort en een al even uitzonderlijke wegligging opleverde. Andere kenmerken maakten hem tot een model dat zijn tijd ver vooruit was zoal het remsysteem met 4 schijfremmen of de 465-liter bagageruimte (710 voor de breakversie). De GS had ook enkele originele kenmerken: de handrem centraal op het dashboard en een snelheidsmeter die in een soort vergrootglas draait. Door de lange productieperiode, kennen we diverse koetswerkvormen (break, grote restyling naar de GSA met de komst van een achterklep) en tal van mechanische oplossingen zoals de 5-versnellingsbak, de semi-automatische C-Matic transmissie met 3 versnellingen en er werd gedurende korte tijd zelfs tijdelijk een "birotor" wankelmotor aangeboden. Daarvan werden slechts 847 exemplaren gebouwd tussen 1973 en 1975.De GS en GSA waren vooral comfortabel en aerodynamisch, want krachtige motorisaties werden nooit voorzien. De GS bood nooit meer dan 65 pk, maar de wegligging was zeer efficiënt. Anderzijds voelde je nooit aan waar de grens van de wagen lag. Monteurs uit die periode waren niet te spreken over de complexiteit van de gebruikte technologieën.(Belga)