De Eerste Wereldoorlog liep ten einde toen de broers Walter Owen en Horace Millner Bentley besloten om niet langer auto's van het Franse merk Doriot, Flandrin & Parant te verkopen - de kwaliteit beantwoordde niet aan de hoge verwachtingen van hun gefortuneerde klanten. Walter Owen richtte op 18 januari 1919 zijn eigen automerk op. Amper negen maanden later presenteerde hij een eerste ontwerp maar het zou duren tot september 1921 voor de eerste Bentley van de band rolde, met als blikvanger een benzinemotor met vier kleppen per cilinder. Die opende de deur naar de autosport, tussen 1927 en 1931 won Bentley vier keer op rij de 24 Uren van Le Mans.

De zege in 1931 was meteen het laatste grote wapenfeit van Bentley onder de regie van de founding father. Door de Amerikaanse beurscrash van 1929 was het Britse automerk in financiële moeilijkheden geraakt en in 1931 verkocht W.O. Bentley zijn bedrijf voor 125.000 pond aan de British Central Equitable Trust. Achteraf zou blijken dat die als stroman was opgetreden voor Rolls-Royce Limited, bekend van zijn vliegtuigmotoren en het gelijknamige automerk. De nieuwe eigenaar gaf opdracht om van Bentley een sportieve variant van Rolls-Royce te maken. Tot 2004 verschilden de modellen van Rolls-Royce en Bentley nauwelijks van elkaar hoewel ze op een verschillend doelpubliek focusten. Alleen de motoren werden aangepast.

De eigenaar van een Bentley neemt meestal achteraan rechts plaats, maar er zelf mee rijden is allesbehalve een straf.

Graaf verwikkeld in vechtscheiding

In 1973 bracht Rolls-Royce Limited zijn autodivisie onder in een aparte onderneming maar het bleef wel eigenaar van het logo en de merknaam. In 1998, bij de verkoop van Rolls-Royce Motors, kwam het hierover tot een hoogoplopende ruzie tussen BMW en Volkswagen. Graaf Paul Buysse, de toenmalige ceo van de zwaar verlieslatende industriereus Vickers, herinnert zich die strijd nog levendig. 'Ik was binnengehaald om orde op zaken te stellen. Toen ik de dramatische balanscijfers onder ogen kreeg, zag ik geen andere uitweg dan een aantal dochterbedrijven te verkopen, waaronder ook Rolls-Royce Motors. Dat was sinds 1980 eigendom van Vickers maar had buiten een berg onbetaalde rekeningen weinig meer te bieden dan zijn naam én Bentley, maar ook dat was op sterven na dood.'

'Ik kreeg te horen dat er verkennende gesprekken liepen met BMW dat vijf jaar voordien Rover had gekocht. De onderhandelingen schoten echter niet op en dus voerde ik de druk op, wat resulteerde in een bod van 340 miljoen pond. Bijna gelijktijdig kreeg ik een telefoontje van Volkswagen-topman Ferdinand Piëch met het verzoek mij te ontmoeten. Dat gesprek onder vier ogen vond plaats op een zondagavond in de Savoy in Londen. Ik verwachtte mij aan keiharde onderhandelingen maar het tegendeel gebeurde: Piëch legde vrij snel een overnamebod van 430 miljoen pond op tafel. Ik weet nog altijd niet wat hem toen bezielde. Pas 's anderendaags drong het tot hem door dat Volkswagen enkel de schulden van Rolls-Royce Motors had overgenomen. Het logo en de merknaam behoorden immers oorspronkelijk toe aan Rolls-Royce Limited maar waren even voordien doorverkocht aan BMW. Dit moet een van de zwartste dagen uit de carrière van Piëch zijn geweest.'

Er volgde een bitsige juridische strijd tussen BMW en Volkswagen die eindigde in een compromis: BMW werd eigenaar van Rolls-Royce en Volkswagen moest zich tevredenstellen met Bentley.

Engels vakmanschap is meesterschap

Het siert Piëch dat hij achteraf de grote middelen inzette om Bentley uit de schaduw van Rolls-Royce te halen, inbegrepen een gloednieuwe fabriek in Crewe. Daar rolt intussen de derde generatie Flying Spur First Edition van de band, een aristocratische schoonheid van 5,3 meter lengte die het verdwijnen van de Mulsanne uit het gamma moet doen vergeten.

De Bentley Flying Spur staat op het chassis van de Porsche Panamera en gebruikt ook onderdelen en technologische toepassingen van het sportwagenmerk, samen maken ze deel uit van de grote Duitse autogroep Volkswagen. Het nieuwe vlaggenschip wordt aangedreven door een 6 liter W12 met twee turbo's (635 pk en 900 Nm) die vleugels geeft aan de bijna 2,5 ton zware Bentley: van 0 naar 100 km/u in 3,8 seconden en een topsnelheid van 333 km/u. Deze duizelingwekkende en ronduit beangstigende prestaties staan haaks op de perceptie van een hedendaagse Bentley. Die straalt in de eerste plaats luxe en prestige uit, een aristocratische verschijning maar minder polariserend dan een Rolls-Royce. En een geschatte 100.000 euro minder duur.

Wie zich een Bentley Flying Spur First Edition kan veroorloven, ligt daar niet wakker van. Het heeft meer te maken met a way of life. Meermaals rijdt de eigenaar van een Bentley niet zelf, maar neemt hij achteraan rechts plaats, de voorbehouden positie voor excellenties, celebrities en miljonairs van alle slag. Waar hij verkeert in een bijzonder luxueus interieur met hoogwaardige materialen en een afwerking van het allerhoogste niveau. Engels vakmanschap is meesterschap.

Instapprijs: 180.400euro

Zelf rijden met een Bentley Flying Spur is overigens geen straf. Power in overvloed, vierwielaandrijving en vierwielsturing in combinatie met de modernste rijhulpsystemen zorgen voor een uitstekende tractie, veilig rijgedrag en verrassend grote wendbaarheid - de draaicirkel bedraagt amper 11,05 meter. De hoogtechnologische luchtvering met drie kamers garandeert een hoog rijcomfort, maar niet op onze kaduke Vlaamse wegen. Dat kan een Rolls-Royce beter. Een tweede minpunt: door de dikke A-stijl ontstaan dode hoeken waardoor je als bestuurder andere verkeersdeelnemers niet of te laat opmerkt.

Lof is er voor het configureerbaar instrumentenbord met als blikvanger een zogenaamde Rotating Display dat zich in twee standen horizontaal om zijn as draait en waarmee je alle voertuigfuncties alsook het navigatie- en infotainmentsysteem bedient. De zetels met meerdere massagefuncties zijn gewoon zalig. Dat mag ook wel voor een auto met een instapprijs van 180.400 euro. De First Edition kost 50.000 euro extra.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

De Eerste Wereldoorlog liep ten einde toen de broers Walter Owen en Horace Millner Bentley besloten om niet langer auto's van het Franse merk Doriot, Flandrin & Parant te verkopen - de kwaliteit beantwoordde niet aan de hoge verwachtingen van hun gefortuneerde klanten. Walter Owen richtte op 18 januari 1919 zijn eigen automerk op. Amper negen maanden later presenteerde hij een eerste ontwerp maar het zou duren tot september 1921 voor de eerste Bentley van de band rolde, met als blikvanger een benzinemotor met vier kleppen per cilinder. Die opende de deur naar de autosport, tussen 1927 en 1931 won Bentley vier keer op rij de 24 Uren van Le Mans. De zege in 1931 was meteen het laatste grote wapenfeit van Bentley onder de regie van de founding father. Door de Amerikaanse beurscrash van 1929 was het Britse automerk in financiële moeilijkheden geraakt en in 1931 verkocht W.O. Bentley zijn bedrijf voor 125.000 pond aan de British Central Equitable Trust. Achteraf zou blijken dat die als stroman was opgetreden voor Rolls-Royce Limited, bekend van zijn vliegtuigmotoren en het gelijknamige automerk. De nieuwe eigenaar gaf opdracht om van Bentley een sportieve variant van Rolls-Royce te maken. Tot 2004 verschilden de modellen van Rolls-Royce en Bentley nauwelijks van elkaar hoewel ze op een verschillend doelpubliek focusten. Alleen de motoren werden aangepast. In 1973 bracht Rolls-Royce Limited zijn autodivisie onder in een aparte onderneming maar het bleef wel eigenaar van het logo en de merknaam. In 1998, bij de verkoop van Rolls-Royce Motors, kwam het hierover tot een hoogoplopende ruzie tussen BMW en Volkswagen. Graaf Paul Buysse, de toenmalige ceo van de zwaar verlieslatende industriereus Vickers, herinnert zich die strijd nog levendig. 'Ik was binnengehaald om orde op zaken te stellen. Toen ik de dramatische balanscijfers onder ogen kreeg, zag ik geen andere uitweg dan een aantal dochterbedrijven te verkopen, waaronder ook Rolls-Royce Motors. Dat was sinds 1980 eigendom van Vickers maar had buiten een berg onbetaalde rekeningen weinig meer te bieden dan zijn naam én Bentley, maar ook dat was op sterven na dood.' 'Ik kreeg te horen dat er verkennende gesprekken liepen met BMW dat vijf jaar voordien Rover had gekocht. De onderhandelingen schoten echter niet op en dus voerde ik de druk op, wat resulteerde in een bod van 340 miljoen pond. Bijna gelijktijdig kreeg ik een telefoontje van Volkswagen-topman Ferdinand Piëch met het verzoek mij te ontmoeten. Dat gesprek onder vier ogen vond plaats op een zondagavond in de Savoy in Londen. Ik verwachtte mij aan keiharde onderhandelingen maar het tegendeel gebeurde: Piëch legde vrij snel een overnamebod van 430 miljoen pond op tafel. Ik weet nog altijd niet wat hem toen bezielde. Pas 's anderendaags drong het tot hem door dat Volkswagen enkel de schulden van Rolls-Royce Motors had overgenomen. Het logo en de merknaam behoorden immers oorspronkelijk toe aan Rolls-Royce Limited maar waren even voordien doorverkocht aan BMW. Dit moet een van de zwartste dagen uit de carrière van Piëch zijn geweest.' Er volgde een bitsige juridische strijd tussen BMW en Volkswagen die eindigde in een compromis: BMW werd eigenaar van Rolls-Royce en Volkswagen moest zich tevredenstellen met Bentley. Het siert Piëch dat hij achteraf de grote middelen inzette om Bentley uit de schaduw van Rolls-Royce te halen, inbegrepen een gloednieuwe fabriek in Crewe. Daar rolt intussen de derde generatie Flying Spur First Edition van de band, een aristocratische schoonheid van 5,3 meter lengte die het verdwijnen van de Mulsanne uit het gamma moet doen vergeten. De Bentley Flying Spur staat op het chassis van de Porsche Panamera en gebruikt ook onderdelen en technologische toepassingen van het sportwagenmerk, samen maken ze deel uit van de grote Duitse autogroep Volkswagen. Het nieuwe vlaggenschip wordt aangedreven door een 6 liter W12 met twee turbo's (635 pk en 900 Nm) die vleugels geeft aan de bijna 2,5 ton zware Bentley: van 0 naar 100 km/u in 3,8 seconden en een topsnelheid van 333 km/u. Deze duizelingwekkende en ronduit beangstigende prestaties staan haaks op de perceptie van een hedendaagse Bentley. Die straalt in de eerste plaats luxe en prestige uit, een aristocratische verschijning maar minder polariserend dan een Rolls-Royce. En een geschatte 100.000 euro minder duur. Wie zich een Bentley Flying Spur First Edition kan veroorloven, ligt daar niet wakker van. Het heeft meer te maken met a way of life. Meermaals rijdt de eigenaar van een Bentley niet zelf, maar neemt hij achteraan rechts plaats, de voorbehouden positie voor excellenties, celebrities en miljonairs van alle slag. Waar hij verkeert in een bijzonder luxueus interieur met hoogwaardige materialen en een afwerking van het allerhoogste niveau. Engels vakmanschap is meesterschap. Zelf rijden met een Bentley Flying Spur is overigens geen straf. Power in overvloed, vierwielaandrijving en vierwielsturing in combinatie met de modernste rijhulpsystemen zorgen voor een uitstekende tractie, veilig rijgedrag en verrassend grote wendbaarheid - de draaicirkel bedraagt amper 11,05 meter. De hoogtechnologische luchtvering met drie kamers garandeert een hoog rijcomfort, maar niet op onze kaduke Vlaamse wegen. Dat kan een Rolls-Royce beter. Een tweede minpunt: door de dikke A-stijl ontstaan dode hoeken waardoor je als bestuurder andere verkeersdeelnemers niet of te laat opmerkt. Lof is er voor het configureerbaar instrumentenbord met als blikvanger een zogenaamde Rotating Display dat zich in twee standen horizontaal om zijn as draait en waarmee je alle voertuigfuncties alsook het navigatie- en infotainmentsysteem bedient. De zetels met meerdere massagefuncties zijn gewoon zalig. Dat mag ook wel voor een auto met een instapprijs van 180.400 euro. De First Edition kost 50.000 euro extra.