Alle hens aan dek in Belgische OCMW’s: ‘We maken lange dagen, maar niemand klaagt’

Oekraïense vluchtelingen, opgevangen door het Brugse OCMW. 'Als OCMW strompelen we van crisis naar crisis: corona, energie en nu de vluchtelingen.' © FRANKY VERDICKT

In de Oekraïense vluchtelingencrisis moeten alle beleidsniveaus vol aan de bak, maar de grootste druk ligt bij de lokale besturen. Knack peilde de temperatuur bij het OCMW van Brugge. ‘De lat ligt hoog om Oekraïners te mogen opvangen.’

Je kunt als oorlogsvluchteling op slechtere plekken belanden dan het psychiatrisch ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw in Brugge. Het is er groen en rustig, Bruggelingen strekken er de benen alsof het geen ziekenhuis maar een park is. Op 14 maart arriveerden hier de eerste Oekraïners. Intussen verblijven ze met 35 in gebouw J, dat er op deze zonovergoten middag uitgestorven bijligt. Sommige gasten zijn op verkenning naar de oude stad, waarvan de toeristische reputatie zelfs in hun verre thuisland vaag bekend is. Anderen zijn gaan shoppen naar de Lidl in de buurt, de hard discounter die er in België identiek uitziet als in Oekraïne.

‘Ze hebben allemaal een eigen kamer met sanitair’, zegt Veerle Van Vynckt, directeur Sociale Dienst van het OCMW. ‘De locatie komt als een geschenk uit de hemel. Het gebouw stond leeg en zou na aanpassingen een nieuwe afdeling van het ziekenhuis worden, maar de directie heeft die plannen na onze oproep meteen op de lange baan geschoven. Ondertussen is het volzet, maar we werken tegen de klok om meer collectieve faciliteiten te openen. Gelukkig kunnen we putten uit ons rijke religieuze patrimonium. We zijn bezig in het kapucijnenklooster en het karmelietenklooster. Er komen zelfs vluchtelingen in vijf godshuizen.’

125 collectieve opvangplaatsen is het streefdoel tegen eind maart. Dat zal niet volstaan, beseft Van Vynckt. OCMW Brugge is deze week dan ook begonnen met het toeleiden naar particuliere opvang. ‘Kandidaten genoeg’, zegt Van Vynckt. ‘250 Bruggelingen hebben zich opgegeven om Oekraïners op te vangen. Hartverwarmend, maar we maken er selectief gebruik van. De lat ligt hoog, opvang moet voor minstens drie maanden kunnen, en voor ten minste vier personen. Onze maatschappelijke werkers checken vooraf alle kandidaten om na te gaan of de aangeboden plaatsen aan de vereisten voldoen. En om zeker te zijn dat de aanbieders goed nagedacht hebben over alle gevolgen van hun engagement.’

Energiecrisis

Het zijn hectische tijden voor OCMW-medewerkers. Net zoals tijdens de pandemie moeten ze in deze opvangcrisis alle beleidsniveaus vol aan de bak. Maar de grootste druk ligt wel bij de lokale besturen, meer bepaald bij de OCMW’s. ‘We strompelen van crisis naar crisis’, zegt de Brugse OCMW-voorzitter en schepen Pablo Annys (Vooruit). ‘Corona was al een zware dobber. Door het wegvallen van alle loketfuncties tijdens de lockdowns moesten we alles omgooien en proactief werken. Ook de forse stijging van aanvragen voor voorschotten op leeflonen bracht veel extra werk. Eind vorig jaar kwam daar de energiecrisis bij, en terwijl die almaar verder escaleert, krijgen we er deze vluchtelingencrisis bovenop.’

Maatschappelijk werker is een knelpuntberoep geworden. De vijver is klein, en alle centrumsteden zijn aan het vissen.

Veerle Van Vynckt, OCMW Brugge

Prognoses gaan tot 2000 Oekraïners die door centrumsteden zoals Brugge moeten worden opgevangen. ‘Geen idee hoe we dat gaan doen’, zegt maatschappelijk werker Michaël Blommaerts. ‘Ik volg hier de niet-Belgen van 25-plus op, vooral asielzoekers, erkende vluchtelingen, subsidiair beschermden, naast enkele Europese burgers die in aanmerking komen voor een leefloon. Met 29 dossiers is mijn opdracht meer dan gevuld, maar intussen heb ik er al 15 dossier van Oekraïners bijgenomen. Die zijn als volslagen nieuwkomers nergens mee in orde. En dat maakt hun begeleiding veel intensiever dan bij gewone cliënten die vaak al jarenlang in een administratief traject zitten. Mijn collega’s zullen je hetzelfde verhaal vertellen. We zijn trouwens ook ingeschakeld in de screening van opvanggezinnen. We maken lange dagen, maar niemand klaagt. Het urgentiebesef is groot, dit zijn uitzonderlijke omstandigheden.’

Blommaerts zag het aantal Oekraïense leefloners vandaag in enkele uren van 65 naar 81 klimmen. De komende weken worden nog honderden aanvragen verwacht. Om het in perspectief te plaatsen: het OCMW Brugge telde voor de vluchtelingencrisis een kleine 800 leefloontrekkers. Zodra ze volledig geregistreerd zijn, krijgen Oekraïners een A-kaart die hen alle rechten toekent die Europese burgers in ons land hebben. Behalve medische zorg en onderwijs hoort daar een equivalent leefloon bij. 1024 euro voor een alleenstaande, 1400 euro voor een gezinshoofd. Van dat bedrag moeten ze een billijke bijdrage betalen voor hun opvang. ‘Bij ons ligt dat op zo’n 450 euro voor een familie van drie’, zegt Van Vynckt. ‘Voor dat bedrag vind je hier niets op de huurmarkt.’

Knelpuntberoep

‘Equivalent leefloon’, dat betekent dat de financiering van de leeflonen volledig door de federale overheid wordt gedragen. OCMW’s krijgen in een eerste fase zelfs 135 procent van de POD Maatschappelijke Integratie, een surplus om de kosten voor begeleiding te dekken. Dat wordt niet alleen een financieel vraagstuk, het is vooral harken om personeel te vinden. ‘We hebben intussen al 30 van onze 150 maatschappelijke werkers op Oekraïne gezet’, zegt Van Vynckt. ‘We willen dringend extra medewerkers aanwerven, maar dat is sneller gezegd dan gedaan. Maatschappelijk werker is een knelpuntberoep geworden. De vijver is klein, en alle centrumsteden zijn aan het vissen.’

Nathalie Van den Eeden kan het aspirant-studenten aanbevelen: maatschappelijk werker is een prachtig beroep dat dringend aan herwaardering toe is. Zij werkte zelf dertien jaar voor het Lokaal Opvanginitiatief (LOI), tot ze twee weken geleden met een van haar collega’s naar de nieuwe Oekraïne-cel werd overgeheveld. Daar had ze dubbele gevoelens bij. ‘Ik ben erg gemotiveerd’, zegt ze. ‘De verhalen van onze Oekraïners raken me diep, en ik ben wel wat gewoon. Ons LOI biedt opvang aan 70 asielzoekers uit landen zoals Afghanistan, Syrië, Irak, Somalië en Eritrea. Wellicht heeft het met herkenbaarheid te maken. Neem nu Elvina, een alleenstaande moeder, net zoals ik. Ze had vlak voor Kerstmis nog een appartement in Kiev gekocht, ze koesterde allerlei plannen voor de toekomst. Dat is zo herkenbaar, ze zou een vriendin kunnen zijn met wie je op café gaat. Met Afghaanse vrouwen krijgt je niet snel zo’n klik, de culturele afstand is veel groter.’

Maar die vaststelling doet niets af van haar verontwaardiging over de solidariteitskloof. Terwijl Vlaanderen warm loopt voor de tijdelijk ontheemden uit Oekraïne, zakt het medeleven met asielzoekers verder weg. ‘Ook onze gasten in het LOI slepen vreselijke ervaringen mee’, zegt Van den Eeden. ‘Een van onze Syriërs, een man met een zware rugzak, zit al zeven jaar te wachten op een verblijfsstatuut. Natuurlijk is de spontane solidariteit fantastisch. Een van de locaties voor collectieve opvang werd aangeboden door een bouwfirma in Zeebrugge. Instapklaar voor twaalf vluchtelingen, vroeger hadden er buitenlandse bouwvakkers gelogeerd. We zijn daar uiteraard blij mee, maar ik vraag me wel af waarom dat aanbod niet eerder werd gedaan. Ons LOI moet al jarenlang hemel en aarde bewegen om een plaatsje te vinden.’

Tuinfeest

Er komt stilaan leven in gebouw J, waar vooral moeders met vaak jonge kinderen verblijven. Aan de muur hangen instructies over de wasmachine, in het Engels en het Oekraïens. ‘Zelf vertaald met Google Translate,’ zegt Van den Eeden, ‘in deze job moet je creatief zijn.’ Op de gang ontmoeten we Natalia en haar 17-jarige dochter Valentyna, die net klaar is met een online schoolsessie, live uit Kiev. In haar beperkte Engels legt ze uit dat ze ondanks alles wil afstuderen. Van den Eeden geeft haar een opgestoken duim. ‘Als jij je diploma behaalt,’ zegt ze, ‘dan organiseren we hier een tuinfeest.’ Ze meent het.

Partner Content