Voor mij was Hilda Craeybeckx in de eerste plaats 'Oma'. Voor anderen was ze 'Une Grande Dame' die een onschatbare erfenis naliet bij UNICEF, in de Antwerpse kunstwereld, en in 't Stad in al haar facetten. Het was vooral haar liefde voor muziek, voor beeldende kunst en voor schoonheid die ze met veel passie aan mij heeft doorgegeven. Ze nam me overal mee naartoe: van het MUHKA tot galerij De Zwarte Panter.

Afscheid van Hilda Craeybeckx: 'Rusten is tijdverlies. In het leven moet je hard studeren en werken'

Het beeldenpark van het Middelheim bezoek ik nu nog wekelijks. Het voelt soms alsof ze daar nu nog steeds vertoeft. Zelfs in de verhaaltjes voor het slapengaan zat haar liefde voor kunst vervat. Ze verzon de verhalen graag zelf, met als vaste personages Jan Hoet en Panamarenko, samenwonend op een boerderij. Van slapen kwam dan niet veel in huis, want dan was het lachen geblazen.

Jasper Van Steenbergen
© Jasper Van Steenbergen

Ze nam me mee naar alle officiële plechtigheden waarop ze werd uitgenodigd: van 21 juli-vieringen tot de inhuldiging van monumenten en recepties op ambassades. Ons optutten en de uitstap voorbereiden - want alles moest toch altijd grondig voorbereid worden - was vaak het leukste deel van de uitstap. En dan gingen we samen op stap, arm in arm.

Politiek

In 1975 stelde Knack een dossier over Antwerpen samen, getiteld: 'Seigneur Sinjoor', met een interview met mijn grootmoeder en haar vader Lode Craeybeckx over hun stad. In het interview zei Hilda Craeybeckx: 'De Vlaamse ontvoogdingsstrijd was in de eerste plaats een sociale ontvoogdingsstrijd.'

Want thuis waren ze flamingant, maar zeker niet nationalistisch ingesteld. Integendeel zelfs: haar vader en zijzelf vertrokken steevast vanuit dezelfde open blik op de wereld en sociale bewogenheid, en verdedigden van daaruit de Nederlandse taal en cultuur. Ingaan tegen de grondstroom, dat deden ze meer dan eens. Ze dachten immer Europees en mondiaal, maar in onberispelijk Nederlands spraken ze iedereen aan, van dokwerker en cafébaas tot professor.

Ver van het voetlicht heeft Hilda een onuitwisbare stempel gedrukt op 't Stad.

Henri-Floris Jespers

Na de oorlog ging ze rechten studeren aan de VUB, zelfstandig, en vanuit een drang naar onafhankelijkheid, want ze was er een van de enige vrouwen. Ze kon altijd goed haar mannetje staan. In 1947 werd Lode Craeybeckx verkozen tot burgemeester van Antwerpen. Hoewel ze nog volop aan het studeren was, werd Hilda kabinetschef van haar vader, en zou ze dit ook een kwarteeuw blijven. 'Ver van het voetlicht heeft Hilda een onuitwisbare stempel gedrukt op 't Stad', schreef dichter Henri-Floris Jespers over haar.

Een groot hart en een open blik

Haar open blik typeerde haar: niet alleen naar de wereld, maar ook naar haar omgeving: open voor alle meningen en voor alle kunsten, zelfs in hun meest experimentele vorm, open voor elk debat en vooral open voor mensen met een verschillende culturele of religieuze achtergrond of seksuele geaardheid. Toen ik me outte als homo was dat geen issue en zelfs een evidentie: 'Laat u niet doen door de mannen hé jongen, dat heb ik ook nooit gedaan.' Dat Philippe, mijn levenspartner, haar niet meer gekend heeft, vind ik dan ook bijzonder jammer.

Laat u niet doen door de mannen hé jongen, dat heb ik ook nooit gedaan.

Hilda Craeybeckx

Haar goede vriend en kabinetschef van voormalig Antwerps gouverneur Kinsbergen, Ernest Van Buynder zei het volgende over mijn oma: 'Hilda Craeybeckx is voor mij altijd een rolmodelgeweest. Ik heb namelijk steeds bewondering gehad voor mensen die je niet onder een noemer kunt vatten, maar die talloze talenten en belangstellingspolen in zich verenigen. Zo iemand was Hilda ten voeten uit: sociaal bewogen, humanist, kunstliefhebber, intellectueel en strijder voor universitair onderwijs in Antwerpen.'

Ze zette zich haar hele leven in voor de zwakkeren in de samenleving, en vond daarom een goede aansluiting bij het gedachtegoed van de Belgische socialistische partij, waar ze meer dan 50 jaar lang lid van was. Ze was vrijzinnig-humanistisch maar zeker niet antireligieus. Tegen een hoofddoekenverbod aan de Antwerpse stadsloketten zei ze resoluut neen. Ze nam graag de tram door Antwerpen en bewonderde dan glunderend hoe al die verschillende culturen in de stad zo goed kunnen samenleven.

Tot aan haar dood bleef ze zich belangeloos en met veel passie inzetten voor UNICEF. Op haar 83ste ging ze nog met trein en metro naar de vergaderingen in Brussel. En als ze voor de zoveelste keer na middernacht thuiskwam zei ze: "Rusten en vakantie is tijdverlies. In het leven moet je hard studeren en hard werken."

Enkele dagen voor haar overlijden bedankte ik haar voor alles wat ze me geleerd heeft en ze antwoordde: 'En alles wat ik van jou geleerd heb'. Ze wilde niet dood en bleef vechten voor haar leven. Ze stierf met zicht op de tuin en op de 'Ilias' van Jan Cox.

Dank voor alles, oma.

Getuigenis van galeriehouder Adriaan Raemdonck

Dit jaar bestaat galerie De Zwarte Panter al 50 jaar, meteen de oudste galerie in Vlaanderen. Van bij de aanvang heeft Hilda Craeybeckx mij hierin belangeloos gesteund. Zonder haar zou Antwerpen als kunstminnende avant-garde-stad niet zijn wat ze vandaag betekent.

Mijn eerste pand, het voormalige bordeel La Panthère Noire, moest na anderhalf jaar gebruik ontruimd worden. De pers bracht de huisvestingsproblematiek van de galerie onder de aandacht. Hilda Craeybeckx kwam het probleem ter ore, zij vond dat galeries in Antwerpen noodzakelijk waren voor jonge kunstenaars. Ik werd op het stadhuis ontboden en er werd meteen naar een alternatieve locatie gezocht en ook gevonden.

Getuigenis van politica Leona Detiège

Hilda zette het werk van haar moeder Irma bij UNICEF voort. Na Irma zou elke vrouw van de burgemeester of zoals in mijn geval, de burgemeester zelf, het Antwerpse comité moeten leiden en steunen.

Het duurde dan ook niet lang of Hilda klopte op de deur van mijn kabinet om me, heel vriendelijk, op mijn plichten te wijzen. Zowel als kabinetschef als in haar latere functies bleef zij het socialisme trouw. Zij streefde geen politieke carrière na , maar volgde de werking op de voet.

Getuigenis van Marc Van Boven, erevoorzitter UNICEF België

Haar inzet voor UNICEF was volledig. Zelfs in de periode dat ze al erg ziek was en het werk haar uitputte, gaf ze niet op. Ze spaarde geen energie om ook lokaal zeer actief te zijn en de handen uit de mouwen te steken zoals het opzetten van de tentoonstelling over kindsoldaten in Antwerpen.

Bij onze talrijke ontmoetingen was ik verbaasd over haar interesse en inzet voor andere facetten van het leven, om er maar één te noemen: cultuur in al zijn vormen. Haar heengaan was en is zeker een groot verlies, maar haar rijk leven blijft een bron van inspiratie voor allen die haar omringden, ook voor mij. Dat troost me.

Met dank aan Adriaan Raemdonck, Ernest Van Buynder, Marc Van Boven, Leona Detiège en Yves Willemot

Voor mij was Hilda Craeybeckx in de eerste plaats 'Oma'. Voor anderen was ze 'Une Grande Dame' die een onschatbare erfenis naliet bij UNICEF, in de Antwerpse kunstwereld, en in 't Stad in al haar facetten. Het was vooral haar liefde voor muziek, voor beeldende kunst en voor schoonheid die ze met veel passie aan mij heeft doorgegeven. Ze nam me overal mee naartoe: van het MUHKA tot galerij De Zwarte Panter. Het beeldenpark van het Middelheim bezoek ik nu nog wekelijks. Het voelt soms alsof ze daar nu nog steeds vertoeft. Zelfs in de verhaaltjes voor het slapengaan zat haar liefde voor kunst vervat. Ze verzon de verhalen graag zelf, met als vaste personages Jan Hoet en Panamarenko, samenwonend op een boerderij. Van slapen kwam dan niet veel in huis, want dan was het lachen geblazen. Ze nam me mee naar alle officiële plechtigheden waarop ze werd uitgenodigd: van 21 juli-vieringen tot de inhuldiging van monumenten en recepties op ambassades. Ons optutten en de uitstap voorbereiden - want alles moest toch altijd grondig voorbereid worden - was vaak het leukste deel van de uitstap. En dan gingen we samen op stap, arm in arm. In 1975 stelde Knack een dossier over Antwerpen samen, getiteld: 'Seigneur Sinjoor', met een interview met mijn grootmoeder en haar vader Lode Craeybeckx over hun stad. In het interview zei Hilda Craeybeckx: 'De Vlaamse ontvoogdingsstrijd was in de eerste plaats een sociale ontvoogdingsstrijd.'Want thuis waren ze flamingant, maar zeker niet nationalistisch ingesteld. Integendeel zelfs: haar vader en zijzelf vertrokken steevast vanuit dezelfde open blik op de wereld en sociale bewogenheid, en verdedigden van daaruit de Nederlandse taal en cultuur. Ingaan tegen de grondstroom, dat deden ze meer dan eens. Ze dachten immer Europees en mondiaal, maar in onberispelijk Nederlands spraken ze iedereen aan, van dokwerker en cafébaas tot professor. Na de oorlog ging ze rechten studeren aan de VUB, zelfstandig, en vanuit een drang naar onafhankelijkheid, want ze was er een van de enige vrouwen. Ze kon altijd goed haar mannetje staan. In 1947 werd Lode Craeybeckx verkozen tot burgemeester van Antwerpen. Hoewel ze nog volop aan het studeren was, werd Hilda kabinetschef van haar vader, en zou ze dit ook een kwarteeuw blijven. 'Ver van het voetlicht heeft Hilda een onuitwisbare stempel gedrukt op 't Stad', schreef dichter Henri-Floris Jespers over haar.Haar open blik typeerde haar: niet alleen naar de wereld, maar ook naar haar omgeving: open voor alle meningen en voor alle kunsten, zelfs in hun meest experimentele vorm, open voor elk debat en vooral open voor mensen met een verschillende culturele of religieuze achtergrond of seksuele geaardheid. Toen ik me outte als homo was dat geen issue en zelfs een evidentie: 'Laat u niet doen door de mannen hé jongen, dat heb ik ook nooit gedaan.' Dat Philippe, mijn levenspartner, haar niet meer gekend heeft, vind ik dan ook bijzonder jammer.Haar goede vriend en kabinetschef van voormalig Antwerps gouverneur Kinsbergen, Ernest Van Buynder zei het volgende over mijn oma: 'Hilda Craeybeckx is voor mij altijd een rolmodelgeweest. Ik heb namelijk steeds bewondering gehad voor mensen die je niet onder een noemer kunt vatten, maar die talloze talenten en belangstellingspolen in zich verenigen. Zo iemand was Hilda ten voeten uit: sociaal bewogen, humanist, kunstliefhebber, intellectueel en strijder voor universitair onderwijs in Antwerpen.'Ze zette zich haar hele leven in voor de zwakkeren in de samenleving, en vond daarom een goede aansluiting bij het gedachtegoed van de Belgische socialistische partij, waar ze meer dan 50 jaar lang lid van was. Ze was vrijzinnig-humanistisch maar zeker niet antireligieus. Tegen een hoofddoekenverbod aan de Antwerpse stadsloketten zei ze resoluut neen. Ze nam graag de tram door Antwerpen en bewonderde dan glunderend hoe al die verschillende culturen in de stad zo goed kunnen samenleven.Tot aan haar dood bleef ze zich belangeloos en met veel passie inzetten voor UNICEF. Op haar 83ste ging ze nog met trein en metro naar de vergaderingen in Brussel. En als ze voor de zoveelste keer na middernacht thuiskwam zei ze: "Rusten en vakantie is tijdverlies. In het leven moet je hard studeren en hard werken." Enkele dagen voor haar overlijden bedankte ik haar voor alles wat ze me geleerd heeft en ze antwoordde: 'En alles wat ik van jou geleerd heb'. Ze wilde niet dood en bleef vechten voor haar leven. Ze stierf met zicht op de tuin en op de 'Ilias' van Jan Cox.Dank voor alles, oma. Met dank aan Adriaan Raemdonck, Ernest Van Buynder, Marc Van Boven, Leona Detiège en Yves Willemot