Opinie

Jonathan Holslag

‘Men kan het koningshuis achterhaald vinden, maar Elizabeth II was alles wat een koningin moet zijn’

Jonathan Holslag Politoloog en publicist.

Het is een gemeenplaats geworden: het Britse volk rouwt om meer dan hun koningin, het treurt om de teloorgang van wat ooit was en de gedachte dat dat nooit meer zal terugkeren. De Britse koningin verpersoonlijkte alles wat het Westen niet meer heeft: standvastigheid, eerbiedwaardigheid en grootsheid. Dat werkte magisch, op het Britse volk en op de wereld.

Dat is deels het gevolg van de geschiedenis, de ceremonie en de mythe waarop het Britse koningshuis kan bogen. Maar de belangrijkste verklaring is de koningin zelf en haar lange leven: van de oorlog tegen het fascisme van Hitler, over de Falklandoorlog en de val van de Berlijnse Muur, tot de rusteloze wereld vandaag. Ondanks de regalia en de weelde kon men zich met de monarch identificeren, met de disputen in de familie, de nederlagen en het verlies, maar ook met het vermogen om door te gaan, gedistingeerd en ongestoord. ‘Keep calm and carry on.’ Men kan het koningshuis achterhaald vinden, maar Elizabeth II was alles wat een koningin moet zijn. En de Britten vonden dat ook.

Telkens wanneer haar familie de voorbije weken op het toneel trad, kon men niet anders dan een heel diep medeleven te voelen voor dat Britse volk. Want hoewel de monarchie als instituut zal blijven bestaan, de vergulde koets opnieuw zal uitrijden en de Union Jack zal wapperen boven de talrijke kastelen, zal het met koning Charles III en zijn zonen nooit meer hetzelfde worden. Het is als met de kerk. De gebouwen en de rituelen houden stand, maar het aantal gelovigen blijft slinken. Democraten kunnen maar beter geen vreugdesprong maken, want het vervallen van de monarchie zal niet noodzakelijk een opsteker zijn voor die democratie.

Ook het parlementaire bestel, een tweede instituut dat onlosmakelijk verbonden is met de Britse geschiedenis, brokkelt af. Amper 65 procent van de Britten ging de afgelopen twintig jaar stemmen. Slechts 35 procent vertrouwt de nationale overheid. Dat is lager dan het gemiddelde van de westerse landen. De passage van wildebras Boris Johnson in Downing Street 10 heeft daar weinig goeds aan gedaan. Zijn minachting voor democratische regels en voor het volk was ongezien. Of zijn opvolgster Liz Truss daar verandering in zal brengen? Iedereen heeft recht op een kans, maar de Britten zijn niet overtuigd. Slechts twaalf procent meent dat ze een goede premier zal zijn.

Het Verenigd Koninkrijk staat voor een grote opgave. Na de Brexit, in januari 2020, staat het land grotendeels alleen. Het zou daarvan kunnen profiteren door handelsakkoorden af te sluiten, maar de voorbije twee jaar blijkt het ten aanzien van de Europese Unie marktaandeel te hebben verloren. Ruim 60 procent van de Britten vindt dat hun land aftakelt, meldde The Guardian. Tezelfdertijd voelen ze zich minder verantwoordelijk voor hun land en nemen ze minder deel aan het sociale en politieke leven.

Het lot van de monarchie ligt in de handen van de nieuwe koning. Het lot van de democratie ligt nu in de handen van de nieuwe regering. Die regering moet de Britten zeggen waar het op staat. Het economische model van de voorbije decennia was een ramp en leidde tot de verloedering van de industrie en de publieke sector. Made in the UK kan enkel werken als de Britten de historische waarde van hun industrie net zo koesteren als de traditie van hun pubs. Bovenal moeten de Britten hun waardigheid terugvinden. Een sterke Britse democratie blijft van bijzonder groot belang voor Europa. Misschien kan een beetje koninklijke hoffelijkheid daarbij helpen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content