Opinie

Marijke Roosen

‘Achter de barstende muren van de gevangenis zal de deur nog altijd op een kier moeten staan’

Marijke Roosen Doctor in de Criminologie en postdoctoraal onderzoeker aan de VUB

‘We moeten van onze gevangenisfetisj af’, schrijven onderzoekers Marijke Roosen en Diete Humblet. Ze pleiten voor een nieuw soort strafuitvoering.

Het werd herhaaldelijk uitgesteld, maar vanaf juni 2022 zou het dan toch zover zijn: de langverwachte inwerkingtreding van de wetsbepalingen “inzake de externe rechtspositie van veroordeelden voor een vrijheidsstraf van drie jaar of minder”. Het streven om de gevangenisstraffen tot drie jaar ook effectief uit te voeren staat hoog op de liberale agenda. Alles lijkt erop te wijzen dat de minister het deze zomer wel door zal drukken. Eindelijk?

Nu worden die straffen doorgaans omgezet in elektronisch toezicht, een enkelband zeg maar. Tot op heden is het de minister – de facto de gevangenisdirecteur – die hierover beslist voor het merendeel van de feiten (seksuele delicten met minderjarige slachtoffers zijn hiervan uitgesloten). Elektronisch toezicht is zeker ook een zware straf. Dat blijkt uit onderzoek naar de belevingen van personen die leven met een enkelband. We stellen ons echter vragen bij een praktijk waarin de uitvoerende macht een beslissing van de rechterlijke macht kan ombuigen. Het is daarom een goede zaak dat een strafuitvoeringsrechter, en niet langer de minister, bevoegd wordt voor de uitvoering van deze straffen. In theorie kan de strafuitvoeringsrechter nog steeds de gevangenisstraf omzetten naar elektronisch toezicht, maar dat gebeurt niet langer automatisch. In die zin juichen we de inwerkingtreding van de wet toe.

Achter de barstende muren van de gevangenis zal de deur nog altijd op een kier moeten staan.

Waarom treden de onderdelen van deze wet nu pas in werking, vraagt u zich misschien terecht af? Omdat het eenvoudigweg eerder niet realistisch was. De gevangenissen kampen met barstende muren. Dat is sinds jaar en dag een prangend probleem. Door de gevangenisstraffen van minder dan drie jaar niet uit te voeren in de gevangenis heeft men de druk op de ketel wat kunnen bijstellen. Het onderscheid tussen straffen van minder en meer dan drie jaar berust louter op pragmatische overwegingen. Het gevolg is dat de perceptie is ontstaan dat er met een groot deel van de straffen niets gebeurt, het omzetten in elektronisch toezicht ten spijt.

De roep om hier verandering in te brengen, klinkt al jaren. Opeenvolgende ministers van Justitie maakten zich sterk dat ze alle straffen daadwerkelijk zouden laten uitvoeren. In een recent interview voegde Van Quickenborne daar zelfs aan toe dat zijn beleid zal steunen op de wetenschap. Wetenschappers schenken al lang klare wijn over de contraproductieve effecten van de gevangenisstraf en haar beperkt vermogen om criminaliteit in de toekomst te vermijden. Wat hij vervolgens doet met deze inzichten, is een politiek-ideologische keuze.

Het is duidelijk dat de minister de pluim van de inwerkingtreding van de wet nog graag als verwezenlijking op zijn hoed wil steken. Maar de gevangenissen zijn hier totaal niet op voorbereid. De overbevolking is nog lang niet opgelost. Op 28 december 2021 kopte De Morgen dat op dat ogenblik 10.700 personen in de gevangenis verbleven, terwijl er plaats is voor 9.300. Dat betekent dat een heleboel gevangenen met een matras op de grond slapen, of er bedden worden bij gepropt in reeds overvolle cellen. Wanneer de gevangenisdirecteur de controle over de instroom verliest, is het denkbaar dat daar nog een heleboel gedetineerden zullen bijkomen. Het hoeft niet te verbazen dat dit tot problemen leidt, voor zowel personeel als gevangenen, en bij uitbreiding voor de hele samenleving. Men herkent een beschaving aan de wijze waarop men met zijn gevangenen omgaat.

Wat dan met die extra gevangenen? Het is onwaarschijnlijk dat het de overbevolking snel zal verdwijnen. De minister maakt zich sterk dat hij hieraan tegemoet zal komen door kleinschalige detentiehuizen te bouwen. Eén probleem: die zijn er (nog) niet! De detentiehuizen zijn een mooi project, maar kampen met het ‘not in my backyard‘-syndroom. Geen enkele gemeente ontvangt gevangenen met open armen. Bepaalde burgemeesters hebben zelfs gemeld dat ze alle middelen in hun werk zullen stellen om geen detentiehuis in hun gemeente te hebben. Er wacht de minister dus nog heel wat masseerwerk voordat het verhoopte aantal detentiehuizen het licht zal zien.

We voorspellen dat het probleem op korte termijn via achterpoortjes zal moeten geremedieerd worden. Daardoor dreigt de aankondiging van de inwerkingtreding van de wet te verzanden in symboolpolitiek. Achter de barstende muren van de gevangenis zal de deur nog altijd op een kier moeten staan. Maar er schort meer aan de wet dan het gebrek aan plaatsen in de gevangenis. We dagen de minister uit om de straf en haar uitvoering eens echt radicaal te herdenken. We kunnen een probleem niet oplossen met meer van hetzelfde. Justitie draait al jaren in cirkels. Wat we nodig hebben is een fundamenteel andere visie op bestraffing. Hoe zou die er dan kunnen uitzien?

Waarom schrappen we de gevangenisstraf niet volledig voor een groot aantal feiten? Nu wordt de gevangenisstraf als ultimum remedium voorgesteld, die pas wordt opgelegd wanneer het echt niet anders kan. Maar het strafwetboek voorziet nog steeds de gevangenisstraf als standaard. Ook wanneer de rechter een andere straf oplegt, fungeert de gevangenisstraf dikwijls nog als stok achter de deur. Rechters moeten vaak met probatie(uitstel) werken willen ze tegemoetkomen aan bepaalde problematieken bij de veroordeelde. Maar ook dit wordt gekoppeld aan een gevangenisstraf. Voert men de straf of voorwaarden niet correct uit, lonkt de vervangende gevangenisstraf. Waarom is dat zo? De gevangenisstraf is er vooral een gewoonte die we niet langer in vraag stellen. Nochtans staat nergens in steen gebeiteld dat het opsluiten van personen de beste manier is om conflicten of normafwijkend gedrag tegen te gaan. Sterker, ons huidig systeem werkt recidive zelfs in de hand. Daarom moeten we af van onze hardnekkige gevangenisverslaving.

Door een aantal feiten – denk bijvoorbeeld aan drugsfeiten – te decriminaliseren, zal de instroom in de strafrechtsketen significant dalen. Ze zouden niet meer strafbaar worden gesteld en bijgevolg niet meer worden opgespoord en vervolgd. Ze zouden daarentegen aanzien worden voor wat ze echt zijn: maatschappelijke kwetsbaarheden. Andere feiten kunnen dan weer gedepenaliseerd worden, zodat er geen vrijheidsberoving meer mogelijk is. Straffen zoals de werkstraf zijn meer gericht op het herstellen van het onrecht dat werd aangericht en zijn daarom interessanter.

Daarnaast zou de duur van de gevangenisstraffen moeten worden ingekort. Controversieel, dat weten we. Maar feit is dat België in vergelijking met onze noorderburen en Scandinavië enorm lange gevangenisstraffen oplegt. Dat is duur, contraproductief en onmenselijk. De samenleving verliest meermaals. Gevangenisstraffen moeten dus niet alleen minder worden opgelegd. Wanneer ze nog wel worden opgelegd, moeten ze veel korter zijn. Wat met hardnekkige individuen? Bij personen die hervallen moeten we ons misschien eerder de vraag durven stellen of we wel de juiste behandeling toepassen.

Ook de traditionele invulling van een gevangenis moet op de schop. Geen stervormige gebouwen meer met een centraal controlepunt dat uitkijkt op piepkleine cellen. Wat is daar überhaupt de meerwaarde van? Laten we inderdaad overschakelen naar het plan dat voorligt voor de detentiehuizen, maar dit model niet voorbehouden voor de lichtere feiten. Laat gevangenen in een zo normaal mogelijke omgeving hun straf uitzitten en zet maximaal in op ondersteuning en begeleiding. Zo kan hun straf hen echt iets leren en vermijden we dat we tikkende tijdbommen terug de samenleving in sturen. Ook de voorlopige hechtenis, waarbij het verblijf in de gevangenis geen straf is maar een veiligheidsmaatregel, kan in een andere omgeving zoals de voorziene detentiehuizen worden ondergaan.

In 1764 schreef vooraanstaand penoloog Beccaria over de doodstraf en foltering. Hij vond die straffen onmenselijk en pleitte voor de afschaffing ervan. In de plaats zag hij meer in gevangenisstraffen en dwangarbeid. Op dat moment konden veel tijdgenoten zich geen strafsysteem zonder doodstraf en foltering indenken. Nu, bijna 300 jaar later, vinden we het hoog tijd om de gevangenisstraf te herbekijken en naar een nieuw soort strafuitvoering gaan. Op een dag kijken we terug op onze huidige gevangenisstraf en zullen we niet begrijpen dat we dit systeem ooit hebben toegepast. Want moeder, waarom straffen wij eigenlijk?

[1] https://www.wolterskluwer.com/nl-be/expert-insights/minister-vincent-van-quickenborne-mid-term-review

[2] https://www.demorgen.be/nieuws/ruim-10-700-gedetineerden-in-belgische-gevangenissen-met-slechts-ruimte-voor-9-300~bb970cf8/

Marijke Roosen is doctor in de Criminologie en werkt als postdoctoraal onderzoeker bij het Expertisecentrum voor gender, diversiteit en intersectionaliteit (Rhea) van de Vrije Universiteit Brussel.

Diete Humblet is master in de Rechten en doctor in de Criminologie. Ze is met een postdoctoraal mandaat van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen werkzaam aan de Vrije Universiteit Brussel.

Partner Content