Van amateurbeelden van overvolle varkenstransporten op Facebook, tot beelden van een bloedhete Vlaamse varkensstal en van vrachtwagens met varkens die in de brandende zon staan aan te schuiven bij een Nederlands slachthuis: tijdens de recente hittegolf was er heel wat beroering over hittestress bij varkens. Op alle beelden waren dezelfde trieste taferelen te zien: hijgende en puffende dieren die wanhopig smachten naar wat verkoeling. Maar de vleesmolen, die draait door.

Aan het leed van de dieren door de hitte wordt voorbijgegaan.

Nadine Lucas, voorzitter Animal Rights

Vleesvarkens zijn heel gevoelig voor de symptomen van hittestress, maar ze konden tijdens de hete dagen op weinig mededogen rekenen van de vleesindustrie. De productie moest koste wat het kost blijven doorgaan. Onder alle omstandigheden, ook in verzengende hitte, moeten zeugen aan de lopende band biggen werpen, waarna die biggen zich volvreten om snel op slachtgewicht te komen, de vetgemeste varkens worden vervolgens zonder uitstel naar het slachthuis gevoerd, om de stallen ten slotte opnieuw vullen met nieuwe dieren.

Het leed van veehouders

Vanuit de vee-industrie klonk heel wat bezorgdheid over de aanhoudende hitte: niet voor de dieren die in hun stallen lagen te hijgen en te puffen, wel omdat de hitte negatieve effecten heeft op de vleesproductie. Varkens die last hebben van de warmte eten en groeien dus ook minder, waardoor ze minder snel hun slachtgewicht bereiken, dat snijdt in de winstmarges van de fokker. Daarbovenop zorgt de hitte voor meer sterfgevallen bij de dieren, wat eveneens een economisch verlies inhoudt. Veehouders klaagden in de media over de 'mentale stress' die ze ondervinden omwille van 'hun' moeilijke situatie. Aan het leed van de dieren werd echter voorbij gegaan.

Maar de vleesmolen, die draait door.

Maar de landbouwsector oogst wat hij zelf zaait: klimaatwetenschappers waarschuwen dat de hitterecords van deze zomer slechts een voorsmaakje zijn van wat we in de toekomst nog gaan ondervinden, tenzij we de uitstoot van broeikasgassen drastisch gaan verminderen. De veehouderij is volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN verantwoordelijk voor 14,5 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, dat is de helft van alle uitstoot van transport bij elkaar. Of de zelfverklaarde 'mentale stress' van de veehouders hen ook wakker geschud heeft, is nog maar de vraag. Is het niet hoog tijd om te stoppen met massaproductie, en om de onhoudbare veestapel af te bouwen?

Selectief fokken

De afgelopen jaren steken steeds andere problemen de kop op in de veehouderij, maar van een afbouw van de veestapel is voorlopig geen sprake. Oplossingen worden niet gezocht in meer kleinschalige productie met betere - zij het duurdere - leefomstandigheden voor de dieren, maar in genetische selectie. Doorgedreven fokprogramma's die niet alleen tot doel hebben dieren te creëren die productiever en rendabeler, maar ook meer aangepast zijn aan onnatuurlijke omstandigheden.

Er wordt bijvoorbeeld geïnvesteerd in het selectief fokken van zogenaamde 'turbovarkens', die meer vlees opbrengen met minder voederkosten, en van varkens met hogere serotoninespiegels die minder staartbijtgedrag vertonen wanneer ze in stresserende omstandigheden en krappe stalruimtes samengepropt worden (serotonine is een neurotransmitter die staartbijtgedrag beïnvloedt bij varkens, nvdr.).

Het nieuwe stokpaardje op gebied van genetische selectie lijkt op dit ogenblik de zoektocht naar varkens die beter tegen de warmte kunnen te zijn. Hypor, een Nederlands bedrijf dat gespecialiseerd is in varkensgenetica, gaf in een recente nieuwsbrief weliswaar een aantal praktische tips om hittestress bij varkens te vermijden, tegelijkertijd maakt het bedrijf echter reclame voor het feit dat zij in warme regio's genetica selecteert van varkens met een hoge warmtetolerantie.

De dieren zijn er op alle denkbare en ondenkbare manieren de dupe van.

Net dat is het typevoorbeeld van een kortzichtige antwoord van de vleesindustrie op de toenemende problemen van hittestress bij de dieren, als gevolg van de klimaatopwarming. Zoals steeds verkiest de industrie aan symptoombestrijding te doen in plaats van de echte oorzaak van het kwaad onder ogen te zien. Want aan de huidige massaproductie en de winstmarges mag niet geraakt worden. En de dieren? Die zijn er op alle denkbare en ondenkbare manieren de dupe van.

De waanzin nabij

Het doorgedreven fokken op eigenschappen die bij de noden van de industrie passen heeft ertoe geleid dat productiedieren amper nog op hun natuurlijke voorouders lijken, met alle gevolgen vandien voor hun welzijn en hun gezondheid. Zeugen werpen zodanig veel biggen dat ze tepels tekort komen om hun jongen te voeden. Ze zijn bovendien zeer vatbaar voor vruchtbaarheidsproblemen en uierziektes.

De verhoogde worpcijfers resulteren in een verhoogd aantal doodgeboren biggen, en in biggen die te klein en te zwak zijn om te blijven leven. De kunstmatig opgedreven groeisnelheid van vleesvarkens legt hun organen daarnaast een zware last op. Hart, milt, hersenen en longen kunnen de versnelde ontwikkeling van de spiermassa niet bijhouden. Zeventig procent van de varkens lijdt aan osteochondrose, een pijnlijke skeletaandoening die kan leiden tot kreupelheid. De aandoening is een direct gevolg van het selectief fokken op groeisnelheid.

De industrie weigert te accepteren dat de biologische grenzen al lang overschreden zijn.

Bij andere diersoorten in de veehouderij zijn de omstandigheden overigens niet veel beter. Denk maar aan de ziekelijk misvormde plofkippen die kreupel lopen onder het gewicht van hun veel te grote borstfilets, of aan de dikbilkoeien die door het selectieve fokken op spiermassa enkel nog kunnen bevallen met keizersnede. Toch weigert de industrie te accepteren dat de biologische grenzen van de dieren al lang overschreden zijn, want genetische selectie is het wondermiddel dat alle problemen zou moeten oplossen.

Van amateurbeelden van overvolle varkenstransporten op Facebook, tot beelden van een bloedhete Vlaamse varkensstal en van vrachtwagens met varkens die in de brandende zon staan aan te schuiven bij een Nederlands slachthuis: tijdens de recente hittegolf was er heel wat beroering over hittestress bij varkens. Op alle beelden waren dezelfde trieste taferelen te zien: hijgende en puffende dieren die wanhopig smachten naar wat verkoeling. Maar de vleesmolen, die draait door.Vleesvarkens zijn heel gevoelig voor de symptomen van hittestress, maar ze konden tijdens de hete dagen op weinig mededogen rekenen van de vleesindustrie. De productie moest koste wat het kost blijven doorgaan. Onder alle omstandigheden, ook in verzengende hitte, moeten zeugen aan de lopende band biggen werpen, waarna die biggen zich volvreten om snel op slachtgewicht te komen, de vetgemeste varkens worden vervolgens zonder uitstel naar het slachthuis gevoerd, om de stallen ten slotte opnieuw vullen met nieuwe dieren. Vanuit de vee-industrie klonk heel wat bezorgdheid over de aanhoudende hitte: niet voor de dieren die in hun stallen lagen te hijgen en te puffen, wel omdat de hitte negatieve effecten heeft op de vleesproductie. Varkens die last hebben van de warmte eten en groeien dus ook minder, waardoor ze minder snel hun slachtgewicht bereiken, dat snijdt in de winstmarges van de fokker. Daarbovenop zorgt de hitte voor meer sterfgevallen bij de dieren, wat eveneens een economisch verlies inhoudt. Veehouders klaagden in de media over de 'mentale stress' die ze ondervinden omwille van 'hun' moeilijke situatie. Aan het leed van de dieren werd echter voorbij gegaan.Maar de landbouwsector oogst wat hij zelf zaait: klimaatwetenschappers waarschuwen dat de hitterecords van deze zomer slechts een voorsmaakje zijn van wat we in de toekomst nog gaan ondervinden, tenzij we de uitstoot van broeikasgassen drastisch gaan verminderen. De veehouderij is volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN verantwoordelijk voor 14,5 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, dat is de helft van alle uitstoot van transport bij elkaar. Of de zelfverklaarde 'mentale stress' van de veehouders hen ook wakker geschud heeft, is nog maar de vraag. Is het niet hoog tijd om te stoppen met massaproductie, en om de onhoudbare veestapel af te bouwen? De afgelopen jaren steken steeds andere problemen de kop op in de veehouderij, maar van een afbouw van de veestapel is voorlopig geen sprake. Oplossingen worden niet gezocht in meer kleinschalige productie met betere - zij het duurdere - leefomstandigheden voor de dieren, maar in genetische selectie. Doorgedreven fokprogramma's die niet alleen tot doel hebben dieren te creëren die productiever en rendabeler, maar ook meer aangepast zijn aan onnatuurlijke omstandigheden. Er wordt bijvoorbeeld geïnvesteerd in het selectief fokken van zogenaamde 'turbovarkens', die meer vlees opbrengen met minder voederkosten, en van varkens met hogere serotoninespiegels die minder staartbijtgedrag vertonen wanneer ze in stresserende omstandigheden en krappe stalruimtes samengepropt worden (serotonine is een neurotransmitter die staartbijtgedrag beïnvloedt bij varkens, nvdr.).Het nieuwe stokpaardje op gebied van genetische selectie lijkt op dit ogenblik de zoektocht naar varkens die beter tegen de warmte kunnen te zijn. Hypor, een Nederlands bedrijf dat gespecialiseerd is in varkensgenetica, gaf in een recente nieuwsbrief weliswaar een aantal praktische tips om hittestress bij varkens te vermijden, tegelijkertijd maakt het bedrijf echter reclame voor het feit dat zij in warme regio's genetica selecteert van varkens met een hoge warmtetolerantie. Net dat is het typevoorbeeld van een kortzichtige antwoord van de vleesindustrie op de toenemende problemen van hittestress bij de dieren, als gevolg van de klimaatopwarming. Zoals steeds verkiest de industrie aan symptoombestrijding te doen in plaats van de echte oorzaak van het kwaad onder ogen te zien. Want aan de huidige massaproductie en de winstmarges mag niet geraakt worden. En de dieren? Die zijn er op alle denkbare en ondenkbare manieren de dupe van.Het doorgedreven fokken op eigenschappen die bij de noden van de industrie passen heeft ertoe geleid dat productiedieren amper nog op hun natuurlijke voorouders lijken, met alle gevolgen vandien voor hun welzijn en hun gezondheid. Zeugen werpen zodanig veel biggen dat ze tepels tekort komen om hun jongen te voeden. Ze zijn bovendien zeer vatbaar voor vruchtbaarheidsproblemen en uierziektes. De verhoogde worpcijfers resulteren in een verhoogd aantal doodgeboren biggen, en in biggen die te klein en te zwak zijn om te blijven leven. De kunstmatig opgedreven groeisnelheid van vleesvarkens legt hun organen daarnaast een zware last op. Hart, milt, hersenen en longen kunnen de versnelde ontwikkeling van de spiermassa niet bijhouden. Zeventig procent van de varkens lijdt aan osteochondrose, een pijnlijke skeletaandoening die kan leiden tot kreupelheid. De aandoening is een direct gevolg van het selectief fokken op groeisnelheid. Bij andere diersoorten in de veehouderij zijn de omstandigheden overigens niet veel beter. Denk maar aan de ziekelijk misvormde plofkippen die kreupel lopen onder het gewicht van hun veel te grote borstfilets, of aan de dikbilkoeien die door het selectieve fokken op spiermassa enkel nog kunnen bevallen met keizersnede. Toch weigert de industrie te accepteren dat de biologische grenzen van de dieren al lang overschreden zijn, want genetische selectie is het wondermiddel dat alle problemen zou moeten oplossen.