25 jaar Kinderrechtencommissariaat: ‘Kinderen zijn de toekomst, maar zijn ook hier en nu deel van onze samenleving’

© Getty Images
StampMedia
StampMedia Jongerenmedia-agentschap

Het Kinderrechtencommissariaat (KRC) bestaat vandaag 25 jaar. Hoe relevant is de instelling vandaag de dag nog? ‘Kinderrechten lijken geen doorslaggevend criterium te zijn om het beleid op te baseren.’

Op 30 juni bestaat het Kinderrechtencommissariaat (KRC) 25 jaar. Het werd in 1997 opgericht uit noodzaak voor de erkenning van de rechten van het kind. Is het KRC een kwarteeuw later nog altijd even relevant? Vorige en huidige kinderrechtencommissarissen, founding mothers Yolanda Avontroodt, Kathy Lindekens en Ria Vanden Heuvel en coördinator van de Vlaamse Jeugdraad Inge Geerardyn getuigen. We vroegen ook Minister van Jeugd Benjamin Dalle (CD&V) om een reactie, maar kregen ondanks meerdere pogingen geen gehoor.

Een korte geschiedenis

‘Voor 15 juli 1997, toen het Kinderrechtencommissariaat officieel werd opgericht, was oorspronkelijk het idee een kinderombudsdienst op te richten’, herinnert Kathy Lindekens (voormalig politica voor Vooruit) zich. Het KRC moest erop toezien dat het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind werd nageleefd. ‘In die tijd waren kinderrechten nog niet zo vanzelfsprekend als vandaag’, aldus Lindekens.

Yolande Avontroodt (Open VLD) stampte samen met Lindekens en andere collega’s het commissariaat uit de grond. ‘We konden het project partijoverschrijdend realiseren, dat was fijn. Ik was begaan met alles wat te maken had met kindermisbruik, mishandeling en vertrouwenscentra voor jongeren. Ik werkte rond de achterstand in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Een domein dat onvoldoende aandacht kreeg in de gezondheids- en welzijnszorg.’ Lindekens geeft aan dat de oprichting van het decreet toch niet van een leien dakje liep. ‘Iedereen heeft verschillende opinies. Mijn collega’s waren bijvoorbeeld voornamelijk bezig met de bescherming van het kind op te nemen. Ik wilde ook de nadruk leggen op voldoende voorzieningen, bijvoorbeeld instellingen, en deelname aan het debat.’

Volgens medeoprichtster Ria Vanden Heuvel (Groen) is het opvallend dat de vijf oprichtsters vrouwen zijn. ‘Uit de gevoeligheid voor het thema bij de mensen in de Commissie Welzijn bleek dat het vooral vrouwen waren die zich aangetrokken voelden om het rechtenverhaal van kinderen te vertellen.’

‘Er was nood aan een toezichtsysteem’, vertelt ex-kinderrechtencommissaris Ankie Vandekerckhove. Zij was de eerste die in 1998 het ambt op zich nam. In de jaren 80 werden in verschillende landen kinderombudsdiensten opgericht. Vlaanderen besliste parlementair om ook zoiets te hebben. Door de organisatie op parlementair niveau te vestigen, kreeg het Kinderrechtencommissariaat een hoger democratisch gehalte en hing het niet te nauw samen met een meerderheid binnen een regering. Dat kwam de onafhankelijkheid ten goede.

Bruno Vanobbergen volgde in 2009 na elf jaar Vandekerckhove op als commissaris. ‘De Dutroux-affaire heeft de oprichting van het Commissariaat waarschijnlijk versterkt’, aldus Vanobbergen. ‘Het toonde de kwetsbaarheid en onmondigheid van kinderen in het maatschappelijke debat aan. Ik werkte voor de Universiteit van Gent en had aandacht voor alles wat met kinderen in risicosituaties te maken heeft.’

Toch werd de aanzet voor de oprichting van het commissariaat al voor de affaire-Dutroux gegeven. ‘We waren al langer overtuigd dat een organisatie als het Kinderrechtencommissariaat noodzakelijk is’, vertelt Vanden Heuvel. ‘Alleen moesten we de toenmalige Minister van Welzijn en Gezondheid, Luc Martens (CD&V), nog overhalen dat het een goed idee was om het KRC op parlementair niveau op te richten.’

Caroline Vrijens staat sinds augustus 2019 aan het roer van het KRC. In 25 jaar tijd is de organisatie enorm gegroeid. ‘Het Kinderrechtencommissariaat wordt vandaag meer serieus genomen’, vertelt Vandekerckhove. ‘Het vormt een neutrale stem in het debat. De laatste jaren is er ook veel data verzameld en zijn er verschillende onderzoeken gevoerd in verband met kinderrechten.’

In 2009 kreeg het Kinderrechtencommissariaat even tegenwind van Vlaams parlementslid Johan Sauwens (CD&V). Hij noemt het KRC in het licht van “nodige besparingen” een ‘overbodige instelling die moet worden ontmanteld.’ Volgens hem werkten er te veel medewerkers in verhouding tot het aantal klachten die de klachtenlijn ontving. Lindekens: ‘Het KRC is soms de luis in de pels van de regering. Zo ontstaat er om de zoveel tijd sprake van afschaffing of vermindering in daadkracht.’

Ook in 2011 werd het nut van het KRC in vraag gesteld, na een uitspraak van Vanobbergen over het hoofddoekenverbod. Die werd niet ondersteund door het Vlaams Parlement en zo ontstond de vraag of een paraparlementaire instelling als het Kinderrechtencommissariaat wel onafhankelijk kon blijven Toenmalig parlementsvoorzitter Jan Peumans (N-VA) duidde op het belang van de onafhankelijkheid van het KRC. Een storm in een glas water. Er werden verder geen maatregelen genomen.

De voorbije twee jaar heeft het KRC zich vooral ingezet voor kinderen en jongeren in verband met de coronacrisis. Zo pleitte het voor een versoepeling van de mondmaskerplicht voor kinderen van zes tot twaalf jaar, sprak het zich uit tegen een uitsluiting van kinderen op basis van hun vaccinatiestatus en bracht het mentale welzijn tijdens de lockdowns onder de aandacht.

Zowel Vandekerckhove, Vanobbergen als Vrijens benadrukken het belang van het KRC. Het instituut fungeert volgens hen als waakhond wat betreft de schending van kinderrechten in Vlaanderen. Volgens hen is het belangrijk te blijven zoeken naar manieren waarop het Commissariaat betekenisvol kan blijven.

Relevantie vandaag

‘Het KRC heeft twee belangrijke functies’, volgens Vanobbergen. ‘’Het wil kinderen, jongeren en mensen die zorg voor hen dragen een plek bieden om hun stem te laten horen wat betreft kinderrechten, specifiek waar het fout loopt op vlak van kinderrechten. Het KRC zoekt vervolgens mee naar een oplossing, het bemiddelt en maakt een analyse van wat er is fout gelopen. Daarnaast spoort het het beleid aan om de regelgeving kindvriendelijker in te vullen.’

‘Wanneer er een nieuwe wetgeving werd ontwikkeld wat betreft mobiliteit, probeerde het KRC ervoor te zorgen dat er rekening werd gehouden met de veiligheid van kinderen’, aldus Yolande Avontroodt.

Onlangs kon het KRC haar stempel drukken op het dossier inzake spreekrecht voor kinderen tijdens de echtscheiding van de ouders. Vrijens: ‘Men is van plan de website van de rechtbank te voorzien van een pagina gericht tot de kinderen van scheidende ouders. Ons dossier heeft veel mensen aan het denken gezet.’

‘Maar we zijn er nog altijd niet’, vindt Caroline Vrijens. ‘Mensen zijn zich er niet altijd van bewust, maar ook in Vlaanderen worden de rechten van kinderen en jongeren nog steeds geschonden, bijvoorbeeld op het gebied van hulpverlening en onderwijs. Ook leven er te veel kinderen in armoede.’

Vrijens: ‘Het Kinderrechtencommissariaat zet zich eveneens in voor kinderen op de vlucht in ons land. Kinderrechten bewaken, is dus niet iets dat alleen in verre landen moet gebeuren. Dat blijkt uit onze klachtenlijn. Als je die oproepen beluistert, besef je dat er nog te veel kinderen zijn wiens rechten worden geschonden. Die oproepen zijn heel divers. Het gaat om klachten over jeugdhulpverlening, sport, migratie maar ook school. Pesten op school of een kind met een beperking die een school zoekt waar hij terecht kan: het zijn allemaal thema’s waarmee het KRC in aanraking komt’, aldus Vrijens. De rechten van vluchtende of rondreizende kinderen en jongeren aankaarten, is volgens Inge Geerardyn, coördinator van de Vlaamse Jeugdraad, een goed voorbeeld van hoe het Kinderrechtencommissariaat het opneemt voor kinderen en jongeren wiens stem er niet of amper aan te pas komt in het beleid. Vandekerckhove: ‘Er wordt vaak gezegd dat kinderen de toekomst zijn, maar ze zijn er ook hier en nu en maken deel uit van de samenleving. Het is dus niet meer dan logisch dat de politiek ook met hen rekening houdt.’

Ook Geerardyn is overtuigd van het belang van het KRC. De organisatie werkt nauw samen met de Vlaamse Jeugdraad. De samenwerking verloopt vaak complementair: ‘Het KRC vertrekt altijd vanuit een juridische onderbouw, vanuit de rechten van het kind. Haar werking is daarin vaak meer diplomatisch. De Vlaamse Jeugdraad, die volledig uit jongeren en jeugdwerkers bestaat, kaart thema’s en brede maatschappelijke issues aan waar kinderen en jongeren zelf van wakker liggen.’

Binnenkort één groot mensenrechteninstituut?

Er gaan stemmen op om het Kinderrechtencommissariaat op te nemen in een groter, algemeen mensenrechteninstituut. Er zijn voor- en tegenstanders van dat idee. De Vlaamse Regering en Minister van Gelijke Kansen Bart Somers (Open VLD) wil de inbedding van het KRC in een mensenrechteninstituut onderzoeken, maar het KRC heeft daar bedenkingen bij.

Vrijens: ‘In Frankrijk hebben ze in 2010 hetzelfde gedaan, zonder succes.’ Vlaams parlementslid An Moerenhout (Groen) schreef eind vorig jaar voor Knack nog in een opiniestuk dat ‘Frankrijk een slecht rapport kreeg in 2016 omdat door de fusie de Kinderombudsman precies van het toneel verdwenen was. Bovendien moest de verdediging van kinderrechten het plots stellen met veel minder geld. Alsof je op kinderrechten kunt besparen.’

Medeoprichtster Avontroodt zou de inbedding een “gemiste kans” vinden. ‘Deze beslissing staat haaks op het Verdrag inzake de rechten van het kind. Waarom een verdrag laten goedkeuren specifiek voor kinderen en dan het Commissariaat inbedden in een algemeen mensenrechteninstituut? Het kind moet beschermd worden.’

‘Door de Kinderrechtencommissaris aan het parlement te verbinden, kan die advies geven aan de regering, zelfstandig onderzoek doen en onafhankelijk beslissingen nemen’, aldus Kathy Lindekens. De vijf KRC-oprichtsters spreken zich openlijk gezamenlijk uit tegen de opname in een groter mensenrechteninstituut. Ook de Vlaamse Jeugdraad pleit sterk tegen die inkanteling.

‘Het is een discussie die om de zoveel tijd oplaait’, aldus Vandekerckhove. ‘Het is een gevolg van het idee dat kinderen ook mensen zijn en dus geen nood hebben aan een apart instituut, maar kinderen hebben een kwetsbaarheid en nood aan specifieke aandacht. Een apart toezichtsorgaan en pleitbezorger blijft dus noodzakelijk.’

Vanobbergen vindt het een dubbele kwestie. ‘Het is belangrijk dat kinderrechten verbonden blijven met het algemene mensenrechtenverhaal, bijvoorbeeld qua advieswerking. Maar praktisch gezien wordt het moeilijk om kinderen zo zichtbaar te maken, bijvoorbeeld als er een algemene klachtendienst zou komen.’

‘Vandaag is het Kinderrechtencommissariaat een instantie waarvan de meeste politici weten dat het bestaat. Dat was vroeger wel anders’, zegt Vandekerckhove. Vrijens: ‘Het Commissariaat heeft sinds de oprichting veel dossiers kunnen opstellen met beleidsaanbevelingen’, vertelt Vrijens. Bij Vanobbergen klinkt het dat ‘Het Kinderrechtencommissariaat in die 25 tijd een autoriteit geworden is op vlak van het bewaken van kinderrechten in Vlaanderen.’

Hij blikt tevreden terug, maar volgens hem zijn er nog veel uitdagingen. ‘Kinderen ervaren nog steeds te veel vormen van maatschappelijke uitsluiting. Het blijft belangrijk alert te blijven en de vinger aan de pols te houden.’

‘Waar we echt het verschil hebben kunnen maken, is op vlak van asielbeleid en gelijke kansen in het onderwijs’, vertelt Vandekerckhove. Het KRC kon in overleg met andere betrokken partijen ervoor zorgen dat gezinnen met kinderen die het land werden uitgestuurd, niet meer werden vastgezet in gesloten centra. Dat werd later teruggedraaid onder toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken. Het KRC kaartte, in samenwerking met NGO’s en andere beleidsmakers, eveneens wantoestanden in scholen aan, waarbij jongeren onterecht werden uitgesloten of niet toegelaten. Dat werd omgezet in een wetgeving die bepaalt dat scholen niet zomaar leerlingen mogen weigeren.

Vandekerckhove benadrukt dat het KRC vooral een rol heeft gespeeld in discussies openen en adviezen geven. ‘Het Commissariaat heeft geen beslissingsbevoegdheid. Het enige wat het kan doen is de juiste informatie voorzien voor kinderen en jongeren, bijvoorbeeld naar welke instanties ze kunnen stappen.’ Caroline Vrijens nuanceert: ‘Het KRC heeft wel een onderzoeksbevoegdheid in individuele dossiers. Het heeft intussen ook een zekere autoriteit opgebouwd en tracht via bemiddeling problemen om te buigen naar oplossingen.’

Vanden Heuvel blikt positief terug op 25 jaar KRC. Al vindt ze dat er in de legislaturen van Vandekerckhove meer strijdbaarheid zat. ‘Het is belangrijk dat een Kinderrechtencommissaris aanwezig en zichtbaar is, bijvoorbeeld door op bezoek te gaan bij kinderen en ze te betrekken. Administratie is ook belangrijk, maar de grote uitdaging is volgens mij om niet te veel te verzanden in verslaggeving.’

Zo’n bezoek bij kinderen is wat Vandekerckhove naar eigen zeggen het meeste is bijgebleven. ‘We bezochten een gesloten centrum voor asielzoekers die werden teruggestuurd. Ik herinner me nog een jongetje in het centrum in Merksplas, hij moet een jaar of acht zijn geweest. In het plat West-Vlaams vertelde hij mij dat hij niet daar moest zitten, maar in West-Vlaanderen op school. Ik voelde me toen enorm machteloos.’

Nog werk aan de winkel

Ex-commissaris Ankie Vandekerckhove vreest dat de grote kinderrechtenproblemen zoals armoede, asielopvang en kinderopvang nog lang niet opgelost zijn. ‘Ze zijn misschien zelfs verergerd de laatste jaren.’ Ze is dan ook van mening dat het KRC positief heeft gewogen op het ‘non- problematische luik van kinderrechten, zoals kinderrechten bespreekbaar maken. Maar het is altijd hetzelfde probleem: het zijn de volwassenen die de kinderrechten moeten bewaken.’

Soms is er ook gebrek aan politieke interesse, vindt ze. ‘Alsof kinderrechten een luxeproduct zijn. Als er tijd en centen over zijn, is er interesse, maar kinderrechten op zich lijken geen doorslaggevend criterium te zijn om het beleid op te baseren.’

Vandekerckhove maakt zich er druk in dat opkomen voor kinder- en mensenrechten vaak wordt weggezet als ‘links activisme’. ‘Je kan niet zeggen dat een wetgeving over mensenrechten links of rechts is. We zijn die verdragen (Verdrag inzake de rechten van de mens en Verdrag inzake de rechten van het kind, red.) na de wereldoorlogen overeengekomen om gruwelijkheden te vermijden. Het is volgens mij niet zo vreemd om te zeggen dat iedereen gelijkwaardig is.’

© 2022 StampMedia / Esther Thomas

Partner Content