WIJ ZIJN EEN PRODUCT VAN ONZE VERBEELDING

Veel mensen zijn zo overtuigd van hun gelijk dat er geen rede meer mogelijk is. © CORBIS

De hersenen koppelen voortdurend informatie aan ervaring, en creëren daardoor een beeld dat niet strookt met de realiteit. Zo vult iedere mens zijn wereld op zijn eigen manier in. Waardoor de vrije wil steeds meer een illusie wordt.

Het is u ongetwijfeld ook al opgevallen. Soms doet u iets waarvan u denkt dat de rest van de wereld, of toch op zijn minst uw brede omgeving, er onder de indruk van zal zijn, maar dan gebeurt er niets. Niemand heeft iets gemerkt. Dat is niet abnormaal. U bent namelijk veel meer met uzelf bezig dan de anderen, die ook vooral op zichzelf gefocust zijn. De grootste expert in uzelf bent u zelf, en dat geldt voor iedereen.

De meeste mensen creëren zich een leefwereld die vooral rond de eigen activiteiten is geconcentreerd, en anderen passen daar maar in beperkte mate in. Zo maken wij ook voortdurend evaluaties van onszelf die niet stroken met hoe anderen ons zien. Vele mensen zijn meesters in het zichzelf toedichten van grote verdiensten, maar het zijn altijd anderen die in de fout gaan als er iets misloopt. Dat maakt het leven een stuk aangenamer, want het is niet zo eenvoudig te leven met een keten van mislukkingen.

Er zijn genoeg enquêtes die dat bevestigen. Iedereen vindt zichzelf een betere chauffeur dan gemiddeld, of beter in zijn vak dan de collega’s – met op kop in deze rangschikking van eigendunk hoogleraren, van wie liefst 94 procent van zichzelf vindt dat ze uitmunten in hun discipline. Grappig is dat de meeste mensen ook vinden dat ze zich beter dan gemiddeld kunnen verzetten tegen zulke uitingen van hoogmoed.

Eigenwaan verklaart de vele gevoelens van frustratie als blijkt dat anderen de hooggestemde verwachtingen in jezelf niet ondersteunen. Het verklaart de als onaangepast beschouwde angstreacties van mensen in de passagierszetel naast je in de auto. Het gegeven van het zelf gecreëerde wereldje is ook dikwijls oorzaak van hoogoplopende ruzies in relaties, want iedereen heeft een andere invulling gemaakt van een situatie en is zo overtuigd van zijn of haar gelijk dat er geen rede meer mogelijk is.

Onze hersenen slaan geen reeks concrete beelden van de realiteit op, ze koppelen wat ze binnenkrijgen aan wat ze al weten, en distilleren daar een waarneming uit, een perceptie, die het resultaat is van een interactie tussen heden en verleden, tussen observatie en ervaring. Zo kunnen twee mensen een uiteenlopende invulling geven van hetzelfde gebeuren, want ze koppelen het elk aan een verschillend neurologisch decor. In feite zijn de meeste mensen ervan overtuigd dat hun wereldbeeld het juiste is, en dat alle anderen zich vergissen door hun verdraaien van de realiteit zodat ze past in het patroon dat ze al klaar hebben in hun hoofd.

Bedrieger of feeks

We moeten leren aanvaarden dat het meeste van wat we ervaren, fout is, zeggen steeds meer neurologen. Het meeste van wat iemand als vanzelfsprekend ervaart in het dagdagelijkse leven, is een verzinsel van zijn of haar verbeelding. Het resulterende inzicht wordt onder meer sterk gestuurd door vooroordelen of andere vormen van afwijkende visies, maar jammer genoeg zijn de meeste mensen zich niet bewust van het feit dat ze vooroordelen hebben – anders zou het gemakkelijker zijn er komaf mee te maken. Vooroordelen opereren in het onderbewuste, wat impliceert dat ze zelden voorwerp worden van introspectie.

Je hebt uiteraard ook vooroordelen over jezelf. Vele mensen profileren zich graag als niet racistisch of seksistisch, tot ze in een bank geld aan een zwarte bediende moeten geven of in een vliegtuig met een vrouwelijke piloot moeten stappen. Hetzelfde geldt voor het beeld dat je borstelt van je partner, je vrienden en zeker je kinderen. Je ervaart je partner gemakkelijk als aantrekkelijker en interessanter dan andere mensen dat doen, tenzij het fundamenteel misloopt en je ineens beseft dat je met een bedrieger of een feeks opgezadeld zit. En dat ouders van hun kinderen kleine goden kunnen maken, is een universeel gegeven.

Studies hebben uitgewezen dat de algemene – en dikwijls vrijblijvende – informatie die je over een toevallig contact opslaat, realistischer is dan het beeld dat je van je eigen levenspartner in je hoofd hebt, omdat dat laatste veel meer gebaseerd is op de klassieke constructie die je hersenen maken van alles wat relevant is en waar je veel contact mee hebt. Je partner is veel meer een illusie dan de vertegenwoordiger die langskomt om je een verzekering aan te smeren. Die is een passerend beeld.

Wij hebben de neiging om uit de enorme hoeveelheid informatie die tegenwoordig onze hersenen bereikt, de elementen te filteren die onze eerdere visies ondersteunen. Hetzelfde geldt met het oprakelen van informatie uit ons geheugen. Daar zit een sterk selectieve filter op, bij zoverre dat een neuroloog ons autobiografisch geheugen in het vakblad New Scientist omschreef als een ‘rommeldoos van oude dagboekfragmenten, foto’s en krantenknipsels’. Zeker omdat wat je je herinnert uit je kindertijd veel meer gebaseerd is op oude foto’s en verhalen van je ouders dan op je eigen ervaringen – die zelden in het langetermijngeheugen terechtkomen.

Je herinneringen worden ook voortdurend bijgestuurd. Experimenten wijzen uit dat de helft van de mensen een jaar na een dramatische gebeurtenis, zoals de dood van de Britse prinses Diana of de aanslagen van 11 september 2001, hun beschrijving van hoe ze die beleefden al substantieel gewijzigd hebben, zonder dat ze zich daar bewust van zijn. Een overzicht in het vakblad Physics of Life Reviews toont aan dat elke keer dat we een episode uit ons verleden oprakelen, we die anders ervaren, waardoor we onze eigen mentale leefwereld permanent aanpassen.

Het feit dat de hersenen het er qua accurate rapportering van wat gebeurt niet zo goed afbrengen, kan worden teruggevoerd tot de noodzaak van een efficiënte werking. De hersenen kunnen niet alle binnenkomende informatie opslaan, dus moet er gefilterd worden. De filtering wordt mee bepaald door wat er al aan informatie beschikbaar is, en de beschikbare informatie wordt als referentie gebruikt om te plannen of het lichaam te sturen naar wat als een gewenste situatie wordt ervaren. De hersenen zijn in de meeste gevallen ook geprogrammeerd om de toekomst als rooskleuriger te zien dan realistisch is, en focussen liever op een gelukkig gezinsleven dan op een vechtscheiding, en liever op een comfortabel pensioen dan op een saai rusthuis.

Zeven seconden vertraging

De hersenen cultiveren dus, om het realistisch te houden, de mythe van de status-quo, waardoor wij gemakkelijk blijven steken in hardnekkige idee-fixen waarvan we onszelf wijsmaken dat ze de waarheid zijn. De hersenen kúnnen niet realistisch werken, want dat zou onleefbaar worden voor hun drager.

Nieuw zijn deze inzichten natuurlijk niet, maar ze zijn wel een neurologische bevestiging van wat grote denkers in het verleden, variërend van de Boeddha tot de Schotse filosoof David Hume, al postu-leerden, namelijk dat wij in feite niet meer zijn dan een collectie van ervaringen. Wat anderen, die elke mens graag een grote geest aanpraten, of een onmiskenbare identiteit met een stevige greep op zijn doen en laten, in de problemen brengt, zodat ze zich genoopt voelen dit soort neurologische vaststellingen te bestrijden. De wetenschap brengt de waan van de grote greep op de gebeurtenissen in gevaar, en bedreigt het als zo belangrijk beschouwde concept van de vrije wil.

Het topvakblad Nature bracht onlangs een overzicht van de wetenschappelijke kennis die de kwestie van de vrije wil aankaartte. Het debat begon toen Nature Neuroscience in 2008 een artikel publiceerde, waarin werd aangetoond dat de hersenen soms tot zeven seconden voor we ons bewust zijn van een zelfs relatief eenvoudige actie, al een beslissing genomen hebben. Onze hersenen zijn veel sneller dan ons bewustzijn – dat uiteraard ook spruit uit ons hersen-netwerk. Het bewustzijn wordt steeds meer omschreven als een ‘biochemische overweging achteraf die totaal geen invloed heeft op iemands acties’.

Filosofen die het concept van vrije wil niet zomaar willen zien afbrokkelen, poneren dat neurowetenschappen te beperkt zijn om de complexiteit van het menselijke zijn te vatten. Ze pikken het niet dat eenvoudige acties zoals het drukken op een knop tijdens een computerexperiment, geëxtrapoleerd worden naar beslissingen als met wie je gaat trouwen en of je de verzekering zult oplichten bij een aangifte. Daar hebben ze natuurlijk een punt. Maar filosofen, die niet meer hoeven te doen dan denken en eventueel hun bedenksels publiceren, gaan al vele duizenden jaren mee, terwijl neurowetenschappers iets van de jongste decennia zijn. Die laatsten hebben dus nog wat krediet om de anderen bij te benen.

DOOR DIRK DRAULANS

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content