En wat met de kinderen zelf ? Wat denken zij over de verkeersrommel aan hun schoolpoort ?

Als je kinderen hoort praten, lijken ze – jammer genoeg – soms toch o zo volwassen. Maar toch zijn er zo van die typische kinderdingen. Neem nu de manier waarop ze het ene moment met een schijnbaar onwrikbare overtuiging een stelling staan te verdedigen en die, zodra ze iemand het tegendeel horen beweren, even later met evenveel felheid tegenspreken. Als ze iets ouder worden en de medaille langs beide kanten gezien en vergeleken hebben, komt daar (meestal toch) verandering in en groeien ze uit tot bewuste mensjes die maar al te goed weten wat ze willen. Een verkeersvrije straat bijvoorbeeld. In een drukbevolkte wijk waar het gemeentebestuur enkele straten verkeersvrij maakte, zijn de reakties alvast unaniem : “Echt heel tof ! ” zo klinkt het, “Eindelijk kunnen we buiten spelen zonder de hele tijd te moeten uitkijken of er auto’s aan komen. We hebben veel plaats en het stinkt hier niet meer. Vroeger mocht ik van mijn ouders nooit buiten spelen, nu wel. “

“Mijn moeder wou altijd dat ik met haar meeging naar de winkel, omdat ze bang was dat ik anders op straat zou spelen, ” zegt een bijna-tiener opgetogen. “Nu laat ze me wel alleen. We hebben vanmiddag zelfs buiten gepiknikt. Leuk toch ? Vandaag zijn er wel twee bromfietsers door de straat gereden, maar voor de rest niets. Ik hoop dat het altijd zo blijft. “

Hoe ze zelf naar school gaan ? “Te voet. ” Geen probleem blijkbaar. De school is vlakbij en de straten rond de school worden al jaren ingepalmd door voetgangers en fietsers die de auto’s naar hun pijpen laten dansen in plaats van omgekeerd. Waardoor er dan weer meer kinderen te voet of met de fiets naar school komen. Trouwens, wie denkt dat de ouders hier hun wagen als kinderkoets gaan gebruiken, is hier duidelijk nog nooit geweest.

En wat wanneer ze naar de “grote school” gaan ? Gewoon, iets vroeger opstaan en te voet of met de bus door de stad. Zo eenvoudig is dat.

DE BUS ? ZO VUIL !

Is het inderdaad zo eenvoudig ? Niet iedereen is het daarmee eens. De kinderen die het plaatselijk zwembad van een nabijgelegen gemeente bevolken, maken er duidelijk wel een probleem van. Te voet naar school ? Geen mens die eraan denkt. Hier zijn het de ouders die de verplaatsingen van en naar school verzekeren. Nooit van bus of metro gehoord ? “Niet tof en zo vuil. ” Bovendien is hun school vaak een heel eind verwijderd van hun woning. Waarom ? Zijn er dan geen scholen in de buurt ? Toch wel, maar die zijn “niet zo goed” of “trekken het verkeerde publiek aan”. Deze kinderen hebben het van kindsbeen af ingepeperd gekregen : als je naar die of die school gaat, krijg je rare kinderen in de klas, kinderen met een vies kapsel en met weet ik wat voor ziektes.

Eén van de moeders komt er ronduit voor uit : “Ik wou mijn dochter inschrijven in de lagere school een paar straten verder. Mijn vriendinnen hebben het me afgeraden. Je weet wel, diefstallen, chantage en vechtpartijen en zo. Mijn dochter zit nu op een andere school. Weliswaar aan de andere kant van de stad, maar ik wil gerust elke dag tot daar rijden. Nu ben ik er tenminste zeker van dat ze op een goede school zit, in een fatsoenlijke buurt. “

Dochterlief moet vanzelfsprekend maar drie stappen doen, van de auto naar de schoolpoort. ’s Morgens, ’s middags en ’s avonds. “Ze doet genoeg sport, ” aldus de moeder, “ze zwemt, tennist en doet aan paardrijden. ” En fietsen ? “Soms, als we met het hele gezin een fietstocht maken. ” Wat denkt ze van de bus ? “Die heeft ze één keer genomen, om haar grootmoeder een plezier te doen. Want normaal gezien gaat ze overal met de auto naartoe. “

De auto als statussymbool, als teken van rijkdom of superioriteit ; kinderen die dat thuis altijd gehoord en gezien hebben, gaan dit uiteindelijk ook zelf geloven. Jong, jonger of nóg jonger ; het maakt niet uit, ze moeten sowieso al een rol spelen in de konsumptiemaatschappij en worden automatisch ingedeeld bij een doelgroep met een ekonomisch klinkende naam. Ze worden afgericht om per se een anorak van merk x en laarsjes van merk y te willen. En ook de auto waarin ze van en naar school gebracht wordt, mag niet zomaar van gelijk welk merk zijn.

TE GEVAARLIJK

Toch klinkt er bij de laatste groep kinderen ook hier en daar wat spijt door : “Het zou toch wel leuk zijn om alleen naar school te gaan, of samen met vrienden, ” zucht een keurig gekamde puber in spe. “Maar het is echt te gevaarlijk. En wat als het regent ? Doornat op school aankomen ? Bovendien is die boekentas zo groot en zo zwaar. “

Als het dan eens gebeurt dat ze om één of andere reden een eindje van de schoolpoort moeten uitstappen, beseffen ze pas hoe moeilijk het is om zich een weg te banen door de voertuigen. “Je zou ogen op je rug moeten hebben, ” zucht er eentje, “En de verwijten die sommige automobilisten ons toeroepen, je houdt het niet voor mogelijk ! “

De kinderen zijn verbaasd dat zoveel automobilisten de verkeersregels die zij in de klas moeten instuderen, zomaar negeren : rode lichten, speciale oversteekplaatsen, parkeerverbod,… “Zelfs de lerares heeft me eens bijna omvergereden, ” vertelt een ander, “Ze reed achteruit en zag me niet lopen, en ik liep op het voetpad. “

M.B.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content