‘Wat kunnen de Palestijnen anders?’

Een Palestijnse activist plakt portretfoto's van Palestijnse jongeren, met daarop de vlaggen van landen die de erkenning van een Palestijnse staat steunen, op de omstreden Israëlische veiligheidsmuur bij Bethlehem. © DARREN WHITESIDE/REUTERS

Volgende week zal de Palestijnse president Mahmoud Abbas bij de Verenigde Naties in New York pleiten voor de erkenning van een Palestijnse staat. ‘Soms heb je een dramatische situatie nodig om toch weer verder te kunnen’, zegt VN-gezant voor het Midden-Oosten Robert Serry.

‘Soms heb ik wel het gevoel dat ik een schier onmogelijke taak heb en zie ik zo weinig vooruitgang in mijn werk, dat ik daar wel eens gefrustreerd over ben’, zegt VN-gezant Robert Serry in zijn werkvertrek dat uitzicht biedt over Jeruzalem. Al bijna vier jaar probeert hij namens de Verenigde Naties de vredesonderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen weer op gang te krijgen. Een taak die volgende week verder bemoeilijkt zal worden wanneer de Palestijnse president Mahmoud Abbas bij de Verenigde Naties de erkenning van een soevereine Palestijnse staat zal aanvragen.

Serry kent de Israëlisch-Palestijnse verhoudingen door en door. Een kwarteeuw geleden al nam hij namens het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken deel aan de stille diplomatie die Israël en de Palestijnen nader tot elkaar moest brengen. Dat leidde in 1993 tot de ondertekening van de Oslo-akkoorden door toenmalig Israëlisch premier Yitzhak Rabin en de Palestijnse leider Yasser Arafat. ‘Dat was de meest optimistische periode van het conflict’, weet Serry nu. ‘Het blijft voor elke diplomaat een van de moeilijkste dossiers, maar daar ligt ook de uitdaging.’

Als hij in 2007 via zijn contacten in New York te horen krijgt dat de belangrijkste vertegenwoordiger van de Verenigde Naties in het Midden-Oosten vertrekt, meldt Serry zich onmiddellijk. Enkele weken later wordt hij persoonlijk door secretaris-generaal Ban Ki-moon in zijn nieuwe functie benoemd.

‘Om te begrijpen wat er volgende week gaat gebeuren, moeten we even terug naar precies een jaar geleden’, zegt Serry. In september 2010 verklaren de Palestijnse president Abbas en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu in Washington opnieuw te willen werken aan een vredesproces, een voornemen dat geen lang leven beschoren is. ‘De langste vooronderhandelingen om de partijen bijeen te krijgen, hebben toen de kortste onderhandelingen ooit opgeleverd. Ze zijn dezelfde maand nog vastgelopen vanwege het Israëlische besluit om de beperkte bouwstop van nederzettingen niet te verlengen.’

In april schreef u een rapport waarin u stelt dat de Palestijnse instellingen inderdaad gereed zijn en functioneren op een wijze die voldoet aan de criteria voor een normale staat. Staat u daar nog steeds achter?

Robert Serry: Daar sta ik nog steeds achter. En het was overigens niet alleen mijn rapport, ook de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds kwamen tot dezelfde conclusie.

Toch lijken er wat scheuren te zitten in het fundament: president Abbas stelde onlangs de regionale verkiezingen voor de derde keer uit. Hij was het afgelopen halfjaar al twee maanden niet in staat ambtenaren hun volledige salaris te betalen. Er is een onderzoek naar grootschalige corruptie waar ook ministers bij betrokken zouden zijn en financieel is de Westoever voor tachtig procent afhankelijk van buitenlandse steun. Is dat fundament voor een Palestijnse staat wel zo sterk?

Serry: De uitgestelde regionale verkiezingen hangen samen met de Palestijnse verdeeldheid, dat is een belemmerende factor. In Caïro hebben de Palestijnse fracties deze zomer afgesproken te zullen werken aan verzoening, maar van dat proces is nog niet veel terechtgekomen.

Wat ik wel heb zien gebeuren, is dat de Palestijnen een indrukwekkende prestatie hebben geleverd op de Westoever. Ik onderken dat, met name de laatste tijd, financiële problemen ontstaan. Die ontstaan omdat het hele project nog alleen maar kan worden uitgevoerd op veertig procent van de Westoever. Het gebied waarover de Palestijnse Autoriteit controle uitoefent, is versnipperd en vrij verkeer tussen Palestijnse steden wordt belemmerd door de vele veiligheidscontroles. Het enige continue gebied in de Westoever is onder controle van Israël, dat kan niet zo blijven. Als je voor een tweestatenoplossing bent, dan moet daar verandering in komen.

Wat betekent het Palestijnse voornemen om bij de VN de erkenning van een eigen staat aan te vragen voor het vredesproces?

Serry: Ik heb het een dramatisch moment genoemd in mijn laatste briefing aan de Veiligheidsraad. Waarom dramatisch? Omdat we na bijna twintig jaar vredesproces zien dat de pogingen om tot een werkelijk politiek perspectief op een tweestatenoplossing te komen, zijn mislukt.

De stap naar de VN is voor president Abbas eigenlijk wel logisch.

Serry: Ja, het is eigenlijk wel logisch. Wat kan hij anders? Maar ik hoop – en ik hoor dat ook steeds aan Palestijnse kant – dat ze bereid zullen blijven tot onderhandelen en dat het niet weer de kant van het geweld uitgaat. Maar je moet je natuurlijk ook afvragen of vreedzame demonstraties in deze situatie van bezetting lang vreedzaam kunnen blijven.

Als afgevaardigde van de VN hebt u ook plaats in het Midden-Oostenkwartet, de samenwerking tussen de VN, de EU, Rusland en de VS. Waarom zijn die grootmachten er niet in geslaagd de Palestijnse gang naar de VN te voorkomen?

Serry: Dat komt door twee belangrijke onderwerpen. Allereerst de Joodse staat en hoe je daarmee moet omgaan. In de onderhandelingen zijn we daar nog niet uitgekomen, omdat het heel moeilijk te verteren is aan Palestijnse kant. Zij zien dat als een ondermijning van een ander belangrijk punt: het recht op terugkeer. Het tweede probleem is het definiëren van de zogeheten landswaps (een overeenkomst waarin de Palestijnen Israëlisch land zouden krijgen in ruil voor land waarop nederzettingen in de Westoever zijn gevestigd, nvdr). Ook daar zijn we nog niet uitgekomen, maar we zijn nog wel met elkaar in contact.

Ziet u mogelijkheden om daar nog iets aan te doen in de laatste dagen voor de Palestijnse stap naar de VN?

Serry: Niet in de zin dat ik geloof dat het mogelijk is om de Palestijnse trein, die al naar New York is vertrokken, nog tot stoppen te brengen. Het is nu vooral belangrijk, wat er de komende weken ook mag gebeuren, dat er geen beeld van internationale verdeeldheid in de wereld ontstaat.

De Franse president Nicolas Sarkozy en de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere hebben hun hoop uitgesproken dat Europa met één stem zal spreken in de VN. Verwacht wordt dat driekwart van de landen in de Algemene Vergadering vóór zullen stemmen, de Europese staten verdeeld zullen zijn en dat Amerika zijn veto zal gebruiken. Waarom is eensgezindheid zo belangrijk?

Serry: Israël en de Palestijnen komen er niet uit. Als in New York vervolgens ook verdeeldheid blijkt binnen de internationale gemeenschap, is dat niet goed omdat we allemaal een gemeenschappelijk doel hebben: een tweestatenoplossing.

Wat is het maximale dat president Abbas in de VN kan bereiken?

Serry: Abbas twijfelt nog tussen een volledig VN-lidmaatschap aanvragen of een statuut van waarnemer in de Algemene Vergadering, een formule die ook gebruikt is bij Vaticaanstad. In dat laatste geval is hij niet afhankelijk van de VS, die een volledig VN-lidmaatschap waarschijnlijk wel zullen blokkeren. Dat waarnemersstatuut is grotendeels symbolisch, maar het opent wel de weg naar mogelijke jurisdictie bij het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dat is de reden waarom Israël er beducht voor is.

Verwacht u dat er in de praktijk iets zal veranderen na het uitroepen van de Palestijnse staat?

Serry: Het zal weinig veranderen aan de Israëlische bezetting en de continue beperkingen hier in de Westoever. Hoewel diplomatieke erkenning van een Palestijnse staat, vooral als Europese landen daaraan meedoen, natuurlijk wel de internationale positie van de Palestijnen zou versterken.

Aan de andere kant is er nog steeds die onderlinge Palestijnse verdeeldheid. Hamas, dat de leiding heeft over de Gazastrook, weigert de drie beginselen van het Midden-Oostenkwartet – afzien van geweld, erkenning van de Israëlische staat en van eerdere diplomatieke afspraken – te accepteren. Fatah, dat regeert over de Westoever, omarmt de drie punten wel. Voor de VN zijn die drie uitgangspunten van het Midden-Oostenkwartet essentieel als uitgangspunt voor Palestijnse verzoening. Het principeakkoord over verzoening dat Hamas en Fatah deze zomer in Caïro sloten, is daarna onmiddellijk vastgelopen op de discussie wie de nieuwe premier zou leveren. Op dit moment drijven de Westoever en de Gazastrook uiteen, bijna als twee schepen zonder roer op de zee.

Beschouwt u Hamas als een terroristische organisatie?

Serry: Vanzelfsprekend veroordeel ik de willekeurige raketaanvallen op Israël die Hamas geregeld vanuit de Gazastrook uitvoert. Er is evenwel geen VN-resolutie die zegt dat Hamas een terroristische organisatie is. De Amerikanen zeggen dat, Europeanen zeggen dat ook. Iedereen weet dat wij als VN contacten moeten onderhouden met de de facto regering in Gaza. Hoe zouden we anders kunnen functioneren? Ook voor Israël kan dat soms belangrijk zijn.

Ondanks het mislukte vredesproces, de onderlinge verdeeldheid tussen Palestijnen en de stap van Abbas naar de Verenigde Naties ziet u nog steeds mogelijkheden?

Serry: Ik heb het al gezegd: het is een dramatische situatie. Maar soms heb je een dramatische situatie nodig om toch weer verder te kunnen en ik blijf hopen dat het nog mogelijk is. We zitten nu op een point of no return: we kunnen vooruit als de wil er is om een politiek perspectief te formuleren voor een Palestijnse staat. Zo niet, ben ik bang voor de gevolgen.

DOOR LAURENS SAMSON

‘Er is geen VN-resolutie die zegt dat Hamas een terroristische organisatie is.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content