Waarom links de verkiezingen niet kon winnen

Meyrem Almaci en Peter Mertens © belga
Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

De jonge kiezer is niet langer per definitie links of progressief, integendeel. Dat blijkt uit het Postelectoraal Onderzoek van onderzoeksbureau Kantar.

De verkiezingsuitslagen voor Groen en de PVDA bleven bij de stembusgang op 26 mei onder de verwachting. Beide wonnen wel, maar de PVDA (5 procent) en Groen (10 procent) zijn nog steeds de twee kleinste partijen in Vlaanderen – al bleef de SP.A slechts nipt groter dan Groen. Groen zag meer dan 100.000 kiezers vertrekken, vooral naar de SP.A en de PVDA (telkens meer dan 30.000). Van het beperkte kiezerskorps uit 2014 zag de PVDA er 50.000 weglopen, waarvan 18.000 naar Groen, maar opvallend ook 12.000 naar Vlaams Belang.

Dat blijkt uit het Postelectoraal Onderzoek dat in de weken na 26 mei bij de Vlaamse kiezers werd gehouden en dat Knack exclusief kon inkijken. Daarin bestempelt 60 procent van de Groen-kiezers zichzelf als ‘links’. Dat terwijl maar 53 procent van de SP.A-stemmers zichzelf ‘links’ noemt en slechts 48 procent van de PVDA-kiezers. Wie van deze drie partijen kan in de toekomst het electoraal leiderschap van links in Vlaanderen claimen?

Probleem van Groen

Groen blijft de partij van de jonge kiezer, en slaat vooral aan bij vrouwen, hogeropgeleiden, studenten, de hogere sociale klasse en in de steden. Zo’n 10 procent van de kiezers heeft overwogen om voor Groen te stemmen, maar deed dat uiteindelijk niet. Dat is meer dan bij de SP.A (6 procent) en de PVDA (8 procent). Groen heeft dan ook een hogere groeimarge dan de twee linkse concurrenten.

De Groen-kiezer is vaker minnares dan echtgenote. Op 26 mei, toen er gestemd werd op het federale, het Vlaamse en het Europese niveau, stemde maar 37 procent van de Groen-kiezers voor de drie verkiezingen op Groen. Geen enkele partij deed het slechter. Daarnaast was Groen tot nu toe altijd de populairste partij bij diegenen die voor de eerste keer naar het stemhokje trokken. Groen wist ook nu veel nieuwe jonge kiezers (45.000) aan te trekken, maar werd ingehaald door Vlaams Belang, dat 50.000 nieuwe kiezers wist te overtuigen.

De afkeer voor Groen nam de afgelopen vijf jaar sterk toe: in 2014 wou nog een op de vier Vlamingen niet van de Vlaamse ecologisten horen, nu is dat al meer dan een op de drie. Heeft dat te maken met het feit dat Groen de salariswagen wilde aanpakken? Met de optredens van Kristof Calvo? Met de klimaatmarsen die hier en daar toch wrevel begonnen op te wekken?

In elk geval concludeert het onderzoek dat ‘de campagne van Groen noch door inhoud, noch door haar toon een verschil maakte. En ze werd uitgedragen door vertegenwoordigers die weinig vertrouwen wekten.’ Het ontbreekt Groen niet alleen aan ‘wervende en inspirerende figuren’, ze is ook te uitdrukkelijk de partij van één thema, leefmilieu en klimaat. Zal het Meyrem Almaci, een van de weinige Vlaamse partijvoorzitters die na de verkiezingen kon aanblijven, lukken om bij de volgende verkiezingen eindelijk door te breken, zoals al zo vaak werd voorspeld?

Waarom links de verkiezingen niet kon winnen

Aversie voor de PVDA

De PVDA scoorde het best bij de werkende bevolking van 35- tot 54-jarigen, vooral bij arbeiders die uit Antwerpen komen en vaker dan bij de andere partijen van allochtone afkomst zijn. Ze wist haar stemmen in vergelijking met 2014 te verdubbelen. Van de SP.A werden 45.000 kiezers losgeweekt, van Groen meer dan 30.000. Zij werden vooral gelokt omdat de PVDA inspeelde op persoonlijke financiële bekommernissen, zoals de onzekerheid over het pensioen, de oplopende energiekosten en de belastingdruk.

Zo’n 8 procent van alle kiezers heeft overwogen om voor de PVDA te stemmen, maar deed dat uiteindelijk toch niet. Dat wil zeggen dat de PVDA meer groeimarge heeft dan de SP.A, maar minder dan Groen. De PVDA kon slechts 55 procent van haar kiezers uit 2014 behouden. Geen enkele partij presteert slechter. Nog opvallend is dat de PVDA maar uiterst weinig kiezers die voor het eerst hun stem mochten uitbrengen kon overtuigen. Slechts 6000 van deze jonge nieuwe kiezers kozen voor PVDA en dat is veruit de slechtste score van alle Vlaams partijen.

De afkeer van de Vlaamse kiezer van de PVDA is zeer groot: bijna 40 procent wil er niet van horen. Alleen de aversie tegenover het Vlaams Belang (47 procent) is nóg groter. Maar terwijl de afkeer bij Vlaams Belang fors daalde, steeg die sterk voor de PVDA, want 5 jaar geleden bedroeg die nog ‘maar’ 30 procent.

Marktleider

Lacht de toekomst de linkse en progressieve Vlaamse partijen toe? Dat mag worden betwijfeld. Vlaanderen schuift duidelijk naar rechts, zoals vorige week al in Knack werd gemeld. De groeimarges van de SP.A en de PVDA liggen ook laag, terwijl de afkeer van de drie linkse partijen groeit. Bovendien stemden de jonge nieuwe kiezers op 26 mei eerder voor Vlaams Belang, wat illustreert dat de nieuwe kiezer niet langer per definitie links of progressief is, integendeel. Rest nog de vraag wie het electorale marktleiderschap van links in Vlaanderen in de toekomst mag opeisen. De PVDA is daarvoor nog te klein, maar als de SP.A nog verder wegzakt, is die rol weggelegd voor Groen.

Wie moet in de federale regering?

De Vlaamse kiezer is zeer verdeeld over welke partijen uiteindelijk de federale regering moeten vormen. Net als de informateurs en de politici weet hij het ook niet.

De vorming van een federale regering sleept straks al acht maanden aan. Dat is lang, te lang volgens velen. Maar weten de kiezers het beter? Welke coalitie draagt hun voorkeur weg? Het Postelectoraal Onderzoek stelde die vraag aan de Vlamingen in de weken na de verkiezingen van 26 mei. Blijkt dat 52 procent van de Vlamingen wil dat de N-VA deel uitmaakt van de federale regering. Haast evenveel (51 procent) pleit voor de Open VLD en ook evenveel voor de CD&V. Een op de drie kiezers wil de SP.A in de regering, evenveel als voor Groen en het Vlaams Belang.

In de federale coalitie geniet de MR bij 47 procent van de Vlaamse kiezers de voorkeur als Franstalige partner. Een op de drie kiezers denkt aan de PS, Ecolo heeft net iets minder aanhang. En slechts 21 procent denkt aan het CDH. Zowel bij Open VLD-kiezers als bij de N-VA en de CD&V is de bijval voor een regeringsdeelname van de MR groter dan die van de PS. Ook de helft van de Groen-stemmers steunt de MR in de regering.

De meest gewenste coalitiepartners:

– Voor N-VA-kiezers: Open VLD, MR en Vlaams Belang

– Voor Vlaams Belang-kiezers: N-VA, CD&V en Open VLD

– Voor CD&V-kiezers: Open VLD, MR en N-VA

– Voor Open VLD-kiezers: MR, N-VA en CD&V

– Voor Groen-kiezers: Ecolo, CD&V en Open VLD

– Voor SP.A-kiezers: PS, Groen en Ecolo

– Voor PVDA-kiezers: Groen, PS en SP.A

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content