Vande Lanotte en Van Orshoven wijzen formatie de weg

BART DE WEVER EN PAUL MAGNETTE De gezondheidszorg splitsen, maar de financiering ervan federaal houden. Die optie uit de nota Vande Lanotte-Van Orshoven zou één netelige discussie minder kunnen betekenen voor de preformateurs. © BelgaImages

Het is juridisch relatief eenvoudig om de Belgische gezondheidszorg te defederaliseren. Dat blijkt uit een ’technische nota’ van Paul Van Orshoven en Johan Vande Lanotte.

Grondwetspecialisten Paul Van Orshoven (Leuven, van CD&V-signatuur) en Johan Vande Lanotte (Gent, gewezen SP.A-minister) werden enige tijd geleden aangesproken om een nota op te stellen over welke aanpassingen in de gezondheidszorg mogelijk waren in het kader van de huidige regeringsvorming. Er is immers maar een beperkt aantal grondwetsartikels voor herziening vatbaar verklaard. De nota is doorgespeeld aan de N-VA en de CD&V.

‘Defederalisering van de gezondheidszorg. Een leidraad met sleutels’ telt zes pagina’s en is een puur technische nota: Van Orshoven en Vande Lanotte leggen uit wat juridisch kán. Een andere vraag is wat ‘moet’ of ‘wenselijk is’: dat is een politieke vraag en een zaak voor de partijen die een federale regering proberen te vormen. De basisbevinding van de nota verrast. Het is juridisch relatief eenvoudig om de gezondheidszorg te splitsen. Daarvoor hoeft de grondwet namelijk niet aangepast te worden. Er is alleen een verandering nodig van de ‘Bijzondere Wet tot hervorming van de instellingen’ van 8 augustus 1980. Die wet stond centraal in de zogenaamde tweede staatshervorming, doorgevoerd door de regering-Martens III.

De gezondheidszorg splitsen is technisch niet onhaalbaar. Of het in 2020 ook al politiek haalbaar is, moet nog blijken.

Die staatshervorming zorgde voor een verdieping en uitbreiding van de eerste staatshervorming van Gaston Eyskens (CVP) in 1970, toen de cultuurgemeenschappen en gewesten het levenslicht zagen. Die cultuurgemeenschappen werden toen gemeenschappen tout court, ook bevoegd voor ‘persoonsgebonden materies’. In de Bijzondere Wet van 1980 staan die opgesomd, met als belangrijk onderdeel de gezondheidszorg. Gezondheidszorg is dus al sinds 1980 een zaak van de gemeenschappen. Dat dit in de praktijk goeddeels nationale, later federale materie is gebleven, komt doordat de Bijzondere Wet een lange lijst bevat van allerlei ‘uitzonderingen’ in de gezondheidszorg die toch federale materie blijven – in de praktijk was dat ongeveer de hele gezondheidszorg. Het gaat om de financiering van het stelsel, het (universitaire) ziekenhuisbeleid, de organisatie van de eerste lijn, de erkenningsvoorwaarden voor zorgverstrekkers, de contingentering van de artsen, de financiering et cetera. Het belangrijkste stuk gezondheidszorg dat vanaf 1980 daadwerkelijk gedefederaliseerd werd, was de kern van wat vandaag nog altijd ‘Welzijn’ heet: een deel van de ouderenzorg, de jeugdbescherming enzovoort.

De nota Van Orshoven-Vande Lanotte beschrijft dat in deze bepalingen, indien gewenst, schoon schip gehouden kan worden. De meeste uitzonderingen die nog altijd in die Bijzondere Wet staan, kunnen gewoon geschrapt worden, en de mate waarin dat gebeurt bepaalt hoever de gezondheidszorg wordt gedefederaliseerd. Om het eenvoudig te stellen: als alle uitzonderingen geschrapt worden, dan is de gezondheidszorg gedefederaliseerd. Dat is helemaal geen moeilijke operatie – ‘een masterstudent in de rechten kan die procedure als eindwerk op papier zetten’, heet het. Of het ook moet en zal, is geen zaak van de auteurs van de nota, maar een politieke optie die de onderhandelaars moeten lichten.

Paul Van Orshoven en Johan Vande Lanotte 'De gezondheidszorg defederaliseren? Een masterstudent rechten kan die procedure als eindwerk op  papier zetten.'
Paul Van Orshoven en Johan Vande Lanotte ‘De gezondheidszorg defederaliseren? Een masterstudent rechten kan die procedure als eindwerk op papier zetten.’

Het is een truc die in vroegere staatshervormingen meer dan eens is toegepast. Al in de eerste staatshervorming van 1970 was bijvoorbeeld onderwijs toegewezen aan de cultuurgemeenschappen. Ook toen stond in de grondwet een lange lijst uitzonderingen, waardoor het onderwijs op een paar kleine beleidsdomeinen na – zoals de studiebeurzen – nog bijna twintig jaar lang in de feiten nationale materie bleef. In de jaren tachtig was Daniël Coens (de vader van CD&V-voorzitter Joachim) nog minister van Onderwijs in opeenvolgende nationale regeringen. Het deed Volksunie-senator Frans Baert zuchten: ‘Het onderwijs is gefederaliseerd, met uitzondering van het onderwijs’ – wat vandaag ‘defederaliseren’ heet, heette toen ‘federaliseren’. Pas met de derde staatshervorming van 1988 konden de meeste uitzonderingen geschrapt worden en kwam de bijna-volledige bevoegdheid voor onderwijs toe aan de gemeenschappen. Zo’n operatie zou nu dus ook, en zelfs op een relatief eenvoudige manier, kunnen worden uitgevoerd voor de gezondheidszorg. Want deze uitzonderingen staan niet in de grondwet maar in een Bijzondere Wet, en om die laatste te wijzigen is er geen grondwetsherziening nodig.

De auteurs stellen in hun nota ook vast dat zonder een wijziging van de grondwet alleen een zogenaamde ‘communautarisering’ (overhevelen van gezondheidszorg naar de gemeenschappen) mogelijk is, en geen ‘regionalisering’ (naar de gewesten). Voor het Brussels Gewest wijzen de auteurs op een aparte regeling.

Financiering

De keuze om gezondheidszorg aan de gemeenschappen en niet aan de gewesten toe te vertrouwen, heeft belangrijke financiële consequenties. Indien ze gewestelijke materie zou worden, zou ook de financiering als zodanig gesplitst kunnen worden en overgelaten aan de fiscale draagkracht van het betrokken gewest. Indien gezondheidszorg een gemeenschapsbevoegdheid wordt, blijft de financiering in essentie ‘federaal’. De splitsing van de ‘Belgische’ financiering voor de gezondheidszorg is voor de Franstalige partijen trouwens een no-go. Maar indien gekozen wordt om de gezondheidszorg te defederaliseren via de lijnen die Van Orshoven en Vande Lanotte als technisch het meest haalbaar voorstellen, hoeft dat netelige politieke debat dus niet eens gevoerd te worden: de federale financiering en dus de Belgische solidariteit blijft automatisch behouden.

Hoe dan ook is het niet eenvoudig om een Bijzondere Wet aan te passen. Er is een quorum nodig (de meerderheid van Kamerleden van beide taalgroepen aanwezig moet zijn). Vervolgens moet er een tweederdemeerderheid behaald worden, met een meerderheid in elke taalgroep. De drie partijen die nog altijd de kern vormen van de regeringsonderhandelingen – N-VA en PS, plus SP.A – beschikken samen over 53 zetels. Met de 17 christendemocraten van CD&V en CDH erbij, stijgt dat naar 70 zetels. De liberalen kunnen nog eens 12 Open VLD- en 14 MR-zetels aanleveren. Dat zijn dan 96 zetels. Het Brusselse Défi (ex-FDF, 2 zetels) en de ene stem van de onafhankelijke Brusselaar Emir Kir (ex-PS) kunnen ineens belangrijk zijn. Maar met al die stemmen erbij strandt men nog altijd op 99 van de 150 zetels, één te kort voor een tweederdemeerderheid. Althans indien de Kamer voltallig op het appel verschijnt, en indien er geen onthoudingen zijn. Want het concrete stemgedrag maakt natuurlijk een gigantisch verschil.

Vandaar dat het zo belangrijk is wat de 21 groenen van Ecolo en Groen zouden doen. Een splitsing van de gezondheidszorg lijkt haaks te staan op hun wens naar meer samenwerking. Maar misschien helpt het argument dat de coronacrisis duidelijk heeft gemaakt dat de gezondheidszorg te versplinterd is, en dat de bevoegdheden dringend meer gebundeld moeten worden. Zullen de 19 VB’ers (Dries Van Langenhove meegerekend) de splitsing van de gezondheidszorg ten koste van alles willen verhinderen, ook al wordt die al zo lang door de Vlaamse Beweging geëist? De 12-koppige PVDA-PTB-fractie pleit dan weer resoluut voor een omgekeerde beweging: een herfederalisering.

Van de gezondheidszorg een zaak van de gemeenschappen maken is technisch niet onhaalbaar, zo leert de nota van Van Orshoven en Vande Lanotte. Of het in 2020 ook al politiek haalbaar is, zal nog moeten blijken.

Een meer gedetailleerde versie van dit artikel vindt u op knack.be.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content