Van culturele Islam naar Europees liberalisme

Dyab Abou Jahjah, Verlichting onder vuur, Ertsberg, 295 blz., 26,95 euro © National

Dyab Abou Jahjah, ooit het enfant terrible van de Vlaamse politiek, verdedigt in zijn nieuwste boek de Europese verlichting.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

The best lack all conviction, while the worst / Are full of passionate intensity.’ Die twee regels uit het gedicht Second Coming van W.H. Yeats citeert Dyab Abou Jahjah in zijn nieuwe boek Verlichting onder vuur. De besten zijn degenen die de universele waarden van vrijheid, gelijkheid en het recht op zelfonplooiing nastreven, zonder veel lawaai te maken. Terwijl de slechtsten vurige verdedigers zijn van de belangen van hun eigen groep en daarbij polarisatie creëren, zoals radicale moslims, extreemrechts en de aanhangers van woke.

Extreemrechts blijft onderbelicht in dit ietwat onevenwichtige boek

Het islamisme traceert hij tot zijn wortels in de dertiende eeuw, toen theoloog Ibn Taymiyya terug wilde naar de bron van de islam. Gedaan dus met de verering van heiligen en relikwieën, net als met de rationalistische islam, die zei dat je door middel van de zuivere rede te weten kon komen wat God wilde, zonder dat de Koran eraan te pas hoefde te komen. Voor Taymiyya was die Koran juist de enige waarheid, en hij had er succes mee, schrijft Abou Jahjah tongue in cheek, want toen hij begraven werd, waren er een kwart miljoen aanwezigen die van zijn graf een bedevaartsoord maakten waar de man vereerd werd als een heilige. Via de befaamde Ibn Abdul Wahab, die de islam de politieke boodschap gaf die Saudi-Arabië nog steeds in ere houdt, en de Moslimbroederschap kwam dit islamisme tot bij ons.

Praktisch evenveel aandacht schenkt Abou Jahjah aan de wokebeweging, die gelooft dat de westerse samenleving in essentie een systeem van onderdrukking is ten dienste van de witte man. In plaats van solidariteit en universaliteit hoog in het vaandel te voeren, kiest ze met haar opdeling in steeds kleinere groepen – gedefineerd aan de hand van gender, huidskleur of seksuele ‘voorkeur’ – voor exclusiviteit en het creëren van een vijandbeeld. Iedere discussie wordt moreel, er zijn alleen goede en foute ideeën, en wetenschap of feiten zijn van geen tel meer. Net zomin als humor natuurlijk, want iedere grap is zout in de wonde van de onderdrukking.

Op zich is dat niet zo’n opzienbarende boodschap, ware het niet dat ze van Dyab Abou Jahjah komt, het enfant terrible van het Vlaamse politieke activisme, de man die in 2000 de Arabisch-Europese Liga oprichtte ter verdediging van de politieke en culturele belangen van Arabische moslimmigranten in Europa en daarmee de schrik om menig Vlaams hart deed slaan. Toen hij een paar jaar later beschuldigd werd van het oproepen tot geweld, was hij meteen publieksvijand nummer een. Hoe hij van een culturele moslim en een uitgesproken tegenstander van assimilatie een aanhanger geworden is van het Europese liberalisme vormt een tweede verhaallijn doorheen zijn toch ietwat onevenwichtige boek, waarin soms onnodig lang uitgeweid wordt over details, en extreemrechts, toch een van zijn drie grote antiverlichtingspeilers, veel te weinig aandacht krijgt. De verlichting is niet Europees of kolonialistisch, schrijft Abou Jahjah. Zij bestaat uit een stel universele ideeën waar ieder mens achter staat, en het is niet omdat die ideeën in Europa de kans kregen om door te breken dat ze fout zouden zijn. En dus zou die verlichting wel wat meer van zich af mogen bijten, zoals ze dat bijvoorbeeld tijdens de Arabische Lente in Tunesië deed. Die was immers spiritueel islamitisch, politiek liberaal en sociaal links.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content