Jacques Sys
Jacques Sys Jacques Sys is hoofdredacteur Sport/Voetbalmagazine

Walter Planckaert, zijn ex-sportbestuurder, verwacht dat Wilfried Nelissen toekomende zondag in Geel zijn Belgische titel verlengt.

THUIS, IN NEVELE, volgt Walter Planckaert de wielersport met weemoed. Gedurende 25 jaar bewoog hij zich in de frontlijn, eerst als renner, later als sportdirekteur van de ploeg van Peter Post. Maar toen die geen sponsor op de kop kon tikken, werd Planckaert werkloos. Met spijt moest hij zijn kroonjuweel, Wilfried Nelissen, uitlenen aan Lotto. Tot 30 juni heeft Post nog een optie op de Belgische kampioen, vanaf dan is Nelissen vrij. Het ziet er niet naar uit dat de Amsterdammer voor die tijd een nieuwe broodheer vindt.

Walter Planckaert, 47 jaar en kontraktueel nog tot 31 december aan Post verbonden, vreest dat hij straks een andere maatschappelijke richting moet inslaan. In het wielermilieu blijken de kansen schaars, want : “Iedereen beschermt zijn plaats. ” De hoop op een nieuwe sponsor liet Planckaert definitief varen. “We onderhandelden lang met twee grote bedrijven, maar in laatste instantie haakten die af. De wielersport is te duur, de grenzen van het redelijke zijn al lang overschreden. Onder de tweehonderd miljoen frank bouw je geen serieuze ploeg meer uit. Topploegen worden in leven gehouden door fanaten die toevallig een groot bedrijf runnen. “

Oplossingen onderkent Planckaert nauwelijks : “Zonder het goed te beseffen, maken de toprenners de wielersport kapot, omdat zij hun prijs ieder jaar opdrijven. Ze weten : goede renners zijn zo dun gezaaid, dat hun financiële verlangens op de een of andere manier worden ingewilligd. Eigenlijk zouden alle sponsors moeten samenkomen om daarover bepaalde afspraken te maken. Maar dat is utopisch in een wereldje waarin er nog altijd volop achter de rug gemarchandeerd wordt om de beste renners te strikken. “

Planckaert hoopt nog op voorstellen uit een onverwachte hoek. “Er zijn vage kontakten met Maurizio Fondriest. Die wil volgend jaar een nieuwe ploeg opstarten, daar zou ik als een van de sportdirekteurs aan de slag kunnen. ” Erg overtuigend klinkt het niet. Planckaert gaat niet echt gebukt onder dit jaar van retraite, maar langer mag het toch niet duren.

– WALTER PLANCKAERT : Ik ga zondag natuurlijk naar het kampioenschap in Geel kijken, maar wel met een raar gevoel. Vorig jaar zaten we in volle voorbereiding op de Tour, Nelissen reed beter dan ooit tevoren. Dat bewees hij in het nationaal kampioenschap. Ik zie hem de ochtend van de koers nog het huis van Dirk Dewolf binnenstappen. Barstend van zelfvertrouwen, net een wilde stier. Dat is heel ongebruikelijk bij Nelissen. Meestal twijfelt die aan zichzelf. Eigenlijk moet je hem konstant op de schouder kloppen, hem vertellen hoe goed hij wel is. Dat deed ik geregeld. Zeker na de wat bizarre voorgeschiedenis van dit kampioenschap.

– Waarin Nelissen op een gegeven moment op zijn donder kreeg van Peter Post.

– PLANCKAERT : Nelissen liep in Kuurne-Brussel-Kuurne een sleutelbeenbreuk op. Ik wilde hem de tijd laten om rustig te herstellen. Ik prentte hem in het hoofd dat hij moest klaar zijn tegen de Vierdaagse van Duinkerken. Post zag dat anders, die begon Nelissen op te jagen. Ik zei tegen Wilfried : voor een keer gaan we niet naar Post luisteren, we werken naar Duinkerken toe. Alleen moet je daar wel twee ritten winnen. Maar op de vooravond van die Vierdaagse riep Post dat Nelissen niet mee naar de Ronde van Frankrijk zou gaan als hij zo bleef sukkelen. Dat moet je nu juist bij hem niet doen, want die jongen verliest direkt zijn moreel. Post bedoelde dat niet slecht, hij wilde Nelissen stimuleren. Maar die begon van zich af te bijten, gesteund door zijn vrouw en zijn familie. Nelissen wordt nooit gekorrigeerd door zijn omgeving. Zijn vrouw zou beter wat meer achter hem aanzitten. Maar misschien doet ze dat niet omdat er dan ruzie zou komen, want Nelissen is geen simpele gast.

Ik moest toen heel hard op hem inpraten. Tijdens de eerste rit liet hij zich verschillende keren ter hoogte van de wagen afzakken. Vloeken en sakkeren op Post, ik moest hem echt kalmeren. Maar vervolgens won hij wel. En later pakte hij nog een rit. Toen wist ik : hij zat goed. Als ultieme voorbereiding op de Tour reed hij ook een heel goede Ronde van Zwitserland. Hij stormde echt de hellingen op. Vroeger moest Nelissen tijdens die soort inspanningen op een gegeven moment altijd blokkeren, maar hij had op uithouding getraind en veel vooruitgang geboekt. De manier waarop hij het nationaal kampioenschap won, met slechts vijf ploegmaats tegen al die grote blokken, dat was imponerend. Jammer dat hij dan in de Ronde van Frankrijk door die val in de eerste rit moest opgeven. Ook al konden we toen de draagwijdte van die val nog niet beseffen : het betekende in zekere zin het einde van de ploeg.

– Was het moeilijk om met Nelissen te werken ?

– PLANCKAERT : Voor mij niet, ik kende hem als mijn broekzak. Tegenover Nelissen moet je niet de schoolmeester uithangen. Je moet hem op een menselijke manier benaderen, hem soms de gelegenheid geven om stoom af te laten. Ook al uit noodzaak want Nelissen is geen Johan Museeuw, hij kan niet dagen na mekaar diep gaan.

Je moet Wilfried ook in de koers sturen. Anders gebruikt hij zijn krachten op de verkeerde momenten. Daar praatte ik veel met hem over, op een gegeven moment begon hij slimmer te koersen. Maar nu lijkt hij me weer in zijn oude fouten te hervallen : in Parijs-Roubaix demarreerde hij terwijl er nog dertig man in de kopgroep zaten.

– Het huidige seizoen valt tegen voor Nelissen.

– PLANCKAERT : Hij won tot dusver toch weer tien koersen, dat kan geen enkele Belg zeggen. Maar er waren geen klassiekers bij. Ik ga me niet uitspreken over de oorzaken daarvan, hij zit nu bij Lotto. In het begin probeerde ik hem wat te begeleiden, maar dat zagen ze bij Lotto niet zo graag. Ze hadden moeite met mijn opmerkingen na Gent-Gent. Daar reed Wilfried verschrikkelijk goed, maar tot mijn verbijstering konstateerde ik dat niet zijn kaart getrokken werd, maar wel die van Andrei Tsjmile, terwijl die in de spurt nooit kon winnen van Franco Ballerini en Edwig Van Hooydonck. Daar zei ik iets over. ’s Avonds kreeg ik Nelissen aan de telefoon, hij zat in zak en as.

Het heeft me verbaasd dat Jean-Luc Vandenbroucke nooit met mij kwam praten over Nelissen.

– Voor het seizoen had u al twijfels over de kombinatie Nelissen-Vandenbroucke.

– PLANCKAERT : Omdat je met Nelissen moet kunnen praten en daartoe is Vandenbroucke met zijn paar gebroken woorden Nederlands niet in staat. Bovendien weet ik hoe Jean-Luc de renners onder druk zet. Dat werkt dus bij Wilfried niet. Dat zag Vandenbroucke inmiddels ook in, hij laat Nelissen nu meer zijn zin doen. Maar daarin neigt Nelissen dan weer tot gemakzucht. Het is echt een bizarre gast. Ik weet heel zeker : als hij in de eerste drie ritten van de Tour niet kan winnen, dan zakt zijn moreel weg en moet je bij manier van spreken bij hem slapen om te verhinderen dat hij opgeeft.

Het doet me pijn dat hij nu nog een stuk van zijn beste vorm verwijderd is. Hij kon in de Ronde van Luxemburg geen etappe winnen en eindigde in een massaspurt pas vierde, dat lijkt toch een teken aan de wand. Bovendien maakt Lotto nu ook de fout om in Frankrijk de Route du Sud te rijden en niet de Ronde van Zwitserland. Je kan je nergens beter klaarstomen voor de Tour dan in de Ronde van Zwitserland : er wordt heel serieus gekoerst en organizatorisch bestaat er geen betere wedstrijd. Nelissen rijdt daar graag, hij houdt minder van koersen in Frankrijk.

– Verwacht u Nelissen zondag ?

– PLANCKAERT : Ik zie niet in wie hem daar gaat kloppen. Sterker : als Nelissen die titel niet pakt, is dat een blaam voor Lotto. Ze hebben de beste en de meest omvangrijke ploeg, ze kunnen de wedstrijd kontroleren. Bovendien past de omloop van Geel perfekt bij Nelissen. De vraag is wat hij er vervolgens in de Ronde van Frankrijk van bakt. Heeft hij wel genoeg getraind ? Vroeger had Wilfried veel aan Guy Nulens. Die stond konstant aan zijn deur, sleurde hem mee. Maar nu kon Nulens met Wilfried niet mee naar Lotto, er is iets gebroken tussen die twee. Nelissen had beter een stuk van zijn kontrakt laten vallen om Nulens in de ploeg te krijgen. Maar hij is nu eenmaal zot van geld. Na het BK vorig jaar moest ik hem zeggen : denk eens aan je ploegmaats die zich een hele dag voor jou suf hebben gereden. Uit eigen beweging doet hij dat niet, maar zo steken de meeste toprenners in elkaar. Ze zijn geobsedeerd door de gedachte : hoe kan ik in korte tijd zoveel mogelijk verdienen ?

– Toch gaat Nelissen bij Lotto zijn kontrakt met een jaar verlengen.

– PLANCKAERT : Waar moet hij anders naartoe ? In een Italiaanse ploeg sterft hij van de heimwee. Hij heeft volk rond zich nodig, eigen volk. In Italië kan hij alleen renderen als je hem door vijf Belgische renners omringt. Maar dat vraagt natuurlijk een veel te grote financiële inspanning. Want de periode van hoogkonjunktuur is daar voorbij, de Italianen domineren dit seizoen niet meer zoals anders. De ploeg van Gianni Bugno, dat is toch de tegenvaller van het seizoen.

– Mapei-GB daarentegen.

– PLANCKAERT : Die hebben natuurlijk Museeuw, de veruit beste Belgische renner. Alleen haalt hij nog te weinig uit zijn mogelijkheden. Dat komt door zijn karakter : Johan heeft niet de ingesteldheid van een kopman. Hij is te braaf, te gedienstig, hij maakt zich te gemakkelijk ondergeschikt aan het ploegbelang. Wie op zo’n imponerende manier de Ronde van Vlaanderen wint en zo over de kasseien van Parijs-Roubaix vliegt, mag niet tolereren dat plots de kaart van Ballerini wordt getrokken. Maar Museeuw stampt niet graag tegen iemands schenen. Patrick Lefevere, de sportdirekteur, zit qua karakter helemaal op de lijn van Museeuw. Een uitmuntende organizator, hij ligt heel goed in de ploeg, maar ik heb hem nog nooit kwaad gezien. Al kent hij zijn vak door en door. Daarom is het goed dat Frank Vandenbroucke nu in die ploeg rijdt. Want die jongen heeft de neiging zichzelf voorbij te hollen. Lefevere zal hem een heel verstandig programma geven, hij heeft genoeg andere goede renners in de ploeg. Ik verwacht heel veel van Vandenbroucke. Hij heeft niet alleen klasse en karakter, hij is ook intelligent, hij voelt de wedstrijden aan.

– Verwacht u nog iets van Museeuw in de Tour ?

– PLANCKAERT : Nee. De ploeg wordt volledig gemaakt voor Tony Rominger. Ik denk zelfs dat Rominger die ploeg zelf samenstelt. Uiteraard gaat hij er Museeuw bijpakken, voor die ploegentijdrit. Maar daarna zal Johan volledig in zijn dienst moeten rijden.

– Kan Rominger een bedreiging vormen voor Indurain ?

– PLANCKAERT : Volgens mij niet. Maar ik verwacht wel de meest spannende Tour van de jongste jaren. Want behalve Rominger, zijn er nog : Eugeni Berzin, Piotr Ugrumov, Alvaro Mejia die weer goed rijdt, Marco Pantani, Alex Zülle, Oliverio Rincon. En Richard Virenque van wie ik heel veel verwacht. Alleen is er een bepaalde taktiek nodig om Indurain te kraken : in plaats van met speldeprikken moeten ze hem bestoken met een spervuur van demarrages. Dan gaat hij onderuit.

Ook al maakte Indurain in de Dauphiné toch weer een grootse indruk. Op een bepaald moment viel Virenque aan in een bergrit. De anderen volgden en toen pakte Indurain een broodje en at dat rustig op. In volle inspanning, in volle klim, met één hand boven op het stuur reed hij gewoon mee. Toch krijgt hij straks meer tegenstand dan ooit tevoren.

Jacques Sys

Walter Planckaert (inzet) over Wilfried Nelissen : “Het is een bizarre gast. “

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content