Twee verloren zielen dwalen door een niemandsland. Kan de liefde hen redden?

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Yan Kerrand heet hij. Fransman, geboren in 1968. De receptioniste noteert ijverig zijn gegevens en wijst hem een kamer toe. Normaal zou ze hem ook wat toeristische tips moeten geven, maar het is winter in Sokcho en behalve genieten van ijzige strandwandelingen valt hier bitter weinig te doen. De Zuid-Koreaanse badstad, in de zomer een trekpleister voor dagjesmensen, verkeert in winterslaap. Het pension is amper gevuld – een Japanse bergbeklimmer en een omzwachteld meisje dat herstelt van haar plastische chirurgie, meer gasten zijn er niet. En nu is er dus die mysterieuze Fransman. Volgens het internet een striptekenaar van beroep. Hij werkt aan een reeks over een archeoloog die de wereld afschuimt op zoek naar – ja, naar wat eigenlijk?

Centrale zin: Sokcho rook naar winter en vis, en wachtte.

Ze zijn tot elkaar veroordeeld, de receptioniste en de striptekenaar. Twee eenzame zielen die in een sartriaanse lobby wachten op verlossing. Hun entente wordt gesymboliseerd door de ligging van Sokcho: vlak bij de DMZ, de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Korea, een spergebied van 240 kilometer lang, aan weerszijden bewaakt door zwaarbewapende grenswachten. Zelfs het strand is afgebakend met prikkeldraad, maar daar wen je volgens de receptioniste aan. Kerrand kan er zich iets bij voorstellen: hij is afkomstig uit Normandië, waar de restanten van D-Day het landschap ontsieren.

Als twee verloren koningskinderen drentelen ze om elkaar heen. Gescheiden door taal en cultuur proberen ze de leeftijdskloof te overbruggen maar het water blijft diep. Zij rouwt om een gebroken relatie – haar vriendje is naar Seoel vertrokken om model te worden –, hij probeert elke avond een vrouw te tekenen die bij zijn archeoloog zou passen. Dat zou zijn redding kunnen zijn, maar de prullenmand ligt vol verscheurde deernen.

Debutante Elisa Shua Dusapin – zelf van Frans-Koreaanse afkomst – bouwt haar roman fijnzinnig op met korte poëtische hoofdstukken waarin ze het alledaagse een poëtische glans geeft. Haar hoofdpersonages voeren een trage sukkeldans uit op de ruïnes van hun levens, in een verscheurd land, onder een stolp waarin de tijd gevangen is gezet.

Toch is Winter in Sokcho, waarvoor Dusapin in de VS terecht de National Book Award voor vertaalde werken won, geen troosteloze roman. Tussen de regels voel je de zwijgzame liefde tussen de twee vreemdelingen broeien en subtiel voert Dusapin de spanning op. Haar open einde, waarin een potentieel giftige kogelvis wordt geserveerd, doet denken aan het dramatisch slot van Romeo en Julia, maar het is aan de lezer om dit parelende verhaal af te maken.

Winter in Sokcho ****

Elisa Shua Dusapin, Spectrum (oorspronkelijke titel: Hiver à Sokcho), 174 blz., € 19,99.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content