Zaterdag kiezen meer dan 80.000 VLD-leden tussen elf kandidaten, onder wie vier zwaargewichten, een opvolger voor Guy Verhofstadt. In de wat ongewone kiesstrijd om het partijvoorzitterschap komen de grote vragen van Verhofstadt nauwelijks aan bod. Een rondgang.

IN de campagne, die straks een nieuwe VLD-voorzitter moet opleveren, treden twee figuren op de voorgrond. Ze zijn nochtans geen kandidaat-voorzitter. Toch duiken ze onveranderlijk in de debatten en diskussies op. Voor de eerste ligt dat nog in de lijn van de verwachtingen. Hoewel scheidend voorzitter Guy Verhofstadt zich op geen enkele samenkomst laat zien, blijkt hij alomtegenwoordig in de gesprekken. De andere figuur, die veel aandacht naar zich toetrekt en hoe dan ook op de stemming zal wegen, bezit niet eens een lidkaart van de VLD. Wél stapt hij door het leven als burgemeester van Leuven, senator en voorzitter van de SP.

Het is Louis Tobback dus opnieuw gelukt om zich met liberale zaken te bemoeien. Tobback beïnvloedt deze verkiezingen zelfs meer dan eerste-minister Jean-Luc Dehaene (CVP). De kandidaat-voorzitters nemen de premier wel dikwijls op korrel, meer veeleer bij wijze van verplicht nummer. Als hoofd van een koalitie waarvan de VLD geen deel uitmaakt, heeft Dehaene vanzelfsprekend recht op de obligate salvo’s. Bij Tobback liggen de zaken anders. Die praatte zich in de weken voor de jongste parlementsverkiezingen in VLD-kringen een hele reputatie bij elkaar. Hij wordt als de belangrijkste saboteur van de blauwe kiescampagne geduid. Tobback, vooral Tobback, zo denkt de liberale goegemeente, jaagde de gepensioneerden van de VLD weg en sloeg Verhofstadt voor de volle tien tellen neer. De SP-voorzitter lijkt trouwens niet van plan om zijn raids in vijandelijk gebied te stoppen. In een recent gesprek met een krant wraakte hij Patrick Dewael, één van de grote kanshebbers op het voorzitterschap en de dauphin van de scheidende roerganger. Liefde bestaat niet in de politiek, maar Tobback houdt van Herman De Croo. “Die zal tenminste de sociale fundamenten overeind laten, ” zei de SP-voorzitter tegen iedereen die het horen wilde.

In het kransje van aspirant-voorzitters wekt het intrigante gedrag van Tobback wrevel. “Het is de SP-voorzitter niet die beslist wie de VLD gaat leiden, ” blaast, bijvoorbeeld, Annemie Neyts. “Als hij zo graag over de liberalen praat, dient dat alleen om de aandacht van de eigen SP en haar vele problemen af te leiden. ” Rik Daems noemt Tobback de inspirator van de “grote leugen” rond het sociaal bloedbad dat de VLD wou aanrichten. “Tegen mij kan hij zich zoiets niet veroorloven. Ik blijf rustig, bewijs dat hij liegt en toon aan dat precies zijn beleid fundamenteel asociaal is. ” Zelfs De Croo, na de 11 juli-viering nog verenigd in een tête-à-tête met Tobback, voelt zich ongemakkelijk worden bij al de schouderklopjes van de SP-voorzitter. “Op de duur wordt het gênant, ” grapt hij tijdens een daverende speech in zaal Victoria in Meer.

De voorkeur van Tobback voor De Croo stamt natuurlijk uit pure berekening. De Croo stond en staat te boek als een opposant van Verhofstadt en zijn radikaal liberalisme. Met hem valt er bijgevolg gemakkelijker te praten en tot een politiek vergelijk te komen. Voor wie beducht is voor een slagvaardige oppositie, biedt De Croo nog andere voordelen. Komt hij aan het hoofd van de partij, dan dreigt er ten minste een malaise in de VLD, als het al niet tot een schisma komt. Zeker bij de vernieuwers die De Croo ooit als “reizigers zonder bagage” omschreef, zal de mistevredenheid dan hoog oplopen.

Net als, bijvoorbeeld, Pierre Chevalier en Hugo Coveliers, hoopt ook Jaak Gabriëls stellig dat De Croo het straks niet haalt. “Het is belangrijk dat het projekt van Verhofstadt wordt verdergezet, want het verhaal is niet af. De voorzitter speelt hierin een strategische rol. Hij kan ter plaatse blijven trappelen of de dingen aktiveren. Het projekt laten doodbloeden, kan hij echter niet meer, gezien de beslissingen van het partijkongres. Ook de overgrote meerderheid van het bestuur is de vernieuwing gunstig gezind. Wie denkt dat Verhofstadt voorbij is, vergist zich. Hij moet een belangrijke rol in de partij blijven spelen. Het zou onverantwoord zijn om hem langs de lijn te zetten. “

LA BELLE MARAîCHèRE.

Het voorzitterskantoor van Verhofstadt in de Melsensstraat staat al weken leeg. Hij betrekt nu een vaste stek in de senaat : een klein, sfeervol kantoor met alleen maar boeken en niet één krant. Hij leest, schrijft en houdt zich ver van het gewoel rond het voorzitterschap. Hij bekijkt amper de tv-journaals en mijdt de pers. Als hij toch met journalisten praat, gaat het over Robert Musil, Elias Canetti en Mario Vargas Llosa. Over de verkiezing van de nieuwe VLD-voorzitter en de toon van de campagne wenst hij geen verklaringen af te leggen. Hij kijkt toe en wacht af. Verhofstadt steunt Dewael, liet zich daarin ostentatief kennen en kreeg daarvoor kritiek van de andere kandidaten.

Als Dewael niet wint, zal het ondanks Verhofstadt zijn. Onmiddellijk na zijn ontslag spande Verhofstadt zich terdege in om zijn “vriend” een goede uitgangspositie te bezorgen. Elke maandag na het partijbureau verzamelde hij Dewael en enkele vertrouwelingen, onder wie Gabriëls, Chevalier maar ook Daems, in het Italiaans restaurant Osteria del Barone. Op tafel kwam slechts één agendapunt : een zo breed mogelijk front rond Dewael organizeren, zodat De Croo de race (andermaal) zou verliezen. “Bij Verhofstadt was de vrees groot dat het anders tot een restauratie kon komen en dat van het hele VLD-projekt alleen de façade zou overblijven, ” zegt één van de deelnemers aan die gesprekken. Zowel de kandidatuur van Neyts als de onverwachte dissidentie van Daems, die uiteindelijk besloot voor zichzelf te rijden, kompliceerden de diskussie. Op 25 juli belegde Verhofstadt in La Belle Maraîchère, het notoire Brusselse visrestaurant, een samenkomst, waarop hij nagels met koppen zou slaan. De club van del barone was voor de gelegenheid uitgebreid met enkele leden om zowel Neyts als Daems tot een forfait te bewegen. Het duo verkoos echter Vietnamees te eten en arriveerde pas tegen de koffie. Tot een konversatie kwam het nauwelijks en tot een akkoord helemaal niet. Neyts zette iedereen op het verkeerde been, pareerde met talent alle suggesties dat zij zich moest terugtrekken en verliet na een half uur goedgemutst de vergadering. Zij had een andere, zeer belangrijke afspraak. Met Gijs de Vries namelijk, liberaal fraktievoorzitter in het Europees parlement. Nadat haar vertrek, roerden de tongen zich. Dewael kookte, verweet Verhofstadt dat hij haar niet hard genoeg had aangepakt en dreigde er zelfs even mee om zelf zijn kandidatuur in te trekken.

Op dat ogenblik rijpte het idee van de steunlijst. Dewael zelf zocht kontakt met verschillenden van de 56 ondertekenaars en overtuigde ze. Dat kostte hem niet zelden uren van palaveren. De zwaargewichten nam Verhofstadt voor zijn rekening. In zijn gekende stijl. Zo werd Aimé Desimpel in Indonesië opgespoord en gebeld. Een paar minuten later gaf hij zijn ja-woord. Anderen aarzelden, zeiden niet echt ja en nog minder nee en verwonderden er zich een paar dagen later over dat hun naam op de lijst prijkte.

Ludo Monset, voormalig senator en nu burgemeester van Blankenberge, staat ook met naam en toenaam op Dewaels steunlijst. Dat belet hem niet om Annemie Neyts ongemeen hartelijk te begroeten op haar informatievergadering in de kuststad. “Er werd me gevraagd om Dewael te steunen, maar ik werd niet onder druk gezet. Ik geloof in de verruiming en cijferde me weg om Chevalier een betere kans te geven. Ik heb veel bewondering voor De Croo en ik ben er van overtuigd dat we de volgende jaren meer aandacht voor het sociale moeten hebben. Dat is trouwens de reden waarom ik hier bij de gemeenteraadsverkiezingen 39 procent van de stemmen haalde. “

IMAGO’S.

Niet iedereen beschikt zoals Tobback over een getraind politiek instinkt om in de vloed van liberale woorden het kaf van het koren te scheiden. Het vraagt enige oefening en exegese om de relevante politieke verschillen tussen de vier grote kanshebbers te ontwaren. Het wordt de circa 82.000 geregistreerde VLD-kiezers zeker niet gemakkelijk gemaakt. De vier houden geen onderlinge debatten en in hun toespraken en teksten ontzien ze elkaar. Alleen een geoefend waarnemer die tussen de lijnen kan lezen en horen, onderscheidt andere klemtonen en oriëntaties. Zelfs Europarlementslid Willy De Clercq die bijna een halve eeuw in bres staat voor de liberale gedachte en aktie en een feilloze intuïtie ontwikkelde voor wat er in de politiek te koop ligt, merkt geen markante verschillen. “Het debat is weinig inhoudelijk, dat kan moeilijk anders. De meeste kandidaten willen ongeveer hetzelfde. Niemand wil de klok terugdraaien. Deze verkiezing gaat niet over een politieke lijn, wel over personen. Ik geloof dat de basismilitanten met hun hart zullen stemmen. “

De Clercq zelf weigerde uit loyauteit voor zijn Euro-kollega Neyts de lijst van Dewael te tekenen en ventileert op geen enkel moment blijken van zijn voorkeur. Ook voormalig woordvoerder Guy Van Hengel die vele jaren met Verhofstadt op de blauwe barrikaden stond en bijgevolg beter dan wie ook weet wie voor wat staat, minimalizeert opmerkelijk genoeg de inhoudelijke verschillen. “De leden hebben de keuze tussen zeer onderscheiden persoonlijkheden. De stijl, het temperament, het karakter, daar gaat het in feite over. Verhofstadt is toch het beste bewijs van hoe belangrijk een sterke persoonlijkheid op deze plaats kan zijn. “

De kandidaten lijden alvast niet aan valse bescheidenheid. Ze durven zichzelf aan te prijzen. Daems, bijvoorbeeld, meent dat hij een andere werkstijl heeft dan de tegenkandidaten. “Ik kan luisteren, omdat ik niet besmet ben door de macht. ” Neyts is de enige vrouw in het gezelschap, maar ze let wel op om daar een argument van te maken. Ze speelt het subtieler en kondigt een ander soort leiderschap aan dan wat nu de “heren” Dehaene en Tobback belichamen. “Hun leiderschap kenmerkt zich door arrogantie, botheid en geslotenheid. Wanneer zij hebben gesproken, moeten de rangen worden gesloten en gaan de monden dicht. Ik wens een open, aanspreekbaar, tegemoetkomend leiderschap. ” Voorts gelooft Neyts dat de Belgische politiek, zeker de tv-debatten, met haar aan de top opnieuw een stuk leuker zullen worden.

De robotfoto die De Croo van de ideale VLD-voorzitter schetst, beantwoordt hoe kan het anders ? aan zijn spiegelbeeld. De nadruk ligt niet op beginselvastheid, wel op ervaring, sluwheid, diplomatie en een beetje humor. Dewael lijkt het minst zelfverzekerd. “Tot voor kort had ik de reputatie rustiger en menselijker dan Verhofstadt te zijn. Nu hoor ik dikwijls dat ik hard, koel en ijdel ben. Ik streef geen imago na, maar ik ben er mij wel van bewust dat een imago van wezenlijk belang is in de politiek. Misschien twijfel ik teveel en probeer ik mijn onzekerheid te verbergen. Mijn oom, Herman Vanderpoorten, had dat ook. Op momenten dat hij kapot van de zenuwen was, kon hij soms vreselijk arrogant overkomen. Ik vraag me dikwijls af waarom ik het allemaal doe ? In tegenstelling tot sommigen van mijn kollega’s ben ik geen politiek beest. “

DE ERFENIS.

Ongetwijfeld is Dewael de kandidaat die zich het meest duidelijk op Verhofstadt en zijn politieke erfenis beroept. “De principes, ook die van het sociaal kongres, mogen niet verloochend worden. ” Dat klinkt stoer en onverzettelijk, maar de kandidaat voegt daar wel aan toe dat hij de konkrete invulling voortdurend aan de aktualiteit wil toetsen. Ook met Dewael wordt de VLD een stuk pragmatischer en zal ze zich minder op konkrete voorstellen vastpinnen. “We hadden de moed en de eerlijkheid om te zeggen wat we wilden. Soms leek het op exhibitionisme. Het maakte ons kwetsbaar. Men praatte meer over onze plannen dan over de regeringsbeslissingen. In de toekomst moet dat veranderen. ” Ook Daems stelde zich gedurende het hele Verhofstadt-tijdperk op aan de kant van de vernieuwing. Hij neemt daar nu geen afstand van, maar meent dat er iets schort aan de kommunikatie tussen de Brusselse top en de basis. “In tegenstelling tot de kongresbesluiten werd de beginselverklaring van de VLD in de hele partij grondig doorgepraat. Die wordt door iedereen gedragen en daarover bestaat een echte consensus. Rond de kongresbesluiten daarentegen leeft er twijfel en diskussie. “

Voor Daems vallen die dan ook minder strikt te interpreteren dan de VLD-beginselen, die geen diskussie toelaten. Daems, de begrotingsspecialist van de VLD, bepleit al vele jaren een uitgesproken ortodox budgetbeleid. Tegelijk werpt hij zich op als de promotor van een volks, Vlaams en sociaal liberalisme. Konkreet houdt dat in dat Daems zich in het vel de joviale non-konformist steekt, een grote selektiviteit van de sociale uitkeringen verdedigt en op zijn kiesaffiches graag een rood biesje afdrukt. “Ik hou van die kleur, ” geeft hij toe. Als kunstkenner en een niet onverdienstelijk schilder weet Daems waarover hij praat. In de hall van zijn huis hangt een wervelend doek in getormenteerd koloriet. Hij gaf het de titel “Chaos” mee.

Het laatste waarvan Annemie Neyts kan worden beschuldigd, is dat ze zich niet loyaal zou opstellen tegenover het nieuwe liberale projekt. Met tranen in de ogen ruimde ze als eerste vrouwelijke partijvoorzitter in Vlaanderen de baan voor Verhofstadt. Ze ging toen niet in een hoekje zitten janken. Zonder handrem op zette ze zich in om van de PVV een suksesrijke VLD te maken. Bij elke verkiezing deed de partijleiding een beroep op haar om de lijst te trekken of te duwen, en nooit vergeefs. Rancune kent Neyts blijkbaar niet, ze voelt wel ambities in zich branden en wil nu voor eens en voorgoed aantonen dat ze karakter heeft en kan doorzetten.

Op de vraag hoe het nu verder moet met de erfenis van Verhofstadt, antwoordt ze dat de VLD geen kerk is. “De Burgermanifesten waren een belangrijk moment in de geschiedenis van het liberalisme, maar zeker geen eindpunt. Ik ben het fundamenteel eens met de diagnose en de richting van Verhofstadt. Dat wil echter niet zeggen dat ik alle punten en komma’s onderschrijf. Over de wijze en het tempo van de realizatie zou ik als voorzitter geen diktaten aanvaarden. ” Neyts neemt het begrip sociaal liberalisme bijna nooit in de mond, al geniet ze een grote populariteit bij de liberale vakbond. Het kader, zo bleek uit een interne bevraging, zou liefst hebben dat zij of De Croo Verhofstadt opvolgt. In die kringen installeert Dewael zich pas op de vierde plaats. Toch durft Neyts de machtspositie van de pressiegroepen scherper dan haar tegenkandidaten aanklagen. In het casino van Blankenberge, waar ze bij de start van haar campagne door Siegfried Bracke werd geïnterviewd, flapte ze het er heel spontaan uit. “De drukkingsgroepen bezetten de staat in eigen voordeel. Ze zijn alleen in macht en geld geïnteresseerd en ik zie geen tekenen dat de regering dat afremt. “

Tot zo’n stoute taal laat De Croo zich nimmer verleiden. Hij beseft dat dit de quintessence van het Verhofstadt-verhaal is, waar zowel ACV-voorzitter Willy Peirens, Tobback als veel ander volk uit het establishment van baalt. “Als ik voorzitter word, wil ik de tegenstanders niet langer met alleen maar wapens tegemoet treden. ” Ook voor De Croo dringen zich maatschappelijke veranderingen op om een einde te maken aan het immobilisme van het kapitaal. Daarvoor moet er vertrouwen in de toekomst heersen en meer flexibiliteit, minder prepensioen en goedkopere arbeid, zeker van de oudere werknemers. “Zo’n hervormingen kan je niet als een eenzame witte ruiter of is het een Don Quichote ? van bovenaf opleggen. Daarover moet je praten, met vakbonden en ziekenfondsen. Ik geloof in een overlegekonomie, tenminste als de verkozenen het laatste woord hebben. “

MASTURBATIE.

De Croo deed al eens eerder een gooi naar het voorzitterschap. Hij verloor toen van Verhofstadt, die ruim het dubbele van de stemmen binnensleepte. Hoewel hij nu zwakkere tegenstanders heeft, maneuvreert De Croo behoedzamer dan twee jaar geleden. Plotseling noemt hij Gabriëls en Chevalier waardevolle politici en ook zet hij zich niet meer af tegen de vernieuwing. Hij wil die konsolideren. Verhofstadt valt hij nooit rechtstreeks aan, zeker niet in het publiek. Als hij echter de diagnose maakt waarom de VLD op 21 mei de meerderheid niet kon breken, kalft zijn malsheid af. Terwijl de andere kandidaten de hoofdoorzaak bij de “leugens” van de rivalen leggen, volgt De Croo daarin een andere denkpiste. “Wij gaven ze de munitie. Ze hadden de goedendag maar op te rapen, die wij klaar legden. Eerst op het sociaal kongres, dan met de campagne voor de parlementsverkiezingen. We maakten eerst de ambtenaren bang, dan de gepensioneerden en de sociaal bewogen mensen en alsof dat niet volstond, joegen we op het einde ook nog de boeren weg. Zo verwonderlijk is het dus niet dat we 50.000 stemmen te kort kwamen. Ik voelde het aankomen en heb mijn eigen affiches gebruikt. Zo haalde ik in Oudenaarde nog eens 4 procent winst, goed voor 36 procent van de stemmen. Ik geef toe dat Guy zich toen fenomenaal heeft ingezet : 42 meetings, het is niet niets. Jammer genoeg dienen zo’n exploten tot niets. Het is een zelflaudatio, pure masturbatie. “

Als De Croo zich met de andere kandidaten vergelijkt, onderkent hij iets wat hem onderscheidt. “Van mij weten ze dat het onmiddellijk zal bewegen, bij de anderen moet er vier jaar gewacht worden. ” Telkens weer hamert De Croo op het onderscheid tussen een zweeppartij en een beleidspartij. “De VLD behoort tot de laatste kategorie, bijgevolg moet ze op tijd en stond regeringsverantwoordelijkheid opnemen, zoniet verdwijnt ze. ” De andere kandidaten spreken dat niet tegen, ze geloven echter niet in een snelle koalitiewissel. De Croo daarentegen meent dat het binnen de meerderheid begint te spannen. Hij konstateert veel tegenstrijdigheden in de verklaringen en vooral, vindt hij, is Dehaene niet meer wat hij was. Het publiek in zaal Victoria spitst de oren als De Croo onthult hoe goed hij Dehaene wel kent. Met ingehouden adem hoort het de voormalige minister uitleggen hoe het nu met de premier echt gesteld is. “Deze keer is hij een premier van moetes, want zelf koestert hij slechts één ambitie. Het land verlaten en naar Europa gaan. Hij is op zijn retour. Het zou me verwonderen als hij op het einde van de eeuw nog eerste-minister zal zijn. “

De liberalen verkeren nu al zeven jaar in een toestand van oppositie. Voor een traditionele partij komt dat overeen met een eeuwigheid. In het midden van de jaren zeventig, toen Leo Tindemans (CVP) twee keer aan het hoofd van een centrum-rechtse koalitie stond, oordeelde Guy Spitaels (PS) dat het niet goed was voor het land als een grote politieke familie te lang uit het bestuur werd geweerd. Zijn toespraak maakte indruk, ontlokte veel kommentaren en bleef niet zonder gevolg. Ter gelegenheid van de tweede Tindemans-regering werd de koalitiewissel al doorgevoerd.

Willy De Clercq, die zolang hij in de Belgische politiek zat, nooit langer dan vijf jaar naar de oppositie werd verbannen, kijkt heel somber, bijna triest, als hij de VLD als regeringspartij te berde brengt. “Waarschijnlijk blijven we nu elf jaar uit de regering weg. Voor de demokratie is dat een slechte zaak, want die vaart het beste met een alternance. Het is trouwens unfair dat de tweede partij van Vlaanderen na de verkiezingen niet eens voor een gesprek werd uitgenodigd. Men wou niet met ons praten. Had men dat gedurfd, dan was er een rooms-blauwe koalitie uit de bus gekomen. Iemand als een Herman Van Rompuy (CVP) vormt toch geen probleem. Hij is misschien zelfs liberaler dan ik. “

Een deel van het middenkader van de VLD raakt ongetwijfeld gefrustreerd, omdat het nog altijd geen uitzicht heeft op kabinetsfunkties en de lang verhoopte benoemingen. Dat publiek weet zich natuurlijk gecharmeerd door de hoop die De Croo wekt. Dewael, zich van het gevaar, waarschuwt zijn toehoorders voor valse illuzies. In Aalst, een arrondissement dat De Croo is toegewijd, herhaalt hij zijn ongeloof in een vlugge regeringswissel. “Vergeet het dat we binnenkort in de regering zitten. Ik ga niet op mijn buik liggen voor de mensen die nu het beleid voeren. Onze analyse is juist. We moeten het nog een tijd volhouden en dan zullen de feiten onze diagnose bevestigen. “

KADERVERDRIET.

Die rechtlijnigheid zou een deel van het VLD-publiek kunnen afschrikken. Vooral het middenkader denkt met gemengde gevoelens terug aan de turbulente jaren onder Verhofstadt. Die mensen hopen dat de beeldenstorm nu voorbij is. De vele kongressen, de radikale resoluties, de nieuwe liberale partij en bovenal de statuten met alles wat dat aan direkte demokratie inhoudt ; nogal wat kaders vonden het veel te verregaand. Rik Daems die een hele vakantie lang van afdeling tot afdeling trok, kon uren van liberaal kaderverdriet registreren. “Vroeger, ” zegt de voorzitter van de Lokerse VLD, “waren er hooguit twee tot drie mailings per jaar. Nu zijn er dat zes, soms wel zeven. Administratief betekent dat een zware inspanning, maar ook financieel. ” De schatbewaarder beaamt. Brussel stuurde hem zopas een faktuur van 800.000 frank : een bijdrage voor de jongste verkiezingscampagne. Daems houdt zich sterk. Hij belooft niet dat hij de schuld zal kwijtschelden. Wel stelt hij de aanwezigen gerust. “De geruchten dat er een financieel debâcle voor de VLD dreigt, zijn voor zover ik weet niet gegrond. “

Van de vier topkandidaten formuleert Dewael als enige geen konkrete voorstellen om het verweesde liberale middenveld meer inspraak te bezorgen. De Croo speelt met de gedachte van pre-kongressen, terwijl Neyts de kongresresoluties door de leden of de militanten wil laten toetsen. “Nee, ” voegt ze er ongevraagd aan toe, “ik heb geen heilig respekt voor kongresresoluties. ” Ook de statuten moeten het bij haar ontgelden. Die zijn “miserabel”. Om het even wie voorzitter wordt, hij of zij zal daaraan volgens Neyts moeten sleutelen. De kans dat het strikte kumulverbod voor de bijl gaat, is groot. Het bezorgt de VLD namelijk een konkurrentieel nadeel tegenover de andere partijen. Tegelijk hopen sommigen op die manier de verstoorde relaties met de liberale zuil te herstellen. Ook de procedure over de samenstelling van de modellijsten blijkt niet werkbaar en moet veranderen, vindt Neyts. Daarbij wil ze de lokale mandatarissen meer bij het beleid betrekken. “Zij maken immers het verschil. Zij ook kunnen de leugen over het sociaal bloedbad ontkrachten. “

De grote maatschappelijke vragen waarmee Verhofstadt de Vlaamse liberalen konfronteerde, komen op de informatievergaderingen minder aan bod dan het verdriet over statuten en modellijsten. Toch is het grote debat nooit ver weg. Altijd vraagt wel iemand waarom de liberalen opnieuw de sociale trein hebben gemist ? Velen zitten opgeschept met iets dat op een slecht geweten lijkt. “Het zal nog jaren duren voor we van het stigma van de kapitalist verlost zijn, ” merkte een jongere in Lokeren op. Als het gesprek die wending neemt, vallen doorgaans prompt de namen van de ondernemers die recent tot de VLD toetraden : Desimpel, Pierre Lano en Fernand Huts. Neyts reageert filozofisch : “Met dat asociaal etiket lopen we al meer dan honderd jaar rond. Dikwijls is het een vooroordeel. ” De nieuwe VLD-voorzitter zal ongetwijfeld proberen om dat te herschikken. Veel tijd krijgt hij echter niet : zijn mandaat duurt minder dan twee jaar, dan volgt een nieuwe verkiezingsronde. Als het nodig mocht zijn, kan Verhofstadt dan de puntjes op de i’s zetten en zijn come-back organizeren.

Paul Goossens

Patrick Dewael (links) en Herman De Croo klampen scheidend VLD-voorzitter Guy Verhofstadt aan : het debat gaat niet over inhoud.

Patrick Dewael : geen politiek beest.

Herman De Croo : een beetje gênant.

Rik Daems : niet besmet door macht.

Annemie Neyts : anders dan die andere heren.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content