De gelijkenissen tussen de zaak-Dutroux en de zaak-Fourniret zijn frappant: een spoor van gruwel, slordig politiewerk, gemiste denksporen, oppervlakkige psychiatrie, een problematische invrijheidsstelling, recidive, nog meer gruwel, het ondraaglijke lijden van de ouders… en dan de graafwerken, waarin de Belgen zich inmiddels belerende specialisten tonen. Toch is Fourniret geen Dutroux bis. Er zijn nu immers geen witte comités, geen 300.000 betogers, geen ontslagnemende ministers, geen samenzweringen, geen labiele onderzoeksrechters, geen extremistische advocaten die per se een netwerk willen zien… Kortom, er is geen hysterie of uitslaande antipolitiek. De Franse pers brengt een haast sereen debat over vervroegde invrijheidsstelling, opvolgsystemen voor seksuele misdadigers en de modernisering van het speurwerk. Zijn wij Belgen, Vlamingen en Walen in deze verenigd als een Siamese tweeling, dan toch een zootje ongeregeld? Slaan wij in paniek waar onze zuiderburen kalm de Rede volgen?

De laatste tijd breekt in zowat alle westerse landen geregeld paniek uit over reële en, frequenter nog, vermeende pedofiliezaken. De Franse Pierre en Marie beschuldigden hun (gescheiden) vader van misbruik en satanisme. Hun kleurrijke verhaal bleek sterk geïnspireerd door de lotgevallen van Kuifje in De Zonnetempel. In Sint-Omaar werden een reeks onschuldige levens door perfide kinderleugens kapotgemaakt. De Verenigde Staten wonden zich in de jaren tachtig op over satanisme in kinderdagverblijven. De bezorgde ouders pakten toen uit met concrete cijfers: de sekte telde wel een miljoen leden en had al tienduizenden slachtoffertjes gemaakt. Het Verenigd Koninkrijk zag kort daarna een steile toename in het aantal laaggeschoolde ouders dat van pedofilie werd beschuldigd. De dynamiek van dergelijke episodes is inmiddels duidelijk. Onder invloed van de psychologische professies werd de onschuld van kinderen tot dogma verheven. Kinderen zijn per definitie waarheidsprekende engeltjes, nooit liegende ettertjes. De psychische miserie van volwassen vrouwen wordt met de hulp van therapeuten geregeld omgebouwd tot vermeende herinneringen aan misbruik. We leven nu eenmaal in een samenleving die gretig schuldigen en slachtoffers wil… en doorgaans leveren de lage, blijkbaar nog steeds ‘gevaarlijke’ klassen, het gros van de schuldigen.

De gruwelijke realiteit van zaken als Dutroux, Fourniret en andere, verantwoordt in feite de vele gevallen van hysterie en de talrijke lastercampagnes die zich rond vermeende pedofiliezaken ontspinnen. Daarom groeien ze uit tot een crisis. Nergens gebeurde dat op een schaal als hier te lande. België werd meteen het land van bier, chocolade, witloof, verzuiling én van ‘Dutroux’. Van ons leert de wereld hoe men, geconfronteerd met pedofiliepaniek, een maatschappijbrede crisis kan vermijden.

Maar waarom is er vandaag in zoveel landen zo frequent paniek over pedofilie en kindermishandeling? Ons onbehagen en de onnozele sacralisering van het kind spelen daarin zeker een rol. Er is echter ook het brutale gegeven dat er veel verdoken kindermishandeling was en is. Pedofilie in gezin en kerk werd en wordt dikwijls in de doofpot gestopt. De paniek en de hysterie zijn ook het middel waarmee de samenleving daarop reageert, belangrijke waarden en normen scherp stelt, de grenzen trekt en opkomt voor zwakke slachtoffers. Helaas, een samenleving waarvan nu zowat de helft van de jongeren hogere studies aanvat, doet dat niet via debat, politiek en hervorming van de instellingen. Neen, wij gaan nog steeds te werk zoals onze analfabetische voorouders: wij trekken op heksenjacht, fabriceren fantastische verhalen en verbranden een paar onschuldige mensen, niet meer op het marktplein, maar in de media en in die plechtige zalen waar veel over de wet en steeds minder recht wordt gesproken.

Mark Elchardus

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content