Patrick Martens

Zonder ongelukken wordt hij op 21 april herverkozen als partijvoorzitter. Karel De Gucht wil van de VLD de politieke marktleider maken. De eerste test komt in 2003: ‘Als de VLD wil verliezen, neemt ze beter een curator in dienst.’

Bij de eerste voorzittersverkiezingen in 1997 waren er nog vijftien kandidaten voor het leiderschap van de Vlaamse Liberalen en Democraten. Dit keer heeft Karel De Gucht niet eens een echte uitdager. Tegenkandidaat Christian De Stoop aast op een zitje in zowat alle partijorganen, maar kreeg ook in het verleden amper een handvol stemmen achter zijn naam.

Volgens De Gucht bewijst de ongelijke tweestrijd niet dat er minder animo is omtrent ‘het groot democratisch feest’ voor de 82.000 partijleden. De deelnemingsvoorwaarden zijn alleen een beetje strenger geworden. ‘Om te gekke kandidaturen te vermijden.’ De Gucht voelt zich uitstekend in het pak van de partijvoorzitter, dat hij na de regeringsvorming in 1999 aantrok. Met een verkozen mandaat nam hij de maat van Geert Versnick. De Gentse schepen en volksvertegenwoordiger overwoog even om opnieuw een gooi naar het voorzitterschap te doen, maar koos eieren voor zijn geld. Andere VLD-zwaargewichten hebben hun handen te vol als minister. Met goedgemikte, ondubbelzinnige interventies vanuit de Brusselse Melsensstraat houdt De Gucht hen en de coalitiepartners scherp. De taakverdeling bij de VLD blijft dus wat ze is. De Gucht: ‘Er zijn geen aanwijzingen dat mijn voorzitterschap totnogtoe een ramp is geweest, hoewel zeker niet iedereen in de partij het altijd met mij eens is. Sommigen vinden mijn houding ten opzichte van het Vlaams Blok te hard. Anderen menen dat ik te lief ben voor rood en groen. Nog anderen delen mijn mening over euthanasie niet. Maar ik hou mijn mond niet om herverkozen te worden.’

Volgens Versnick gedraagt u zich te veel als een schoonmoeder van de VLD-fracties. Ook minister Rik Daems wil dat u zich meer toelegt op het ideologische project van de VLD.

Karel De Gucht: Een voorzitter die alleen nadenkt over het liberalisme in 2020, zal heel weinig nut hebben voor de coalitie. Ik voel me helemaal geen schoonmoeder. Als voorzitter van de grootste partij van de meerderheid moet ik zorgen dat de VLD uit de verf komt in de paars-groene regeringen en een impact heeft op het beleid. Voorts moet ik erover waken dat mijn partij een betrouwbare partner is, die zich met haar fracties engageert voor de beslissingen van de federale en de Vlaamse regering.

Welk surplus streeft u na in een nieuwe termijn als voorzitter?

De Gucht: Mijn opdracht hangt samen met deze regeerperiode. Een partijvoorzitter moet verkiezingen winnen. De eerste afspraak is in 2003. Als de VLD dan wil verliezen, neemt ze beter een curator in dienst. We zitten nu in de eerste fase van de regeerperiode, met een reeks belangrijke dossiers die voor de zomer afgerond moeten zijn: de belastinghervorming, het Lambermontakkoord, de werknemersparticipatie enzovoort. In de tweede helft van dit jaar volgt het Europese voorzitterschap, maar dan mag in eigen land niet alles stilvallen. Denk aan de problematiek van de zelfstandigen. In 2002 begint de laatste fase tot aan de verkiezingen. De VLD zal het elan van paars-groen dan voeden door vanaf dit najaar over elk belangrijk beleidsdomein een studiedag te organiseren. Dat moet tegen eind 2002 ook uitmonden in een programmacongres, zodat iedereen weet wat de VLD op federaal, Vlaams en Europees niveau in een volgende regeerperiode wil.

De VLD moet een grote volkspartij worden. Hoe wilt u dat bereiken?

De Gucht: De jongste peiling van La Libre Belgique toont aan dat de CVP de dramatische slag van 1999 allesbehalve verwerkt heeft. Het terrein ligt open voor een nieuwe politieke leider in Vlaanderen. Het hangt van de VLD zelf af. We moeten bewijzen dat we een regering kunnen leiden en dat regeren in dit moeilijke land ook mogelijk is zonder de CVP. Tegelijk moet de coalitie de projecten die ze in de steigers heeft gezet, ook uitvoeren en minstens zorgen dat de eerste resultaten in 2003 zichtbaar zijn: de federale en Vlaamse belastingverlaging, het veiligheidsplan van minister Marc Verwilghen en de eengemaakte politie, het asielbeleid, het Copernicusplan, de deblokkering van de werknemersparticipatie, de communautaire akkoorden enzovoort.

Uit de peiling van ‘La Libre Belgique’ blijkt anders niet dat de VLD het zo goed doet. De liberalen gaan zowel in Wallonië als in Vlaanderen achteruit.

De Gucht: De VLD verliest 0,2 procent, maar scoort nog altijd een stuk hoger dan het goede verkiezingsresultaat van juni 1999. De minieme achteruitgang heeft volgens mij te maken met het drugsdossier. De groenen hebben daarover zeer slecht gecommuniceerd, terwijl de cannabisbeslissing niet meer is dan een verfijning van het vervolgingsbeleid van voormalig justitieminister Tony Van Parys (CVP). De liberalen betalen daarvoor mee het gelag. Veel belangrijker voor de VLD waren de gemeenteraadsverkiezingen in oktober. Zij leidden tot een echte doorbraak in Vlaanderen en toonden aan dat een goed georganiseerde VLD in alle steden en gemeenten een potentieel heeft van 30 procent.

En dat wilt u aanspreken met de VLD als ‘de partij van de gematigde verandering’?

De Gucht: Vlamingen zijn geen conservatieve mensen. Ze geloven in vooruitgang, maar willen met beide voeten op de grond blijven. Het zijn geen avonturiers. Als partij van de gematigde verandering sluit de VLD goed aan bij die heersende opinie. Een resultaat van 30 procent is op halflange termijn een realistisch perspectief. De VLD heeft daarvoor de beste uitgangspositie.

U denkt dat ook een linkse partij in Vlaanderen 30 procent kan halen. Wat denkt u over de pogingen om rood en groen in een koepelpartij samen te brengen?

De Gucht: Die vraag stelt u beter aan Patrick Janssens. De kans dat de VLD bij de komende verkiezingen een leidende politieke factor wordt, is veel groter dan dat er op korte termijn een hergroepering aan de linkerzijde komt. Het voorspel tussen rood en groen is in ieder geval heel aarzelend.

Neemt de druk om progressieve liberalen en meer behoudsgezinde, rechtse krachten zoals Ward Beysen samen te houden, niet toe als de VLD groter wordt?

De Gucht: Er zijn in de partij geen groepen die je kan identificeren als links, rechts of midden. Beysen is in die discussie ook geen relevante factor. Uiteraard denkt niet iedereen hetzelfde in een groeiende partij. Daarom moet een voorzitter geregeld de mainstream van een partij vertolken en die is al gematigd progressief van bij de oprichting van de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang dertig jaar geleden. Toen werden in Blankenberge zeer vooruitstrevende resoluties goedgekeurd over euthanasie, abortus, homoseksualiteit, de Mitbestimmung van werknemers.

Beysen is ‘geen relevante factor’, maar u moet wel voortdurend aan de rechterzijde van uw partij duidelijk maken dat er niet mag worden gelonkt naar het Vlaams Blok.

De Gucht: De CVP kent dat probleem ook, maar Stefaan De Clerck laat zijn mensen in Duffel zonder verpinken met het Vlaams Blok meedoen. Ik reageer wel als in Dendermonde VLD’ers uit balorigheid over het verloop van een raadszitting iemand van het Blok steunen voor een mandaat in een intercommunale. Zij hebben intussen schriftelijk afstand genomen van hun stemgedrag. Er zijn altijd uitzonderingen, maar in de VLD is er geen enkele sympathie voor het gedachtegoed van het Blok. De discussie gaat meer over onze tactische opstelling. Ik ben onwrikbaar en wijs elke vorm van samenwerking om principiële redenen af.

Waarom bent u geen voorstander van de juridische stappen die het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding momenteel tegen een aantal vzw’s van het Blok onderneemt?

De Gucht: De dagvaarding van het centrum is zeer overtuigend, maar het is een gevaarlijk opzet dat nooit kan leiden tot een win-winsituatie. Niet elke rechter is trouwens bereid om een politiek probleem op te lossen. Ofwel worden die vzw’s juridisch niet veroordeeld en put het Blok daar alleen meer politieke legitimiteit uit. Ofwel komt er een veroordeling, maar dat zal niet verhinderen dat het Blok snel in een andere vorm opduikt. Persoonlijk denk ik dat het veel beter is om de overheidsfinanciering van partijen te koppelen aan hun interne democratische werking. Het Blok kent een zeer autoritair systeem met coöptaties om de interne dissidentie onder controle te houden. Als we de financieringsregels aanpassen, blijven die meningsverschillen niet meer binnenskamers.

Vlaams minister-president Patrick Dewael zoekt met zijn manifest ‘Vooruitzien’ volgens velen het politieke centrum op. De CVP zegt zelfs dat tachtig procent van de inhoud overeenstemt met haar ideeën.

De Gucht: Er zijn inderdaad steeds meer CVP’ers die het eens zijn met het VLD-programma. Dat blijkt uit de verkiezingen. Het document van Dewael is een typisch liberale tekst. Het CVP-gehalte ervan heb ik niet ontdekt.

Dewael wil voorrang geven aan onderwijs. De moeizame totstandkoming van een nieuwe onderwijs-cao staat daar haaks op. U verwijt de vakbonden dat ze conservatief zijn.

De Gucht: Is die nieuwe cao een investering in het onderwijs? Met een lineaire loonsverhoging van 3 procent is het antwoord nee. Onderwijsminister Marleen Vanderpoorten wou het werkcomfort verhogen door kleinere klassen in het kleuteronderwijs, door meer leerkrachten in het lager en secundair onderwijs. De vakbonden wilden enkel scoren bij hun achterban en zijn alleen voor lineaire maatregelen gegaan. Dat vind ik conservatief. Eigenlijk is het niet fair en heel tragisch.

Vanderpoorten is een minister die voeling heeft met de scholen en de leerkrachten. Ze komt uit het onderwijs en praat veel met de mensen op het terrein. Maar haar inzichten verschillen fundamenteel van de visie van de vakbonden.

U zou ook kunnen zeggen dat Vanderpoorten niet goed onderhandeld heeft, want zij is door de knieën gegaan.

De Gucht: Ze heeft geprobeerd om goed te doen voor de mensen, maar daar koop je in de politiek heel weinig voor. Ze is te rationeel geweest en heeft te veel geprobeerd om mensen van haar analyse te overtuigen. De vakbonden wilden helemaal niet overtuigd worden. Door een cao-factuur van bijna 27 miljard frank (670 miljoen euro) dreigt in deze regeerperiode nog heel weinig te kunnen worden gedaan aan het nijpende probleem van de schoolinfrastructuur, terwijl dat toch veel belangrijker is voor de kwaliteit van het onderwijs dan een loonsverhoging van drie procent. Of neem een ander heikel punt: de plage-uren die leerkrachten boven hun normale lesuren presteren. Het terugschroeven ervan treft vooral het gemeenschapsonderwijs. Maar ik zeg zeer duidelijk: als er herschikkingen komen in het onderwijsbudget, dan moeten die neutraal zijn voor alle schoolnetten. Ik ben zeer benieuwd of dat zal lukken.

Dat is een ander verhaal dan de netvervaging die Dewael zo graag wil.

De Gucht: In de huidige onderwijsconstellatie moet er scrupuleus op worden gelet dat elke maatregel netneutraal is om de vrije schoolkeuze te waarborgen. De top van het katholiek onderwijs en ook de leiding van het gemeenschapsonderwijs willen die constellatie niet opgeven. Ik vind dat kortzichtig. Samen met Dewael denk ik dat aan de basis – bij ouders, leerkrachten en scholen – over deze kwestie anders wordt gedacht. Maar ik wil verder gaan dan de minister-president. De overheid moet meer en doelgerichte stimulansen geven voor netoverschrijdende samenwerking. In het beroeps- en technisch onderwijs moet een serieuze stap worden gezet om alle zware technische infrastructuur gemeenschappelijk te maken. Dat brengt het opvoedkundig project van de scholen niet in het gedrang. Voorts wil ik, zoals in het gemeenschapsnet, dat ook de schoolbesturen en inrichtende machten in het basis- en secundair onderwijs van het katholieke net een weerspiegeling vormen van de basis. De top in de Guimardstraat zegt zelf dat nog 15 procent van de ouders voor het katholieke onderwijs kiest vanwege zijn ideologisch project. Als een overheid dat project voor 99 procent betaalt, dan mag ze een democratische decentralisering opleggen. Dat zal op termijn een einde maken aan de verkrampte relaties tussen netten en scholen. Dan kan je samenwerkingsstructuren uitbouwen die de eigenheid van scholen respecteren en een pluralistische schoolkeuze garanderen.

Zullen katholieke kringen dit niet als een nieuwe pesterij van paars-groen ervaren?

De Gucht: De mening van Mark Van de Voorde, de hoofdredacteur van Kerk en Leven, is niet representatief. Paars-groen wil de samenleving niet religievrij maken. Bovendien zijn niet wij, maar is de CVP begonnen over het kerkelijk en burgerlijk huwelijk. Ik heb niets tegen katholieken of tegen godsdienst. Bij mij is er echter geen enkele vorm van proselitisme te bespeuren. In een moderne samenleving moet er respect zijn voor de overtuiging van iedereen.

Soms wordt deze discussie flauw. CVP-voorzitter De Clerck meent dat minister Verwilghen de kruisbeelden uit de gerechtsgebouwen wil weghalen om mij een plezier te doen. Ik ben geen VLD-voorzitter om me met dergelijke futiliteiten bezig te houden. Mij interesseert bijvoorbeeld veel meer dat er een goede euthanasieregeling komt, die het mogelijk maakt dat ook het individu zijn zeg krijgt over zo’n belangrijke ethische zaak.

De jongste weken was u druk in de weer om de VU aan boord te houden voor de goedkeuring van het Lambermontakkoord. Is dat de rol van een partijvoorzitter?

De Gucht: Er moet daarvoor niet gezocht worden naar grote strategische concepten. Voor de VLD is het Lambermontakkoord zeer belangrijk en bij de VU was er een blokkering. De premier moet zich in communautaire discussies zoveel mogelijk buiten het gewoel houden. Daarom kon ik als partijvoorzitter beter een stap zetten. Hoewel de Franstaligen en ook sommigen aan Vlaamse kant dachten dat de groep van Geert Bourgeois eigenlijk geen akkoord wilde, heb ik nooit die indruk gehad. Er was geen principiële afwijzing. Terwijl in Vlaanderen sommigen vinden dat het akkoord niet ver genoeg gaat, zijn er in Wallonië zeer weinig mensen die menen dat het Lambermontakkoord niet te ver gaat. Het gevolg is geweest dat bij de uitwerking ervan de Franstaligen voortdurend geprobeerd hebben om onderdelen federaal te recupereren. Voor de regionalisering van de landbouw is dat gebeurd, voor de fiscale autonomie, voor het kadaster enzovoort.

De kritische houding van de groep-Bourgeois is een hefboom geweest om een verwatering van het Lambermontakkoord tegen te houden?

De Gucht: De druk van de VU heeft een meer uitgediepte staatshervorming opgeleverd. Door bijvoorbeeld nauwgezet de redactie van het samenwerkingsakkoord voor het kadaster in het oog te houden, krijgt Vlaanderen meer dan tweeduizend ambtenaren bij. Indien het bij de VU pas in juni aan de vooravond van de stemming in het parlement zou misgelopen zijn, dan was er geen mogelijkheid meer om dat recht te zetten. Nu heeft de hele procedure de kans geboden om de knelpunten beter te omschrijven, om na te gaan hoe ver we konden gaan, en om vast te stellen dat Brussel het sluitstuk wordt. Dat laatste is heel belangrijk, want ook de Franstaligen hebben die koppeling tussen het Lambermontakkoord en Brussel aanvaard.

Paars-groen spreekt voortdurend over een beter communautair klimaat. Daarvan was weinig te merken in het NMBS-dossier.

De Gucht: Dat klimaat is wel degelijk goed. De persoonlijke rancunes en de achterdocht zijn verdwenen. Daardoor was ook de moeilijke NMBS-discussie mogelijk. Maar betere communautaire verhoudingen sluiten niet uit dat Vlamingen en Franstaligen verschillende belangen verdedigen.

Vice-premier Laurette Onkelinx (PS) ging veel verder. Zij dreigde met het opblazen van de coalitie als de Franstaligen hun zin niet zouden krijgen?

De Gucht: Zij heeft gezegd dat er dan geen regeerakkoord meer zou zijn en dat is niet helemaal hetzelfde. Welke factoren speelden mee? Het was bekend dat de NMBS een PS-staat is, met in het bestuur ook vakbonden die jaarlijks een half miljard frank (12,4 miljoen euro) krijgen om te zwijgen. Voorts waren de Franstaligen bang dat Wallonië een mogelijke regionalisering van de spoorwegen niet aankan. Ze hadden het argument dat zo’n ingreep niet in het regeerprogramma was opgenomen. Toch is er overeenstemming bereikt en zal het resultaat een kleine revolutie binnen de NMBS op gang brengen. Bestuur en directie worden gescheiden. De vakbonden verdwijnen uit het bestuur en krijgen een nieuwe plaats in een strategisch comité. De rol van de gewesten wordt versterkt in een interministerieel comité voor de mobiliteit. Een gemengde financiering met een inbreng van de privé-sector en de gewesten is een aanzet tot regionalisering. De logica daarvan verschilt niet van de regionalisering die eerder voor de wegeninfrastructuur werd doorgevoerd.

In het weekend was er opnieuw discussie over het mandaat van Etienne Schouppe. Blijft u zeggen dat hij weg moet als grote baas van de NMBS?

De Gucht: Ja. Ik heb niets tegen de persoon van Schouppe. Het heeft ook niets te maken met het feit dat hij een CVP’er is. Drie elementen storen mij. Ten eerste werkt hij voor een autonoom overheidsbedrijf en wordt hij betaald als een manager in de privé-sector. Hij moet dan ook met de criteria van die sector beoordeeld worden. Ten tweede heeft Schouppe nog altijd geen klantgerichte benadering. Voor hem mogen treinreizigers blij zijn dat hij ervoor zorgt dat hun trein rijdt. Dat is niet houdbaar voor het uithangbord van een dienstverlenende onderneming.

Ten derde is er het logistieke filiaal ABX. Elke bedrijfsleider die in de privé-sector zo’n avontuur begint, wordt ontslagen. Recentelijk waren er weer berichten over grote verliezen door activiteiten in Duitsland en Nederland. Schouppe meent dat de NMBS op termijn een logistiek bedrijf moet worden waarvan ook het goederenvervoer een onderdeel wordt. Ik vind dat een noodlijdend overheidsbedrijf zoals de NMBS geen miljarden moet pompen in een logistieke onderneming, maar dat het goederenvervoer op termijn beter wordt overgenomen door een grote logistieke groep in de privé-sector. Mijn voorstel is dat Schouppe twee jaar krijgt om te bewijzen wat ABX waard is. In de huidige situatie is het alleen te hopen dat het filiaal iets waard zal zijn en dat we ABX kwijtraken zonder onze broek te scheuren.

U verdedigt de open debatcultuur van paars-groen. Vindt u niet dat de zuurtegraad toeneemt en dat de conflicten in de meerderheid scherper worden?

De Gucht: De verstandhouding in de coalitie is goed. Zowel op het federale als op het Vlaamse niveau worden in hoog tempo gevoelige dossiers aangepakt. Naast de NMBS, is de ecotaks een nieuw voorbeeld. Hoe lang heeft dat dossier aangesleept? Nu is er eindelijk een oplossing om de milieukosten in het product te internaliseren.

De paars-groene verstandhouding kan snel verdwijnen als de economie slabakt en de overheidsfinanciën onder druk komen te staan.

De Gucht: Ik verwacht niet dat de conjunctuur zal omslaan. De Amerikaanse economie verzwakt een beetje, maar de wisselwerking met de Europese economie mag niet worden overschat. Zowel in de VS als in Europa is het grootste deel van de handelsactiviteiten intracommunautair. In Europa hebben we ook de euro als een gemeenschappelijk stootkussen. En de olieprijzen zijn weer onder controle. Een lichte economische verzwakking in Europa zet de basishypothese van de regering over een gemiddelde groei van 2,5 procent niet op de helling. De oppositie hoopt tevergeefs dat de meerderheid zal struikelen over een economische terugval. Paars-groen kan ook moeilijke keuzes maken als de economie minder goed draait.

Patrick Martens

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content