Kunnen kinderen straks niet meer rekenen, omdat ze een zakrekenmachine gebruiken op de schoolbank ? “De tijden veranderen. “

HET STEUNT GEWOON nergens op. Roger Staelens, medeauteur van “Vaardig & vlot met de zakrekenmachine”, een handboek voor de vijfde en de zesde klas van de lagere school : “Veel ouders en ook veel leerkrachten hebben een aversie van het invoeren van de zakrekenmachine (ZRM) in de lagere school. Dat is jammer. Ouders moeten echter de ontplooiing van hun kind voor ogen houden. Vroeger in hun tijd lagen de didaktische mogelijkheden inderdaad anders. Toen bestonden er geen zakrekenmachientjes of ze waren veel te duur om ze in de handen van kinderen te geven. Ouders redeneren : wij hebben het zonder moeten doen en toch hebben we allemaal leren rekenen. Onze kinderen moeten het ook maar zonder doen. Bovendien vrezen ze dat de kinderen te lui worden als ze een ZRM gebruiken : ze zullen niet meer degelijk uit het hoofd kunnen rekenen. Dat vooroordeel dat we dringend moeten wegnemen. “

Een ZRM is inderdaad niet nodig om te leren rekenen, beseft Staelens. “Maar de kinderen van vandaag krijgen in een kortere tijd veel meer leerstof dan hun ouders toen. De ZRM kan daarbij een nuttig hulpmiddel zijn. “

Volgens Staelens weten ouders en leerkrachten te weinig af van de voordelen van het apparaat. Wanneer kinderen de ZRM efficiënt leren gebruiken, ontdekken ze veel sneller de interessante kantjes van de wiskundige bewerkingen. Maar zoals zo vaak het geval met vernieuwingen, verlopen ook in dit geval de technische ontwikkelingen in de maatschappij sneller dan het aanvaarden van de toepassingen ervan in het onderwijs.

RENDEMENT.

Bijna een derde van de leerkrachten beweert dat een ZRM niet thuishoort in het basisonderwijs. Een kwart vindt dat de ZRM nadelige gevolgen heeft op de leerprestaties. Dat blijkt uit een onderzoek in 597 Nederlandse scholen. In de Vlaamse scholen liggen de vooroordelen weinig anders, denkt Staelens. Het gebruik van de ZRM was nog in geen enkel leerplan terug te vinden. Maar dat is nu met de invoering van de eindtermen veranderd. De eindtermen voor het lager onderwijs, leergebied wiskunde, vermelden dat de leerlingen bij machte zijn de ZRM doelmatig te gebruiken voor de hoofdbewerkingen. Daarbij kunnen ze er uitgevoerde bewerkingen kritisch mee kontroleren.

Deze eindtermen moeten de leerlingen op het einde van de lagere school bereiken. Daarom besluit Staelens dat de ZRM het best zijn entree doet in de vijfde van het gewoon lager onderwijs. Op dat moment beheersen de leerlingen al het elementaire hoofd- en cijferrekenen.

Wetenschappelijk is bewezen dat het gebruik van de ZRM de leerlingen voordelen oplevert. Het verhoogt zelfs hun rekenvaardigheid. Hembree en Dessart (VS, 1986) besluiten dat het niet langer de vraag is of werken met de ZRM al of niet moet worden aangeleerd, maar wel hoe de school deze basisvaardigheid kan bijbrengen. Veel volwassen beheersen trouwens deze basisvaardigheid onvoldoende en halen niet het maximum rendement uit hun ZRM.

BEVRIJDING.

“Weet een volwassene wel heel goed hoe zijn ZRM werkt”, vraagt Staelens zich af. “Gebruikt hij alle toetsen op de meest efficiënte manier ? Als de BTW 20,5 procent bedraagt, rekent hij dan meteen tegen 120,5 procent ? Iedereen is laaiend entoesiast over de pc, terwijl ze niet eens een toestelletje van driehonderd frank zinvol leren gebruiken. Voor mij is de ZRM voor kinderen een middel om denkprocessen in te oefenen, wat automatisch ook de rekenvaardigheid aanscherpt. De didaktische mogelijkheden van de ZRM zijn groter dan velen vermoeden. Los van het instrumenteel gebruik kan het toestel ook worden ingezet om het inzicht in bepaalde wiskundige begrippen en procedures te verdiepen. Breuken en decimale getallen zijn verwant aan elkaar, maar voor kinderen is dat niet altijd even klaar. Toch moeten ze vlot de overstap kunnen maken van breuk naar decimaal getal en omgekeerd, bijvoorbeeld van 5/4 naar 1,25 of van 0,6 naar 3/5. Met de ZRM wordt dit inzicht echt funktioneel. We bemerken hetzelfde voor het percentrekenen. Er is dus een betere integratie van de getallenkennis, wat in feite neerkomt op tijdwinst. “

Medeauteur Paul Lowagie vindt ook het verifiëren van uitkomsten bij het rekenen met de ZRM belangrijk. Een decimaal teken verwaarlozen, leidt immers tot uitkomsten die tien, honderd of duizend keer te groot of te klein zijn. Bij het aanleren en het werken met de ZRM wordt telkens een kontrolemogelijkheid uitgevoerd : vooraf schatten, achteraf de uitkomst inschatten, tweemaal uitrekenen of de omgekeerde bewerking uitvoeren.

Wil men meester blijven over de machine, dan is hoofdrekenen daarbij een kontrolemiddel. Voor eenvoudige berekeningen raden de auteurs het gebruik van een ZRM af. Dat zou inderdaad aanzetten tot rekenluiheid. Maar bij vraagstukken bevrijdt de ZRM de leerlingen van de last van het tijdrovende en vervelende rekenwerk. De vrijgekomen tijd kunnen ze gebruiken om zich te koncentreren op het analyzeren en het oplossen van het probleem. Daardoor krijgen ze een positieve kijk op het wiskunde-onderwijs. “Waarom, ” zo vragen de auteurs zich af, “aan kinderen verbieden wat volwassenen zelf dagelijks gebruiken om zich van de last van ingewikkeld manueel rekenwerk te bevrijden ? “

Gaby De Moor

De zakrekenmachine op school : een hulpmiddel.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content