‘Niemand weet of er te veel of te weinig tandartsen zijn’

© BelgaImage
Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

N-VA-Kamerlid Frieda Gijbels, zelf tandarts-parodontoloog, trekt aan de alarmbel over haar beroep en hekelt tegelijk ook de ‘communautaire wafelijzerpolitiek’. ‘Ik pleit voor een beleid gebaseerd op correcte data én voor de overheveling van de gezondheidszorg naar de gemeenschappen.’

Wat is het probleem?

Frieda Gijbels: In Limburg is het de laatste tijd een echte calvarietocht om een tandartsafspraak te versieren. Vaak worden geen nieuwe patiënten meer aangenomen omdat het afsprakenboek vol zit met periodieke controles. Die controles zijn bedoeld om tandproblemen te voorkomen. Die preventie is nodig, zowel om onze mondzorg betaalbaar te houden als om de algemene mondgezondheid op peil te krijgen. Bovendien word je in ons terugbetalingssysteem gestraft als je zo’n jaarlijkse preventieve controle overslaat. Schrappen in het aantal controleafspraken om plaats te maken voor nieuwe patiënten is dus geen optie.

Zonder voldoende mondhygiënisten zitten we in een vicieuze cirkel.

Kunnen meer en langere spreekuren helpen?

Gijbels: De werkdag van een tandarts is vandaag gemiddeld korter dan twintig jaar geleden. Een groeiende groep tandartsen werkt ook deeltijds. Soms is dat maar tijdelijk, bijvoorbeeld om de zorg voor kleine kinderen te combineren met de zorg voor patiënten. Die sociale evolutie zal niet plots verdwijnen, het probleem is veeleer dat de overheid geen rekening houdt met die evolutie.

Hoezo?

Gijbels: Er bestaat nog altijd geen actueel, dynamisch kadaster van het aantal actieve tandartsen. De overheid heeft dus totaal geen zicht op het aantal voltijdse equivalenten. Daardoor weten we ook niet hoeveel tandartsen er elk jaar uitstromen. Twee jaar coronacrisis heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat een aantal collega’s iets eerder met pensioen is gegaan. Maar ook daar heeft de overheid geen zicht op, net zo min als op het aantal oudere collega’s dat zijn of haar praktijk geleidelijk wat terugschroeft.

De voorbije jaren hebben heel wat tandartsen met een buitenlands diploma zich hier gevestigd. Volstaat dat niet?

Gijbels: Die buitenlandse instroom is inderdaad vrij groot, maar daar horen kanttekeningen bij. Er worden weinig eisen gesteld aan buitenlandse tandartsen. Een Europees diploma én een attest van taalkennis volstaan. Er is geen taaltoets, geen onderzoek naar hun kennis van de organisatie van onze tandzorg. Er staat ook geen limiet op hun aantal en er is geen toelatingsproef. Voor hen staat de deur wijd open, terwijl voor onze studenten tandheelkunde of geneeskunde de deur maar op een kiertje staat. Het kost buitenlandse tandartsen weinig moeite om een erkenningsnummer van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) te krijgen. Ze hoeven ook geen band met ons land te bewijzen en ze kunnen net zo gemakkelijk weer vertrekken als ze zijn gekomen. Dat is niet alleen funest voor de continuïteit van de zorg, maar zo kun je als overheid ook nooit precies bepalen hoeveel nieuwe tandartsen er nodig zijn.

U hebt het over de situatie in Limburg. Hoe zit het in de rest van het land?

Gijbels: Algemene vergelijkingen met andere Europese landen geven de indruk dat er geen tandartsentekort is, maar zeker weten we dat dus niet. We weten niet of het alleen in Limburg een probleem is of ook in de andere provincies. Zijn er vooral tekorten op het platteland of ook in de steden? Geen idee. Bovendien gaat de organisatie van adequate mondzorg niet alleen over tandartsen. Er zijn ook andere beroepen nodig, zoals bijvoorbeeld mondhygiënisten. (Mondhygiënist is een paramedisch beroep, nvdr) Dat zijn specialisten in preventieve mondzorg die advies geven over gezonde voeding en poetstechnieken. Hun expertise zorgt ervoor dat tandproblemen minder vaak voorkomen. Ze kunnen ook bepaalde specifieke zorgen, zoals het verwijderen van tandsteen, overnemen van de tandarts. Zonder voldoende mondhygiënisten zitten we in een vicieuze cirkel. Een tandarts die het druk heeft, heeft weinig tijd voor preventie, waardoor meer tandproblemen ontstaan en de tandarts het nog drukker krijgt. In de meeste Europese landen zijn mondhygiënisten al jaren actief. In Nederland zelfs al sinds 1968.

In Vlaanderen zijn pas in 2019 de eerste mondhygiënisten afgestudeerd. Wordt dat op korte termijn geen oplossing?

Gijbels: De opleiding tot mondhygiënist is in Vlaanderen georganiseerd zodra het beroep federaal erkend werd, maar er is nog steeds geen wettelijk kader voor de terugbetaling van hun zorg. Het gevolg is dat ze niet of nauwelijks worden ingeschakeld in de tandartspraktijken. Het is onbegrijpelijk dat de federale regering deze nieuwe, enthousiaste beroepsgroep al jaren aan haar lot overlaat. En ja, daar zit een communautair kantje aan. De eerste Waalse mondhygiënisten studeren pas dit jaar af. Wellicht zal pas daarna het federale geld verdeeld mogen worden. Een zoveelste staaltje van aloude wafelijzerpolitiek. Ik pleit dan ook voor een beleid gebaseerd op correcte data én voor de overheveling van de gezondheidszorg naar de gemeenschappen. Iedere gemeenschap maakt andere keuzes. Dat mag, maar dan met de kosten en baten voor de eigen rekening.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content