Stevaert over socialisme en leven vóór de dood.

Dag mijnheer de minister.

Stevaert: Zeg maar Steve.

U zegt altijd dat u maar ‘een gewone jongen’ bent. Zijn we dat niet allemaal?

Stevaert: Ja, maar sommigen weten dat niet. Er bestaan politici die niet populair zijn, en zich dan maar tot intellectuelen hebben uitgeroepen. Die vinden absoluut niet van zichzelf dat ze maar gewone jongens of meisjes zijn.

Men zegt dat u de baas bent in de SP.A. Zelfs Johan Vande Lanotte is het daarmee eens.

Stevaert: In een partij van het werkvolk zijn er geen bazen.

Nu maakt u zich ervan af met een boutade.

Stevaert: Het is gewoon zo.

Er moeten toch beslissingen genomen worden.

Stevaert: Ik zal Vande Lanotte een boekje over het socialisme sturen.

Maar op het partijbureau wordt naar verluidt doorgaans uw mening gevolgd.

Stevaert: U bent aan het overdrijven. Iedereen zegt zijn mening. En wat het beste is, proberen we te doen. Soms is dat mijn mening, soms die van iemand anders.

Meestal de uwe.

Stevaert: Er worden geen streepjes getrokken. Soms luisteren ze naar mij, ja. Wat kan ik daar nu op zeggen? Ik kan toch niet meer zeggen dan dat ze soms naar mij luisteren.

Is dat geen valse bescheidenheid?

Stevaert: Dat zal ook wel juist zijn. Maar álles is juist. Ik kan van Johan, Frank en Patrick veel leren. En zij kunnen een beetje van mij leren. Maar als het over inhoudelijke dingen gaat, ben ik een koppigaard. Dan geef ik niet rap toe.

Uw tactiek bestaat erin om twijfel te zaaien. Evidenties en vooroordelen ter discussie stellen. U gebruikt dus gewoon de socratische methode.

Stevaert: De socratische methode? Dat is helemáál niet gewoon. Als ik daar thuis mee aankom, vragen ze mij: ‘Wat is u overkomen?’ En dat is ook wat ze mij in het Volkshuis zouden zeggen. Als ik zulke termen gebruikte, zouden de mensen denken dat ik het hoog in mijn bol heb gekregen. Ik heb ook geen tekst voor mijn neus liggen als ik een toespraak hou. Sommige politici die op congressen het woord voeren, kunnen niet meer verder als ze hun tekst kwijt zijn. Zulke van tevoren geschreven speeches zouden ze moeten verbieden. Want zó krijg je pas vervreemding.

Waarom hebt u zich afzijdig gehouden tijdens het debat over migrantenstemrecht?

Stevaert: Als men mij daar iets over vraagt, geef ik mijn mening. Ik ben voor stemrecht voor migranten. Anders zou ik geen socialist zijn. Maar ik vind dat het geen zin heeft om erover te discussiëren als je het toch niet haalt. Al die discussies, in hoeverre hebben die de zaak vooruitgeholpen? Niets.

Maar zou uw expliciete steun geen invloed gehad kunnen hebben op de publieke opinie?

Stevaert: Niemand heeft me dat gevraagd. Ik geef mijn mening. Ik ben voor, dus laten we erover stemmen. That’s it. Er zijn zelfs burgemeesters in dit land die van een hoofddoek een probleem gemaakt hebben. Ik doe dat niet.

Moeten sommige thema’s uit het publieke debat worden gehouden?

Stevaert: Over alles mag er een publiek debat zijn. Maar niet over alles tegelijk. Door te veel informatie gaat de communicatie verloren. Politici zijn te vaak bezig met palaveren over dingen die je gewoon moet dóén. En als je alles tot de essentie kunt terugbrengen, weten de mensen waar je voor staat en waar je voor gaat. Ik pleit voor meer vervoer over de waterwegen, via de formule van de publiek-private-samenwerking: pps, tachtig-twintig. Maar die uitleg hoeven de mensen niet te kennen. De logica erachter wel, want die is simpel: door vrachtwagens van de weg te houden, gebeuren er minder ongevallen met vrachtwagens.

Zijn sommige dingen te ingewikkeld om uit te leggen?

Stevaert: Nee. Behalve de dingen die ik niet begrijp, daar begin ik niet aan. Als ze beginnen met een ingewikkelde uitleg, kennen ze het meestal niet. Of willen ze niet tot de grond van de zaak komen.

Waarom communiceren niet meer politici zoals u? Kunnen ze niet of willen ze niet?

Stevaert: Sommigen zullen het niet kunnen, sommigen zullen het niet willen. Maar er is iets wat nog veel erger is: sommigen worden niet in de mogelijkheid gesteld om iets eenvoudig uit te leggen. Sommige politici vinden dat de politiek ingewikkeld moet zijn. Dat vinden ze goed voor hun imago.

Als u het openbaar vervoer gratis maakt omdat één euro voor sommige mensen veel geld is, vergeet u volgens socioloog Jan Blommaert de fundamentele socialistische vraag: waaróm is één euro voor sommige mensen veel geld?

Stevaert: Zelfs als die ene euro voor niemand een probleem zou zijn, dan nog zou ik het openbaar vervoer gratis maken. Dat is niet mijn punt. Mijn punt is dat de mensen vaker de bus en minder vaak de auto nemen. Hoe doe je dat? Hoe krijg je gedragsveranderingen? Via de portemonnee. Dus dat high-brow-verhaal van Blommaert klopt van geen kanten. En één euro is voor de ene nog altijd meer dan voor de andere. Dat beseft professor Blommaert niet. Het loon van Blommaert zal altijd hoger liggen dan dat van mijn moeder. Wil Blommaert dan misschien dat iedereen evenveel verdient? Ik denk het niet.

Een socialist mag toch pleiten voor een betere herverdeling van de middelen?

Stevaert: Het enige wat ik op mijn terrein kon doen, was het kijk- en luistergeld afschaffen. En belastingen afschaffen, dat is voor socialisten meestal een probleem. Maar als ik het inkomen van iedereen daarmee evenveel verhoog, is dat een herverdeling die veel makkelijker te verdedigen is. Je moet altijd het woord ‘iedereen’ gebruiken. Je creëert makkelijker een draagvlak als je niet alleen voor de zwakste opkomt. Blommaert is een nette mens, maar hij gebruikt het socialisme als miserabilisme. Dat is niet onze historische opdracht. Het socialisme mag trouwens de bron niet achternahollen. De ideale liefde van Vargas Llosa is mooi. Maar de ideale staat van Plato, dat is een veel gevaarlijker concept. Je moet goed oppassen met mensen die het allemaal beter weten.

Bespeuren we hier een ideologische generatiekloof?

Stevaert: Blommaert moet erover nadenken, ik moet het dóén.

Wat betekent 1 mei voor u?

Stevaert: Een feestdag en een strijddag. Het is een feestdag van de sociale strijd en een strijddag om nieuwe verworvenheden te creëren. Maar ook om de oude te vrijwaren. Want zelfs democratisch-rechtse partijen durven tegenwoordig een aantal dingen opnieuw ter discussie te stellen. De VVD voert in Nederland een discours om niet automatisch naar draagkracht te belasten. Dat is herverdeling in de andere richting.

Waar zijn de mensen volgens u tegenwoordig vooral mee bezig? En wat kunnen politici daaruit leren?

Stevaert: Op dit moment willen de mensen zekerheid. Alle cyclussen verkorten, maar de mensen zijn van nature niet zo snel. Dus voelen ze zich bedreigd. Ze op hun gemak stellen, dat wordt de nieuwe trend. Neem nu het levenslang en levensbreed leren. Daarmee jaag je veel mensen schrik aan. Ze zijn bang om niet meer mee te kunnen. Zo sturen wij allerlei beangstigende signalen de wereld in. Daar moeten we als politici meer rekening mee houden. We moeten de mensen op hun gemak stellen. En dat doe je door tussen hen te gaan staan in plaats van boven hen. Nu is het nog wij, het volk, en zij, de politici. Als politici er niet in slagen om tot die wij te behoren, dan hebben ze geen toekomst. Dat geldt trouwens zowel voor ideologieën als voor personen.

Wat zegt u tegen kiezers van het Vlaams Blok? Kunt u tegen dat discours op?

Stevaert: Als je kort bij de mensen staat, kun je daar tegenop. Ik zeg meestal: ‘Denkt ge nu echt dat die mannen het gaan oplossen?’ Als je dat zegt in een volkscafé, waar je gerespecteerd wordt, dan geloven die mensen je. Maar wie ‘a’ zegt, moet ook ‘b’ zeggen. Dus als je beweert dat het Vlaams Blok de zaken niet gaat oplossen, moet je de mensen ervan kunnen overtuigen dat je zelf wel goed bezig bent.

Volgens Willy Claes kan er een moment komen dat de mensen via de media een overdosis Stevaert hebben gekregen. Anticipeert u daar al op?

Stevaert: Nee. Eigenlijk interesseert me dat ook niet. Niemand is eeuwig houdbaar. Daarom moeten we ervoor zorgen dat er een nieuwe generatie komt bij de socialisten. Ik wil graag schuiven, liever vandaag dan morgen. Er is geen man overboord als ik weg ben.

Jan Blommaert ziet u trouwens geen ‘éminence grise’ worden.

Stevaert: Dan heeft hij voor één keer absoluut gelijk.

Tot slot. Waarom hebt u niet graag dat men over uw lidmaatschap van de loge spreekt?

Stevaert: Ik vind dat je niet moet spreken over privézaken. Je zult nooit foto’s van mijn vrouw of mijn familie in de media zien. Of ik naar de mis ga, of ik naar de loge ga, of ik dat allebei doe, daar heeft niemand iets mee te maken. Wat ik denk over het leven na de dood, is mijn zaak. Wat ik denk over het leven vóór de dood, is een publieke zaak.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content