‘Men verknoeit de identiteit van moslimjongeren’

Zijn toneelstuk Djihad wordt ingezet in de strijd tegen de radicalisering van jonge moslims. Auteur Ismaël Saïdi hekelt het gebrek aan kansen, maar schuwt ook de zelfkritiek niet. ‘Belgische moslims sluiten zich te veel op in hun eigen valse zekerheden.’

Ismaël Saïdi werkte vijftien jaar lang bij de Brusselse politie tot het schrijven en regisseren van films en toneelstukken een fulltimebaan werd. Djihad vertelt met veel humor het intrieste verhaal van drie jonge Brusselaars die naar Syrië vertrekken en daar inzien dat de werkelijkheid een pak minder idyllisch is dan ze zich hadden voorgesteld. Sinds de aanslag op Charlie Hebdo trekt Djihad volle zalen. Over enkele maanden volgt een tournee in Frankrijk en Marokko, en ook de mogelijkheid van Nederlandstalige boventiteling wordt onderzocht. De Franse Gemeenschap gaat het stuk inzetten in de strijd tegen de radicalisering, waardoor er nog minstens veertig extra voorstellingen voor Franstalige scholen komen.

Kent u zelf Syriëstrijders?

ISMAËLSAÏDI: Ik ben opgegroeid in Schaarbeek en ken inderdaad mensen die naar Syrië vertrokken zijn. Het verbaast me dat iedereen nu het fenomeen radicalisering ontdekt, want dat heeft in onze gemeenschap altijd bestaan. Toen ik jong was, werden we aangezet om in Afghanistan te gaan vechten, onder het voorwendsel dat we naar de Koranschool in Pakistan zouden gaan. Er zijn altijd jonge moslims naar buitenlandse oorlogen vertrokken, alleen heeft die stroom vandaag gigantische proporties aangenomen. Maar waarom keert een jongen die in Molenbeek of Schaarbeek is opgegroeid naar zijn geboortestad terug met de intentie er mensen te vermoorden? Dat is de vraag die mij vooral bezighoudt.

U neemt in Djihad uw eigen gemeenschap zwaar op de korrel.

SAÏDI: Ik hekel twee dingen. Om te beginnen de opeenvolgende regeringen die een hele generatie jongeren aan hun lot hebben overgelaten. Maar ook de enorme druk die de moslimgemeenschap op haar leden uitoefent. Al die absurde verbodsbepalingen die men jongeren in naam van de islam oplegt! Men manipuleert die jongeren, zonder dat iemand de moeite heeft genomen de Koran echt te lezen, en zo verknoeit men hun identiteit.

De jihadi’s in uw stuk vertrekken om uiteenlopende redenen. De een omdat hij niet mag tekenen, de ander omdat hij ‘ontdekt’ dat zijn idool Elvis Presley een Jood is, een derde omdat hij niet met zijn geliefde, een niet-moslima, mag trouwen.

SAÏDI: Dat is het fascinerende aan die jihadisten: er zit geen lijn in. Sommigen gaan naar Syrië omdat ze denken dat ze er moslimbroeders gaan redden, anderen zien het als een opwindend, levensecht videospel, en nog anderen willen een islamitische staat vestigen. Wel zie je dat de meesten worstelen met hun identiteit. Dan sta je zwak voor ronselaars die vaak als sekteleiders te werk gaan.

Vaak verwijt men de moslimgemeenschap dat ze te weinig zelfkritiek heeft. Klopt dat volgens u?

SAÏDI: Zeker, dat moeten we durven toe te geven. Belgische moslims sluiten zich op in hun eigen valse zekerheden. De boodschap in Djihad is dat je met alles mag lachen, maar bij jezelf moet beginnen. Neem de Elvis-fan: na een bedevaart naar het graf van zijn held ziet hij dat Elvis’ tweede naam Aaron is, waardoor hij ten onrechte denkt dat Elvis een Jood is en begint te raaskallen over een groot zionistisch complot. Antisemitisme is bij jonge moslims jammer genoeg wijdverbreid, ook dat wil ik aan de kaak stellen.

Hoe komt het dat de islam in het leven van tweede- en derdegeneratiemoslims zo’n belangrijke rol speelt?

SAÏDI: Als je hier geboren en getogen bent, maar constant te horen krijgt dat je er niet bij hoort en dat je je moet integreren, dan wordt godsdienst een dankbare vluchtheuvel. Imams vertellen hen: in de islam zijn jullie broeders en allemaal gelijk, en al de anderen, die hebben het slecht met jullie voor. Godsdienst is de plek waar die jongeren zich aanvaard weten en voor vol worden aangezien.

DOOR HAN RENARD

‘Als je constant te horen krijgt dat je er niet bij hoort, is godsdienst een dankbare vluchtheuvel.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content