Romanpersonages met blauwe inkt in de aderen : het proces tegen Pierre Mertens.

ER ZIJN ENERZIJDS schrijvers en er is anderzijds, pakweg, Hugo De Ridder. Deze laatste schreef met het vorige week verschenen boek “MontDucal” een sleutelroman waarin hij onder meer insinueert dat ex-premier Wilfried Martens (CVP) een maîtresse had. Zo had bijvoorbeeld de krant Het Laatste Nieuws het toch begrepen, die op haar beurt meteen insinueerde dat het minister Miet Smet (CVP) betrof. Het gaat hier twee keer om kwaadaardige roddel en zeker de liberale krant mag zich gelukkig achten dat Miet Smet verdraagzaam en niet lichtgeraakt is en ervan uitgaat dat de krant wordt gebruikt om er ’s anderendaags de vis in te verpakken. Als de pers zich kennelijk geen zorgen maakt over de grenzen van haar werkterrein, mag ze er zich niet over verbazen dat anderen het in haar plaats doen, de magistratuur of de politici.

Neem dan een schrijver als Walter van de Broeck, die in wel vijf romans met de figuur van wijlen koning Boudewijn aan het dollen is geweest. Niemand had er enige moeite mee om het metaforische karakter van het vorstelijke personage te begrijpen. Het universum van de roman moet tenslotte niet worden verward met de werkelijkheid. Het is een negentiende-eeuwse opvatting om te menen dat de inhoud van een roman letterlijk wáár is en dat literatuur de werkelijkheid dient te imiteren. Zulke ideeën leiden alleen tot armzalig realisme en in het slechtste geval tot poging tot moord met voorbedachten rade, zoals in de zaak van deayatollahs tegen Salman Rushdie. De waarheid bedient zich van eigen genres met eigen wetten, zoals de journalistiek.

KREATIEF.

Het modernisme verschafte de kunst de autonomie waarin onder meer waarheid en (literaire) schoonheid géén direkte relatie meer met elkaar onderhouden. De waarheid van de literatuur is een gelogen waarheid. Een moderne roman behoort niet zonder reden tot de fiktie en zijn waarheid is niet empirisch, maar kreatief. De literaire waarheid behoort tot het rijk van de verbeelding. En daarvoor is, tussen twee haakjes, iets meer kreativiteit vereist dan het vervangen van de naam “Wilfried Martens” door “Bert Offermans”. De literatuur is een domein waarop de verbeelding heerst, waarin een schrijver een alternatieve wereld creëert. Eén van manieren waarop de verbeelding bruggetjes bouwt naar de “reëel bestaande realiteit” is door echte situaties en personen als referentie- en herkenningspunten op papier te zetten.

Dit alles om te zeggen dat de Parijse rechter Francine Levon-Guérin vorige week donderdag een heel vreemde uitspraak deed in het proces dat prinses Lilian en prins Alexander respektievelijk weduwe en zoon van wijlen koning Leopold III tegen de schrijver Pierre Mertens hadden aangespannen. Mertens, aan wiens sérieux als schrijver in het geheel niet te twijfelen valt, laat in zijn eind augustus verschenen roman “Une paix royale” Lilian en Alexander opdraven en hen enige uitspraken doen, onder meer over andere leden van de koninklijke familie. Die beslaan in totaal overigens niet meer dan enkele bladzijden in het boek. Dat is een bekend, bijna klassiek procédé, zie bijvoorbeeld Walter van den Broeck. Mertens promoveerde trouwens eerder al de schrijver Gottfried Benn (in zijn met de Médicis-prijs bekroonde en ook in het Nederlands vertaalde roman “Les éblouissements”) of de musicus Alban Berg tot romanpersonages.

GAGE.

Maar de roman schoot prins en prinses in het verkeerde keelgat en daarom wilden zij hem in Parijs laten verbieden (in Parijs, want hij verscheen daar bij de prestigieuze uitgeverij Le Seuil). Het vreemde aan rechter Levon-Guérins uitspraak is niet dat zij het boek niét uit de handel liet nemen dat had er nog aan ontbroken maar dat ze het procédé om nog levende figuren in een roman op te voeren “foutief” noemt. Aangezien dat procédé als geen ander tot de literaire techniek behoort, doet de rechter met haar oordeel daarover in feite een literaire uitspraak. Het ware hetzelfde als zou zij haar afkeuring uitspreken over het gebruik van een bepaald rijmschema in een gedicht of over het hanteren van de flashback, die tenslotte ook niet “realistisch” is. Aan deze negatieve literaire kritiek hangt ook een sanctie vast : de gedaagden werden veroordeeld tot de symbolische franc, moeten de gerechtskosten betalen en het vonnis in een krant laten publiceren.

Het vonnis betekent dat een auteur (of diens uitgever) dan toch verantwoordelijk kan worden gesteld voor en zelfs strafrechterlijk vervolgd kan worden wegens het gedrag en de uitspraken van romanpersonages, al lijken ze in dit geval heel sterk op reëel bestaande figuren. Hoewel, het gaat hier toch niet zomaar om privé-personen, maar bij uitstek om publieke figuren, die trouwens vorstelijk worden betaald om deze publieke rol te spelen, meer bepaald met de vele miljoenen aan belastinggeld dat zij via een dotatie uit de Civiele Lijst ontvangen (en accepteren). Het is wegens dat in hoge mate publieke karakter dat deze koninklijke figuren in een roman een emblematische en mytologische rol kunnen vervullen dat is het bij uitstek zo bij Mertens, net als bij Van den Broeck.

Tenslotte bestaat de hele koninklijke funktie uit fikties, uit teater zo men wil. Want de koning oefent niet écht al die macht uit die de grondwet hem toekent. De koninklijke familie bezit niet écht al die biezondere gaven die haar volgens de populaire mytologie fundamenteel van “gewone” mensen doet onderscheiden. Geen wonder dat schrijvers de koninklijke dotatie dan ook zien als een soort gage voor akteurs. Door dat kontrakt de maatschappelijke funktie hebben prinsen en prinsessen volgens hen dan ook de plicht om zonder morren in romans op te treden.

Het ergste is : hadden Lilian het Alexander er geen zaak van gemaakt, geen haan zou naar Mertens’ boek hebben gekraaid vandaag is het, dank zij de publiciteit rond het proces, een best-seller.

Marc Reynebeau

Mertens : mytologie.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content