Gelukkig nieuwjaar, maar 1996 wordt niet beter. We krijgen geen recessie, wel een slappe groei. Zo staat in de sterren geschreven.

DE ekonomische analisten hebben met de weerprofeten gemeen dat de werkelijkheid wel eens anders wil evolueren dan hun computermodellen aangeven. Afgelopen jaar hadden zij echt geen geluk. Voortbouwend op het elan van 1994 voorspelden zij verdere ekonomische groei en zelfs een daling van de werkloosheid. Na een kwartaal moesten ze al inbinden. De ekonomie nam een korte adempauze, heette het. Uiteindelijk blijkt de ekonomie helemaal zonder adem te vallen.

Het nieuwe jaar brengt geen heropleving. Dat voorspellen de konsumenten, de werknemers en werklozen en de sociale uitkeringtrekkers met grote zekerheid. De ekonomische onderzoeksinstituten, meestal studiediensten van de grote banken, sluiten zich daarbij aan. Er staan weinig hoopvolle tekens in de sterren. De toekomstbange gezinnen zijn in ?konsumentenstaking”, de nieuwste ekonomische definitie, die aanduidt dat de bevolking onvoldoende geld uitgeeft om de ekonomie welvarend te laten draaien. De landen met zwak geld zoals de dollar, het pond of de Zuideuropese munten, hinderen de ekonomie en in het biezonder de exportkracht van de sterke-muntlanden, waar België zich tussen nestelt. De besparingsinspanningen, nodig om met de Europese muntunie te beginnen (de normen van Maastricht), leiden in alle lidstaten tot vertraging van de ekonomie, wat ekonomen omzwachteld deflatie noemen. Niet alleen in de buurlanden, ook in België kiemt sociale onrust als gevolg van jarenlange inleveringen zonder perspektief op beterschap. En tenslotte is het kleine België, met zijn open ekonomie, zeer afhankelijk van de buurlanden. Die bieden de grootste exportmarkten en herbergen eveneens ekonomieën in ademnood.

De cijfers van de ekonomen verschillen een beetje, maar over de trend bestaat een merkwaardige eensgezindheid : de Belgische ekonomie blijft in de eerste helft van het jaar op een laag toerental draaien. Een verbetering is mogelijk na de zomer, maar ze komt er waarschijnlijk pas aan vanaf de herfst. De ekonomische groei blijft onder de twee procent en een zo laag cijfer schept werkloosheid in plaats van werk.

Het zogenoemde ?goede nieuws over België” waarmee de Organizatie voor Ekonomische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) de politici tijdens hun eindejaarsvakantie verblijdde, klinkt in feite al even in mineur als de voorspellingen van de Belgische analisten. Vanuit Parijs meldde de per definitie zwartgallige lobbygroep van de rijke industrielanden dat haar voorlopende indikator in oktober 1995 het jongste cijfer voor het eerst in tien maanden was gestegen. De indikator loopt zo’n negen voor op de konjunktuur en schept de verwachting op ekonomische beterschap vanaf juli. Maar dat zal waarschijnlijk te laat zijn om de groei van de ekonomie over het hele jaar over de twee procent te tillen.

SCHONER WEER.

Het ontgaat niemand dat de Nationale Bank van België de toekomst enigszins luchthartiger bekijkt dan de studiediensten van de commerciële banken. In november 1995 herpakte de konjunktuurbarometer van de Nationale Bank zich. Dat was goed nieuws, want bijna een jaar aan een stuk bleef hij dalen en in oktober van vorig jaar veroorzaakte de scherpe val ervan bijna paniek. Op grond van enquêtes bij ondernemers over hun konjunktuurvooruitzichten, wijst de barometer het te verwachten ekonomisch klimaat aan. In de bouw en de handel klimt hij inderdaad naar mooier weer. Maar de verwerkende nijverheid blijft, ten gevolge van een negatieve beoordeling van de orderpositie, achteruit gaan. Daardoor zet de syntetisch afgevlakte indikator, die de fundamentele trend van de konjunktuur weergeeft, zijn dalende trend voort. De Nationale Bank verwacht echter dat die daling nu snel zal stoppen.

De bank van goeverneur Alfons Verplaetse poogt met nog meer goed nieuws de moed erin te houden al beginnen velen dat goede nieuws vanwege de monopolist van de ekonomische statistiek op politiek goed uitgekozen momenten verdacht te vinden. Niettemin, volgens de Nationale Bank zullen de investeringen van de verwerkende nijverheid dit jaar met een schone vijftien procent stijgen, tegen een schamele zeven procent vorig jaar. Als dit inderdaad uitkomt enige twijfel is gewettigd, want vorig jaar beliep de voorspelling nagenoeg dertien procent zouden die investeringen een krachtige groeimotor zijn voor de ekonomie.

Hoewel, nooit goed nieuws zonder slecht nieuws. Bij de huidige konjunktuur gaat het vooral om rationalizeringsinvesteringen, dus de modernizering van fabrieken om arbeidskrachten uit te sparen en zo de konkurrentiekracht te versterken. Dat is wat, bijvoorbeeld, Union Minière op eclatante wijze doet. De non-ferrogroep investeert om en bij de twintig miljard in nieuwe, moderne fabrieken en saneert tegelijk een derde van haar personeel weg. Van uitbreidingsinvesteringen afhankelijk van een verwachte, hogere vraag, valt nu niet veel te merken.

Het Verbond van Belgische Ondernemingen, dat heel dicht bij de bedrijven staat, is ronduit pessimistisch. Het VBO stelt vast dat het produktiepeil lager ligt dan een jaar geleden. ?We kunnen ons dan ook afvragen of we op dit ogenblik niet veeleer moeten spreken van een konjunktuuromslag dan van een konjunktuurpauze,” vreest de werkgeversvereniging.

VOORZORGSSPAREN.

Bijna alle Belgische konjunktuurinstituten schroefden hun vooruitzichten voor dit jaar omlaag. Het bruto binnenlands produkt steeg in 1995 met 2 tot 2,25 procent. Dit jaar groeit de ekonomie met niet meer dan 1,3 tot 1,8 procent. Daar zit de regering mee, want voor haar begroting rekent zij met een ekonomische groei van 2,2 procent. Tussen 1,8 procent en 2,2 procent ligt een berg belastinginkomsten en een pak werklozen.

De ekonomisten maken zich vooral zorgen om de konsumentenstaking. Dat is niet verwonderlijk. Want het klassieke, ekonomische scenario voor konjunktuurherstel leert dat na de start ervan, dankzij de groei van de uitvoer, de investeringen van de ondernemingen de konjunktuur voeden en dat daarna de konsumptie de rol van ekonomische motor overneemt. Die derde faze wil echter niet lukken. Dit jaar zou de privé-konsumptie met amper één procent stijgen, bij een toename van het beschikbaar inkomen van slechts een half procentje. (Van een groei van de overheidskonsumptie valt bij spaarbegrotingen helemaal niets te verwachten). De konsumenten vluchten in voorzorgssparen. Ze weten intussen wel wat sanering en werkloosheid betekenen. Ze houden rekening met besparingen bij de hervorming van de sociale zekerheid de pensioenen liggen nu haast dagelijks in de vuurlinie en loonmaatregelen bij de herziening van de wet op de konkurrentiekracht en vrezen nog meer kwaads bij de begrotingskontrole, straks, en de opmaak van de staatsbegroting 1997, volgende zomer.

Bovendien sabelt de regering, namens Maastricht, in de financiën van de gezinnen, maar vertikt ze het uit te leggen welke voordelen de nieuwe Europese muntunie dan wel zal bieden. Het tot vervelends toe herhaalde grapje dat de toerist vanaf juli 2002, dankzij de euro, geen geld meer in wisselkantoren verliest, weegt als motivatie niet zwaar genoeg. Europese landen met een zonnig klimaat worden bovendien niet eens lid van de muntunie.

De ekonomische instituten hadden erop gerekend dat de Belgische ondernemingen dit jaar sterk zouden genieten van de groeiversnelling in de buurlanden. Dat is een misrekening, betreuren zij nu. De groei bij de belangrijkste handelspartners verzwakt. Duitsland en Frankrijk rekenen op 1,5 tot 2 procent, Nederland blijft optimistischer met verwachtingen tussen 2 en 2,25 procent. Heel Europa kampt met dezelfde twee problemen. De inspanningen opgelegd door het Verdrag van Maastricht, die de ekonomie afremmen, en de hoge werkloosheid die het konsumentenvertrouwen doodt. Voorts kunnen de Verenigde Staten onmogelijk hun hoge groeitempo volhouden en de ekonomie begint er aan een zachte landing. En Japan blijft erg onzeker.

Vooral zorgelijk is de vertraging van de groei in Duitsland. De ekonomische instituten zijn er ronduit pessimistisch en de meeste bedrijfstakken stellen nu vast dat hun hoop op een verder herstel van de ekonomie een illuzie is. De Duitse ondernemers klagen erover dat de sterke mark en de hoge arbeidskost hun konkurrentiekracht uithollen. Hun nieuwe antwoord staat dagelijks in de kranten : ze investeren in goedkopere buitenlanden en ontslaan werknemers in Duitsland.

Na de ekonomische sprong van 1994, toen een ekonomische groei van drie procent in het verschiet lag, werd Duitsland wat overmoedig Europa’s lesgever. Nu wijst alles erop dat het land zijn begrotingstekort niet onder de drie procent kan houden. Waardoor het zelf niet meer zou voldoen aan de normen van Maastricht voor toetreding tot de Europese muntunie. De Duitse staatsschuld schommelt om de 59 procent van het bruto binnenlands produkt, ook al gevaarlijk dicht bij de Maastricht-grens. De diskussie over sociale stabiliteit versus monetaire stabiliteit wint aan belang.

STERKE MUNT.

Terwijl er geen reden is voor tevredenheid over de gang van de zaken van de Belgische ekonomie, wijzen de basisgegevens in de andere richting. De Nationale Bank berekende dat de gemiddelde waarde van de Belgische frank op de wisselmarkten in 1995 steeg met vier procent. Vier jaar naeen al wordt de frank sterker. Hij noteert nu twintig procent hoger dan tien jaar geleden. De exporteurs morren steeds luider over die sterke frank, die hun fakturen in het buitenland verzwaart. Maar de stevige munt maakt import (min of meer) goedkoper, tempert de inflatie en vooral, ze houdt nu de rente laag. De lage rente kan investeren stimuleren en de gezinnen aanzetten tot minder sparen. Maar de belangrijkste beneficiant is de overheid, die wint op de intrestbetalingen op de kolossale Belgische overheidsschuld. Als de korte rente volgens de verwachtingen inderdaad van 4,6 naar 4 procent daalt, kan dat op de begroting snel een dozijn miljard schelen.

Maar makro-ekonomie is altijd een beetje van dit en een beetje van dat. Een lage inflatie holt de overheidsschuld niet uit. De inflatie daalde afgelopen jaar tot 1,47 procent, het laagste cijfer sinds 1988. In december 1995 steeg de index van de konsumptieprijzen met slechts 0,02 punt, wat staat voor volledige prijsstabiliteit. Ekonomische Zaken berekende dat de stijging van de prijzen van de voeding en de energie zeer gering was, maar de huurprijzen voor woningen vallen blijkbaar niet onder kontrole te houden (plus 2,9 procent). Dit jaar verwachten de ekonomische analisten een inflatie van ruim twee procent. Die stijging is de schuld van de overheid, die de BTW en de aksijns op benzine verhoogt. Maar ook dat blijft nog een lage inflatie, wat een gevolg is van de sterke frank, de loonblokkering en de zwakke binnenlandse konsumptie. Een zo lage inflatie tenslotte wijst slechts zelden op een goed draaiende ekonomie die werkgelegenheid schept.

Het rekordaantal faillissementen schept een enigszins vertekend beeld. Veelal gaat het om piepkleine zaakjes, die van start gingen met onvoldoende kennis en geld. Bovendien gaan niet alleen ondernemingen dicht, er worden ook nieuwe opgericht. Eensgezind luiden de voorspellingen dat de winst van de ondernemingen voor het derde achtereenvolgende jaar krachtig zal stijgen. In elk geval beleefde de Brusselse beurs met zwier de overgang naar het nieuwe jaar. Het hele jaar door klaagde het beursvolk steen en been, maar Brussel sloot zowel de BEL 20-index als de algemene prijzenindex af op historische rekords. De koersreturn voor 1995 bedraagt 12,2 procent. Dat is weliswaar minder dan in de Verenigde Staten (plus 33 procent), Groot-Brittannië (plus 20 procent) en Nederland (plus 17 procent), maar meer dan in Duitsland (plus 7 procent), Japan (plus 1 procent), Frankrijk (min 1 procent) en Italië (min 6 procent). Bovendien biedt de returnindex van de kontantmarkt, die ook rekening houdt met de in 1995 uitgekeerde dividenden, nog meer : een rendement van 15,9 procent.

Andere ekonomische fundamenten als de overschotten op de handelsbalans en de lopende rekening van de betalingsbalans blijven prima. Ze zijn zeer groot, wat eigelijk meer wijst op een monetair dan op een ekonomisch gezond land. En uiteindelijk verbetert zelfs de overheid haar begrotingstekort.

Als de werkloosheid een ekonomische fundamental zou zijn, dan zou die ronduit slecht genoteerd staan. Inzake werkgelegenheid verwacht geen ekonomisch instituut echt beterschap.

Guido Despiegelaere

Werkgelegenheid : geen beterschap in zicht.

Jean-Luc Dehaene en Alfons Verplaetse : waarom is de muntunie zo goed ?

Sociale onrust kiemt voort.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content