De nieuwe “Canterbury Tales”.

Is de vroege Engelse literatuur niet direkt antieke geschiedenis daarvoor komt hij duizend tot zeshonderd jaar te kort en zit hij in de verkeerde wateren gevangen , toch zal niemand het uitgeverij Ambo ten kwade duiden dat zij in haar reeks Klassiek (die overigens nooit bedoeld was om alleen “antieke” teksten op te nemen) nu ook de beroemde “Canterbury Tales” van Geoffrey Chaucer heeft uitgegeven. Chaucer is immers, om de zaak wat schematisch voor te stellen, een uiterst belangrijke schakel van de middeleeuwse naar de modernere Engelse literatuur, en daarmee van de Middellandse Zee naar de Elisabethaanse wereld van Shakespeare en, verder, het begin van de Engelse roman.

Verhalen-bundelingen in een raamvertelling, zoals die van de pelgrims naar Canterbury, of zoals die van de Decamerone, waarin vluchtelingen voor de pest elkaar verhalen vertellen, of zoals die van de Pentamerone of de Heptamerone (of zelfs zoals de Duizend-en-één Nacht, die een stuk vroeger maar verder weg ontstonden), vormen een stap op de weg van het middeleeuwse werk naar het moderne prozaverhaal. Al was het maar, in meerdere of in mindere mate, als inventaris of verzameling van de wereld van de bekende verhalen. Het zou weinig minder dan heiligschennis en barbaarsheid zijn het werk van Chaucer hiermee op één lijn te stellen maar het zou onnozel zijn te ontkennen dat de “Canterbury Tales” in dit kader ontstaan zijn.

Een goed filoloog is daarom nog geen goed vertaler, zegt professor Freddy Decreus in het interview hierbij. De verzen van Geoffrey Chaucer (geboren tussen 1340 en 1345, overleden in 1400) zijn voor de Britse literatuurvorsers even beladen met geheimen als die van Shakespeare, en misschien méér. Toch vervangt de nieuwe Ambo-vertaling die van prof. dr. A.J. Barnouw uit 1930 (bekend van de Prisma-uitgave), een uitmuntend filoloog die echter door coupures en eufemismen “de kuisheid van de jonge mannen” wilde beschermen en dus geen écht volledig werk geleverd heeft. De vertaler (geen filoloog) Ernst van Altena, de liedjesmaker, de rijmelaar die al François Villon vertaalde en “Le Roman de la Rose”, stond inderdaad misschien dichter bij de oude Geoffrey en kon een frissere, minder eerbiedige en daarom getrouwere vertaling van “De Canterbury-verhalen” maken. Waarvan de schrijver Julio Cortàzar had kunnen zeggen, hoewel hij het van iets anders deed, “ze niet lezen is een slepende ziekte, waarvan men dood kan gaan. ” Hoe dan ook, ze zijn er nu, alvast voor een generatie.

ÞATKÞS.V.E.þ

Geoffrey Chaucer, “De Canterbury-verhalen”, Ambo-klassiek, Ambo, Baarn, 695 blz., 1990 fr.

“Canterbury Tales” : verfrissend.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content