In Zaïre is de verkiezingskoorts definitief losgebarsten. De Ruandese vluchtelingen spelen daarbij een niet onbelangrijke rol.

OP EENGEIMPROVISEERD podium spelen jonge acteurs het stuk ?Kijk uit voor de kameleon”. Een kandidaat-demagoog staat klaar om zijn jas binnenste buiten te keren, terwijl een rijkswachter een kiezer aanmaant om voor ?de juiste man” te stemmen.

Het is maar één methode die de vrijwilligers van de Kiesliga gebruiken om de bevolking te leren wat democratie is. Hoe moet je stemmen, wat is het belang van de verkiezingen, hoe herken je een goede kandidaat, hoe groot is het gevaar van tribalisme : dat vormen de thema’s van hun campagne, die ze opzetten in het vooruitzicht van de verkiezingen, ten laatste in juli 1997.

Die campagne zint de politici niet. Niet die van de presidentiële groep de FPC ( Forces Politiques du Conclave) , maar ook niet die van de oppositionele USORAL ( Union Sacrée de l’Opposition Radicale et Alliés) van Etienne Tshisekedi, noch die van de URD ( Union des Républicains et Démocrates) van premier Joseph Kengo wa Dondo.

Hoe groot het wantrouwen van de politici in de burgers wel is, bewijst de constructie van de Nationale Kiescommissie (CNE), die de kieslijsten moet samenstellen en de verkiezingen organiseren. Bij de 44 leden zit geen enkele vertegenwoordiger van de Kiesliga of van andere civiele organisaties. De bisschoppenconferentie wees er dan ook prompt op dat de Kiescommissie niet onafhankelijk is. Maar regering en oppositie hadden hun antwoord klaar : wie zich vertegenwoordigd wil zien in de CNE ; moet maar lid worden van een politieke partij.

Het is niet de eerste keer dat alle politici in Zaïre op één lijn zitten. Vorig jaar nog verenigden regering en oppositie zich om monseigneur Laurent Monsengwo, de aartsbisschop van Kisangani en voorzitter van de HCR-PT (Hoge Raad van de Republiek, Overgangsparlement), de laan uit te sturen.

Die eensgezindheid hoeft niet echt te verwonderen. Zowel regering als oppositie bestaan uit politici die de stiel leerden bij de MPR, vroeger de éne staatspartij van president Mobutu Sese Seko. Het meerpartijensysteem in Zaïre impliceert vooral : meer kandidaat-presidenten. Voor de rest veranderde er niet veel. Zaïrese politieke partijen maken korte metten met dissidenten in de eigen rangen. De recente herschikking van de regering-Kengo is daar één voorbeeld van.

PERSVRIJHEID.

En regering- of oppositiepartij : ons kent ons. Vorig jaar stemde het Overgansparlement unaniem een wet die het maandloon van volksvertegenwoordigers van tienduizend naar dertigduizend frank tilde. De verontwaardiging van de Zaïrese kiezers was aan de parlementsleden niet besteed.

Ze pakten trouwens ook de media aan, door op 7 december de wet op de persvrijheid te wijzigen. Het voorstel daartoe werd ingediend door de woordvoerder van USORAL, Lambert Mendé. Voortaan moeten journalisten hun bronnen prijsgeven als de rechter daarom vraagt. Regering en oppositie waren het daarover roerend eens. Volgens dokter Banza Sabin, vice-voorzitter van de Kiesliga, spelen de komende verkiezingen daarbij een rol. ?De politici weten maar al te goed dat de pers dossiers over hen bezit. En ze weten ook dat ze veel te verbergen hebben.”

Alleen al het rapport van de commissies, die de moorden en de afpersingen onderzochten, bewijst dat zowel Mobutu als Kengo, maar ook Tshisekedi niet vies waren van enig eigenbelang. In het aan banden leggen van de persvrijheid onderkennen bijgevolg alle partijen profijt. Wie zal het, gezien de ondermijning van het bronnengeheim, nog aandurven om de journalisten te signaleren waaraan de dinosaurussen van het regime zich schuldig maakten en maken ?

De Kiesliga, maar ook de Niet-Gouvernementele Organisaties (NGO’s), de wijkgroepen en de basis van de verschillende kerken bezig proberen inmiddels een eigen nationale commissie op te richten. Die zal zelf kieslijsten samenstellen en de voorbereidingen van de verkiezingen nauwkeurig gadeslaan. De commissie neemt zich ook voor de kiesresultaten van nabij te volgen.

Sommige organisaties willen zelfs veel verder gaan. De groep Amos, geleid door Thierry Nlandu en José Mpundu, zegt zich te inspireren op de bevrijdingstheologie. Beide priesters riepen de christenen in februari 1992 op tot de Mars van de Hoop in Kinshasa. Het leger schoot de massale betoging voor democratie uiteen. Amos wil dat het volk ?zijn eigen verkiezingen organiseert, met eigen middelen, op het moment dat het daar klaar voor is en in de omstandigheden die het volk aanvaardbaar acht.”

Nlandu en Mpundu willen via de goed georganiseerde kerken ?de enige betrouwbare structuur in dit land” de bevolking mobiliseren. ?De missies kunnen helpen” bij het verzamelen van het nodige geld om het initiatief uit te voeren, stellen de twee geestelijken.

De hele opzet roept veel vragen op. Wie beslist wanneer de tijd rijp is ? Moeten de kerken de rol van de staat hoe failliet ook overnemen ? Houdt Amos voldoende rekening met de grote verschillen binnen de katholieke kerk ? Bovendien vertoont Amos een aantal intolerante trekjes. Om een Nationale Kiescommissie ?overeenkomstig de wensen van het volk” samen te stellen, roepen ze, bijvoorbeeld, de leraren op druk uit te oefenen op het regime door de kinderen van de parlementsleden de toegang tot de klas te weigeren.

GELDGEBREK.

De zwaarste hypotheek op een eerlijk verloop van de verkiezingen, leggen de (naar schatting) zevenhonderdduizend Ruandese vluchtelingen in Kivu. Kalemba Tsongo, secretaris-generaal van de Regionale NGO-Coördinatie in Noord-Kivu, stelt dat de bevolking daar maar al te graag wil gaan stemmen. In 1987 kon dat niet omdat autochtone en genaturaliseerde Zaïrezen elkaar bekampten (zie kader). Tsongo meent dat een herhaling van dat scenario zeer slecht zou aankomen, zeker omdat iedereen ter plaatse het belang van de verkiezingen van 1997 inziet.

Tegelijk wil een deel van de bevolking in de streek dat de vluchtelingen nog voor de verkiezingen verdwijnen. De autochtone Hunde, Nyanga en Nande willen koste wat kost vermijden dat de vluchtelingen zich laten doorgaan als Zairese Hutu en zo de stembusgang beïnvloeden. De massale toeloop van Ruandezen heeft het evenwicht zodanig verstoord, dat de autochtone bevolking nu in de minderheid is en dus vreest dat haar eigen vertegenwoordigers op grote verliezen afstevenen als de vluchtelingen mogen meestemmen.

Die angst is gegrond en groeit nog nu de milities van de Hunde en Nyanga blijven vechten tegen de Zaïrese Hutu die gesteund worden door de Ruandese Hutu-milities. Vorig jaar al stierven driehonderd mensen bij ongeregeldheden in de streek.

De onlusten en de aanwezigheid van vluchtelingen geven de overheid het ideale alibi om in die streek achtduizend soldaten van verschillende eenheden te parkeren. Die dragen echter allesbehalve bij tot de rust in de regio. Integendeel, velen beweren dat het leger aan beide partijen wapens verkoopt. Elke nacht wordt in Goma geschoten.

In een dergelijk klimaat verkiezingen houden, lijkt zo goed als uitgesloten. De hele Kivustreek nog maar eens uitsluiten van verkiezingen, kan wel. Maar dan wordt het extra moeilijk om een representatieve vertegenwoordiging aan te stellen, zeker omdat Kivu de graanleverancier van Zaïre té belangrijk is.

Zolang het leger niet betaald wordt, blijft het een gevaar. Wereldbank en Internationaal Muntfonds blijven de regering-Kengo wantrouwen en houden de knip dicht, maar het chronische geldgebrek van de overheid maakt de toestand in het land zeer explosief. Geldgebrek verhindert de uitbetaling aan soldaten, geldgebrek werpt een hinderpaal op voor eerlijke verkiezingen. Ook de onbereikbaarheid van hele Zaïrese streken omdat de wegen kapot zijn , kan niet verholpen worden wegens een tekort aan geld.

Zaïre is op weg naar de stembus, maar gemakkelijk is die weg in geen geval.

François Misser.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content