FRANS VERLEYEN

DE GEWRICHTEN VAN DE DEMOKRATIE KRAKEN als die van een oude dame, daarover schijnt intellektueel Europa het eens te zijn. Wat is er toch met haar gebeurd ? Toen ze twee wereldoorlogen geleden nog een jong meisje was, danste ze van optimisme en hoop op vooruitgang. De wereld kon alleen maar beter worden. En inderdaad, vooral na de nederlaag van Hitler zag men het geluk en de rechtvaardigheid zienderogen groeien in de zon van de moderne tijden.

Kinderen kregen verplicht algemeen onderwijs en schoolsparen. Zieken werden zonder onderscheid naar een fatsoenlijk hospitaal gebracht. Op 65 mocht iedereen ophouden met werken en desgewenst in een zonnige instelling gaan wonen. Bij het ministerie van Openbare Werken zaten de beste architekten van het land. Er kwamen auto’s en brede wegen voor de dubbel betaalde vakantiegangers. Flink gedrilde, kort geknipte soldaten zoals Elvis Presley hielden de Russen op een veilige afstand. In de Kongo arriveerden elke dag scheepsladingen zilverpapier voor de paters van Scheut. Over die goede gang van zaken waakten voorname bewindslieden in hun stadhuis, parlement of regering. Het leven had de eenvoud en betrouwbaarheid van een Staatsblad. Zo klinkt het sprookje nog na in de wazige herinnering van mijmerende grootvaders.

Vanzelfsprekend was de werkelijkheid veel minder mooi. De mens filtert graag de onprettige feiten en toestanden uit zijn geheugen weg. Alleszins kleefden ook in de “gouden” jaren van naoorlogse opstanding, wederopbouw en bloei vele politieke kwalen als schimmel aan het demokratische ideaal. De meeste gezagsdragers waren autoritair. Er heersten ook toen allerlei vormen van vriendjespolitiek, zuilbelang, korruptie, koloniale misbruiken, wild kapitalisme, elektorale trucage, geestelijke bevoogding en verkapte sociale onderdanigheid. Alleen kon men dat één of twee generaties geleden niet zo helder registreren als de huidige mediamaatschappij doet.

Alle verhoudingen in acht genomen, lag het demokratische peil in het westerse denken nooit tevoren zo hoog. Het postmoderne, naar ironie neigende pessimisme berust niet op aantoonbare terugval in het politieke denken, maar op de ellendige moeite die het kost om de wirwar van verschijnselen te begrijpen. De huidige westerse mensheid, haar leidende elites inbegrepen, wordt van de ene mentale revolutie naar de andere gejaagd, zonder voldoende tijd en afstand om wat zich allemaal voordoet ordentelijk in kaart te brengen. Na de kulturele, religieuze, technologische en seksuele (vandaar ook demografische) omwentelingen van de jaren zestig-zeventig heeft het ons ontbroken aan een rustpauze. Die ware welkom geweest, alvorens de alweer explosieve veranderingen van nu, van het fin-de-siècle, zich voordeden.

Zij kunnen symbolisch worden herleid tot het fenomeen Internet : de mogelijkheid om, wereldwijd en de klok rond, vrijwel alle menselijke kennis te ondervragen of aan te vullen via banale computers die in het gewone professionele bereik liggen. Hierdoor is weldra geen nationale, laat staan lokale politieke kultuur meer mogelijk omdat alle feiten en evoluties zich op een veel grotere schaal afspelen. De beste Belgische, Duitse of Italiaanse regering staat eigenlijk nu al met haar mond vol tanden tegenover de grote systemen of kollektieve krachten die het leven op aarde regelen : het energieverbruik, de immense kapitaalsbewegingen tussen Londen en Tokyo, de transportstromen, de rondzwervende wapenvoorraden, het meteorologisch klimaat, de nimmer aflatende zoektocht in de laboratoria, het over en weer schuiven van industrieën, de onstuitbare verstedelijking, de sociale gedragspatronen van steeds meer volkeren die grosso modo dezelfde privé-ervaringen of ambities hebben en dus een nivelleringsproces doormaken met het Engels als esperanto-taal van de toekomst.

Alle dieper liggende problemen waarmee welvaartstaten en hun bevolking worstelen, kunnen van die hier ruw geschetste globalizering worden afgeleid. Migranten zijn het produkt van onder andere wereldekonomische stoornissen, voedselproduktie en van de mogelijkheid om ver te reizen. Demografische suksessen of kopzorgen hangen samen met moreel gedrag, medische techniek, materiële welvaart, armoede, rijkdom, open of gesloten grenzen. Misdaad en onveiligheid wortelen in sociale gegevens zoals inkomensspreiding of stadsgroei. De vraag hoelang in West-Europa gangbare stelsels van sociale zekerheid het nog zullen volhouden, kan niet met huiselijke regeringsmaatregelen worden beantwoord.

Wat onze onzeker gemaakte demokratieën nodig hebben als brood, is een periode van stilte in de storm van het zogenaamde medialandschap. Er moet opnieuw tijd gemaakt worden voor integere televisie-gesprekken die twee uur mogen duren, voor dubbele krantenpagina’s vol overwogen en bestudeerbare gedachten, voor kamers met uitzicht. Aan de propaganda, het gekakel en gepiep van de oneliners moet een einde komen. Zeker in Vlaanderen wordt, althans door de regerende klasse, het politieke debat momenteel al te grof versimpeld in korte taktische ruzies en schijngevechtjes zoals bij voorbeeld de “Zevende Dag” ze opvoert. Die voor de kijker wekelijkse frustratie van “er is niets gezegd” wordt stilaan vermoeiend.

“ER STAAT VEEL OP HET SPEL bij de komende verkiezingen van 21 mei. ” De demokratische goegemeente roept op tot waakzaamheid. Jawel, er kan een koalitie kantelen, of het Vlaams Blok zou wat van haar bloed kunnen wegzuigen, maar een dramatische instorting van ons grondwettelijk stelsel staat nog niet voor de deur. Een praktische suggestie kan de standvastigheid ervan misschien bevorderen. Kunnen de omroepen niet voor een omgekeerd gesprek zorgen ? Goeie kenners van land en wereld, onze beste professoren en denkers, zouden in de studio een verhaal kunnen houden waar politici naar luisteren. Nadien mogen ze vragen stellen.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content