IN DE BOKSRING VOOR DE BEGROTING

ELIO DI RUPO 'Tempo' staat niet in zijn woordenboek. © IMAGE GLOBE

Als Elio Di Rupo de nieuwe premier wordt, komt hij politiek zichzelf tegen. Zo moet hij voor de sanering van de overheidsfinanciën, vijf jaar na datum, een reeks peperdure beslissingen van het paarse tijdperk terugschroeven.

Buiten woedt de schuldencrisis en vergaderen Europese leiders zich murw om de euro te redden. In schril contrast daarmee lijken de Belgische politici aan de federale onderhandelingstafel van formateur Elio Di Rupo (PS) helemaal niet gehinderd te worden door welke deadline dan ook, en dus ook niet geneigd om snel klaar te zijn met het sociaaleconomische en budgettaire luik van het programma voor een nieuwe regering.

Het zal toch niet zijn dat ze zich optrekken aan het oordeel van het ratingbureau Fitch? Dat heeft zijn ratingcode (AA+) voor ons land voorlopig niet aangepast. Ook niet na de aankoop van Dexia Bank België door de federale overheid voor 4 miljard euro, en de toename van de publieke schuldenberg met een vergelijkbaar bedrag tot meer dan 97 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Maar Di Rupo blijft zijn tijd nemen. Hij heeft zijn formatie-opdracht uitgesmeerd over verscheidene werkgroepen van technici en parlementaire experts. Die buigen zich over deelthema’s zoals justitie, buitenlands beleid, energie, migratie, sociale bescherming, overheids-bedrijven en werkgelegenheid. Met de voorzitters van de zes onderhandelende partijen (PS, SP.A, CD&V, CDH, MR en Open VLD) volgt Di Rupo de voortgang op en worden telkens de budgettaire effecten voor de komende drie jaar ingeschat.

Slideshow

Voor de begroting van 2012 ligt de doelstelling hoe dan ook vast. Om het budgettaire traject van het bij Europa ingediende stabiliteitsprogramma te respecteren, moet het tekort van alle overheden samen (federaal, regionaal en lokaal) worden teruggedrongen tot 2,8 procent van het bbp. Voor volgend jaar komt dat neer op een saneringsinspanning van 10,2 miljard euro. Sinds het huiswerk van het Monitoringcomité voor de Begroting vorige maand is ook bekend dat die zonder aangepaste wetgeving oploopt tot bijna 24 miljard om in 2015 een bescheiden overschot te kunnen boeken.

Dat begrotingsparcours zal ook gevolgd móéten worden, als ons land niet extra in het oog wil worden gehouden door de Europese Commissie wegens een ‘buitensporig tekort’ (3 procent of meer). Om ontsporingen te voorkomen, zal die er bovendien op letten dat de economische groeivooruitzichten realistisch zijn. Ondanks een forse terugval in eigen land en in de rest van de wereld wordt die groei in de tabellen van Di Rupo en co. voor 2012 nog altijd geraamd op 1,6 procent en nadien op 2,1 procent. Lagere groeicijfers maken voor de begroting telkens een wereld van verschil.

Van de ontslagnemende regering hebben de formateur en de zes partijen intussen een lading van mogelijke besparingsmaat-regelen gekregen. Premier Yves Leterme (CD&V), begrotingsminister Guy Vanhengel (Open VLD) en staatssecretaris voor Begroting Melchior Wathelet (CDH) lichtten ze vorige week toe met een heuse slideshow. Daaruit valt te leren dat de ontslagnemende regering denkt dat ze voor de begroting van 2011 nog altijd op koers zit (een tekort van 3,6 procent). Tegenvallende belastinginkomsten (ruim 900 miljoen euro minder dan eerst geraamd) en hogere interestlasten worden gecompenseerd door minder uitgaven van de federale overheid (929 miljoen) en betere cijfers voor de sociale zekerheid (639 miljoen). De grootste bedreiging blijft echter uitgaan van de stijgende rente op overheidsobligaties (meer dan 4 procent ondertussen) en het verschil op dat vlak tegenover Duitsland.

Voorts zijn de uitgaven van de federale overheid in 2012 na bilateraal overleg tussen Vanhengel en de verschillende departementen voorlopig vastgelegd op goed 40 miljard euro. Meer dan ‘volume- en inflatie-effecten’ zijn daarbij niet in rekening gebracht. Een ’technische voorbereiding’ van de begrotingssanering voor volgend jaar, ten slotte, resulteert in een vijftigtal voorstellen, samen goed voor ruim 10 miljard euro. Die som wordt bij elkaar gesprokkeld via besparingen op de personeels- en werkingskosten van de federale overheid (bijna 900 miljoen) en op uitgaven van de sociale zekerheid (meer dan 3,5 miljard), en via nieuwe fiscale inkomsten (3,7 miljard) en andere extra ontvangsten (bijvoorbeeld 400 miljoen meer uit fraudebestrijding en een verdubbeling van de nucleaire rente tot 500 miljoen). Vanhengel: ‘Deze selectie van ingrepen raakt aan het leefcomfort van de mensen, maar ze bewijst ook dat de sanering gerealiseerd kan worden zonder de economie te schaden en zonder het vertrouwen van investeerders en consumenten onderuit te halen. In principe zou daarover dan ook snel een politieke consensus mogelijk moeten zijn.’

Boksmatchen

Maar tempo staat niet in het woordenboek van Di Rupo. Een concretisering van de sociaaleconomische en budgettaire hoofdstukken van zijn formateursnota van begin juli heeft inmiddels geleid tot een catalogus van een honderdtal mogelijke maatregelen. Net als in de slides van de ontslagnemende regering keren daarbij steeds weer dezelfde grote klappers terug. En dat zijn het terugdringen van de uitgavengroei in de ziekteverzekering (opbrengst: 1,7 à 2,3 miljard), het milderen van het regime van de notionele-interestaftrek (opbrengst: 1,25 à 1,9 miljard), een betere inning van de belastingen en fraudebestrijding (500 miljoen), het optrekken van de nucleaire rente tot 500 of 750 miljoen, en de invoering van een bankentaks (470 miljoen). Nergens in de lange lijst is sprake van de verkoop van de overheidsparticipaties in bijvoorbeeld Belgacom of Bpost. Daarvoor zijn de marktvoorwaarden niet meteen gunstig. Bovendien verbetert zo’n verkoop voor een deel wel de schuldpositie van ons land, maar zou voor de begroting zelf een mooie dividendenstroom opdrogen.

Met de forse ingrepen in de gezondheidsuitgaven en de aftrek van investeringen door vennootschappen met eigen kapitaal mag Di Rupo een streep halen door de financiële overmoed van Paars II. Toen dreven de liberalen de invoering van de notionele-interest-aftrek door, en mochten de socia-listen als compensatie via het Generatiepact een hogere overheidsfinanciering van de sociale zekerheid inschrijven om een wettelijke uitgavengroeinorm van 4,5 procent en de welvaartsaanpassing van de pensioenen en andere uitkeringen te kunnen bijbenen. Die rekeningen zijn niet langer betaalbaar.

Aan de orde in de begrotingsonderhandelingen is voorts de vraag hoe snel een aantal structurele maatregelen een maximumresultaat moet opleveren, al in 2012 of pas tegen 2014-2015. Maar de hardste politieke boksmatchen in die onderhandelingen worden nog steeds geleverd rond twee grote punten: de verhouding tussen (meer) besparingen en (minder) nieuwe inkomsten, en de bijdrage van de gewesten aan de sanering.

De twee liberale partijen nemen op beide vlakken een gespierde houding aan en liggen daarbij op ramkoers met Di Rupo en de rest. Zeker als het gaat over de inspanning van de Vlaamse, Waalse en Brusselse regering kan dat nog tot brokken leiden. Niet alleen doen daar andere partijen mee (bijvoorbeeld de N-VA in Vlaanderen en Ecolo in Wallonië). De uitvoering van de regionale regeerakkoorden staat intussen ook extra onder druk door het prijskaartje van de vereffening van de Gemeentelijke Holding (minstens 570 miljoen euro voor de drie regio’s samen). In Wallonië komt daar de sluiting van ArcelorMittal bij, terwijl het armlastige Brussel nu al niet weet van welk hout pijlen te maken.

In hun slides gaven Leterme en Vanhengel vorige week te verstaan dat het financiële leed van de federale regering voor ruim 500 miljoen euro verlicht zou kunnen worden door al in 2012 hogere pensioenbijdragen van de gewesten te innen, en door niet langer te betalen voor het grootstedenbeleid en voor andere dossiers die eigenlijk tot de bevoegdheid van de deelstaten behoren. Maar Di Rupo wekt niet de indruk dat hij warmloopt voor die suggesties.

DOOR PATRICK MARTENS

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content