Benelux Orient, de Limburgse invoerder van Oosterse tapijten, probeert in Nepal, handel en hulp te verzoenen.

Het Nepalese tapijt, waarover zoveel te doen is, bestaat in wezen niet. Bijna alle tapijtweverijen zijn sinds de jaren zestig in handen van Tibetaanse vluchtelingen, die in de vallei van Kathmandu zeer goedkope maar goede tapijtknopers vinden en hen soms zeer ingewikkelde Europese tekeningen in Tibetaanse stijl laten uitwerken. Toen de Nepalese regering de kinderarbeid in 1992 onder internationale druk verbood, maar weinig aanstalte maakte om dat verbod ook toe te passen, sloten twaalf belangrijke Europese tapijtinvoerders, allen lid van Supporting Nepali Tibetan Carpets (SNTC), onder wie René Weytjens van Benelux Orient in Genk en Frankfurt, akkoorden met hun Nepalese toeleveraars.

De Belgische invoer uit Nepal was in 1994 goed voor ruim 287 miljoen Belgische frank, waarvan 257 miljoen frank tapijten en daarvan neemt Benelux Orient veruit het grootste deel voor zijn rekening. In de overeenkomsten met zijn toeleveranciers wordt uitdrukkelijk vermeld dat zij, evenals hun onderaannemers, geen kinderen jonger dan veertien jaar mogen tewerkstellen in de weverijen waarvan de tapijten onder het SNTC-label verkocht worden. Er is ook bepaald dat de arbeidsomstandigheden en de gezondheidszorg van de tapijtwerkers zullen verbeterd worden.

In die geest probeert Benelux Orient sinds mei vorig jaar bij vijf van zijn toeleveraars in de Kathmanduvallei alvast een farmaciekast, een nurse, een stuk elementaire hygiëne, een peuteropvang en een kinderdagverblijf draaiende te houden : kortom de Nepalese wetgeving te doen toepassen. Het projekt heet Children’s Welfare en werd tot nog toe al drie keer bezocht door dokter Louis Germeys, tevens CVP-burgemeester van Nieuwerkerken. Anderzijds krijgen de toeleveranciers ook milieuvriendelijke normen opgelegd bij het wassen van hun tapijten.

– Waarom dringt u en de andere SNTC-leden de Nepalese tapijtproducenten deze verplichtingen op, en gebeurt dat niet bij andere Oosterse tapijtproducenten ?

– RENE WEYTJENS : Nepal is een land waar van oudsher dialoog en openheid worden gekultiveerd, in het biezonder bij de Tibetaanse vluchtelingen die de tapijtweverijen in de vallei van Kathmandu geïndustrializeerd hebben. De Tibetanen verdedigen hun eigenheid maar kunnen zich, in tegenstelling tot andere Aziatische fabrikanten, aanpassen aan de Europese woontrends en aan ons sociaal denken.

Omdat onze tapijtontwerpen bovendien sukses kennen en hen werk bezorgen, hebben de Nepalese producenten geen bezwaar tegen Europese patronen. Dat sommigen daarentegen bedenkingen hebben bij de sociale en ekologische voorwaarden die wij hen aanpraten, is best te begrijpen. Vooral omdat er enkele vlugge geldmakers tussen lopen, die lak hebben aan onze etische, sociale of ekologische bezorgdheid. Uit eigenbelang zullen ook die wel bijdraaien. Intussen brengen enkele Europese ondernemers in de belangrijkste industriesektor van een land zoals Nepal toch een sociale beweging op gang, waar ook andere sektoren stilaan weet van krijgen.

– Is de konsument zich daarvan bewust ?

– WEYTJENS : Ik vrees dat de toerist het aardig vindt als kinderen alom aan de slag zijn, souvenirs verkopen of zelfs bedelen. Ook dat is kinderarbeid. Tijdens de voorbije twee jaar werd echter uitsluitend de kinderarbeid in de tapijtindustrie aangeklaagd. Sommige Indische en Europese tapijtverkopers probeerden meteen hun Rugmart-label te propageren. Dit is je reinste boerenbedrog, want wie garandeert dat daar geen kinderarbeid mee gemoeid is ? Rugmart heeft nog niets bewezen. Onze Children’s Welfare-projekten en die van andere SNTC-leden brengen zorg en verpleging ; zij het vooralsnog in enkele produktiecentra. Daar wordt er bovendien op toegezien dat er geen kinderen beneden de veertien jaar werkzaam zijn. Anderzijds is er Care and Fair, waarin vooral Duitse tapijtinvoerders zich verzamelen en een spaarpot aanleggen. Sinds eind vorig jaar hebben wij al 10 miljoen Belgische frank (zo’n 500.000 mark) vergaard. Heel wat Duitse groothandelaars kopen trouwens uitsluitend tapijten uit India, Pakistan en Nepal, als de invoerder ervan lid is van Care and Fair. Zo betalen ook wij met Benelux Orient in Frankfurt alvast één procent op onze invoer uit die landen.

Sommigen willen Care and Fair met Unicef laten samenwerken. Zelf wantrouw ik dergelijke reuze-organizaties en geloof meer in kleinschalige en overzichtelijke projekten. Intussen hebben wij de Europese kommissie, toen nog onder het voorzitterschap van Jacques Delors, gevraagd dat de Europese Unie, bijvoorbeeld, twee procent zou heffen op alle import van geweven of geknoopte tapijten uit India, Pakistan en Nepal, om aldus konkurrentievervalsing te vermijden. Wie namelijk Care and Fair steunt, maar bijvoorbeeld voor één miljard frank invoert, betaalt al gauw 10 miljoen en dat is misschien zelfs meer dan zijn geboekte winst. De Europese Unie zou dan met de geheven taks, voor rekening van de tapijtinvoerders, scholen en andere voorzieningen in die landen kunnen oprichten en steunen. Anderzijds zijn ook initiatieven mogelijk binnen het Algemeen Preferentie Stelsel (APS) en de Internationale Arbeidsorganizatie (IAO) om dwang- en kinderarbeid uit de wereld te helpen.

– Intussen bent u in mei vorig jaar in Nepal zelf met Children’s Welfare begonnen. Wat kost u dat ?

– WEYTJENS : De grootste kost is de tijd die enkele medewerkers aan het projekt besteden : ook om onze boodschap tot bij de detailhandelaar en de konsument te brengen. Bovendien betalen wij één tot twee dollar per vierkante meter extra aan de Nepalese fabrikanten die bij het projekt betrokken zijn.

– Hoe reageren uw klanten ?

– WEYTJENS : Ik meen dat de branche haar verantwoordelijkheid moet opnemen. Nu Nepal ons echte kwaliteitstapijten levert, moeten wij het land verder bijstaan. Vlaanderen wordt voor ons een testgebied. Ik wil met Benelux Orient, ten dienste van de detailhandel en de konsument, een merk Himalayan Kingdoms ontwikkelen, waaraan sociaal engagement verbonden is. En dat behelst meer dan de strijd tegen kinderarbeid. Omdat de tapijtindustrie het water fel kan vervuilen en dit in landen, zoals Nepal van enorm belang is, zal ons merk ook voor milieuzorg staan. Met die boodschap gaan wij de konsument bij de handelaar brengen en hen beiden zo degelijk mogelijk informeren. Daar is iedereen bij gebaat.

Kinderen met schurft komen vaker voor, zeker als niemand erop toeziet en dokter Germeys niet om de week in het fabriek langs kan lopen in een land dat gemiddeld 5 artsen voor 100.000 inwoners telt.

René Weytjens, de baas van Benelux Orient, probeert handel en hulp in enkele Nepalese tapijtweverijen te verzoenen.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content