‘GLOEDNIEUWE STRUCTUUR IS VOLSTREKT ONNODIG’

VLAAMS ONDERWIJS Te veel zittenblijvers en afhakers. © PHOTONEWS

‘Een kwalijk stukje sociale ingenieurskunst’, zo noemt een groep docenten en leraars de structuurhervorming van minister Pascal Smet voor het secundair onderwijs. Ze dringen aan op dialoog.

Voor de zomervakantie haalde Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) zich met zijn plannen om het secundair onderwijs te hervormen de banbliksems op de hals van vele mensen uit het onderwijs en daarbuiten. Hij mikt op een brede eerste graad, een uitstel van de studiekeuze tot veertien jaar, een vervanging van de huidige onderwijsvormen (aso, kso, tso, bso) door ‘belangstellingsgebieden’ en een forse afslanking van het overaanbod van studierichtingen.

Die ideeën verwoordde Smet overigens al in september 2010 in een oriëntatienota. Pas in juni volgde een tsunami van kritiek. Toen ook de Vlaamse meerderheidspartijen (CD&V, N-VA, SP.A) met elkaar in de clinch gingen, besliste minister-president Kris Peeters (CD&V) om de kwestie intern te behandelen na de gemeenteraadsverkiezingen van oktober.

Maar de tegenwind gaat niet liggen. ‘De beslissing van de Vlaamse minister-president is een handig maar doorzichtig politiek manoeuvre om de verdeeldheid binnen de beleidsploeg toe te dekken en het maatschappelijke debat te verstommen nog voor het goed en wel gevoerd is. Op deze manier zullen ouders, leraren en directeurs voor een voldongen feit worden geplaatst, terwijl net zij de essentiële stakeholders van het Vlaamse onderwijs zijn en dus recht van spreken hebben.’ Dat stelt een groep leerkrachten uit alle onderwijsvormen en docenten van verschillende Vlaamse universiteiten en hogescholen. Sommigen van hen steunen ook een petitie van de Onderwijskrant tegen ‘de ontwrichting van het secundair onderwijs’, die intussen werd ondertekend door enkele duizenden mensen.

De docenten en leraars erkennen dat er in het Vlaamse onderwijs ‘zere plekken’ zijn: te veel zittenblijvers en afhakers, te veel schoolmoeheid, en dat vooral bij kinderen uit kansarme gezinnen (autochtoon en allochtoon). Internationale onderzoeken tonen echter ook aan dat de situatie minder dramatisch is dan de minister doet doorschemeren, luidt het verder. ‘Maar het kan en het moet beter. De vraag is alleen: hoe? Met een radicale, ingrijpende verandering van het huidige onderwijssysteem of volgens wegen van geleidelijkheid? Minister Smet kiest resoluut voor de eerste optie.’ De groep noemt dat ‘een staaltje van sociale ingenieurskunst die in het verleden al te vaak tot desastreuze gevolgen heeft geleid’.

Mensenwerk

‘Een gloednieuwe structuur is volstrekt onnodig’, menen de docenten en leraars. ‘Het huidige systeem is zo ontworpen dat het een zeer geleidelijke oriëntatie van alle leerlingen – ook die uit een kansarme omgeving – perfect mogelijk maakt. Dat het fameuze watervalsysteem desondanks stevig overeind blijft, bewijst níét dat de structuur als zodanig rammelt en hoognodig aan vervanging toe is, wél dat een degelijke structuur op zich niet volstaat.’

Onder het motto ‘onderwijs is mensenwerk’ wordt gepleit voor concrete en punctuele maatregelen. Voorbeelden zijn: een permanente trajectbegeleiding van elke leerling zodat kinderen een studiekeuze kunnen maken als ze daar klaar voor zijn; een vroegere begeleiding van kinderen – ook en vooral die met een ‘problematische’ achtergrond – in gezinsverband, in de peutertuin, in de kleuterklas en op de basisschool (‘wie maatschappelijke ongelijkheid wil wegwerken door het secundair onderwijs overhoop te halen, spant de os achter de ploeg’); een herwaardering van het technisch en beroepsonderwijs (‘die hoeven niet te worden afgeschaft of met het aso te worden samengesmolten, hun eigenheid dient integendeel te worden versterkt’); specifieke maatregelen zodat kinderen uit kansarme gezinnen meer aso-studierichtingen kiezen (‘dat kan een wetenschappelijk-technische richting zijn, maar evengoed economie, wiskunde, moderne talen of, waarom niet, Latijn en Grieks’).

Omdat alle kinderen gelijke ontplooiingskansen verdienen, vinden de leerkrachten en docenten ten slotte dat ‘sterke leerlingen’ veel meer dan nu moeten worden uitgedaagd in het basis- en secundair onderwijs. Ze vragen nadrukkelijk dat minister Smet niet wacht om met leraars en directeurs in dialoog te gaan.

DE INTEGRALE VERSIE VAN EEN OPINIEBIJDRAGE VAN DE DOCENTEN EN LERAARS IS TE LEZEN OP WWW.KNACK.BE.

DOOR PATRICK MARTENS

‘Ouders, leraren en directeurs zullen door de regering voor een voldongen feit worden geplaatst.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content