Omwille van Maastricht en de muntunie moet Frankrijk besparen en bezuinigen. Nochtans beloofde presidentskandidaat Jacques Chirac zogoed als het tegendeel.

DE FRANSE EERSTE-MINISTER nam vorige week de laatste twijfel weg : hij is een goed gaullist. Enkele uren nadat de Franse frank rake klappen kreeg op de wisselmarkten, haalde Alain Juppé uit naar de “gnomen van Londen” die de Franse munt willen kelderen. Een gnome is een berggeest of een lelijke kabouter, en Charles de Gaulle associeerde de wezens ooit met de obskure wereld van de internationale financies. Juppé plagieerde en amendeerde dus de generaal. Die lokalizeerde het hoofdkwartier van de spekulanten nog in Zürich, Juppé daarentegen plaatst het in Londen. Zijn zure oprisping ontlokte geïrriteerde kommentaren, onder meer in New York. The Wall Street Journal, de echte moniteur van de internationale beleggers, gaf Juppé onmiddellijk lik op stuk. “De Franse eerste-minister verkiest een zondebok aan te duiden in plaats van zelf zijn verantwoordelijkheid op te nemen. Daarmee etaleert hij het typisch dirigistisch misprijzen over de wijze waarop de markten over goed en kwaad oordelen. “

Juppé is momenteel een veel geplaagd man. Hij mag dan al één van de “briljantste mensen van zijn generatie” zijn, als premier scoort hij verbijsterend slecht. Uit een peiling die begin oktober in Le Figaro Magazine verscheen, bleek dat het vertrouwen in Juppé beneden de 30 procent was gezakt : dramatisch weinig voor een eerste-minister die nog geen zes maanden in funktie is en in feite zijn karwei nog moet beginnen. Zijn ineengezakte populariteit heeft Juppé grotendeels aan zichzelf te wijten. Hij wil alles kontroleren, kommunikeert slecht want hooghartig, en toont zich schaamteloos ambitieus. Zijn politieke tegenstanders noemen hem “ijskoud” en “cynisch”, maar vrezen wel zijn scherpe, haast Britse humor. Juppé gaat bovendien door als koleriek en ongekend stipt. Zijn afspraken zijn meestal tot op de minuut geregisseerd en duren nooit een sekonde langer dan strikt noodzakelijk.

Juppé gedraagt zich als een man met haast en dat valt ook te begrijpen. Deze onverbeterlijke “cumulard” moet noodgedwongen met de tijd woekeren. Sinds hij eerste-minister werd, pikte hij het burgemeesterschap van Bordeaux in en sinds zondag staat hij ook aan het hoofd van zijn partij, de RPR. In die hoedanigheid volgt hij Jacques Chirac op, die de gaullistische partij ruim negentien jaar leidde. Maar de val van Juppé in de opiniepeilingen werd vooral door zijn ongehoorde schraapzucht veroorzaakt. Als loco-burgemeester van Parijs was hij verantwoordelijk voor het toewijzen van de appartementen uit het luxeuze gemeentelijke woningbestand. Hij nam die taak wel biezonder ter harte. Niet alleen de ex-vrouw van Juppé, zijn halfbroer, zijn dochter en zijn zoon kregen aantrekkelijke woningen tegen zeer lage prijzen, hij liet ook zichzelf niet onbedeeld. Tegen de helft van de marktprijs huurt de premier een sjiek appartement vlakbij de Seine.

Vooral die zelfbediening kon niet door de beugel en even leek het erop dat Juppé in een korruptieproces zou vallen. Daar komt voorlopig niets van. Vorige week besliste de Franse justitie om de zaak te seponeren. Volgens prokureur Bruno Cotte was er weliswaar sprake van een delikt, maar strafvervolging hoefde niet omdat ze voor de betrokkene te zware gevolgen zou kunnen hebben. De Franse justitie kon deze dag niet bepaald inschrijven als un jour de gloire, maar het vel van Juppé was tenminste gered.

WANTROUWEN.

De tribulaties over de appartementen en een mogelijk vertrek van de premier hadden evenwel de wisselmarkten in beweging gebracht. De echte reden voor de monetaire heibel lag weliswaar elders. Toen de valutahandel vrijdag 6 oktober de Franse frank onder vuur nam, zodat die aanzienlijk waardeverlies tegenover de mark leed, werd vooral het beleid van Juppé gevizeerd. In eerste instantie gold het als een motie van wantrouwen tegenover de begrotingspolitiek van de Franse regering. De mark werd 5 centiemen duurder 3,52 Franse frank in de plaats van 3,47 omdat de markten oordeelden dat de regering-Juppé het begrotingstekort niet krachtig genoeg aanpakte. Frankrijk wil met de kopgroep in de Ekonomische Monetaire Unie (EMU) stappen en moet bijgevolg de konvergentienormen van Maastricht halen. Dat betekent onder meer een begrotingstekort van 3 procent. Juppé maakt zich sterk dat hij dat cijfer zal halen. Echter niet in 1996 zoals de Belgische regering, maar een jaar later. Terwijl het deficit nu nog 5 procent bedraagt, zou de 3 procent eind 1997 moeten bereikt worden, zodat Frankrijk begin 1998 zijn ticket voor de EMU krijgt, die het jaar nadien uit de startblokken moet schieten.

De geldhandel twijfelt grondig aan het Franse sérieux. Hoewel Frankrijk momenteel een beter dossier dan België op tafel heeft liggen de staatsschuld loopt slechts op tot 51,2 procent van het bruto binnenlands produkt (BBP), tegen meer dan 130 procent voor België is de Franse frank de jongste maanden aanzienlijk zwakker dan de Belgische. De reden is gekend : het programma van Chirac.

In de race naar het presidentsschap klopte de konservatieve Chirac zijn rivalen Edouard Balladur en Lionel Jospin, omdat hij zoveel meer beloofde. Hij wou tegelijk de werkgelegenheid spectaculair doen toenemen, de normen van Maastricht halen, de sociale uitsluiting met een ambitieus programma bestrijden, de belastingen verminderen en de sterke Franse frank behouden. De geldmarkten, de Franse socialisten en de CDU van de Duitse kanselier Helmut Kohl betwijfelen of Chirac zoveel stuntwerk in één keer wel kon realizeren. Twee weken terug verklaarde Karl Lamers, één van de meeste invloedrijke Euro-advizeurs van Kohl, dat het kiesprogramma van Chirac onverzoenbaar was met de Maastricht-criteria. Als de Franse president dat zou willen uitvoeren, hoefde er volgens Lamers zelfs niet meer over de Franse deelname aan de EMU gepraat te worden.

Ook Juppé kreeg vlug twijfels over de haalbaarheid van Chiracs toverformule. In mei ontdekte hij de dramatische toestand van de overheidsfinanciën en bepleitte hij drastische remedies. Die volgden een maand later. Niet in de vorm van bezuinigingen, wel van een belastingverhoging. Juppé omschreef dit als een noodingreep om de uitzonderlijke krisissituatie te keren. In het najaar zou de beloofde lastenvermindering komen. Het bleef bij woorden. Ook het budget voor 1996 verdaagt de belastingvermindering, net zo goed als de harde besparingen. Bovendien kondigde Juppé aan dat de hervorming van de zwaar deficitaire sociale zekerheid tot 1997 wordt uitgesteld. Het gekumuleerde deficit van de Sécu zal eind dit jaar 120 miljard Franse frank, ongeveer 720 miljard Belgische frank, bedragen. Zelfs naar Franse normen is dat waanzinnig veel.

ONTSLAG.

Ondanks zijn grote intelligentie slaagt Juppé er dus voorlopig niet in om al de beloften waarmee Chirac de verkiezingen won, tot een een bruikbaar en geloofwaardig beleid te kneden. Dat kan verwonderen, Juppé geniet een reputatie als handige jongen. Als minister van Buitenlandse Zaken wist hij zelfs de voormalige president François Mitterrand te charmeren. Meer en meer dringt zich nu de vergelijking op met die andere onfortuinlijke eerste-minister, Pierre Mauroy. Die werd in 1981 eveneens met een vergelijkbare en allicht even onmogelijke opdracht belast. Hij moest het verkiezingsprogramma van Mitterrand uitvoeren en tegelijk de nationalizaties doorvoeren, een relancebeleid op gang brengen en het vertrouwen van de wisselmarkten in de Franse frank behouden. Het bekwam hem slecht. Mauroy moest de ene devaluatie na de andere slikken en werd uiteindelijk door Mitterrand bedankt. Ondertussen had Mitterrand veel punten van zijn programma al geruime tijd opgeborgen en was de hoop van socialistisch Frankrijk op een radikaal nieuw beleid verdwenen. Op haar beurt boog de Franse linkerzijde het hoofd voor de wet van de markt en konformeerde ze zich aan een begrotings- en monetair beleid, made in Germany. Vooral onder impuls van de toenmalige minister van Financiën Jacques Delors, die er nadien ook nog Ekonomische Zaken en Begroting bijkreeg, bekeerden Mitterrand en de Parti Socialiste zich tot de politique de rigeur.

In die periode moest Delors dikwijls op eieren lopen en meer dan eens dreigde hij uit de gratie van Mitterrand en diens hofhouding te vallen. Ook op dat punt bestaan er punten van overeenkomst met de eerste regering van het tijdperk-Chirac. Als eerste werd Alain Madelin, minister van Financiën en Ekonomie, aan de deur gezet. In de regering-Juppé trok Madelin de wacht op als boegbeeld van de liberalen. Een buitenbeentje bovendien, dat het op diverse punten grondig oneens was met de politiek van Chirac. Samen met een Guy Verhofstadt behoort Madelin tot de klub van harde liberalen die meent dat alleen een drastische vermindering van de overheidsuitgaven de werkloosheid en de sociale krisis kon oplossen. Zijn geloof in de vrije markt is bijna totaal verschillend van en dus zeer konfliktueel met het dominante politieke denken bij de gaullisten. Madelin ontpopt zich bovendien als een impulsieve praatvaar die de controverse niet schuwt.

Een botsing kon bijgevolg niet uitblijven. Op donderdag 24 augustus verklaarde Madelin dat niet alle verworven rechten, en zeker niet die van de ambtenaren, konden behouden blijven. Een dag later bedankte Juppé hem voor bewezen diensten, omdat hij de regeringssolidariteit doorbroken had. Het doortastend optreden van Juppé, met het fiat van president Chirac overigens, werd in vakbondskringen op applaus onthaald. De beurs reageerde minder entoesiast. De beleggers vluchtten uit de Franse frank en de index van de 40 Franse topaandelen leverde 2,46 procent in. Voor de beleggers vormde het ontslag van Madelin het bewijs dat de tegenstellingen binnen de Franse rechterzijde en de regering-Juppé nog niet waren uitgeklaard. Voor de geldmarkten bleef het wachten tot president Chirac de kiesbeloften van de kandidaat Chirac afzwoer.

INDIANENVERHAAL.

Meer dan tien jaar terug toonde Mitterrand hoe een president zo’n moeilijke bocht moet aansnijden. Het is natuurlijk altijd een delikate operatie, die vooral in de eigen rangen verwarring, zoniet ontreddering veroorzaakt. Mitterrand, die misschien nog meer dan Chirac de politiek zoveel belangrijker vond dan het ekonomische, werd door de wisselmarkten tot een koerskorrektie gedwongen. Hij hield geen keuze over, een bocht was de enige manier om een einde aan de belegering van de Franse frank te maken.

Chirac kon tot dusver een aanval in regel op zijn munt verhinderen, maar de prijs die hij ervoor betaalt, ligt hoog. Als hij zijn politiek niet bijstuurt, zal Frankrijk zijn sterke frank alleen met hoge rentevoeten kunnen redden. Voorlopig althans. Uiteindelijk krijgen de spekulanten toch altijd gelijk.

Mitterrand deed er een paar jaar over vooraleer hij zich neerlegde bij de onhaalbaarheid van zijn kiesbeloften. Zoveel tijd krijgt Chirac niet. In tegenstelling tot de jaren tachtig is de aandacht van de markten voor de fundamentals beduidend aangescherpt. Dat heeft alles met Maastricht en de EMU te maken. Een land dat zich verwijdert van de normen of er zich niet snel genoeg naar konformeert, wordt afgestraft. Dat Frankrijk meer dan België, Italië of Spanje in het vizier verschijnt, verbaast amper. Zonder Frankrijk is het zonder meer zinloos om met de muntunie te beginnen. De deelname van Frankrijk is al even essentieel als die van Duitsland.

Duitsland weet dat, Frankrijk weet dat, maar ook de Brit Bernard Connolly, de hoge Europese ambtenaar die sinds kort in Brussel persona non grata is. In zijn boek “The Rotten Heart of Europe” waarschuwt Connolly voor de gevaren van de EMU. Ze vormt, volgens hem, een bedreiging voor de vrede in Europa. Hij verdenkt er Duitsland en Frankrijk van dat ze de muntunie, ieder vanuit hun eigen invalshoek, beschouwen als een instrument om de macht te grijpen op het kontinent. Bonn denkt zijn strenge monetaire politiek vrijelijk aan de Europese partners te kunnen opleggen, terwijl Parijs via de EMU net de heerschappij van Duitsland en de D-mark hoopt te breken. Volgens Connolly kan dat “misverstand” tot een regelrechte oorlog leiden.

Brussel wil de Brit sanctioneren en bestempelde zijn boek al als “absolute nonsens” en een “indianenverhaal”. Een paar dagen na de publikatie van het geschrift ontketende Theo Waigel, de Duitse minister van Financiën, een geweldige rel door de aspirant-leden van de EMU de levieten te lezen. Landen die niet ruimschoots aan de ekonomische en monetaire voorwaarden voldoen, blijven buiten, zo dekreteerde Waigel. Met een ongewone openhartigheid sprak de Duitser over de onmogelijke opgave waarvoor Italië staat, en waarschuwde hij in één moeite ook België en Nederland. Frankrijk noemde Waigel opmerkelijk genoeg nauwelijks en dat berustte niet op een vergetelheid. Hoewel Frankrijk de eerste gevizeerde was daarover bestond in diplomatieke kringen een consensus ontzag Waigel de Fransen en hun president. Een diplomatiek handigheidje om de Frans-Duitse relaties niet teveel te verstoren.

De Duitse diplomatie en kanselier Kohl koesteren de goede verstandhouding met Frankrijk nog altijd als een topprioriteit. Zo reageerde Bonn biezonder omzichtig op de hervatting van de kernproeven en slikten de Duitse politici na vrijdag 6 oktober al te kritische kommentaren in die de Franse frank nog meer in moeilijkheden hadden kunnen brengen. Toch achtte de voorzitter van de Duitse centrale bank Hans Tietmeyer een kanttekening noodzakelijk. “De vraag waar het allemaal rond draait, is of Frankrijk bekwaam is om de criteria tijdig te respekteren. Ik weet het niet. “

MOBILIZATIE.

Ook de grootste Duitse privé-bank is daar allerminst gerust in. In een rapport van 2 oktober over de muntunie schrijft de Deutsche Bank : “De sleutel van de ekonomische en monetaire unie ligt momenteel in de handen van Frankrijk. Of de EMU er komt, zal afhangen van de Franse openbare financiën. Die kunnen maar gezond worden, indien de loonsverhogingen onder kontrole blijven en de sociale zekerheid met haar gigantisch tekort wordt hervormd. “

Daarmee weten Chirac en Juppé wat er van hen wordt verwacht. Ze moeten enkele kiesbeloften vergeten en onder meer dàt uitvoeren waarvoor ze Madelin een paar weken geleden uit de regering kieperden. De vakbonden beseffen dat het menens wordt, en zijn alvast begonnen met de mobilizatie van de troepen. Op 10 oktober verlamde een algemene ambtenarenstaking de eerste sinds velen jaren het land. De direkte aanleiding voor de aktie was Juppé’s aankondiging dat hij de lonen van de ambtenaren in 1996 wilde bevriezen. “Jacques Chirac moet woord houden, zelfs als het in strijd is met de normen van Maastricht, ” wond Marc Blondel, de leider van Force Ouvrière, zich op. “Wat voor zin heeft om met de Europese eenheidsmunt te beginnen als alleen Duitsland, Frankrijk en de Benelux er deel vanuit maken ? De andere landen krijgen dan de totale vrijheid om ons met vlottende munten te bekonkurreren. Het lijkt me noodzakelijk dat de hele muntunie herdacht wordt en dat de toetredingscriteria worden versoepeld. “

“Wat ik het meest van al vrees, ” vervolgde Blondel, “is dat iedereen in beweging komt en we een heruitgave van mei ’68 krijgen. De mensen hebben er genoeg van om zonder hoop te moeten leven. “

Paul Goossens

Alain Juppé is tegenwoordig de kop van jut in Frankrijk.

Ambtenarenstaking in Parijs. “De mensen hebben er genoeg van om zonder hoop te moeten leven. “

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content