Het Musée de la photographie in Charleroi is weer open. Het is gebleven wat het was.

ANDERHALF JAAR is er gewerkt aan het Musée de la Photographie van Charleroi en dat kostte zo’n 70 miljoen frank Waals gemeenschapsgeld. We waren er niet gerust in. We kenden het museum als een plek waar veel foto’s een beetje armoedig en niet al te rechtlijnig werden geordend. Het “musée” was een labyrint waar eindeloos veel te zien was. Iedere keer konden we er weer andere foto’s ontdekken, letterlijk.

We waren bang dat het nu een echt museum zou zijn, met al te gladde witte muren en een grijze vloer, met een duidelijk circuit en een heldere royale inkom. En ja, zo is het geworden, de muren zijn glad en wit, de koddige tegelvloer werd overgoten met glimmend beton en boven de verruimde inkomhal werd er inderdaad een glazen dak aangebracht. En toch is het museum gebleven wat het was. Oude kloosters laten zich niet verbouwen, ze blijven eigenzinnig hun mysterie bewaren en in de ruimtes op de eerste verdieping ruikt het warempel nog naar de nonnen.

Georges Vercheval is de grote baas. Hij is alomtegenwoordig en wat het fotografendom betreft tamelijk alwetend. Hij toont de drie zalen voor de tijdelijke tentoonstellingen, hij wijst er op dat de architekten de eigenheid van de neo-neogotiek hebben bewaard, nu ja, op hun manier. Hij toont de polyvalente zaal, de koelkamers voor de waardevolle foto’s, het circuit voor de oude toestellen en de foto’s met geschiedkundige waarde, het circuit met de belangrijke hedendaagse foto’s, het pedagogische circuit. We worden overal aangetrokken en afgeleid door foto’s en kleinigheden die foto’s zo indrukwekkend maken. Dokumentaire foto’s, amateurfoto’s, beroemde reportagefoto’s, daguerreotypies, artistieke foto’s.

Aan de binnenkant kreeg het museum minder opvallende nieuwigheden : een zachte, veilige verlichting (foto’s blijven lichtgevoelig en museumdirekteurs achten het hun plicht om ze zo lang mogelijk te behouden), een anti-diefstalsysteem, een toegang voor rolstoelbezoekers, een ruimere biblioteek.

KLOOSTER.

De verbouwingen zijn niet indrukwekkend, de architektuur schikt zich gedienstig naar de foto’s en die laten zich niet ordenen, ze blijven, elke foto behoudt er zijn eigenheid. De nieuwe krijgen een zekere maturiteit en de oude lijken jonger. Het is nu wel duidelijk. Kloosters zijn de ideale plaatsen om foto’s ten toon te stellen en te bewaren. Het verouderingsproces verloopt er anders, trager in ieder geval. En ook de kloosters hebben kleine vensters en veel muren.

Vanuit café Central is het duidelijk te zien : de kapelingang is finaal dichtgemetseld. Daardoor kunnen er weer een tiental foto’s méér bij. De kapel is nog altijd de plaats voor tijdelijke tentoonstellingen. De ruimte is hoog, plechtig en fris. De foto’s krijgen er een zeker gewicht. Er hangt werk van Hubert Grooteclaes en van Lisette Model. Ik ervaar het als een ongelukkige kombinatie : Model is zo vibrerend dat de andere uit de buurt moeten blijven.

Ze zijn minder scherp dan ik dacht. Ze zijn gewoner, tonen details die we niet kenden, technische onvolmaaktheden en kleine nevenverschijnselen die we voor het eerst opmerken. In onze verbeelding waren de foto’s monumenten geworden. Nu we ze live terugzien, lijken ze écht van hun tijd. Gewone foto’s die op een biezondere, haast onschuldige manier de voorlopers zijn van een nieuwe generatie.

Op de affiche zien we het beeld van een dikke vrouw. Ze is nat (het rekbare badpak geeft onze blik toegang tot haar weelderigheid), en ongegeneerd geniet de vrouw van het natte zand en de zon. Het kruisje aan haar hals bengelt zijdelings, ze lacht met haar mond, het is vakantie op Coney Island. Model fotografeerde de vrouw van dichtbij. Het beeld maakt nu al deel uit van de onvergetelijke foto’s van deze tijd.

“Ik hou van alle dieren, ” zei Lisette Model “maar in mijn foto’s kies ik voor de dikke : voor de olifant, de rhinoceros en de walvis. ” Ze fotografeert zo’n olifant dan ook van dichtbij, zodat we kunnen zien hoe het vel tussen zijn voorpoten in tientallen kartelingen geplooid wordt en we niet naast de kringen kunnen kijken rond zijn ogen. Lisette Model had zo haar ideeën over het vak.

Model haar oorspronkelijk naam was Elise, Amélie, Félicie Stern werd in 1901 in Wenen geboren uit Russische ouders en stierf op 30 maart 1983 in New York. Ze heeft het artistieke circuit van haar tijd gevolgd : Midden-Europa, Frankrijk, de Verenigde Staten ; Wenen, Parijs, New York. En hoewel er over Lisette Model veel gepubliceerd is, haar werk wereldberoemd is en ze zelf ook veel gezegd heeft over de fotografie, blijft haar werk mysterieus. Haar foto’s zijn duidelijk en onverklaarbaar.

ZONNEHOED.

Over haar jeugd wil ze weinig kwijt : “Het was verschrikkelijk. Als ik er over spreek, zal ik nooit de waarheid zeggen. Er is een probleem met de waarheid. ” Op haar zeventiende krijgt ze (ze heette toen Lisette Seybert) pianoles bij Edward Steuermann en twee jaar later wordt ze leerling bij Arnold Schönberg. In Wenen bereidt ze zich voor op een leven als muzikante. Op 25-jarige leeftijd verhuist ze met haar moeder en zus naar Parijs. Ze studeert er voort als zangeres en pianiste. Maar in 1933 breekt ze met de muziek en kiest resoluut voor de fotografie. Bij haar zus leert ze werken in de donkere kamer en gaat in de leer bij fotograaf André Rogi. Van hem krijgt ze een simpele les : fotografeer nooit iets wat u niet interesseert. Lisette Model beweert dat het de enige fotoles is die ze ooit geaccepteerd heeft.

Ze mag Rogi’s Rolleiflex gebruiken en ontdekt met dit toestel en het vierkante formaat Parijs. Ze fotografeert haar broer en zus, de beesten, de vissers, de verkopers, de muzikanten en haar Russische vrienden Georg en de fotografe Florence Henri.

Tijdens een bezoek aan haar moeder in Nice in juli 1934 maakt ze een reeks van de vakantiegangers aan de “Promenade des Anglais”. Aan die lange boulevard zitten de mensen voor zich uit te staren. Duttend in de zon, genietend van het mondaine samenzijn, zichzelf verliezend. Lisette Seybert profiteert van de situatie en fotografeert die mensen van dichtbij en vanop buikhoogte. Ze gebruikt de rolleiflex, een toestel waarbij je langs de bovenkant het beeld op het matglas kan zien en dat je voor je buik moet houden. Model is niet onopvallend. De mensen houden haar met een scheef oog in de gaten.

In de donkere kamer vergroot ze de negatieven verder uit. Ze zorgt ervoor dat de personages het beeld vullen en vermijdt zoveel mogelijk elementen in de voor- of achtergrond. De mensen die ze kiest zijn niet mooi, maar ze zijn ook niet weerloos. De dames en heren aan de Boulevard des Anglais zijn er ook om gezien te worden. Ze hebben zich opgetut, ze bevinden zich op een zeer openbare weg.

Toch is het beeld onverwacht, omdat de modellen geïsoleerd worden uit hun omgeving. De beroemdste van de reeks is een dikke vrouw, gekleed in een lange jurk met kleine witte en zwarte bloemetjes. De foto is een eindeloos bloemenveld onder het gezicht van een vrouw die de fotograaf van onder haar (streepjes !)zonnehoed aankijkt. Het portret is tegelijk schrijnend en humoristisch.

In 1934 besteedt het tijdschrift Regards verschillende artikels aan de “Côte d’Azur” en gebruikt haar foto’s. De simpele en niet eens zo scherpe beelden behoren al vlug tot het patrimonium van de onvergetelijke foto’s. De fotografe keert daarna nog vaak terug naar de Côte d’Azur en ontmoet er haar man : Esva Model. Hij vluchtte te voet uit Rusland, trok naar China en Japan en belandde toch nog met een grote som geld in Parijs waar hij een handel begon met oude boeken en dokumenten. Het koppel zag de zaken groot. Ze trokken naar de Nieuwe Wereld.

New York bracht niet meteen het grote sukses. Maar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, kwam er een invasie van gevluchte joden, onder wie veel bemiddelde intellektuelen. Zo ontstond er in die kringen een grote artistieke impuls. De foto’s van de Promenade des Anglais werden nog eens gepubliceerd in Harpers Bazaar, en Alexey Brodovitch (de ontwerper die de grote fotografen van die tijd lanceerde) merkte ze op. Model kwam in kontakt met de belangrijke Amerikaanse fotografen. Haar werk werd aangekocht door het Museum of Modern Art, en ze begaf zich op het artistieke pad.

ONGEGENEERD.

Ze bracht de reflekties in de etalageruiten en de benen van de voorbijgangers in beeld. Anders dan bij haar eerste werk speelde het grafische, estetizerende element een grote rol. Lisette Model fotografeerde enorm veel en de VS waren in die tijd een excellente broedplaats voor de fotografie : ze kreeg invloed. Ze werd gevraagd door de Photo League, haar werk verscheen in gerenommeerde tijdschriften en aan de muren van de grote musea, ze werd professor aan de New School for Social Research. Uiteindelijk werd ze de leermeester van Diane Arbus, die andere geheimzinnige dame die de fotografie van de jaren zeventig en tachtig zo heeft beïnvloed. En eigenlijk is die invloed en die manier van doen begonnen bij Lisette Model.

De foto van de natte vrouw aan de zee bij Coney Island is een monument. Schoonheid kreeg een nieuwe wending, ze was direkter, ongegeneerd, herkenbaar en toch bevreemdend. De nieuwe fotografen zouden vierkantiger zijn en moeite hebben met de waarheid.

Veel te dicht bij de foto’s van Lisette Model hangt het werk van Hubert Grooteclaes (1927-1994). De bedoelingen zijn te nadrukkelijk. Bij de heropening van het museum wilden ze naast een internationaal bekende fotograaf ook een ode brengen aan een lieve man uit de regio. Inderdaad, de mensen die Grooteclaes gekend hebben, weten dat het een charmante man was. Hij vertoefde in de wereld van de meer vriendelijke kunsten, twijfelde tussen schilderkunst, grafiek en fotografie, was een bekende in het teater en de film (Romy Schneider, Jean Marais, Marcel Marceau, Yves Montand), werd de vriend van Léo Ferré. Met een artistieke flou en rozige kleuren fotografeert hij een lieflijke wereld. Dat is mooi, maar liever niet op die plaats.

Het Musée de la Photographie blijft de plek van de herontdekkingen. We kunnen er uren en dagen vertoeven, we kunnen er verdwalen. Het is ons opgevallen dat de vaste kollektie weer fors werd uitgebreid. Vercheval is gulzig. Hij laat zich gewillig verleiden door de meest uiteenlopende dingen, in alle formaten, uit alle landen.

Vercheval loodst ons nog haastig naar een derde tijdelijke tentoonstelling in een van de zijzaaltjes. Het is werk van de Zwitserse Béatrice Helg die komposities maakt met geometrische figuren in metaal, mineralen, fossielen en dat dan fotografeert bij een ingenieuze verlichting. “Ja, ” zegt Vercheval “Ik heb ook nog zes jaar in Zwitserland gewoond, dat weet u allicht niet. ” Nee, dat wist ik niet en bedenk dat het museum in Mont-sur-Marchienne ligt, dertien verkeerslichten voorbij de ring van Charleroi. Bergop.

Johan De Vos

Lisette Model, Hubert Grooteclaes, tot 25/2, Musée de la Photographie, 11 Avenue Paul Pastur, Mont-sur-Marchienne, van 10 tot 18.00 uur, maandag gesloten.

site internet : http : //www. arkham. be

Musée de la Photographie : koddige tegeltjes overgoten met glimmend beton.

Lisette Model, “Baigneuse à Coney Island”, New York, 1940 : schoonheid kreeg een nieuwe wending.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content