Richard Yates’ verzamelbundel ‘Veertien soorten eenzaamheid’ windt geen mooie doekjes om de werkelijkheid.

INFO : Richard Yates, ‘Veertien soorten eenzaamheid’, De Arbeiderspers, Amsterdam, 316 blz., euro 22,50.

Veruit het meest imposante verhaal uit Veertien soorten eenzaamheid, een bundel van de in 1992 overleden Richard Yates, is Bouwers.

In deze vertelling volgen we de New Yorker Bob Prentice, een zogenaamde Ernest Hemingway, die in werkelijkheid maar wat aanmoddert, en net goed genoeg is om de economiekolommen van een kleine krant te vullen. Prentice droomt ervan een succesrijk schrijver te worden en naar Parijs te verhuizen, het paradijs voor de literaire expats.

Wanneer hij in de krant een berichtje vindt dat mooi geld belooft voor een matige schrijfprestatie, reageert hij onmiddellijk. De advertentie is van Bernard Silver, een taxichauffeur van middelbare leeftijd, die tijdens zijn carrière zoveel heeft meegemaakt dat er ‘een boek over te schrijven is’. Silver zoekt dus iemand die die klus voor hem kan klaren. Bob gaat in op zijn verzoek, schrijft een paar melige Readers Digest-achtige tranentrekkers en wordt door ‘Bernie’ de hemel in geprezen. Na een tijd vertroebelt hun relatie echter. Bobs schrijfcarrière staat intussen op poten en wanneer Silver een half jaar later nog eens een verzoekje heeft, kan Bob hem makkelijk afwijzen. Anonieme verhalen schrijven, doet hij allang niet meer.

Toegegeven, op zichzelf beschouwd, is dit verhaal geen unicum in zijn soort. Het knappe ervan ligt echter op een hoger, structureel niveau. Bouwers gaat immers ook over de wijze waarop een goed verhaal wordt geschreven. Het is zoiets als een huis bouwen, vertelt Bernard aan Bob. Je moet goede fundamenten hebben, ramen die uitzicht geven op een boeiend landschap, een mooi dak en een verrassend kapje op de schoorsteen. De verhalen die Bob schrijft, hebben die structuur. Hij gebruikt bovendien telkens opnieuw het trucje van de taxichauffeur die het leven van zijn klanten verandert, door op het juiste moment de juiste opmerkingen te maken. Het spitsvondige is nu dat Bouwers zelf ook aan die structuur beantwoordt, en dat ook in dit verhaal de taxichauffeur een leven verandert, namelijk dat van Bob. Had hij niet ge- reageerd op de advertentie, dan werkte hij nog steeds bij die kleine krant.

Het verrassende aan Bouwers is dat Yates Bob schetst als een Hemingway-adept. Zelf was de schrijver immers iemand die zijn leven spiegelde aan dat van Hemingways grote rivaal, F. Scott Fitzgerald. Yates wilde net als hij schrijven, leven en sterven, wat al met al nog goed gelukt is. Ook hij boekte kortstondig succes met zijn eerste romans en verhalen, raakte vervolgens in de vergeethoek en ging uiteindelijk aan de drank ten onder.

Filmscript

De verhalen uit Veertien soorten eenzaamheid zoemen extreem sterk in op de moeilijkheden van het samenleven en worden verteld op de donker romantische, gedesillusioneerde toon van Fitzgerald.

Ook Bouwers is een Fitzgerald-verhaal. De manier waarop Bernard beschrijft hoe het ideale verhaal geconstrueerd wordt, lijkt immers perfect te passen in The Last Tycoon, Fitzgeralds laatste, onvoltooid gebleven roman, die gebaseerd was op zijn belevenissen als mislukt Hollywood-scriptschrijver. In een van de meest befaamde episodes uit dit boek beschrijft studiobaas Monroe Starr hoe je de ideale filmscène in elkaar zet, en zijn relaas verschilt niet zo veel van dat van Bernie.

Net als Bouwers is ook Afscheid nemen van Sally een toonbeeld van geconcentreerd en uiterst precies schrijven.

In navolging van zijn grote voorbeeld trok Yates zelf ook naar Hollywood om er voor de filmindustrie te gaan pennen. William Styrons Lie Down in Darkness diende in scriptvorm te worden omgezet en Yates zette zich aan het schrijven. Die carrièrewending liep echter op niets uit, maar Yates puurde er wel dit ijzersterke verhaal uit: over Jack, een schrijver die zich spiegelt aan Fitzgerald. Sally werkt als secretaresse voor Jacks agent. Op een broeierige middag besluiten Jack en Sally samen iets te gaan eten. Het is liefde op het eerste gezicht en zij neemt hem mee naar haar woning in Beverly Hills, een appartement in de grandioze villa van hartsvriendin Jill. Die blijkt een relatie te hebben met kitschschilder Woody Starr – een leuke knipoog – maar is bereid hem op te geven voor een rijke, beloftevolle ingenieur die net weduwnaar is geworden. Liefde is commercie in Hollywood, en dat lijkt ook te gelden voor Jack en Sally. Toch blijkt hun problematische ‘afscheidsrelatie’ uiteindelijk wel diepgang te hebben. Wanneer het script af is en Jack terug moet naar New York, volgt een bedrukt afscheid, waarna Sally – Jack noemt haar ‘mijn eigenste Sheila Graham’, naar de vrouw die Fitzgerald kortstondig van de drank hield en in wiens grote witte villa hij in 1940 stierf – zich terugtrekt in haar al even grote, witte villa en een voor een alle lichten aansteekt. The Great Gatsby weet je, en dan maalt de eindzin van deze magistrale roman je steeds weer door het hoofd: ‘En zo varen we voort, schepen tegen de stroom op, onophoudelijk teruggevoerd naar het verleden.’

Marnix Verplancke

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content