Factchecker

© Steve Michiels
Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

In een artikel over ‘de kracht van bewust ademen’ in De Zondag schrijft ‘fit en gezond-experte’ Claudia Van Avermaet: ‘Ik ondervind tijdens mijn verschillende contacten en in yogalessen dat 90 procent van de mensen slechts 30 procent van hun ademcapaciteit gebruikt.’ Wanneer we contact opnemen met haar voor meer uitleg, verwijst ze naar het boek Breath van de Amerikaanse journalist en auteur James Nestor. Ze voegt ook enkele filmpjes en artikels over het boek toe. Daarin komt telkens vrijwel dezelfde boodschap terug, namelijk dat 90 procent van de bevolking ‘verkeerd’ ademt: te snel, te oppervlakkig en door de mond in plaats van door de neus. De bewering dat 90 procent van de mensen slechts 30 procent van hun ademcapaciteit benut, vinden we na een Google-search ook op enkele andere websites terug, maar zonder wetenschappelijke bron.

We gebruiken maar 30 procent van onze ademcapaciteit’ De Zondag

We leggen ze voor aan Eric Derom, professor longziekten (UZ Gent). ‘De bewering klopt min of meer. In rust ademen gezonde mensen gemiddeld 12 à 16 keer per minuut in en uit. Per ademteug komt dan ongeveer 500 milliliter lucht binnen. In de longen van een relatief jong en gezond persoon past gemiddeld vier à vijf liter lucht. De meeste mensen gebruiken in rust dus maar 10 à 12 procent van hun longcapaciteit.’

Dat we slechts een beperkt percentage van onze adem- of longcapaciteit gebruiken, klopt dus. Maar dat is zeker niet problematisch, legt Derom uit. ‘Via die verse lucht wordt in de longblaasjes zuurstof aangeleverd en koolzuur verwijderd. Als de behoefte aan zuurstof groter wordt en de hoeveelheid koolzuur toeneemt, zal je lichaam automatisch de luchtverversing vergroten. Je gaat dan dieper en frequenter in- en uitademen. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer je een zware inspanning levert. Dan zul je zowat 20 à 30 keer per minuut in- en uitademen en per ademteug tot één liter lucht binnenhalen. Gezonde personen hebben dus altijd een vrij grote “ademreserve” – en maar goed ook, want anders zou intensief sporten onmogelijk worden. Mensen met ademhalingsproblemen, zoals een rokerslong, hebben een veel kleinere longcapaciteit. Zij zullen bij rustige ademhaling dus al aan een hoger percentage van hun totale capaciteit zitten.’

Longarts Marc Meysman (UZ Brussel) valt zijn collega bij. ‘Ademen is in de meeste omstandigheden een onbewust proces dat door ons lichaam gestuurd wordt vanuit de hersenen. Wij hebben een enorme reservecapaciteit, die we bij gezonde longen nooit helemaal hoeven aan te spreken. Bij inspanning, maar ook bij stress, zullen we frequenter en met grotere teugen ademen. Maar zelfs bij maximale inspanning bereiken we nooit de limieten van ons ademhalingsstelsel. Alleen sommige topsporters kunnen zó diep in hun reserves gaan, bij maximale inspanning, dat er bijna geen ademreserve meer overblijft. In die zin is het correct dat we in rust minimale arbeid verrichten om te ademen, en er dus nog zeer veel reservecapaciteit overblijft. Er is ook geen enkele behoefte om het anders te doen: onbewust ademen we zo efficiënt mogelijk. In rust is dat via de neus, bij inspanning schakelen we automatisch over op mondademhaling.’

conclusie

Het klopt dat we in rust maar een beperkt deel – gemiddeld zelfs minder dan 30 procent – van onze longcapaciteit gebruiken. Dat hoeft geen enkel probleem te zijn. We beoordelen de stelling dus als eerder waar.

? Op Knack.be/Factchecker vindt u links naar de onderzoeken en andere bronnen die voor dit artikel zijn gebruikt.

? Krasse uitspraak, straf cijfer of dito feit in de actualiteit gezien? Stuur uw vraag met exacte bronvermelding van het citaat naar factchecker@knack.be

EERDER WAAR

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content