Frankrijk staakt en de vraag rijst hoe het nu verder moet met Europa en zijn sociaal model. Het overheidspersoneel en vooral de spoormannen staan op de eerste rij. In België is het niet anders.

EEN BERICHT UIT PARIJS

DIT is een eerste staking tegen Maastricht. In hooguit drie minuten herhaalt de linkse nationalist Jean-Pierre Chevènement evenveel keer zijn nieuwste credo op radio France-Inter. De twee journalisten gooien hem feiten en bedenkingen voor de voeten die het tegendeel moeten bewijzen, maar Chevènement wil van geen wijken weten. Zijn konklusies zijn van gewapend beton. Het is trouwens het moment niet om te twijfelen of te nuanceren. ’s Anderendaags hebben de bonden een nieuwe protestdag uitgeroepen en in de meerderheid zijn de eerste barsten merkbaar. Een paar uur voor Chevènement te beluisteren viel, verscheen een interview met RPR-boegbeeld Charles Pasqua. Premier Alain Juppé krijgt daarin van de voormalige minister van Binnenlandse Zaken de volle lading. “De Fransen hebben behoefte aan dromen, hoop en passie. Ze hebben het nodig dat er over liefde wordt gesproken en niet alleen over rentevoeten en begrotingstekorten. “

Zondagavond, in 7 sur 7, doet Pasqua er nog een schepje bovenop. Midden in een oerernstig debat begint de vertegenwoordiger van la droite musclée het liedje te zingen dat Juliette Gréco ooit beroemd maakte. “Parlez-moi d’amour, dites-moi des choses tendres. ” “Dat willen de Fransen horen, ” vertrouwt hij de verbouwereerde Anne Sinclair toe. De linkse Chevènement, die omwille van de Golf-oorlog en Maastricht de Parti Socialiste verliet, geeft toe dat er veel waarheid zit in wat de radikaal-rechtse Pasqua vertelt. De nieuwe scheidingslijnen in de Franse politiek, die al met het referendum rond Maastricht aan de oppervlakte kwamen, worden weer zichtbaar. Zoals de etische kwesties in België de meeste politieke partijen verdelen, zo veroorzaken Europa en de konvergentienormen, nodig om tot de muntunie toe treden, een nieuwe waterscheiding in de Franse politiek.

REKORDS.

Dezelfde breuklijnen van het referendum van 1992 duiken weer op. De ja-stemmers haalden het toen met klein verschil, slechts 51,04 procent. Uit de peilingen bleek dat vooral de rijkere steden, de hogere inkomensgroepen en de beter geschoolden voor Europa kozen. De landbouwers, de werklozen, de banlieus, dus de lagere ambtenaren en de arbeidende klasse, stemden in meerderheid tegen. Ze waren de Parti Socialiste niet gevolgd, die zoveel duidelijker dan de gaullisten van Jacques Chirac een ja verdedigden. Het deel van Frankrijk dat in 1992 nee tegen Maastricht zei, zegt nu de landbouwers uitgezonderd nee tegen Juppé en zijn plan om de sociale zekerheid te hervormen.

Het personeel van de openbare diensten ging in staking en kon op verrassend veel sympatie van de rest van de bevolking rekenen. Na meer dan twee weken zonder openbaar vervoer, is de meerderheid van de Franse publieke opinie niet van gedacht veranderd. Zeker in putje winter is dat ongewoon. Het kan erop wijzen dat de aktievoerders gemandateerd werden om namens de zwijgende meerderheid te spreken en te handelen. Vandaar misschien de omvang van het konflikt en de ongemeen harde krachtproef.

Op hetzelfde asfalt van de Boulevard Saint-Michel waar Daniel Cohn-Bendit en konsoorten een kwarteeuw geleden met de CRS slag leverden, stapten vorige donderdag ruim 20.000 stakers op. Achter vakbonds-spandoeken, vlaggen en ballons trokken vooral verontruste vrouwen en mannen van middelbare leeftijd voorbij. Studenten, die de aktie mee op gang hadden getrokken maar ondertussen door de minister van Onderwijs François Bayrou met ferme beloften en 12 miljard frank kredieten werden gesust, waren er nauwelijks. De verbeelding liet het eveneens afweten, want het bleef bij die ene slogan die zowat anderhalf uur over de rive gauche galmde : retrait, retrait du plan-Juppé. Dissidente of meer gedurfde kreten, zoals “revolutie, ” “dit is een begin, wij gaan door met de strijd, ” of “grève générale” waren niet aan de orde. Rode vlaggen, helmen of subversieve spandoeken vielen evenmin te ontdekken. Bijgevolg was er ook geen CRS in de buurt.

Hier heerste geen uitgelaten sfeer van mensen die van een nieuwe, opwindende toekomst dromen. Hier was het ernst. Het ging om centen, niet om poëzie of de vraag of verbieden in de toekomst moet verboden worden. Achter de vakbondsleiders kromden zich ruggen om te verhinderen dat het verleden met zijn werkzekerheid, vervroegd pensioen en belastingvrije kinderbijslag zou verdwijnen. Stuk voor stuk zaken waar een groot deel van de zwijgende meerderheid zich ook zorgen om maakt en tegen beter weten in ? hoopt dat de stakers ze toch nog uit de brand kunnen slepen.

Er was in Parijs vorige donderdag minder volk dan de vorige drie aktiedagen. Daarmee viel de hoofdstad uit de toon, want in vele andere steden sneuvelden rekords. Zowel in Tours, Rennes, Caen, Clermont-Ferrand, Toulouse als Marseille kwam er, sinds 1968, nooit zoveel volk op straat. Zo signaleerden zelfs de regeringsgezinde kranten. Dijon, Besançon en vooral Rouen deden nog beter. In die steden voltrok zich de grootste manifestatie sinds 1936, dat andere magische jaar uit de Franse sociale en politieke geschiedenis. In totaal bracht de veertiende stakingsdag om en bij het miljoen mensen op de been.

BIG BANG.

Premier Juppé had een paar dagen voordien, op het superieure toontje dat hem zo kwalijk wordt genomen, gezegd dat hij slechts zou wijken als er twee miljoen mensen protesteerden. Nu besefte hij plotseling dat het menens was. Een dag later werd de 73-jarige Jean Matteoli, een linkse gaullist en een vertrouwensman van president Chirac, tot bemiddelaar bij de spoorwegen benoemd. Minster van Arbeid en Sociale Zaken Jacques Barrot kreeg de opdracht om met de vakbonden een “koncertatie” over de hervorming van de sociale zekerheid te beginnen. Eerst weigerden de bonden. Ze vroegen echte onderhandelingen, geen koncertatie. Toen de regering verduidelijkte dat ze tot een diepgaand gesprek bereid was, hapten ze toe. Zaterdag zaten de kopstukken van de vakbeweging voor het eerst sinds het uitbreken van het konflikt met een regeringslid aan tafel, een ronde tafel. De babbel duurde zowat twee uur en nadien ging alle deelnemers zonder resultaten, maar goedgemutst naar huis.

De regering toonde haar goede wil en had goede hoop dat ze de lont uit het kruitvat kon halen. Het gevaar van een onkontroleerbare chaos leek bezworen. De vakbondsleiding was evenmin ontevreden. Het was haar gelukt het kabinet dermate onder druk te zetten dat sommige punten uit het plan-Juppé vrijwel zeker zullen sneuvelen. Zo ontkende de regering zaterdag in een paginagrote advertentie dat het de bedoeling was om de gunstige pensioenregeling van de ambtenaren af te schaffen. Integendeel, ze wou dat gunstregime voor de toekomst veilig stellen.

Op 15 november, de dag dat hij in het parlement zijn plan bekend maakte, had Juppé nochtans heel wat anders verteld. Toen heette het nog dat, in naam van de gerechtigheid, de speciale pensioensystemen moesten hervormd worden. In de toekomst zouden de ambtenaren pas na 40 jaar in plaats van 37,5 jaar van een volledig pensioen kunnen genieten. De regering krabbelde dus terug, althans op één vooral voor de spoormannen biezonder gevoelig punt. De tegemoetkoming aan de chéminots was niet van harte, maar een berekende zet. Zij legden als eersten het werk neer en slaagden er vervolgens in het personeel van de andere overheidsdiensten mee te trekken. Als zij gesust kunnen worden en het werk hervatten, was het stakingsfront een fatale slag toegebracht. Vooralsnog is het niet zover, want het menu dat Juppé op 15 november serveerde, telde nog veel andere onverteerbare gangen.

De eerste-minister, die het aan veel ontbreekt behalve ambitie, wou eens en voorgoed het zwaar deficitaire sociale-zekerheidssysteem hervormen. Met één klap wou hij een klus klaren waar alle Franse regeringen de jongste twintig jaar voor terugschrikten : de big bang of het tegendeel van wat premier Jean-Luc Dehaene (CVP) in België beoogt.

DEFLATOIRE SPIRAAL.

Juppé wil niet alleen de financiering van de pensioenen veilig stellen, onder meer door het kapitalisatiesysteem aantrekkelijker te maken, hij pakt ook de hele ziekteverzekering aan. Het ganse systeem wordt gestroomlijnd en jaarlijks zal het parlement de enveloppe bepalen. Daarmee trapt Juppé op vele lange tenen, want nogal wat korporaties hadden hun eigen ziektekas met eigen regels, reglementen en voorzieningen. De zorg voor het zuinig beheer was daar niet altijd de eerste prioriteit. Juppé wil dat hele netwerk niet afschaffen, wel onder strikte overheidskontrole plaatsen. Dat veroorzaakt uiteraard ongenoegen bij de nomenklatura van de sociale organizaties. Zij vinden het een aanslag op hun autonomie en een overval van de staat op de sociale zekerheid.

De modale burger voelt echter andere pijnpunten. Het plan-Juppé betekent voor hem de zoveelste lastenverhoging. Het kindergeld wordt gefiskalizeerd, de gepensioneerden en de werklozen zullen beduidend meer voor hun ziekteverzekering moeten betalen en daar bovenop komt er een nieuwe inkomstenbelasting, die de sociale zekerheid extra-middelen moet bezorgen. In totaal zal het plan de bevolking in 1996 omgerekend 192 miljard frank kosten en 258 miljard het jaar nadien. Dat komt hard aan. Die bedragen moeten immers bij de 480 miljard nieuwe lasten geteld worden die de regering Juppé tijdens de eerste maanden van haar bewind doorvoerde.

De nieuwe maatregelen zullen de koopkracht van de gezinnen volgend jaar met 0,8 procent verminderen en het jaar nadien met 1,2 procent. Voor de binnenlandse vraag, die in oktober al een klap van 4,4 procent kreeg, zou dat dramatisch kunnen worden. Nu al zijn alle deskundigen het er over eens dat de hypotese waarop de regering haar begroting voor 1996 baseerde een groei van 2,8 procent niet realistisch is. Een groei van hooguit 2 procent, zoniet minder, lijkt veel waarschijnlijker. De gevolgen zijn voorspelbaar : meer werklozen, nieuwe overheidstekorten, nieuwe besparingen. Kortom, de gekende vicieuze cirkel die vroeger, toen John Maynard Keynes nog niet door de monetaristen was verketterd, de deflatoire spiraal werd genoemd.

RAS LE BOL.

“Het gaat al lang niet meer om geld. Steeds meer mensen beseffen dat er iets fundamenteels fout zit in de Franse samenleving. Vandaar het applaus dat we op de betogingen krijgen. Deze keer heeft de bevolking wel begrip en sympatie. We hebben nu de plicht om verder te doen. Zelfs als onze pensioenregeling blijft bestaan, mogen we niet stoppen. Het zou een verraad tegenover de loontrekkenden zijn die niet kunnen staken en die evengoed willen dat het plan-Juppé wordt ingetrokken. ” Georges Malzieux zegt het zonder noemenswaardige stemverheffing. Hij werkt al achttien jaar bij de Franse spoorwegen en legde met de eersten het werk neer.

“On en a ras le bol, we zijn het echt beu. Net voor Juppé zijn plan bekend maakte, kregen we het nieuwe vijfjarenplan van de SNCF op ons bord. In die periode moeten er tussen de 30 tot 50.000 personeelsleden afvloeien. Op vijftien jaar tijd betekent dat 100.000 jobs minder, want de vorige tien jaar zijn al 73.000 banen geschrapt. Dat is toch uitzichtloos. ” Omdat de direktie van de gare du nord zopas probeerde een trein uit het station te smokkelen, hebben Malzieux en zijn kollega’s als repressaille het seinhuis bezet. De stekker werd uitgetrokken, zodat ook de Eurostar uit Brussel, de enige trein die het station nog binnenmocht, niet meer vertrok.

Heel de aktie verliep zonder slag of stoot. De direktie liet begaan en de militanten van de kommunistische CGT hielden de troepen goed in de hand. Ze kennen hun vak. Malzieux is lid van de CFDT, de vakbond die in 1993 voor het eerst in de Franse vakbondsgeschiedenis meer verkozenen in de ondernemingsraden heeft dan de CGT. Aan het hoofd van de 670.000 leden van de CFDT staat Nicole Notat. Ze zorgde voor sensatie door als enige vakbondsleider het plan-Juppé een positieve notering mee te geven. Niet iedereen van de achterban was daar gelukkig mee en op één van de betogingen jouwden de eigen militanten Notat weg. Uiteindelijk vluchtte ze in haar wagen, die fors werd toegetakeld.

Malzieux begrijpt Notat niet. “Misschien wil ze wel minister worden. ” Toch denkt hij er niet aan van vakbond te veranderen. “De sfeer is goed in de CFDT. Ik heb er veel vrienden, waarmee ik dingen kan ondernemen. Dat is belangrijker dan de praatjes van de leiding. Uiteindelijk beslissen wij over de koers van de vakbeweging. “

PAARD VAN TROJE.

De feiten gaven Malzieux gelijk. In tegenstelling tot wat de regering hoopte, haalde ze weinig profijt uit de opstelling van Notat. De stakersbeweging werd er nauwelijks door verzwakt. De basis volgde de CFDT-leidster niet. Maar tot de niet geringe verbazing van Juppé en vooral Chirac liet ook Marc Blondel, de rumoerige leider van de op twee na grootste vakbond Force Ouvrière (FO), een hard njet horen. Blondel sympatizeerde tijdens de verkiezingscampagne openlijk met Chirac, die hij met enige regelmaat ontmoette. Hij geloofde dat het Chirac menens was met zijn sociaal programma en al het moois wat hij over het bestrijden van de sociale uitsluiting zei. De vakbondsleider voelt zich nu genomen en onderscheidde zich tijdens de bewogen dagen met de hardste en meest kontroversiële uitspraken.

Terwijl de voorman van de CGT Louis Viannet erg voorzichtig opereerde en op geen enkel moment het konflikt op de spits dreef, zorgde Blondel voortdurend voor spektakel en knetterende uitspraken. Zijn bekentenis “ik word niet betaald om het algemeen belang te verdedigen, ik ben er voor mijn leden” kreeg ruime weerklank. Hij was ook de eerste die de totale terugtrekking van het plan-Juppé vroeg en een nieuw debat over Maastricht eiste. “Het is evident dat er opnieuw over Maastricht moet gesproken worden, want de diskussie is nooit ten gronde gevoerd. Het enige wat we te horen kregen, was dat de slimmeriken voor het verdrag waren en de domoren er tegen. “

Met dat venijnige zinnetje bewijst Blondel dat hij bij is. Het jongste modieuze gesprekstema in de Parijse bistrots en magazines is het failliet van de elites. Uit een Sofres-enquête van 7 december bleek dat de Fransen het vertrouwen in de elite kwijt zijn. Ze zou “niet deskundig, naar zichzelf gekeerd en weinig eerbaar zijn. ” Bovendien zou ze zich nauwelijks om het algemeen belang bekommeren en eerst naar Europa en dan pas naar Frankrijk kijken. De jongste sociale krisis, zo stellen vele kommentaren, is een nieuwe illustratie van het onvermogen van de leidende politieke, ekonomische en intellektuele klasse om de bevolking van de juistheid van haar inzichten te overtuigen.

“Het establisment zit met zijn hoofd in de globale wereld, het volk in de nationale, ” betreurde Europees kommissievoorzitter Jacques Delors ooit. Het zou deze intellektuele en kulturele kloof zijn die grote delen van de bevolking van de traditionele politieke partijen verwijdert, vooral degenen die zich door een ekonomie en een konkurrentie zonder grenzen bedreigd voelen. Het Front National van Jean-Marie Le Pen kan er alleen garen bij spinnen.

Voor de elites is de markt een gegeven waaraan de politiek uiteindelijk ondergeschikt is. Het heeft geen zin om zich tegen die logika te verzetten. Voor de man in de straat is de markt daarentegen een bedreiging. Ze is synoniem voor jobverlies, werkloosheid, dereguleren en minder sociale zekerheid. Grote delen van de bevolking beschouwen de Europese Unie trouwens als het paard van Troje, waarmee de technokraten het veilige sociale systeem ontmantelen.

NEUZEN IN EEN RICHTING.

Tijdens zijn kiescampagne wekte president Chirac de indruk dat hij een politiek zou voeren die tegen de marktlogika durfde in te gaan. De illuzie was van korte duur en na zes maand aarzelen, trad Chirac op zijn beurt in de voetsporen van zijn voorgangers. De financiële markten, de koers van de frank en de konvergentie-criteria dwongen hem tot een hard soberheidsbeleid en het omstreden plan-Juppé. De beurs reageerde entoesiast, de spoorwegmannen legden het werk neer en de publieke opinie sympatizeerde met de stakers. Zij gelooft niet meer in de politique de rigeur die al meer dan tien jaar wordt gevoerd en die allerminst leidt tot een duurzaam ekonomisch herstel met meer tewerkstelling. De 800.000 werklozen van 1975 zijn aangegroeid tot 2 miljoen in 1984 en 3,3 miljoen in 1994. Dat betekent 12,4 procent van de aktieve bevolking. De hoop van de regeringsleiders dat de daling van de rentevoeten een nieuwe ekonomische groei zou stimuleren, kwam niet uit. Toch durft geen enkele traditionele partij een echt relancebeleid voorstellen. Het zou de overheidstekorten opnieuw doen toenemen, de Franse frank onder druk zetten en de kans dat Frankrijk in 1999 tot de muntunie zou toetreden voorgoed hypotekeren.

Daarin ligt ook de reden waarom de grootste oppositiepartij, de Parti Socialiste, zo omzichtig maneuvreert. In zijn repliek in het parlement nam fraktieleider Laurent Fabius vooral de metode, niet de inhoud van het plan-Juppé op de korrel. En de voormalige minister van Volksgezondheid Claude Evin gaf toe dat hij destijds gelijkaardige hervormingen had verdedigd. Pas na een paar dagen slaagde de eerste sekretaris van partij Lionel Jospin erin zijn interpretatie op te dringen en al de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Jospin wees het plan-Juppé af. Omwille van de aanpak en de inhoud. Toch onderstrepen alle socialistische leiders dat een hervorming van de sociale zekerheid absoluut noodzakelijk is en durfde niemand het tot dusver aan om een verdaging van de muntunie te bepleiten.

Mede onder invloed van Delors, die Juppé onmiddellijk een onvoldoende meegaf, blijven de Franse socialisten tot dusver vierkant achter de EMU en de eenheidsmunt staan. Niemand waagt het om een andere ekonomische politiek, een relancebeleid, te bepleiten. Tussen de socialisten en de regeringspartijen bestaat er geen meningsverschil ten gronde.

POLITIEKE ONWIL.

Zondagavond nam Juppé gas terug. Hij beloofde dat het herstruktureringsplan van de spoorwegen voorlopig wordt uitgesteld en verklaarde zich bereid om zelf met de vakbonden te onderhandelen. Die zegden niet nee, maar vooralsnog blazen ze de aktie niet af. Hoe groter de druk, hoe meer toegevingen ze van de regering kunnen afdwingen. De bewegingsruimte van Juppé is nochtans beperkt. Als hij omwille van de sociale vrede teveel ballast overboord gooit, verliest hij al zijn geloofwaardigheid en is een spekulatie tegen de Franse frank onvermijdelijk. Het wordt dan zeer de vraag of de timing voor de realizatie van de muntunie nog langer houdbaar blijft. Met een begrotingstekort van 5 procent kan Frankrijk zich weinig of geen fantazietjes veroorloven als het in 1997 de 3 procent wil halen. Ook aan de onderhandelingstafel zal de krachtproef onverminderd voortgaan. De vakbonden die zich door de publieke opinie gesteund weten en steeds nadrukkelijker afstand van Maastricht en het Europees ekonomisch beleid nemen, zullen alles op alles zetten op hun machtspositie te verzilveren.

De groeiende vervreemding tussen de wereld van de arbeid, in het biezonder het overheidspersoneel, en het Europees projekt vormt op dit ogenblik de grootste bedreiging voor de Unie. Steeds grotere bevolkingslagen beschouwen Europa als een gevaar en een overbodige luxe. Het is onmachtig in Bosnië en slaagt er niet om voldoende jobs te scheppen. Een Europees tewerkstellingsbeleid komt niet van de grond en de investeringen die Delors in zijn Witboek verdedigde, blijven uit.

In haar verslag over de werkgelegenheid in Europa, dat ze zopas in het Europees parlement voorstelde, maakt Anne Van Lancker (SP) een erg negatieve balans op. Volgens haar gaat het hier om politieke onwil, niet van de kommissie, wel van de regeringsleiders. “De voorstellen van de raad voor de top in Madrid zijn totaal onvoldoende. Het is beangstigend dat men niets beter weet te verzinnen dan nog meer deregulering en flexibiliteit. Over nieuwe financiële middelen voor de noodzakelijke investeringen van het Witboek-Delors wordt niet gesproken. “

Voor Van Lancker is de Franse staking mede veroorzaakt door het Europees falen om een werkgelegenheidsbeleid op gang te trekken. De konvergentienormen wil Van Lancker niet opgeven, hoewel ze toegeeft dat het op korte termijn enig soelaas zou brengen. “Het wordt echter de hoogste tijd toe te geven dat de criteria kompleet onevenwichtig zijn. Er zijn absoluut sociale normen nodig en zolang die er niet zijn, is het onzinnig om over een stabiliteitspakt, de nieuwste dada van de Duitsers, te praten. Eerst moeten we het Europees sociaal model in veiligheid brengen. “

Paul Goossens

De Fransen hebben behoefte aan dromen, hoop en passie. Maar er bestaat een waterscheiding tussen hen.

Premier Alain Juppé wou slechts wijken als twee miljoen mensen protesteerden.

Anne Van Lancker : “De normen van Maastricht zijn kompleet onevenwichtig. We moeten het Europees sociaal model beveiligen. “

Het deel van Frankrijk dat drie jaar geleden tegen Maastricht was, ageert nu tegen de regering.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content