De Franse patron Serge Dassault weigert naar Luik te komen om er door de cel-Cools te worden ondervraagd over smeergeld.

VORIGE WEEK LEKTE dan toch uit dat de Luikse onderzoeksrechter Jean-Louis Prignon een internationaal aanhoudingsbevel had uitgeschreven tegen de 71-jarige Franse ondernemer Serge Dassault, baas van Dassault Aviation. Het bericht had meteen nefaste gevolgen voor de noteringen van het Dassaultaandeel op de Franse beurs. Het zorgde bovendien in Parijs voor een zekere gêne.

Het aanhoudingsbevel tegen Serge Dassault komt echter niets te laat. In maart ’95 al werd de Franse zakenman genoemd in de smeergeldaffaire rond de SP. Het was advocaat Alfons Puelinckx die over Serge Dassault uitweidde, nadat eerst SP-penningmeester Etienne Mangé en gewezen adjunct-nationaal secretaris van de SP Luc Wallyn hadden toegegeven dat de Vlaamse socialisten, behalve van de Italiaanse helikopterbouwer Agusta, ook geld hadden gekregen van de Franse vliegtuigbouwer. Puelinckx was trouwens behoorlijk boos over de loslippigheid van zijn twee kompanen. Al die jaren was hem zowel door Mangé als door Wallyn op het hart gedrukt vooral niets te zeggen, en nu begonnen ze er zelf over. ?Mijn vertrouwen werd misbruikt,? beklaagde de advocaat zich tegenover zijn Luikse ondervragers.

Puelinckx bevestigde destijds dat hij daarover met Dassault had gepraat, nadat de vliegtuigbouwer zijn elektronisch beveiligingssysteem Carapace aan de Belgische luchtmacht had kunnen slijten. Even later deed Dassault, via zijn filiaal Sabca, nog een goede zaak met het moderniseren van een aantal Miragetoestellen van de luchtmacht het zogenaamde Mirsipprogramma. Twee bestellingen die samen neerkwamen op zo’n 11 miljard frank.

?Of in ruil niets kon worden gedaan voor de vrienden van de SP,? zou Puelinckx begin ’89 aan Serge Dassault hebben gevraagd. Dassault is natuurlijk geen ondankbare hond ; weinige tijd later passeerde via Zwitserse rekeningen zo’n 60 miljoen frank Dassaultgeld op de Kasmarekening van Puelinckx. Die maakte het geld over aan Wallyn die het, naar eigen zeggen, in de loop van de daarop volgende maanden en jaren in schijven aan Mangé uitbetaalde.

Vorige week echter lieten ze bij Dassault weten met de hele affaire geen uitstaans te hebben en nooit één centiem aan gelijk welke Belgische partij te hebben betaald. Maar met de getuigenissen van Mangé, Wallyn en Puelinckx was de kat uit de zak.

DIPLOMATIEKE REL.

Toen hij eind april per fax naar Luik werd uigenodigd om er over de smeergeldaffaires te worden ondervraagd, gaf Serge Dassault niet thuis. Hij vermoedde een valstrik, zoals die waarin topman Didier Pineau-Valencienne van Schneider in 1994 trapte in een onderzoek van de Brusselse onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen. Pineau-Valencienne werd toen aangehouden en een tweetal weken in Brussel opgesloten. De aanhouding van deze Franse topindustrieel zorgde toen ei zo na voor een diplomatiek incident tussen Frankrijk en België. Er kwam heel wat discreet overleg aan te pas om de plooien met Parijs glad te strijken. Door het wegblijven van Dassault uit Luik werd een herhaling van een dergelijke rel vermeden.

?Ik ben niet op de uitnodiging (van Prignon) ingegaan wegens de recente voorvallen met Franse industriëlen en omdat de Belgische wet niet voorziet in bepaalde elementaire rechten waarover elke burger in Frankrijk beschikt,? verklaarde Dassault. Eerder al had hij nattigheid menen te voelen. Daarom overlegde Dassault met zijn Belgische advocaten steevast in Parijs. Uit angst voor aanhoudingen vermeden sommige kaderleden van zijn bedrijf ook ons land.

Dassault was alles behalve verguld met de demarche van de Belgische justitie. Zo’n internationaal aanhoudingsbevel betekent, behalve een smet op zijn blazoen, een drastische inperking van zijn bewegingsruimte. Elke stap buiten het Franse territorium kan immers zijn onmiddellijke arrestatie tot gevolg hebben.

In mededelingen die afgelopen week in Parijs werden verspreid, benadrukte Dassault niets met de Luikse affaires vandoen te hebben. Sterker nog : hij beweerde sedert 1986 geen bestuursmandaat meer uit te oefenen in Serge Dassault Electronics, de begunstigde van het Belgische contract. Zodoende kan hij het bedrijf onmogelijk bij deze smeergeldaffaire hebben betrokken. ?Een wat naïeve houding van de Fransen,? zegt één van de advocaten in het Dassault-dossier.

Documenten die onlangs op last van het federaal hof in Zwitserland aan de Belgische justitie werden overgemaakt, wijzen erop dat zo’n 90 miljoen frank smeergeld destijds van de rekening van ?een familielid? van Serge Dassault volgens sommigen zijn inmiddels overleden moeder naar Kasma Overseas werd versluisd. Dat valt volgens de Luikse justitie niet te ontkennen. Vandaar en als gevolg van de onwil van Dassault om naar Luik te reizen het internationaal aanhoudingsbevel.

Vorig jaar praatte Dassault in Parijs nog met Luikse enquêteurs. Bij die gelegenheid had hij het over zijn contacten met Puelinckx. Tijdens die ondervraging zouden ook namen van andere Belgische partijen, waaronder die van de Franstalige christen-democraten van de PSC zijn gevallen.

Of Dassault ook werd ondervraagd over zijn relaties met generaal Jacques ?Jack? Lefèbvre, die op 10 maart 1995 zelfmoord pleegde, is niet duidelijk. Ook niet of er bij die gelegenheid werd gepraat over de tussenkomst van Europavia, maar vooral van het Franse Office Générale de l’Air (OGA), bij de verkoop van Belgische Mirages aan Chili. Een affaire waarover ze in Luik sedert de dood van Lefèbvre de grootste discretie bewaren. Het OGA is immers altijd een doorgeefluik geweest voor smeergeld dat gepaard ging met de meeste Franse wapencontracten. De bewering komt uit een onverdachte bron, want ooit op papier gezet door de gewezen baas van de Franse inlichtingendienst Pierre Marion. Wat het OGA in de Belgische transactie met Chili uitrichtte, blijft hoogst onduidelijk en kan, als het wordt onderzocht, een nieuw licht werpen op de zelfmoord van Lefèbvre. In één van de geschriften die hij het Luikse gerecht naliet, smeekte de luchtmachtgeneraal de Chileense affaire in geen geval in de openbaarheid te gooien.

IN BESCHULDIGING.

Een gebrek aan discretie kan het Luikse gerecht in deze zeker niet worden verweten. Hoewel het nieuws over de ontwikkelingen in de zaak-Dassault slechts met mondjesmaat bekend geraakt, heeft het gerecht vorige week een totale ?informatie-black-out? afgekondigd. Op last van procureur-generaal Jacques Velu van het Hof van Cassatie werden, volgens het persagentschap Belga, alle verklaringen over het Dassault-dossier verboden. Een jaar geleden, toen de kwestie-Agusta werd aangesneden, was het wel even anders. Zeggen sommigen Luikse advocaten : ?Begin ’95 werd op grond van heel wat minder informatie overgegaan tot ondervragingen, huiszoekingen en arrestaties. Vanwaar die plotse terughoudendheid ??

In het Dassault-dossier zijn tot nu toe slechts een drietal verdachten in staat van beschuldiging gesteld. De eerste was gewezen minister van Economische Zaken Willy Claes (SP) die indertijd, op aangeven van zijn administratie, een duidelijke voorkeur uitsprak voor de aankoop van het Carapace-systeem van Dassault. Omwille van de verdenkingen die in deze zaak op hem rusten, werd Claes in oktober ’95 door de Kamer van Volksvertegenwoordigers naar het Hof van Cassatie doorverwezen. Van duidelijke manipulatie was hier geen sprake. Wat wel doorwoog, was de vaststelling dat de partij van Claes, de SP, 60 miljoen frank had gekregen van Dassault.

Zijn collega van Defensie Guy Coëme, die zich ook voor Dassault had uitgesproken en die bovendien de updating van de Mirages aan Sabca toevertrouwde, werd niet doorverwezen. Voor hem oordeelden de Kamerleden dat het gerecht eerst bijkomend onderzoek moest verrichten.

In het Dassault-dossier tegen Coëme steken een aantal verklaringen in verband met druk die zou zijn uitgeoefend op de legertop. Zo verklaarde generaal Lex Moriau, de opvolger van Jack Lefèbvre als stafchef van de luchtmacht, onder druk te zijn gezet door het kabinet-Coëme, meer bepaald door adjunct-kabinetschef Jean-Louis Mazy, om de Carapace van Dassault te verkiezen boven het afweersysteem van het Amerikaanse Litton. Maar commissies of smeergeld werden bijCoëme of bij zijn medewerkers nooit gevonden.

In de zaak-Dassault wordt het Luikse gerecht geconfronteerd met precies hetzelfde probleem als in de kwestie-Agusta. Sporen of aanwijzingen van manipulatie zijn aanwezig aan de kant van de Parti Socialiste, maar smeergeld werd daar nooit gevonden. Bij de SP werden telkens betalingen van commissies opgeduikeld, maar valt de manipulatie van het aankoopdossier nauwelijks aan te tonen. De recente onwil van Serge Dassault bemoeilijkt het verder onderzoek dan ook geen klein beetje.

R.V.C.

Serge Dassault weet niets van smeergeld voor Belgische politieke partijen.

Onderzoeksrechter Jean-Louis Prignon : een Luikse uitnodiging voor Serge Dassault.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content