Laat Potvlieghe u het klavichord kennen.

HET KLAVICHORD is een ver familielid van de piano. Het is een uiterst diskreet en expressief toetsinstrument, eerder iets voor kenners en liefhebbers. Daarom valt het initiatief van het Cultureel Centrum van Leuven toe te juichen om nu eens niet de uitvoerder, maar een instrument in de schijnwerper te plaatsen. Joris Potvlieghe bouwde meticuleus een Saksisch klavichord na van Gottfried Joseph Horn uit 1785. Voor de kost stemt en intoneert hij orgels. Zijn hart gaat echter uit naar het kwetsbare klavichord. Per jaar bouwt hij er slechts twee. Hij heeft al zijn tijd nodig om het zo precies mogelijk te kopiëren.

Potvlieghe : ?Ikzelf bouw twee typen instrumenten, de Horn en een eigen ontwerp in de stijl van wat ze rond 1770 in Saksen bouwden. Met alle middelen, technieken en materialen van toen. De scharniertjes worden allemaal zelf gemaakt. Het juiste model scharnieren ligt niet in de winkel. Ik leef me in die periode in. Horn bouwde twintig tot dertig klavichords per jaar. Er moet toen een enorme afzet geweest zijn. In Dresden alleen waren er al meer dan honderd klavichords van hem en er waren tientallen bouwers. Een bouwer nu bouwt er twee of drie.”

?We onderzoeken een instrument, we meten het helemaal op en we proberen het te begrijpen, niet alleen technisch maar ook wat de verhoudingen betreft. Dat duurt bijna een jaar voor één instrument. Vroeger bouwde men een instrument in de traditie. Met een enorme organizatie, en mensen die hun vak kenden. Ze wisten heel goed hoe ze van a naar b moesten gaan.”

?Om terug te komen op die scharnieren. Vroeger leverde de dorpssmid die. Wij moeten naar Duitsland rijden en bekijken hoe ze eruit zien, we maken er een malletje van, snijden die uit een plaat, maken er een krulletje aan en vijlen tot we iets hebben dat op een scharnier lijkt. Daarmee verliezen we ontzettend veel tijd voor iets dat eigenlijk niet essentieel is voor de klank. Maar wel voor het totaal gevoel van het instrument. Dergelijke zaken zijn wel belemmerend in de produktie. Veel instrumenten bouwen is interessant om er je eigen stempel op te drukken, om het instrument een persoonlijkheid te geven. Dat was vroeger ook zo.”

?Als je twintig instrumenten per jaar bouwt, kan je dat heel gericht sturen. Met nuances die enorm gedetailleerd zijn. En voor ons zijn die niet meer zichtbaar. Ik heb dat instrument een aantal jaren geleden opgemeten, in kaart gebracht en dan nagebouwd. Daarna ben ik ermee terug naar het museum gegaan en ik heb opnieuw een tekening moeten maken. Ik heb die tweede keer veel dingen vastgesteld die ik niet had gezien. Je wordt bij het bouwen met moeilijkheden gekonfronteerd omdat je het waarom ervan niet snapt. Als je dan teruggaat, merk je dat je een foutje hebt begaan, een konstruktie niet hebt ingezien. Je herkent alleen iets als je het kent.”

POPULAIR.

?Dat is een probleem, want de traditie is al tweehonderd jaar onderbroken. Nu wordt ze langzaam aan terug opgebouwd. Mijn vader is instrumentenbouwer en van hem leer ik. We zijn aan een omvangrijk, noem het maar musicologisch werk bezig.”

?Het klavichord was erg populair. Het leefde naast het klavecimbel en orgel. Het was anders. Het werd niet beschouwd als een eenvoudiger instrument of louter een oefeninstrument. Er zijn heel wat teksten bewaard waarin het klavichord de voorkeur kreeg boven de klavecimbel en de pianoforte. Het absolute hoogtepunt was tussen 1770 en 1790. De ?Empfindsame”, of de gevoelige periode. De tijd van Carl Philip Emmanuel Bach met zijn emoties. Daar past het klavichord in.”

?Het kan heel expressief spelen. Het klinkt zacht en je blijft tijdens de aanslag in kontakt met de snaar. Daardoor kan je de klank laten beven en eindeloos laten variëren in dynamiek en nuancering. Het is het instrument bij uitstek om je gevoel uit te drukken. Aan de pianoforte heb je dat kontakt niet. Je geeft een impuls, het hamertje slaat een snaar aan maar op het ogenblik dat het hamertje vertrokken is, kan je de klank niet meer beïnvloeden. Hetzelfde bij het klavecimbel. Bij een klavichord heb je een kontakt zoals een violist. Je voelt de snaar trillen. dat is iets heel biezonder. In die Empfindsame periode was dat essentieel.”

?Ik stel me voor dat het instrument heel vaak werd bespeeld in die grote herenhuizen. Misschien werd er wat bij gegeten, gefilozofeerd of aan poëzie gedaan. Dat kan je nalezen, je voelt die sfeer van expressiviteit op hoog niveau in een besloten kring. Dan kwam er een breuk. Het publiek vroeg grote koncertzalen waar het in de eerste plaats om klanksterkte en virtuoziteit ging, met later Liszt als hoogtepunt. Men heeft daar een andere optie genomen. Je kan geen zaal vullen met een klavichord. Als je het sterker wil laten klinken, wordt het minder expressief.”

?Bij sterkere snarenspanning krijg je een stugger toucher en de typische Bebung wordt onmogelijk, het boventoonrijke, het flexibele van het instrument, dat verdwijnt allemaal. Je mag het klavichord en de piano niet op een lijn zetten van minder goed naar beter. Neem nu een gebonden instrument. Het heeft minder snaren. Het is kleiner van afmetingen, kompakter, minder diep ; het is transportabel en stemt veel sneller. Je hebt minder spanning op het instrument, het heeft een heel andere sonoriteit dan een groot instrument. Het heeft een heel mooi gloeiende kleurrijke toon. Ook daar kan je niet zeggen : de volgende stap is vooruitgang, verbetering. Het is geen primitief instrument.”

Lukas Huybrechts

Koncerten, Miklos Spanyi speelt op 7/2 en Jos van Immerseel op 13/3 in CC Leuven, tel 016/23.84.27.Miklos Spanyi, twee recitals op de twee typen instrumenten, PHI cd95004 en PHI cd95005.

Klavichord : eindeloos variëren in dynamiek en nuancering.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content