De Cambodjaanse koning Norodom Sihanouk deed onverwachts troonsafstand ten voordele van zijn zoon Sihamoni. Zo verzekerde hij het voortbestaan van de monarchie. En precies dat was altijd zijn drijfveer, wellicht de enige constante in zijn lange en grillige carrière.

Op 31 oktober wordt Norodom Sihanouk tweeën- tachtig. In 1941 kreeg hij de troon aangeboden, en hij zou de langst zetelende vorst ter wereld zijn, ware het niet dat de Cambodjaanse tragedie hem meer dan twee decennia van de troon verbannen hield. Hij is waarschijnlijk de enige nog levende staatsman die leiders als de Gaulle, Mao, Nasser, Chroesjtsjov, Nixon, Tito en Nehru persoonlijk heeft gekend.

Sihanouk is al jaren ziek. Voor de verzorging van prostaatkanker verblijft hij meer in Peking dan in zijn geliefde Cambodja, waar hij in 1991, na een ballingschap van meer dan twintig jaar, triomfantelijk terugkeerde. ‘Ik ben gelukkig,’ verklaarde hij toen bij het zien van duizenden Cambodjanen die hem enthousiast toejuichten: ‘Mijn laatste droom is in vervulling gegaan.’

De oude monarch communiceert via het internet. Op de website www.norodomsihanouk.info publiceert hij dagelijks historische documenten, die soms een in zijn voordeel gekleurd beeld geven van de Cambodjaanse geschiedenis. ‘This site is dedicated to a very talented man who happens to be King’, staat er op een andere officiële website, www.norodomsihanouk.org, waar zijn artistieke exploten belicht worden, als componist van stroperige liedjes en regisseur van al even sentimentele films.

‘Misschien was alles anders gelopen als ik kunstenaar was geworden in plaats van koning’, verzuchtte hij wel eens tijdens zijn ballingschap. Ooit verklaarde hij dat hij leraar Grieks of Latijn had willen worden, of componist. En dat hij ook droomde van een literaire carrière. ‘Maar dan bleek ik koning te moeten worden en me met politiek te moeten bezighouden. En politiek is een afschuwelijk raderwerk: eenmaal je erin zit, kom je er niet meer uit.’

Koninklijke kruisvaarder

In 1941, na de dood van zijn grootvader koning Sisowath Monivong, werd de 18-jarige Sihanouk plots koning. Er waren vele potentiële kroonpretendenten, maar de Franse koloniale machthebber koos de piepjonge Sihanouk. Die keus moest de rivaliteit tussen de twee koninklijke families – de Norodoms en de Sisowath – beslechten, Sihanouk was een telg van beide takken. Maar bovenal moest de politiek ongeïnteresseerde scholier een gewillige marionet zijn. De Fransen prefereerden hem boven de gedoodverfde opvolger prins Monireth, die verdacht werd van een nationalistische, anti-Franse visie. Sihanouk zelf zou later verklaren: ‘De Fransen dachten dat ik een weerloos lam was, maar later moesten ze verbaasd vaststellen dat ik een tijger was.’

De eerste jaren hield hij zich nauwelijks bezig met politiek, maar liet zich het weelderige leven aan het koninklijke hof des te meer welgevallen, inclusief concubines, exquise diners, en excessieve dansavonden.

Sihanouks apolitieke houding veranderde in het begin van de jaren vijftig, met zijn ‘koninklijke kruistocht voor de onafhankelijkheid’. In enkele jaren slaagde hij erin Cambodja autonoom (1953) te maken ‘zonder dat daarbij’, naar eigen zeggen, ‘ook maar één schot gelost werd’. Het was een staaltje van grillige, maar geslepen diplomatie, inclusief buitenlandse reizen op zoek naar steun, getimede persartikelen en een tijdelijke vrijwillige ballingschap. Generaal de Langlade typeerde Sihanouks gedrag toen ooit met de bewering: ‘ Messieurs, le roi est fou, mais c’est un fou génial.’ Frankrijk kon uiteindelijk weinig anders dan toegeven.

Na de onafhankelijkheid voelde de kwikzilveren Sihanouk zich al vlug opgesloten in zijn koningsrol. Hij trad af, droeg de kroon over aan zijn vader, en ging zelf de politiek in. Zijn politieke beweging, Sangkum, gebaseerd op een vaag boeddhistisch-socialistisch gedachtegoed, haalde bij de verkiezingen de absolute meerderheid. Tussen 1955 en 1970 beheerste hij de Cambodjaanse politiek: hij vormde en ontsloeg regeringen wanneer het hem uitkwam, ongegeneerd gebruik makend van zijn status als ‘prins die vroeger koning was’. Onder de boerenbevolking genoot hij een ongemeen grote populariteit en hij regeerde als een verlicht despoot. ‘ Monseigneur Papa‘ wist wat goed was voor ‘zijn kinderen’, het volk, dat hij graag ‘ le petit peuple‘ noemde.

Hij stimuleerde het onderwijs, stuurde Cambodjaanse beursstudenten naar het buitenland. Onder hen de leiders van de Khmers Rouges, een term die Sihanouk voor het eerst al schertsend gebruikte. Later zou hij opmerken: ‘Al mijn vijanden hebben school gelopen dankzij Sihanouk.’

Internationaal verwierf hij prestige, onder meer als een van de oprichters van de vereniging van ongebonden landen. Door zijn keuze voor neutraliteit slaagde hij er lange tijd in Cambodja buiten de Vietnamoorlog te houden, waarbij hij vaak moest koorddansen tussen de verschillende partijen. Hoe onvoorspelbaar zijn buitenlandpolitiek soms leek, de constante was steeds het behoud van een onafhankelijk Cambodja. De westerse media noemden hem de rode prins. Terwijl hij zich in het buitenland feestelijk liet onthalen door communistische leiders, werd het communistisch verzet in eigen land echter hard aangepakt.

Eind jaren zestig liep de situatie uit de hand. Sihanouk leek zich van geen kwaad bewust: hij liet het corps diplomatique zijn liedjes zingen; maakte films waarin ministers en generaals een rolletje speelden; ontving met grandeur allerlei buitenlandse prominenten… Intussen escaleerde de Vietnamoorlog: de Vietcong verschool zich op basissen in Cambodja en de aanvankelijk geheime Amerikaanse bombardementen begonnen in 1969.

De rode prins

Op 18 maart 1970, terwijl Sihanouk in Frankrijk verbleef, werd een coup gepleegd, onder leiding van generaal Lon Nol en prins Sirik Matak. Zij installeerden een pro-Amerikaans regime, en Sihanouk werd bij verstek ter dood veroordeeld wegens ‘hoogverraad’. Die staatsgreep zou hij zich blijven herinneren als de grootste ramp in zijn leven, onafgezien van de vele tragedies die nog zouden volgen.

Sihanouk sloot in Peking een alliantie met zijn vroegere vijanden, de Rode Khmers, en riep op tot gewapend verzet. Sihanouk werd de formele leider van een bevrijdingsfront, dat op het terrein geleid werd door de Khmers Rouges. In 1973 voorspelde hij de onvermijdelijke communistische overwinning. Tegelijk wist hij: ‘De Rode Khmers gebruiken mijn naam, en als ze mij niet meer nodig hebben, zullen ze mij uitspuwen als een kersenpit.’

Hij kreeg gelijk. Na de communistische overwinning in april 1975 bleek dat Sihanouk niets te zeggen had. Hij mocht terugkeren naar Phnom Penh en was een tijdlang officieel staatshoofd, maar in de praktijk werd hij gevangen gehouden in zijn eigen paleis. In het boek Prisonnier des Khmers Rouges schrijft hij dat hij vaak aan zelfmoord dacht en dat hij nog leefde dankzij prinses Monique. Naar eigen zeggen kwam hij er slechts geleidelijk aan achter wat zich intussen in Cambodja afspeelde. Pas na de inval van Vietnam (begin 1979) besefte hij dat er een ware genocide had plaatsgevonden, waarbij ook vier van zijn kinderen en negen van zijn kleinkinderen waren gedood.

Sihanouk noemde Pol Pot en diens Rode Khmers massamoordenaars, maar kantte zich ook tegen de Vietnamese bevrijders of bezetters. Dus riep hij in 1979 weer op tot verzet, maar samenwerken met de Rode Khmers wilde hij zeker niet meer. Twee jaar later sloot hij echter opnieuw een coalitie met de Rode Khmers, omdat hij, naar eigen zeggen, niet anders kon: ‘China blijft de Rode Khmers steunen, en China is een zwaargewicht, terwijl Sihanouk maar een armzalig vedergewicht is. Hoeveel ik ook eet, ik blijf een pluimgewicht.’

Tot de jaren negentig voerde de prins in ballingschap zijn strijd en zocht diplomatieke steun voor de verzetscoalitie. Een vredesplan – voor een groot deel gebaseerd op voorstellen van Sihanouk – kwam er uiteindelijk in 1991. Onder toezicht van de VN werden vrije verkiezingen gepland.

In november 1991 was er dan de triom- fantelijke terugkeer van de prins. Hij werd het nieuwe staatshoofd, ‘boven de partijen verheven’, en na een grondwetswijziging in 1993 ook opnieuw koning van Cambodja.

Tot hij nu dus zelf zijn opvolging regelde, ten voordele van Sihamoni, een van de twee zonen die hij heeft met prinses Monique, een voormalige schoonheidskoningin voor wie hij ooit de polygamie opgaf. Daarmee vervult hij een lang gekoesterde wens van zijn vrouw, en daar kan geen Cambodjaanse politicus of grondwet tegenop.

Johan Vandenbroucke

‘De Fransen dachten dat ik een weerloos lam was, maar tot hun verbazing bleek ik een tijger.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content